donderdag 25 december 2014

Interview De Streekkrant: JO DE MEYERE



‘Echte liefde komt maar één keer langs’

GENT Jo De Meyere is cultureel erfgoed, een monument uit de toneelwereld, een levende legende.  Hij heeft als acteur een lange weg afgelegd. Een aimabel man met een grote liefde voor theater, iemand die zich magistraal kan inleven in zijn vak. Tijdens ons gesprek buig ik nederig het hoofd voor zoveel talent.
Jo heeft een flink aantal A4-tjes meegebracht, genoeg om een ganse Streekkrant vol te schrijven Zijn volledige carrière, netjes met de hand geschreven. Want sociale media, internet, mails en andere high tech zijn aan hem niet besteed. Een telefoon volstaat. De Meyere is ontwapenend eerlijk, vertelt gepassioneerd, luistert aandachtig, wil liefs chronologisch te werk gaan. 

Herinneringen aan de kindertijd? “Het was een fantastische periode in een warm gezin. Mijn kinderdroom? Toneelspeler worden! Geboren in 1939 heb ik evenzeer de bevrijding bewust meegemaakt. Vader De Meyere was Vlaamsgezind. Niets meer, niets minder. Nooit iets fout gedaan, niet meegezeuld met de Duitsers. Hij was lid van het VNV. Dat werd hem na de oorlog niet in dank afgenomen, hij werd gearresteerd maar in 1946 vrijgesproken. We verhuisden van Eeklo naar Gent ”. Jo behaalde het diploma van maatschappelijk werker, ging aan de Unief werken. “Ik ging er kapot, dat was mijn wereld niet. Ik wou de wereld veranderen, was ijdel, geloofde in mezelf en koos voor een onzeker bestaan als acteur”.
Doodgezwegen worden doet pijn

Kreeg hij wel de erkenning die hij verdiende van zijn broodheer en werkgever? Naast 11 jaar verbondenheid aan het Nederlands Toneel Gent en 10 jaar cabaret in Tinnen Pot, waren zijn rollen voor televisie zeker opmerkelijk. “Een halve eeuw bleef ik bewust trouw verbonden aan de BRT, BRTN en VRT. Heb nooit voor VTM gewerkt. Toen ik de carrièreprijs mocht in ontvangst nemen zweeg de VRT als een graf. Er kon zelfs geen bedankje af. Dat was toch niet teveel gevraagd! Ik begrijp het niet, dat was erg kwetsend. Weet u wat het meeste pijn doet in een recensie? Doodgezwegen worden”. Op professioneel vlak ging het De Meyere voor de wind. Toch bleef hij niet gespaard van tegenslagen. In 2003 stierf zijn echtgenote Arlette. Ze was licht astmatisch en raakte totaal onverwacht in een coma waaruit ze niet meer ontwaakte. "Dat was een shock voor mij. Tijd slijt de pijn, alle wonden helen, maar dat zijn fabeltjes. Ik voel me dikwijls eenzaam en alleen, mis haar elke dag. We konden samen onze emoties ventileren. Thuiskomen en merken dat er niets of niemand is, behalve ikzelf en de stilte, dat vreet aan mij. De echte liefde komt maar één keer langs, al de rest zijn afkooksels. Toneel is mijn redding, optreden mijn overlevingsmechanisme. Gelukkig zijn er ook nog de kinderen en kleinkinderen”.

‘Ik denk dagelijks aan de dood’
Glitter, glamour, de rode loper en decadente feestjes, het hoef niet. “Het klinkt gek maar ik ben 50 jaar acteur en toch is die wereld mij een beetje vreemd. Ik ben nooit een jeune premier of een schone gast geweest. Niet op scène, niet in het echte leven. Jo De Meyere, de eeuwige underdog. Dat komt misschien door mijn donker kantje. Ik denk dagelijks aan de dood. Ik ben geen groot optimist, eerder een realist. Succes is vergankelijk. Ik ben bewust van de relativiteit van het bekend zijn”. Wat brengt de toekomst? “Zolang mijn motor het toelaat, is alles mogelijk. Jonge bejaarden mogen nog plannen maken. Het memoriseren valt soms zwaar. Ik zie wel wat de toekomst brengt. Mijn agenda staat vol tot april 2016. Eigenlijk zijn er teveel acteurs in Vlaanderen. Verdoken armoede bij acteurs valt niet weg te cijferen, zowat 70 % staat aan de dop. Ikzelf ben nooit werkloos geweest. De mensen lachen als ik mijn contract onderteken en afsluit met ‘Jo De Meyere, bij leven en welzijn’. Het kan immers rap gedaan zijn”.

Een leven lang in twijfel

Stipt op tijd, zoals altijd en overal, verschijnt Jo op de afspraak. In brasserie ’t Voske, naast de NTG toneeltempel. “Wie wil lachen moet vandaag niet meer in de grote schouwburgen zijn. Ik heb bij zowat alle Gentse amateurgezelschappen gespeeld. Daar ben ik fier op. Ze kunnen rekenen op mijn onvoorwaardelijke sympathie. Ook op cabaret kijk ik niet neer”. In 1977, op de dag dat hij zijn stempelkaart zou ingeven, werd hem de rol van kapelaan in ‘Dagboek van een Herdershond’ aangeboden. “Zuiver een toevalstreffer. De acteur die men aanvankelijk had gevraagd kwam niet opdagen. Toen dacht er plots iemand aan mij. Het werd een hoogtepunt uit mijn carrière. Een personage mij op het lijf geschreven”. Is Jo zo’n katholiek en vroom mens? “Ik kom uit een katholiek nest. Als kind bij het zangkoor, misdienaar geweest, 6 jaar lang elke dag trouw naar de mis, katholiek onderwijs… dat alles laat sporen na. Een mens zou van minder complexen krijgen. Een leven lang was ik zoekende, met een eeuwige dualiteit, in voortdurende twijfel. Weet je, ik loop regelmatig de St. Baafskathedraal binnen. Zomaar, zonder reden. Gewoon om goedendag te zeggen. Op weg hierheen heb ik een kaars aangestoken en meteen gevraagd om een goed gesprek met jou te hebben”.

Jo De Meyere gaf 6 jaar gestalte aan commissaris Nauwelaerts in de serie Flikken. Een mooie herinnering? “Ja, absoluut. Toch was ik blij dat het gedaan was. Voor mij moesten ze niet langer doorgaan. Ik voelde aan dat mijn rol op het randje van de automatische piloot zat, de creativiteit was weg. Dat is het moment om te stoppen. Dat is ook zo met theaterrollen. Ik vond dat het verhaal rond was”.

Of het aan de kaars lag die Jo voor een nobele heilige heeft aangestoken is onduidelijk maar we hadden een leuke, gezellige babbel. Ik weet het zeker: was Jo geen acteur geworden dan zou hij een geliefd pastoor zijn geweest.
 
Een nieuwe glansrol
Juich en jubel want in de herfst van zijn leven laat Jo De Meyere  Vlaanderen nog maar eens ontroerd naar de keel grijpen met de toneelproductie ‘Petrus en den Doodendraad’. Tijdens de 1e wereldoorlog werden mensen hermetisch van elkaar afgesloten en gescheiden door een met 2.000 volt geladen elektrische draad. Tegen de achtergrond van dit historische gegeven situeert zich ‘Petrus en den Doodendraad’. Jo De Meyere en Sofie Palmers brengen een tragische love-story sereen tot leven. Een verwarde oude man vertelt zielige verhalen over een onmogelijke liefde, weemoed, verdriet, Duitsers en gruwel. Een levenslang verlangen naar de grote liefde krijgt uit de mond van Jo zoveel meer betekenis. Net als wijn wordt De Meyere beter met de jaren. Een beklijvende voorstelling die iedereen moet gezien hebben. In Gent op 21 en 22 januari in theater Arca.
 
FRANS VAN DAMME
Foto Jean Buyle
 

Dit interview verscheen in De Streekkrant 01/2015, editie Gent/Deinze
 
 
 

zondag 21 december 2014

Interview De Streekkrant Marleen Temmerman


 

‘Ik blijf doorgaan als een Duracel konijn’

GENT Gynaecologe Marleen Temmerman is de hoogstgeplaatste Belg binnen de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Genève. Deze leading lady reist de wereld rond maar wou toch graag tijd vrijmaken voor een openhartig gesprek.
Marleen, afkomstig van de boerenbuiten, was geen gemakkelijk kind. Noem haar gerust rebels, ambetant naar eigen zeggen. “Ik stelde veel en moeilijke vragen op school. Ik was niet tevreden met een antwoord ‘waarom-daarom’, kreeg het daarvan behoorlijk op mijn heupen”. Haar kinderdroom was om naar Afrika te vertrekken om de arme kindjes te helpen. “Zoals andere goedgelovige katholieke zielen heb ik bergen zilverpapier gespaard en ingeleverd voor de dutskes in Congo. Waarom eigenlijk?. Ik heb het nooit geweten. Gewoon onzin. Ik ben beroepshalve al heel veel in Congo geweest maar heb er nog nooit zilverpapier gezien”. Marleen wou gynaecologe worden. “Dat was geen beroep voor een vrouw zei de prof aan de Unief, het was niet te combineren met het gezin. Ik zette door en trok naar de Gentse universiteit. Men dacht, goeie keuze, ze zal daar wel een dokter aan de haak slaan. (lacht)”. Het liep anders. Ze trouwde veel te jong naar eigen zeggen. “Ik was nog niet uitgefladderd, had meer ambitie dan m’n partner, wou de wereld zien”. Hun relatie ging de mist in. Haar 2e huwelijk werd een voltreffer. “We zijn beiden altijd progressief, links geweest. We hebben 8 jaar samen geleefd en zijn daarna getrouwd, ’t was van moeten. Neen ’t Is niet wat je denkt. Ik kreeg een aanbod om in Kenia een onderzoeksproject te gaan leiden. Om inreisproblemen te verhelpen volgden we het advies om te trouwen zodat het voor mijn man gemakkelijker zou zijn ook in Kenia te wonen. Fout gedacht. Dat een man afhankelijk is van zijn vrouw, dat kon niet volgens de Keniase migratie, dus moesten we naar andere oplossingen zoeken. We zijn ondertussen 27 jaar getrouwd. We waren ongewild kinderloos, zelfs IVF en hormoonbehandelingen hadden geen succes. We besloten een 5e en allerlaatste keer IVF te proberen. De behandeling had succes.” Na 5 jaar Afrika besloot het stel terug te keren naar België. Marleen werd professor, gynaecologie en later diensthoofd.

‘Ik ben een afvallige van Rome’
Vader Temmerman was overtuigd Vlaming, lid van de Volksunie,sociaal geëngageerd en katholiek. “Die katholieke microbe had mij ook te pakken gekregen. Elke morgen om 7 uur ging ik trouw naar de mis. Omstreeks mijn 8e jaar had ik er genoeg van. Favoriete uitspraken van de kerk als ‘Luister naar mijn woorden maar kijk niet naar mijn daden’, zorgden dat ik van het geloof werd genezen”. Het waren natuurlijk ook de woelige jaren ’68, Marleen revolteerde. “Verontwaardiging over ongelijkheid en armoede is de rode draad doorheen mijn leven. De katholieke kerk deed vroeger niets en doet nog altijd weinig aan armoedebestrijding, men moeit zich met de levenswandel van mensen. Het zijn een stel oude, celibataire mannen. Ik heb geen spijt een afvallige van Rome te zijn, ik heb geen instituut nodig om in mensen te geloven. Door het geloof ontstonden oorlogen, conflicten en nog veel meer minder fraais. Niet echt iets om fier op te zijn”.
Marleen Temmerman heeft het statuut van diplomaat bij de Verenigde Naties, verblijft veel in Genève. Vandaag Gent, morgen Mexico, volgende week Londen, daarna Kenia. Haar carrière heeft de allures van een vlug stromende rivier. “Mijn zoon en mijn man vergelijken me soms met het Duracel konijn dat maar blijft doorgaan”. Haar nuchtere kracht maakt de kern uit van haar leven. In 2009 maakte ze noodgedwongen de switch van dokter naar patiënt. “Er werden knobbeltjes op de stembanden ontdekt. Het bleek een kwaadaardig kankergezwel. Gelukkig is dat allemaal achter de rug want ik wil nog zoveel doen”.

‘Ebola is nog niet onder controle’

In 1994 heeft Prof. dr. Marleen Temmerman het International Centre for Reproductive Health (ICRH) opgericht aan de UGent. Via het ‘Fonds Marleen Temmerman’ wil de Universiteit Gent eer betuigen aan deze academica en wil ze de verdere ontwikkeling van het ICRH ondersteunen. Er worden vanuit het fonds projecten geselecteerd waaraan men een financiële bijdrage wil leveren. “In 2014 ging onze steun o.a. naar een project om de gezondheid van moeders en hun baby’s te verbeteren. Ook geven we mogelijkheden voor stages aan Afrikaanse onderzoekers. Tevens kan het onderzoek naar seksueel geweld in Mombasa rekenen op onze ondersteuning. Verkrachtingen en algemeen geweld tegen vrouwen, straatkinderen, homo’s… zijn frequente verschijnselen wereldwijd, dus ook in Kenia. Sinds de oprichting van het ICRH centrum in Mombassa werden ruim 4000 slachtoffers geholpen”. Marleen Temmerman doet een oproep om het fonds te steunen: schenkers zijn denkers! Zijzelf draagt royaal haar steentje bij. De opbrengst van haar boeken en lezingen staat ze af. Toen ze opstapte in de Senaat schonk ze haar ontslagpremie, zo’n 132.000 euro, aan het fonds. Na aftrek van de belastingen ging minder dan de helft naar her project, de rest naar de Belgische staat. Moeten we ongerust zijn over Ebola? “Men heeft te laat gereageerd op deze tragedie die nog niet onder controle is en dagelijks slachtoffers vergt. Hier in België moeten we ons geen zorgen maken omdat onze gezondheidssystemen dit aankunnen en het virus zich nooit ver zal verspreiden. Bij het WHO maak ik deel uit van het team dat ondersteuning geeft aan mensen op het terrein. Als men in Liberia mijn competentie nodig heeft, dan zal ik niet aarzelen om te vertrekken en er mensen te verzorgen”.
Fonds Marleen Temmerman:  rekeningnummer: BE26 3900 9658 0329 t.n.v.Universiteitsfonds UGent met vermelding FWUGent/GE/124.
Mannenhaat en feminisme
Marleen Temmerman leeft voor wat ze doet. Vrouwenrechten blijft voor haar een hot item. Ze schreef er, samen met journaliste Tine Maenhout, een boek over: MILADY. “Wereldwijd zijn vrouwen het slachtoffer van allerlei vormen van discriminatie en ongelijkheid, zowel in hun beroepsleven als op familiaal, sociaal of politiek vlak. Feminisme heeft niets met mannenhaat te maken. Vrouwenrechten zijn complexer dan ze op het eerste gezicht lijken. Pas als die complexiteit ten volle wordt onderkend kunnen er echt stappen vooruit gezet worden. Elke vrouw heeft het recht te beslissen wanneer en met wie ze kinderen wil. Het lijkt evident maar dat is helaas niet overal zo in de wereld”. Optimist? “Als men niet al zijn doelstellingen helemaal bereikt moet men daarom nog geen ongelukkig mens zijn. Oud worden is erg maar niet oud worden is al veel erger”. MILADY verscheen bij Lannoo.
Frans Van Damme

Dit interview werd gepubliceerd in De Streekkrant, editie groot Gent & rand/Deinze - week 52/2014
 
 
 
 

maandag 15 december 2014

Interview De Streekkrant


Stijn Brouns
             'Ik heb gevochten met burgemeester Termont'

GENT Hij is in de toneelwereld geen onbekende. Dichter, verteller, presentator, regisseur, acteur, theatermaker, scenarist, gepassioneerd bezieler van een toneel- en filmopleiding… kortom, een artistieke duizendpoot. Wil de echte Stijn Brouns dan nu opstaan!
Stijn heeft niets te verbergen, zijn leven is een open boek. Hij heeft al enkele watertjes doorzwommen. “Ik ben altijd nogal een rare geweest, anders dan anderen. Ik werd aangetrokken tot dingen die niet normaal zijn voor een kind. Rommelmarkten interesseerden mij meer dan een Nintendo. Mijn kinderdroom? Begrafenisondernemer worden! Het leek aanvankelijk die richting uit te gaan. Op jonge leeftijd werd hij burgerlijk pastor in het crematorium. “Dat was niet vol te houden, ik nam het verdriet van alle mensen mee naar huis. De praktijken van sommige begrafenisondernemers bezorgden me een degout. Daar zitten echt smeerlappen tussen. Het zijn gelukkig uitzonderingen”. Een job van studiemeester/opvoeder lag hem beter maar was niet te combineren met de artistieke ambities”. Armoede, vooral van kinderen, ligt hem nauw aan het hart. “Mensen die enkel aan zichzelf denken zijn absoluut niet mijn vrienden. Ik maak ook geen verschil tussen mensen en dieren want elk levend wezen verdiend respect”.

In 2008 gaat Stijn Brouns in Gent van start met een toneelschool, volledig in de geest van de overleden actrice Jenny Tanghe. De school bestond 5 jaar onder de naam 'Toneelschool Stijn Brouns'. Tijden veranderen, het medialandschap eveneens. Op zoek gaan naar hedendaagse perspectieven, zich voortdurend aanpassen, zichzelf in vraag stellen, andere richtingen inslaan, durven vooruitkijken zijn de nieuwe uitdagingen. Vanaf schooljaar 2013-2014 functioneert alles onder de naam Theater- en Filmschool Stijn Brouns. Hij geeft de wijsheid van een legendarische actrice door aan pubers, jongvolwassenen en volwassenen die zichzelf willen ontdekken en ontplooien. “Ik heb veel te danken aan wijlen icoon Jenny Tanghe. Dankzij haar naambekendheid kregen mijn initiatieven meer aandacht. Ze heeft mijn carrière een duw in de goede richting gegeven. Een wisselwerking waar we beiden vrolijk van werden. De lessen in de school worden gegeven in haar visie van: niet spelen, maar zijn”.

‘Wij zijn geen showbizzschool’
De harde realiteit: toneel aanleren, acteur worden is geen bezigheidtherapie. Glitter glamour, charme zijn niet altijd evident. “Laat het vooral duidelijk zijn, wij willen geen showbizzschool zijn. Leren acteren, dat kan niemand. De opleiding vereist geen voorkennis, maar men dient wel te slagen voor de toelatingsexamens. Wij willen mensen met talent een kans geven, goed voorbereide acteurs afleveren. Technieken aanleren en bijschaven, daar dient onze opleiding voor. Wie niet kan aanvaarden dat toneel een langdurig groeiproces is of denkt dat acteren zomaar te leren is, gaat misschien best op zoek naar een ander tijdverdrijf”.

‘Rimpels kunnen erg mooi zijn’
“In de film 'Ghent in Motion', die op 28 januari in première gaat tijdens het Lichtfestival, ga ik als duivel een gevecht aan met burgemeester Termont. Voor het eerst in z’n leven heeft hij echt moeten acteren, Daniël moest serieus uit z’n pijp komen” (lacht). Stijn heeft een groot rechtvaardigheidsgevoel. “Ik zal nooit iemand beoordelen of uitsluiten op basis van geslacht, huidskleur, afkomst, geloof, seksuele voorkeur of leeftijd. Ieder mens heeft recht op zijn eigen identiteit en seksuele beleving, geloven in wie of wat moet elk voor zichzelf uitmaken. Ik hou van oudere mensen, die zijn puur. Ze leggen hun leven bloot via hun gezicht en hun stem. Rimpels kunnen erg mooi zijn”. Deze laatste opmerking flatteert ondergetekende. Mijn dag kan niet meer stuk.

'Mensen zijn niet te vertrouwen'

Tijdens een gesprek met Stijn Brouns lijkt het wel of Jenny Tanghe nooit veraf is. De tafel gaat nog wel niet zweven, er komen net geen boodschappen uit  het hiernamaals. Stijn weet het zeker, haar aanwezigheid is voelbaar. Ze luistert en kijkt over z’n schouder mee. De adoratie is groot. Enkele jaren voor Jenny's overlijden werd Stijn aangesteld als haar manager. Daar werd nogal over geroddeld: een oude vrouw met een groen blaadje, het geld van een gevierde actrice. “Geld was er niet, nooit geweest. Er waren enkel schuldeisers. Ze had een ferm gat in haar handen. Toen Jenny 82 jaar werd kwam ze naar Gent wonen, haar geliefde stad. De getalenteerde actrice wachtte een triestig einde. “Ze had aderverkalking. Kort voor het overlijden werden haar 2 benen geamputeerd. Jenny’s laatste wens, uitgestrooid worden op zee, werd niet ingewilligd. De familie van haar echtgenoot koos voor een stille uitvaart in intieme kring. Er kwamen slechts 21 mensen opdagen voor de begrafenis. Ze verdiende meer en beter. Ik bleef tot de laatste dag aan haar sterfbed zitten. We schreven cursussen. Onze vriendschap is voor eeuwig, niet kapot te krijgen. Noem het gerust een haat- liefdesverhouding.  Jenny had een slecht karakter maar een hart van goud. Ik mis haar geroep en getier nog elke dag. Ze was toch zo m’n maatje”. Stijn veegt een traan weg. “Dikwijls had ze de indruk dat mensen zich anders voordoen dan dat ze in werkelijkheid zijn. ‘Mensen zijn een soort, een soort om niet te vertrouwen’ zei ze. Zo denk ik er ook over”. Taalvaardigheid en het correct gebruik ervan, is hét stokpaardje van Brouns. “Wij willen cursisten verdedigen tegen de taalteloorgang, mensen behoeden tegen de tendensen van een taalbreuk. Met het dagdagelijks correct gebruik van het Nederland  neemt men het precies niet meer zo nauw. Dialect mag op scène maar dan enkel bij het volktoneel”.
Salonsocialisme
Stijn Brouns wil zich distantiëren van elke vorm van platte commercie. Elke maand is het vechten om de eindjes aan elkaar te knopen. Subsidies krijgt hij niet. “Als ik morgen de juiste partijkaart koop zijn al m’n problemen opgelost. Maar ik wil me niet politiek prostitueren. Schepen Storms heeft blijkbaar iets tegen mij. Het Gentse beleid faalt. Het salonsocialisme teistert ons al 25 jaar. Dat moet maar eens veranderen. Weet je wat mijn ambitie is? Burgemeester worden! Echt waar, ik meen het. Ik heb genoeg van het ecologisch fascisme in Gent. Ik ga ooit in de politiek”. Niet content in Gent? “Ik hou veel van Gent, de stad ligt me nauw aan het hart. Juist daarom wil ik mee besturen, bakens uitzetten”. Whisfull thinking van een tedere wereldverbeteraar?  “Absoluut niet. De wereld verbeteren begint dichtbij huis. Politiek lijkt al te vaak op goedkoop toneel”.
Frans Van Damme
 


Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, week 51/2014
 
 
 
 


zondag 30 november 2014

De Streekkrant: intervieuw GEERT HOSTE


Cabaretier Geert Hoste

‘Men wou tijdens de begrafenis een selfie”

GENT Stand-upcomedy viert de laatste jaren hoogtij in Vlaanderen met comedians die soms even populair als pop- en sportsterren zijn. Geert Hoste blijft de meest succesvolle, vlijmscherpe komiek die Vlaanderen ooit heeft gekend. Op 15, 16 en 17 december in de Gentse Capitole maar nu reeds in De Streekkrant.
Geert Hoste laat zich zelden interviewen en er is zeer weinig over zijn privéleven bekend. Toch wil hij met ons vrijuit praten over zijn weg naar de top, zijn twijfels en talenten. Een loopbaan van meer dan 30 jaar in de schijnwerpers levert een indrukwekkend curriculum op. Hij vult moeiteloos de grootste en meest prestigieuze theaters en weet Vlaanderen telkens massaal te boeien met zijn kritische en humoristische blik op de Belgische actualiteit. “Mijn kinderdroom is uitgekomen, ik wou met onemanshows mijn boterham verdienen. Het was een lange weg. Ik zat in Gent op internaat bij de Jezuïeten en werd er nogal verbaal gepest omdat ik een westflut was. Kwam terecht tussen kinderen van welstellende ouders terwijl mijn pa en ma maar gewone mensen waren. Dat mijn vader gemeentesecretaris was maakte weinig indruk. Vechten, dat nooit ik nooit gedaan. Veel te bang om te verliezen”. Nadien zocht Hoste zijn heil in de richting advocatuur aan de Gentse universiteit maar gaf er in het laatste jaar de brui aan. “Adieu diploma, daar heb ik nu nog spijt van. Maar ondertussen was er wel al een nieuwe wereld voor me opengegaan, als mimespeler bij het Hoste-Sabbattini theater”.

Elke artiest twijfelt aan zichzelf

Zijn conferences behoren al meer dan 2 decennia lang tot de meest succesvolle theaterproducties in Vlaanderen. Op televisie is Hoste een kijkcijferkanon. Zijn boeken en dvd’s zijn stuk voor stuk bestsellers. “Denk maar niet dat Ik een zondagskind ben. Het werd me niet zomaar in de schoot geworpen, heb er hard voor gewerkt. Het was een verhaal van continu vallen en opstaan maar niets was een ontgoocheling. Natuurlijk, elke artiest twijfelt dikwijls aan zichzelf. Als je nooit twijfelt moet je bij de politie of het leger gaan. Soms vraag ik mij af of de motor nooit zal stilvallen. De rechten van elke show worden 3 jaar op voorhand verkocht. De druk is ontzettend hoog. Het lukt me elk jaar terug, dat geeft een rustig gevoel maar het is nooit evident”. Hoste heeft het getroffen met zijn Nederlandse vrouw Véronique Puts, van beroep illustrator. Ze ontwerpt voor Geert decors, affiches, cd en dvd hoezen, doet alle vormgeving. “Véronique doet dat bijzonder goed en nog gratis ook (lacht). Veronique heb ik ontmoet in een heel zware periode in haar leven. Ze had een troostende schouder nodig en toen kwam ik uit de lucht gevallen. We spraken over het leven, gingen aanvankelijk met elkaar om zonder toeters of bellen, wel met respect. Eigenlijk was het wederkerige liefde op het eerste zicht. Ik heb de deukjes uit haar carrosserie geblutst “(lacht).

Veel fanmail van jonge vrouwen

Geert Hoste, altijd goed voor hilarische vrolijkmakerij. Al zijn er grenzen. “Toen m’n vader stierf condoleerden mensen mij met ‘gefeliciteerd’. Sommigen vroegen of ik het doodsprentje wou signeren! Op een begrafenis wou men bij het handjes schudden een selfie maken met mij”. Hoste mag dan wel wereldbekend zijn in Vlaanderen, naar het buitenland wil hij niet. “Mijn leven en carrière bevalt me best. Lachende mensen rondom mij zijn mijn grootste plezier. Ben wreed content met mijn fanmail, vooral ontelbare brieven, mails en foto’s van vrouwen tussen de 20 à 30 jaar. Die kunnen rekenen op mijn bijzondere belangstelling”. Een gesprek van Geert Hoste is dansen op een slappe koord. Is het om te lachen of is het ernstig? Hij vindt mij, voor m’n leeftijd, een mooie man. Alvast toch 1 uitspraak die hij hopelijk oprecht meent.
Burgemeester Termont is wereldnieuws

Geert Hoste heeft een sterke band met Gent. “Ik heb 18 jaar in Gent gewoond, op verschillende locaties. In de Hoogstraat moest ik verhuizen omdat Guy Verhofstadt daar zo nodig zijn burelen wou onderbrengen. Ja, ik mis Gent, vooral Gentse vrouwen. Gentenaars zijn een tikkeltje anarchist, dat ligt me. In Gent heeft men de boekentoren, in Antwerpen de boerentoren. Dat zegt genoeg zeker. President Obama is wereldnieuws en daarna burgemeester Termont”. Luidop lachen met sporters, BV’s en politici, daar is niets verkeerd mee. Hoste kiest zorgvuldig zijn items. “Niet alles kan! Ik wil mensen niet afleiden van de humor, ik wil niemand persoonlijk treffen. Mensen komen om zich te amuseren, het moet voor iedereen een avondvullend feest zijn”. Geert heeft een passie voor mensenrechten. “Ik maak tijdens mijn shows veelvuldig gebruik van het recht op vrije meningsuiting. Het is belangrijk dat men kan leven in een vrij land. Met wat ik op scène vertel komt men elders op de brandstapel”.
In december trekt Geert Hoste door het land en strijkt neer in Gent voor 3 voorstellingen 5 sterren entertainment in de Capitole. Politici, het pandakostuum van Bart De Wever, Pieter De Crem, onze nieuwe regering, koning Filip en koning voetbal mogen alvast beschutting zoeken. Bekend volk kan maar beter in dekking gaan. De kreeft van Piet Huysentruyt, Erik Van Looy, de perenaffaire en nog veel meer oneliners die aan de ribben plakken en blijven nazinderen. Hoste legt terug België over de knie. Als geen ander weet hij de sfeer van ons land weer te geven en er grappen over te maken. Ons koningshuis blijft terug niet onbesproken. “Want als ze daar lachen moet dat wreed pijn doen. Prins Laurent was ooit eens toeschouwer. Zijn reactie: Ik vond snelle Eddy beter”. De kracht van Geert Hoste ligt in het theater. Zijn nieuwste show LOL is volgens insiders de beste.

Nachtje buiten slapen

In een deftig driedelig pak en met Van Bommel schoenen verschijnt Hoste altijd netjes afgeborsteld op scène.  ‘Niet gesponsord! Ik ben niet ijdel, maar wil goed in beeld komen, dat is een vorm van respect voor mijn publiek. Ik kan toch niet rondlopen in afgezakte collants. Neen, geen pruik voor mij. Ik was al vroeg lid van de zelfhulpgroep voor jong volwassenen met vroegtijdige kaalhoofdigheid. Daarom ben ik zo blij dat we nu eens een kale premier hebben”.  Eega Véronique kan niet leven zonder katten, Hoste heeft een kattenallergie. “Er wordt dus nogal wat gesnotterd bij ons thuis. Grapjes over een doodgereden kat en ik kan een nachtje buiten slapen”. Sterven wil hij liefst in de zomer. “In een schommelstoel voor het raam, als vriend en vijand begraven zijn, zoals Bram Vermeulen zong. De laatste uren genietend van het feit dat ik veel mensen heb doen lachen”.
Frans Van Damme
 
 

Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie Gent & rand/Deinze week 49/2014
 
 

zondag 23 november 2014

Intervieuw De Streekkrant: DIRK DENOYELLE



      “Ga je dromen achterna, dat maakt gelukkig”

GENT Als cabaretier en stemmenimitator kon Dirk Denoyelle (50) het publiek subliem bespelen. Nu bouwt hij met Lego blokjes licht surrealistische mozaïeken en hoofden van bekende en minder bekende mensen. Zelfs het prestigieuze Gentse STAM liet de stadstorens door hem nabouwen. Met de komst van de goede Sint in het vooruitzicht gingen we er alvast een kijkje nemen.

Lang voor Chris Van den Durpel met zijn imitaties uitpakte, was er al stemmenimitator Dirk Denoyelle. “Als vanaf mijn 8 jaar was ik gek op de cursiefjes van Godfried Bomans, een man die mij later in mijn job van komiek heeft beïnvloed ”. Zijn laatste theatershow dateert inmiddels van 2007. Ondanks zijn passie voor Lego blijft humor een belangrijk deel uitmaken van zijn leven. Hij is een bedrijfscomedian, een veelgevraagd spreker voor bedrijven en op congressen. Op zijn eigen onnavolgbare manier geeft hij humoristische samenvattingen van serieuze lezingen. “Ik zorg voor ludieke intermezzo's. Choqueren is nooit mijn stijl geweest. Ik merk dat ik met ouder worden milder uit de hoek kom. Gezonde humor houdt mensen wakker en maakt moeilijke boodschappen beter verteerbaar. Humor is voor mij adrenaline”. Denoyelle is tevens professioneel Lego bouwer, één een van de 12 LEGO Certified Professionals wereldwijd. Dat keurmerk wordt toegekend aan volwassenen die beroepsmatig als zelfstandige met LEGO bezig zijn. “Het is leuk en creatief speelgoed. Een tikkeltje nostalgie misschien. Als kind vroeg ik het altijd aan Sinterklaas en de Paasklokken. Ik bouwde steden, kabelbanen en voetbalploegen. Die blokjes gaan niet kapot, gooi je nooit weg, gaan over van generatie op generatie. Maar zijn wel duur”.

‘Mijn dochters lijden aan CVS’

De jaren gingen voorbij, de passie voor de blokjes bleef. “Er gaat niets boven de vrachtwagen zien aankomen met een nieuwe levering blokjes. In mijn appartement liggen anderhalf miljoen blokjes te wachten om verwerkt te worden. Ja, allemaal betaald, niet gesponsord”. Hoe reageren vrouw en kinderen op je fetisjme voor Lego blokjes? “Ik heb m’n vrouw in het bedrijf medevennoot gemaakt. Dus dat zit wel goed, het was een slimme zet. Mijn 2 dochters wonen nog thuis wegens medische problemen. Ze hebben allebei CVS, het chronisch vermoeidheidssyndroom. Toch studeren ze aan de universiteit. Met succes, al doen ze er weliswaar dubbel zo lang over. Wat ben ik toch een trotse vader”. De Lego community is gigantisch geëxplodeerd. Wereldwijd zij er 150.000 volwassenen  aangesloten bij Lego clubs. “Kinderen en volwassen spelen samen. Koppels bouwen ’s avonds huizen en kastelen in plaats van boem-boem te doen! Patiënten met een beroerte krijgen als therapie een moeilijke doos Lego om de motoriek terug op gang te helpen. Schitterend toch”.

‘Wat ik maak is echte kunst’

Denoyelle wil altijd de beste zijn, de middelmaat is maar niets. Echte kunst of een frivole uitlaatklep voor een speelse man in de midlifecrisis? “Ik heb altijd van al mijn hobby’s mijn beroep gemaakt. Mensen zouden dat eens meer moeten doen. Ga je dromen achterna! Dat maakt je gelukkig. Ik beschouw mijn werk als kunst. Men koopt geen Lego blokjes maar een Denoyelle”. Opdrachten komen van over de gehele wereld. Geïnteresseerden kunnen maar beter beschikken over een flink gevulde portefeuille? “Het is maar hoe je het bekijkt. Wie een Lego hoofd in huis wil betaalt algauw enkele duizenden euro’s. Lego brengt mij de wereld rond. Een sjeik uit de Emiraten had een budget van 25.000 dollar voorzien om z’n hoofd in Lego te maken. Ik heb het goedkoper gedaan, ben veel te goed voor deze wereld (lacht). De prijzen variëren volgens de opdracht en mijn marktwaarde. Maar helaas, ik ben toch zo gigantisch slecht in marketing en de prijssetting”.

Fake een affaire met een andere vrouw

Bouwen met Lego blokjes op het niveau van Denoyelle is niet eenvoudig. “Ik stond er niet bij stil hoe moeilijk het kon zijn sommige sculpturen te maken. Dankzij mijn studies burgerlijk ingenieur elektronica krijg ik een beter analytisch beeld, het denken als ingenieur helpt”. De hoofden in Lego van de burgemeesters Temmerman, Beke en Termont staan te kijk in de Zebrastraat. Arsene Weba staat in de meubelwinkel. De Gentse torenrij in het STAM. “Voor de torens werden 170.000 blokjes gebruikt, het bouwen nam 300 uur in beslag. Voor de kop van Termont waren meer dan 6000 blokjes nodig. Niet alles lukt altijd. Het hooft van Marco Borsato komt maar niet goed. Koning Filip en Mathilde zitten ergens in een doos, men kan niet alles etaleren hé”. Ondertussen heeft Dirk 5 medewerkers in dienst die, samen met hem, op bestelling bouwen. “Durf te ondernemen! Ik hanteer het businessmodel van Rubens: ontwerpen, begeleiden en delegeren, spring bij waar nodig en laat anderen doen wat niet leuk is. Zelf bouw ik niet langer dan 5 uur per dag”.

Denoyelle, internationaal gerenommeerd en toch nooit in de boekskes! ‘Ik ben een onbeschreven blad, doe geen zotte dingen, rook niet, geen alcohol of drugs. Ben getrouwd met mijn 1e lief, al 25 jaar een perfect huwelijk. Meer valt er niet te melden. Een journalist zei me eens: ‘Fake een affaire met een andere vrouw, wij zorgen voor een grote, mooie reportage. Ja zeg, ik heb eens goed gelachen”. Werken is zalig? “Ik blijf werken tot mijn 93ste. Daarna ga ik nog 10 jaar uitbollen. Mijn vervaldatum is 103 jaar, alles daarvoor is meegenomen”. Politieke ambities? “Ja, president van Europa worden. Ik kan het goed uitleggen en ben perfect 5-talig. Dat zijn meer talen dan wat Van Rompuy ooit heeft gesproken. Op wat wacht men in feite nog? Alhoewel, Gent ligt me nauw aan het hart, daar wonen mijn beste klanten”.
Vlaamsgezind

Denoyelle maakt deel uit van de Gravensteengroep, een informele denktank die samenkomt om van gedachten te wisselen over de institutionele aspecten van ons staatsbestel.”Ja, ik ben Vlaamsgezind. Ik ben geboren in Ukkel. Er waren 2 mogelijkheden om te overleven. Voor wie Frans sprak was het daar een paradijs. Nederlandstaligen werden vergruisd en geminimaliseerd. Vandaar mij rechtvaardigheidsgevoel. Respect komt van 2 kanten. Als je in Brussel iets uitlegt in het Nederlands krijg je niets gedaan. België is een dolgedraaid kluwen”. Was het daarom dat Dirk een performance deed op het NV-A partijcongres? “Niet speciaal. Dezelfde dag heb ik het CD&V congres in goede banen geleid. Denoyelle is er voor iedereen. Zolang de mensen maar plezier hebben. Ik heb 50 jaar DKV opgeluisterd maar ook een congres van reumatologen. De ene verzekert de kosten die de anderen aanrekenen”.
Frans Van Damme
 

Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie Gent & rand-Deinze, week 48/2014
 
 

vrijdag 7 november 2014

Interview De Streekkrant: PATRICK SERCU


 
       'Ik zou gerust zonder de koers kunnen leven'

GENT Het belooft alweer een spannende zesdaagse te worden in Gent. Wie zal er dit jaar met de bloemen mogen zwaaien? We gingen het vragen aan wielerlegende Patrick Sercu, zonder twijfel onze beste baanwielrenner ooit.

"Mijn vader was een succesvol wielrenner. Toen kon men met koersen niet genoeg geld verdienen om van te leven. Daarom had hij een fietsenwinkel. Vanaf mijn 16e repareerde ik er velo’s. Als peuter mocht ik al met hem mee naar de Gentse 6-daagse. Hij werd hier 2 keer 3e. Ik zat op de stang bij een ererondje of stond met moeder bij zijn kabientje. Ik heb altijd veel ambitie gehad en droomde om een succesvolle coureur te zijn op de piste en op de weg, net zoals mijn grote idool Rik Van Steenbergen”. Liever een fiets dan een lief? “Ik ben vroeg getrouwd, op m’n 20ste. Mijn vrouw was veel alleen, ik dikwijls uit huis, reisde de wereld rond. Er moest geld binnenkomen hé”. Sercu fietste een indrukwekkend palmares bij elkaar: Olympisch kampioen, drievoudig wereldkampioen. Als sprinter was hij gevreesd. Wie mag zich de zesdaagsenkoning noemen? Het zal niemand verwonderen dat Patrick Sercu met de eer gaat lopen. ‘Ik heb 223 zesdaagse gereden er 88 gewonnen”. Met veel accurate kennis vertelt Patrick gepassioneerd over het wielergebeuren. Exact 50 jaar geleden zorgde hij voor Belgische hoogdagen op de Olympische Spelen in Tokio. “Misschien was 16 oktober 1964 wel de dag van mijn grootste triomf. Ik reed toen de belangrijkste kilometers, zonder vliegende start, van mijn leven en hield er goud aan over”.

‘Ik heb een LAT-relatie’
Sercu was professioneel coureur van 1965 tot 1983. “Op m’n 40e was de ‘rek’ eruit, ’t was genoeg geweest. Op zo’n leeftijd tel je internationaal niet meer mee. Oude mensen en topsport, het is geen goede combinatie”. Wanneer breekt het tijdstip aan om te stoppen? “Dat moet ieder voor zichzelf bepalen. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Zo gaat dat in het dagelijks leven nietwaar”. De geboorte, het leven, de dood, zou Patrick daar wel eens aan denken? “Mijn grootvader werd 99, mijn vader 60. Doodgaan is erg maar onvoorspelbaar. Grote industriëlen, politici, rijke mensen, arme sloebers, gewoon jan en alleman geeft ooit de pijp aan Maarten. Mijn vrouw overleed 10 jaar geleden. Het leven kan hard zijn maar gaat verder voor wie overblijft. Ja, ik kan mijn plan trekken als ik alles laat doen door een ander (lacht). Ik leerde een nieuwe madame kennen. Een gezamenlijk huishouden en samenwonen, dat zag ik niet meer zitten op mijn leeftijd. We hebben een LAT-relatie”. Is Patrick gelukkig? “Ik ben geen materialist. Tijden veranderen, het is anders geworden. Of het nu beter is dan vroeger? Ik betwijfel het. Miserie, oorlog, ruzie, daar kan ik niet tegen. Sport is mijn hobby maar ik zou zonder koers kunnen leven. Momenteel rammelt mijn carrosserie niet en de motor pruttelt niet tegen. Zolang mijn gezondheid me niet in de steek laat ben ik een gelukkige man”. Een  zesdaagse pronostiek misschien? Wie is de grote favoriet? “Daar doe ik geen uitspraken over. Dat zal de nabije toekomst uitwijzen. De Gentse piste is erg stijl, op sommige momenten worden topsnelheden gehaald van 70 km./uur. Eén valpartij kan een verschil maken in de einduitslag en het wedstrijdverloop. Zoals in 2006 toen de Spaanse renner Isaac Galvez om het leven kwam. Hij klapte tegen de ijzeren reling die baan en tribune scheidt. Een dieptepunt. Een werkongeval kan helaas overal gebeuren”. Ondanks zijn status van wielergod blijft Patrick een aimabel man. Vol nostalgie. “Ja, ik hou alles bij wat werd gepubliceerd over mijn persoontje en mijn carrière. Dozen vol foto’s, artikels en prullaria, waarvan een deel zelfs gedigitaliseerd. Wil je mij een exemplaar van De Streekkrant bezorgen?”. Met alle plezier Patrick!

De Gentse 6-daagse moeten we koesteren

Patrick is bescheiden. “Men noemt me organisator, directeur, matchmaker van de Gentse 6-daagse,. Ik ben maar gewoon wedstrijdleider. Mijn zoon Christophe (nvdr. Sercu Global Consulting) organiseert alles. Ik sta enkel in voor het sportieve gedeelte zoals programma’s maken, renners contacteren en aanwerven. Daar heb ik mijn handen aan vol”. Er zijn anno 2014 enkel nog 6-daagsen in Berlijn, Rotterdam, Amsterdam, Bremen, Kopenhagen en Gent. “De Gentse Zesdaagse is erfgoed, dat we moeten koesteren. Een evenement groter dan het dagelijkse leven zei Hugo Camps in een interview”. Het Gentse Kuipke heeft een grote traditie, is in de wielerwereld synoniem voor strijd en gezelligheid, een hoogtepunt om naar uit te kijken. Wat zo’n organisatie kost, dat moet ge mij niet vragen, ik weet het niet. Een goede coureur moet enkel koersen, zich niet het hoofd breken over geld hé”. De Gentse zesdaagse is meer dan alleen een piste en renners. Het werd een totaalgebeuren met publiek, organisatoren, verzorgers, journalisten, entertainment en sponsors waarbij socialisering en netwerken belangrijk zijn. “Ach, tijden veranderen. In hoge nood een plasje in Het Citadelpark kon vroeger, nu levert dat een GAS-boete op. Sponsoring werd moeilijker door de crisis. Er is minder drankverbruik door de BOB campagnes. Zowat 600 man personeel zorgen dat alles vlekkeloos verloopt.”. Het sportieve koningskoppel Cavendish-Keisse zijn dit jaar de grote publiekslokkers. Gimondi, vriend van Sercu, en Schepen van sport Resul Tapmaz geven het starschot.  Over publieke belangstelling heeft men niet te klagen. “Vorig jaar kwamen 40.000 bezoekers van allerlei pluimage opdagen. We hopen dit jaar nog beter te doen” glundert Sercu. We kunnen het toch niet laten om te vragen: mag seks voor de wedstrijd? “Pffffff, ik ga dat niet controleren. Geen tijd, geen interesse, geen bevoegdheid”.

Brand in ‘t Kuipke
Het Kuipke ging op 12 november 1962 in vlammen op. “Ik had die avond een koppelkoers gewonnen” herinnert Sercu zich. “Enkele uren uur later is het Kuipke afgebrand. Oorzaak? Niemand weet het! Alles was van hout, het ging vlug. De rechte lijnen waren toen iets korter, de bochten iets langer. Echt een kuip, vandaar de naam”. Met de 6-daagse van 1965 werd de nieuwe Gentse wielerbaan heropend. De korte, steile baan levert telkens een spannend koersverloop op. Korte rondjes, veel snelheid, het publiek dicht bij de actie. Hier is altijd sfeer, hier wordt altijd gekoerst, ook op momenten dat je het niet verwacht. Men vertelt dat er toen op 1 avond liefst 9000 toeschouwers waren. Mensen stonden zelfs op de trappen. Merckx en Sercu werden de grote winnaars! Gent is het centrum van het wielrennen. De sport is hier geboren, iedereen met naam en faam staat op de Gentse erelijst.
Frans Van Damme
 


Dit interview verscheen in De Streekkrant regio groot Gent-Deinze / editie week 46/2014
 
 
 
 


zondag 2 november 2014

Interview De Streekkrant: actrice Mieke Bouve


 

‘Ik vecht tegen een gevoel van somberheid’

Actrice Mieke Bouve heeft een niet onaardig palmares. Vlaanderen leerde haar vooral kennen door rollen in zowat alle televisiereeksen. Tussendoor was ze regelmatig live te zien op scène bij NTGent en bij het Vernieuwend Gents Volkstoneel. Ook in de Gentse politiek kwam zo enkele malen kortstondig in beeld.
De liefde voor cultuur kreeg Mieke Bouve mee van haar kunstminnende ouders. “Ik wou actrice worden en voor mijn ouders was dat geen enkel bezwaar. Iedereen krijgt een kans was hun devies”. De kinderjaren van Mieke waren een echte indianentijd. “Ik was jong, onschuldig, goedgelovig en naïef. Je kon mij alles wijsmaken. Sinterklaas bestond, dat geloofde ik heel lang. Pas op m’n 10e kwam de ontnuchtering. De goedheilige man was fake, een product van de verbeelding”. Niet getreurd, ze had toen wel wat anders aan haar hoofd. “Als kind droomde ik om een paraplu- en sacochewinkeltje te openen. Het is er nooit van gekomen maar de liefde voor mooie dingen is altijd gebleven. Mijn zwak voor schoenen ook. Schoenen kopen is een folie, zowat 45 paar in mijn collectie is hiervan het gevolg”. Een carrière als actrice, daar wordt men toch supervrolijk van! Mieke is ontwapenend eerlijk. “Ik heb een donker kantje, heb af en toe een somber gemoed. Ik ben een gevoelsmens, sta ontzettend veel stil bij de dingen des levens, denk te lang na, ben erg veeleisend in een relatie. Ik vecht dikwijls tegen dat gevoel van somberheid. Lawaai, veel mensen en drukte om me heen, ik kan het nauwelijks verdragen. Ik ben het HSP persoon. Veel mensen kennen die afkorting niet eens, laat staan dat men er begrip voor heeft. HSP staat voor High Sensitive Person, een hooggevoelig persoon. Wist je dat maar 11% van de mensen er ooit achter komt dat hij/zij hoogsensitief is?”.

‘De belangrijkste norm is op televisie komen’
Beroepsacteurs, het is een hondenstiel maar ook de mooiste, volgens insiders. Na 3 gloriejaren als Camilla in de serie Wittekerke hield Bouve het voor bekeken. Het zijn precies altijd dezelfde gezichten die nu aan de bak komen. “Dat is ook zo. De trend van vandaag: kliekskes. Je hoort er bij of men laat je gewoon links liggen, alsof je niet bestaat. Het is dikwijls een snel komen en gaan van gezichten, men krijgt geen voldoende kansen meer. Mannen hebben altijd meer werk dan vrouwen. Reclameopdrachten, daar haalde men vroeger z’n nieuw voor op. Meespelen in een soap was al helemaal minderwaardig in de ogen van theatermensen. Het kan verkeren. Nu is de belangrijkste norm op televisie komen! Er moet brood op de plank komen. Ik schat dat slechts zo’n 3% beroepsacteurs er ook echt kan van leven. Om te laten horen dat de actrice Bouve nog leeft bel ik wel eens mensen op. Daar voel ik me niet te schoon voor”.

Leven is een kunst, dat moet je leren

Een fanreis met actrice Mieke Bouve, daar bedankt ze voor. Ze nam liever deel aan de serie Stanley’s Route in Afrika. “Een bijzonder contingent, het liet een diepe indruk na. Het was een keerpunt in mijn leven. Jezelf tegenkomen, met jezelf geconfronteerd worden is een heel bijzondere ervaring. Na de opnames was ik 8 kilo afgevallen. Geloof me vrij, honger lijden is het ergste wat een mens kan overkomen. We leven hier in een luxewereld, dat weet ik nu wel zeker”.  Mieke wil een gezonde middenweg bewandelen. “Ik ben geen dolle mina maar zeker ook geen kwezel of een seut. Ik amuseer me ontzettend graag maar ik kan me soms ook zo overweldigend triestig voelen. Of ik gelukkig ben? Ik ben niet ongelukkig! Leven is een kunst, dat moet je leren. Een mens wil altijd meer en beter, maar dat is nergens voor nodig, je kan niet alles hebben. Werken is voor mij een gemakkelijke manier om aan de chaos, de wanorde in mijn geest te ontsnappen”.  
“Politici horen zichzelf graag praten”
Mieke Bouve is ondertussen gewend geworden om af en toe in te springen als gemeenteraadslid. Ze verving Annelies Storms, Lien Braeckevelt en Astrid De Brucyker na een bevalling en depanneerde de Gentse Sp.a toen Anne Van Lancker, die aan de slag ging bij de Verenigde Naties. “Nu je het zegt, ik ben de depanneuse, zo had ik het nog nooit bekeken. Ikzelf moet hiervoor als dank nog m’n eerste cadeau krijgen. De politiek is een wereld van ‘ons kent ons, we vergeten elkaar niet’. Daar hoor ik blijkbaar niet echt bij, ik ben geen paling. In de gemeenteraad of een commissie duurt to the point komen veel te lang. Het lijkt soms wel een one man show, ze horen zichzelf toch allemaal zo graag praten. Bouve heeft principes, neemt duidelijke standpunten in. “Het lijkt me belangrijk om consequent te zijn, anders krijg je het deksel op de neus. Maar aan principes vasthouden is niet altijd even gemakkelijk”. Sociale media, niets voor Bouve. “Moet iedereen zo nodig weten dat we vanavond spaghetti eten? ’t Is bezigheidstherapie, allemaal zo flauw, zo goedkoop. Echte vriendschap, dat is waardevol”.
Mieke is een perfectionist, soms een bange muis, voorzichtig met het hart op de tong. “Mij zal je niet vaak zien op de rode loper bij premières of andere chique bedoeningen. ’t Is toch allemaal zo nietszeggend”. De tand des tijds slaat bij iedereen toe, ook bij actrices. “Ja, ik wil dat niet ontkennen. Maar daar kan ik best mee omgaan. Een slechte karaktertrek? Ben nogal vlug kwaad, direct in mijn gat gebeten. Vergeten en vergeven duurt lang. Ik doorzie vlug mensen, dat heeft voordelen. En ik ben een nachtmens, word precies maar ’s avonds wakker”. Hoe is het gesteld met de emoties? “Ik ben een emotionele vrouw. Toen mijn idool Robert Long dood ging stortte mijn wereld compleet in. Tranen met tuiten heb ik toen gehuild, zeekanalen vol”. 
Hypergevoelig
HSP is geen ziekte, wel een karaktertrek met verschillende eigenschappen. Deze mensen beleven alles op hun eigen manier, ervaren de buitenwereld intenser en zijn gevoeliger dan gemiddeld. Ze filteren amper prikkels van buitenaf, die zowel fysiek als emotioneel zijn. Ze nemen alles beter waar dan anderen zoals stemmingen of lichaamstaal. Daarom dat ze zich immens goed kunnen inleven in de situatie van iemand anders. “Volgens vakliteratuur zijn hooggevoelige personen de beste artiesten. Tevens zijn ze ook veel gevoeliger voor geuren, smaken, geluid en licht. Zo ervaar ik het ook. Als ik stop met acteren wil ik kostuumadviseur worden. Mooie materialen, stoffen en kleuren kunnen mij beroeren”. Personen met HSP bezitten een goed ontwikkelde intuïtie, hebben veel interesses, zijn zorgzaam en krijgen snel inzicht in een situatie. We hoeven ons dus geen zorgen te maken over Mieke Bouve.
Frans Van Damme

Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week 45/2014
 
 
 

 

maandag 27 oktober 2014

Interview De Streekkrant: LUC DE VOS


‘Niet iedereen heeft het talent om gelukkig te zijn’

GENT Luc De Vos, frontman van de Nederlandstalige popband Gorki, schrijver van liedjes en auteur van columns voor al wie er om vraagt, waagt zich af en toe ook wel eens aan een roman. Hij heeft een uitgesproken en ongegeneerde mening. Naar eigen zeggen heeft hij geen straffe verhalen te vertellen. We doen toch een poging.
“Als kind stond mijn besluit al vast, ik zou muzikant worden. Het had een erotische aantrekkingskracht, vooral die schone madammen die aan de voeten van muzikanten lagen maakten op mij een diepe indruk”. Een absurde jongensdroom die werkelijkheid werd. De Vos was een buitenbeentje want niemand in de familie had artistieke ambities. “Mijn 3 broers en 3 zussen hebben een respectabel, normaal beroep. Ik was een nakomertje en ben mislopen (lacht)”. Het gaat De Vos nochtans voor de wind. Het fuifnummer van het betere soort, de wildebras met als specialiteit dansen op de toog, een drankorgel en vrouwenversierder werd een hardwerkende vaderfiguur. “Dat is het voordeel van ouder worden, dan weet een mens veel meer. Wat vrouwen betreft, ‘k ben een diesel, kom traag op gang. Liefdesverdriet is voor jonge mensen. ’t Is zoals Jezus zei: ‘Liefde kan niet sterven’. Bier drinken zoals een koe water lukt me niet meer, ben er nadien dagenlang ziek van. Geef mij maar een goeie echte Coca Cola. Geen Pepsi, niet te zuipen, dat smaakt naar nafte”. Luc heeft nood aan regelmaat in z’n leven. “Noem mij gerust een oude ezel, graag zelfs. Na een optreden uit de bol gaan zoals vroeger is voorgoed voorbij. Zowat 50 Gorki optredens per jaar blijven niet zonder gevolgen. Mijn stem gaat achteruit, hoge tonen halen valt moeilijker. Het artiestenleven is niet meer la vie de bohème zoals velen denken. Van alles in het leven moet men proeven wanneer men jong is. Was ik nu jong, ik zou zot worden”.  
De Vos doet zich tijdens het gesprek te goed aan een flinke ‘dessert van het huis’. “Het verleden is voorbij en de toekomst bestaat niet, na ons is het gedaan. Dus vergeet niet te leven, maak van elke dag een feest. Helaas heeft niet iedereen het talent om gelukkig te zijn”. Toch straalt De Vos een zekere tristesse uit. Schijn bedriegt? “Hier zit een vrolijke jongen. Maar nu je het zegt, ik heb nog nooit een echt vrolijk nummer geschreven. Alhoewel, enige ironie en humor is nooit ver weg. Het is hard werken voor de kost. Niets komt zomaar mijn richting aangewaaid. Ik ben al 25 jaar zelfstandige en heb altijd alles netjes kunnen betalen. Iets om trots op te zijn. Ik ben rijk en beroemd (lacht)”.
‘Ik betaal graag belastingen’
De Vos is blijkbaar een plichtsbewuste vent van Gent. “Ik betaal graag belastingen. We leven immers in een welvaartstaat. Zelfs al hebben minderbedeelden, Roemenen, vluchtelingen, illegalen en andere mensen met allerlei tegenslagen toch een joekel van een i-pad, we moeten dat systeem van solidariteit en loyaliteit onderhouden. Dus mijn belasting betaal ik met plezier en met een grote smile. Politiek interesseert me verder niet. Heb hiervoor geen ambities maar heb wel een mening. Men krijgt de politici die men verdiend”. Eigenaardig, de Lotto maakt Luc oprecht boos. “De Lotto is misdadig. Hiermee doe ik een oproep om de Lotto af te schaffen. Deel het geld zo uit! De armoede stijgt tot nooit geziene hoogtes maar de Lottoreclame probeert dromen te voorspellen. Het principe is pervers, het geeft mensen valse hoop”.
Gorki opperhoofd Luc is gemakkelijk aanspreekbaar en vooral een herkenbare straatloper. Een vriendelijk woord is nooit veraf. “Dat mensen in de supermarkt mijn winkelkarretje controleren vind ik helemaal niet erg. Maar het is wel gênant en ambetant als men mij in de gazettenwinkel aan het beloeren is, terwijl ik mijn keuze maak in de afdeling seksboekjes.
‘We leven in het paradijs’
Luc De Vos belande toevallig in de literatuur. Het begon met een kleine column in een krant en ontdekte hij toen meer te kunnen dan liedjes maken, zingen en muziek spelen. Hij publiceerde onlangs een nieuw boek: Paddenkoppenland. In de hem kenmerkende laconieke toon schept de auteur Ronny De Keyzer, een jongetje dat opgroeide in de jaren ’60, net zoals De Vos. Dit innemende personage houdt de luie mens een spiegel voor, schetst en passant het portret van een verloren generatie. Een story over het zoeken naar geluk, liefde en muzikale roem. Het zou een autobiografische roman kunnen zijn, een sociologisch boek. “Misschien is het een samenvatting van mijn leven! Paddenkoppenland zie ik als mijn belangrijkste en beste werk. Ik maakte als jonge gast liedjes op m’n kamertje maar wat heb je daaraan als niemand het resultaat hoort. Ik heb het gevoel dat ik alsmaar beter word. Het klinkt misschien pretentieus maar ervaring en weten wat ik wil maken van mij een betere ambachtsman, zowel in mijn muziek als in mijn boeken”. Luc gaat gelukkig door het leven. “We leven in het paradijs, de beste tijd die er ooit is geweest. Ik begrijp niet dat er mensen ontevreden zijn. Vroeger was het wel anders. Mijn ouders waren hardwerkende, katholieke mensen. Pa werkte in de petrochemie, veel tijd om te genieten bleef er niet over. Hij stierf op z’n negenenvijftigste aan longkanker als gevolg van zijn job. Toen keek men immers niet zo nauw. Er waren geen boeken in huis, met uitzondering van het oud en nieuw testament. Op m’n twaalfde moest ik naar de kostschool voor een opvoeding die educatief helemaal niet klopte, het waren stuiptrekkingen van vooroorlogse methodes. Het was een omgeving die geen enkele aanleiding gaf tot enige hilariteit. Tja, mijn kindertijd had ik graag willen ruilen, zeker geen periode om nu geromantiseerd over te doen”.E
Een aalmoes voor oude boeken
Luc De Vos praat vlug en veel, neemt geen blad voor de mond. Hij hoopt vooral dat z’n boeken niet te vlug bij De Sleghte in de rekken liggen. “Ik heb slechte ervaringen met opkopers van boeken. Als student ging ik er mijn schoolboeken verkopen. Voor dure exemplaren van wel duizend oude Belgische frank gaf iemand van het personeel, met een vieze muile dan nog wel, mij een aalmoes”. Nog over iets te klagen? “Ik word echt kwaad van een lauwe pint bier en slecht eten. Je zou eens moeten weten wat sommige inrichters ons durven aanbieden om te eten  voor ons optreden. Echt niet te vreten. Zo’n onverschilligheid maakt me spinnijdig”. Maar Luc heeft ook z’n goede kantjes. “Ik hou van kinderen . Op een gezonde manier, ‘k ben zot van kinderen maar ben geen pedofiel hé. Kinderen kunnen mij ontroeren. Als huisman mijn zoon opvoeden was de mooiste periode in mijn leven”.
Frans Van Damme
 
Verschenen in De Streekkrant Groot Gent-Deinze, week 44/2014