maandag 12 oktober 2015

Interview De Streekkrant: patissier JACQUES BLOCH


‘Het mobiliteitsplan is een fiasco’

GENT Op 30 april 1899 opende Bloch frères in de Velstraat Boulangerie Viennoise, met als één van de specialiteiten pain à la grecque. Op 28 maart 2008 sloot de winkel definitief de deuren, na een traditie van zowat 110 jaar. Een monument in Gent verdween. Jacques Bloch (87) weet het zich nog allemaal exact te herinneren.
Een naam met faam, Bloch was een begrip. Bakken zit de familie in het bloed. De naam Bloch ruikt naar de heerlijke geur van versgebakken brood en banket. De overgrootvaders waren bakkers in Duitsland, in de Elzas. Omdat mijn grootvader geen soldaat in het Duitse leger wou worden vluchtte hij. Benjamin Bloch arriveerde in 1898 vanuit Brussel in Gent om zijn eigen filiaal te stichten. Familieleden hadden toen al in Brussel, Antwerpen, Luik en Oostende bakkerijen geopend onder de naam Boulagerie Viennoise, met een ongekend aanbod van brood en koeken. Viennoise had niets met Wenen te maken, het duidde op een bepaald soort gebak. Na de 1e Wereldoorlog veranderde het uithangbord in Patisserie Alsacienne, verwijzend naar de herkomst van de familie.”

Met de 2e  wereldoorlog op komst vonden de ouders van Jacques het te warm worden en vluchtten met hun kinderen naar New York. “Het was een bewogen reis. Onderweg bleven problemen ons achtervolgen, grenzen gingen dicht, er leek geen uitweg meer te zijn. We kwamen tijdens onze omzwervingen veel goeie mensen en veel profiteurs tegen. We deden alles op onszelf, misschien is dat ons geluk geweest. We hebben onderweg nooit joden ontmoet, we vielen helemaal niet op.” Grootmoeder besloot in de winkel in Gent te blijven. Ze had de Duitsers in de 1e wereldoorlog meegemaakt, ze zou het wel terug overleven. Het liep helaas anders. Op 28 januari 1943 pakten de Duitsers de vrouw op. “Men voerde haar naar de Dossinkazerne in Mechelen en zetten haar later op een trein naar Auschwitz, waarvan ze niet terugkeerde. Een  tante en oom waren eerder al afgevoerd naar Auschwitz. Een neef belandde in het concentratiekamp van Buchenwald, hij overleefde.”
In november 1945 keerden de Blochs terug uit New York. “Ik was toen 17 jaar. In New York heb ik gewerkt in een nieuwkuis. Terug in België leerde ik de bakkersstiel in Brussel. De bakkerij in Gent was ondertussen verkocht aan een collaborateur. Het was buurman Jean Daskalides die kon verhinderen dat de mensen na de bevrijding uit wraak het huis in brand staken.” Vader Rodolphe runde de zaak tot aan zijn overlijden in 1958, toen kwam de leiding in handen van zoon Jacques. Er bestaan geen Gentenaars die de verbruikzaal niet hebben bezocht. Deftige dames die van een kannetje koffie en taart genoten, dat was het beeld van de verbruikzaal, die reeds werd geopend in 1905. “Stijn Streuvels, Felix Timmermans, Prins Filip, alle bekende personages heb ik over de vloer gehad. Steeds heb ik afgewogen of ik wel of niet hun aankopen in rekening zou brengen. Ze hebben allemaal betaald zoals ieder ander.” De zaak kreeg bijna een mythische status. Toen patisserie Bloch de deuren sloot, haalde dit nieuws de nationale media, het trouw cliënteel bleef verweesd achter. “De zaak was door de hoge sociale lasten niet meer rendabel. Niets blijft eeuwig duren. Maar de mooie herinneringen blijven bewaard. Het was een moeilijke beslissing want klanten waren vrienden geworden” mijmert Jacques.
Er is nu ook goed nieuws voor de Bloch fans. “Bloch is Belgisch cultureel erfgoed. Onze legendarische cakes en suikerbroden zijn vanaf 10 oktober verkrijgbaar bij Delhaize, gemaakt volgens mijn receptuur en gefabriceerd onder toezicht van mijn vroeger chef-bakker Stefaan Elias” gniffelt Jacques. De naam Bloch blijft bestaan, hij is een gelukkige man. Echter, als het mobiliteitsplan ter sprake komt stijgt z’n bloeddruk. “Een dwaas plan, een fiasco voor Gent. Ik heb niets tegen fietsers maar sommige zijn echte fietsterroristen, zonder respect. Fietsers krijgen carte blanche, mensen zoals ik die afhankelijk zijn van een auto om zich te verplaatsen worden genegeerd. Als ik op de Kouter bloemen koop zijn ze verwelkt als ik thuis kom, door het vele nodeloos omrijden. Ik schrijf brieven naar schepen Watteeuw maar krijg nietszeggende antwoorden terug, totaal naast de kwestie.”

Bridgen en zijn charmante, jongere vriendin bezorgen Jacques een fijne oude dag. “Het leven is te kort om slecht te eten, daarom ben ik zo blij met mijn Sylva, mijn boterkoekske.”
 
 
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, week 39/2015

Geen opmerkingen:

Een reactie posten