maandag 3 oktober 2016

Interview De Streekkrant: Paul Van Cauwenberge


Gewezen rector – professor  Paul Van Cauwenberge

‘Ik pleegde roofbouw op mijn lichaam’

GENT Professor Paul Van Cauwenberge (67) leidde gedurende 2 ambtstermijnen de UGent als rector. Hij mag dan wel een internationale reputatie genieten als onderzoeker, het maakt hem niet wereldvreemd voor de gewone, simpele dingen van elke dag. Bij het begin van het nieuwe academiejaar een gesprek met een ex rector, het leek ons geen slecht idee.
Tijdens de jeugdjaren had Paul een buitengewone interesse voor journalistiek,  muziek en vrouwelijk schoon. “ Ik ben gelovig opgevoed en heb lang gedacht om missionaris te worden. Ik was de persoon in de klas van wie iedereen dacht: ‘Die gaat priester worden.’ Maar toen ik op mijn vijftiende de meisjes leerde kennen, ben ik van dat idee afgestapt. De buurman inspireerde mij om arts te worden. ”Hij studeerde geneeskunde, specialisatie neus, keel en oor. “Wie voor die richting koos kreeg de naam van dokter slijm en snot. Ik was nieuwsgierig, wou alles kunnen. Daarom heb ik ook 3 jaar lijkschouwingen gedaan maar kon er eigenlijk niet tegen. Vreselijk was dat, het was voor mij een brug te ver. Het is net zoals met speelfilms die slecht aflopen, ik kan er niet tegen.”

Paul was een brave rebel, altijd kritisch en mondig zonder op de barricaden te staan. “Er heerste toen een progressieve studentensfeer. Inspraak was onbestaande. De vraag naar verandering was hoorbaar maar kwam er pas echt na 1968. Later hebben we nog wel een paar keer een opstoot van studentenprotest gezien, maar studenten waren hoe langer hoe meer bezig met hun eigenlijke studie.” Wie hem goed kent is het er over eens, hij beschikt over autoriteit en natuurlijke gezag. Een kleine rondvraag bij oud studenten leert algauw dat Van Cauwenberge bijzonder populair was en graag gezien. Hij heeft in de loop der jaren niet enkel prestige opgebouwd in de universitaire wereld, hij was als expert par excellence ook nauw betrokken bij de globale hervorming van het hoger onderwijs. “Ik pleit voor samenwerking tussen alle hogescholen en universiteiten. Aan de pers liet ik mij eens ontvallen dat 1 universiteit voor gans Vlaanderen mijn grote droom was. Het werd me niet in dank afgenomen. Ondertussen blijft mijn idee ongewijzigd. Te weinig subsidie, het is een probleem. De goede resultaten zijn enkel mogelijk dankzij de inspanningen van het onderwijzend personeel.” De mentaliteit van studenten is in de loop der jaren flink gewijzigd. Of toch niet? “Het is meer een slingerbeweging geworden, de mentaliteit fluctueert. Mijn betrokkenheid bij studenten is altijd vrij groot geweest, trouwens nu nog altijd. Studenten zijn de toekomst. Onderwijs is belangrijk, wij zijn er voor de studenten, niet andersom.” Bij het einde van elk academiejaar worden de buizen met karrenvrachten aangevoerd. Studenten kunnen beroep aantekenen. Een kwestie van een beetje studeren en de luiaard uithangen? “Het is geen zegen maar ook geen vloek. Het zijn niet altijd de beste studenten die in beroep gaan. Voor anderen is het pure rechtvaardigheid. Het academiejaar begint op de 1e dag en niet op 1 januari.”
Hoe komt iemand met een drukke agenda en veel ambitie tot rust. “Ik zing graag. Countryblues en negrospirituals. Liedjes van de jaren ‘60, ‘70 en ‘80. Van Johnny Cash, Leonard Cohen en Nick Cave. Heb enkele cd’s gemaakt en zong ooit op de Student kick-off voor 30.000 studenten. Zenuwachtig dat ik was. Maar vanaf het ogenblik dat ik op het podium stond viel alle stress van mij af.” Toch was het niet altijd feest. In India kreeg Paul een hersenbloeding. “Het resultaat van roofbouw plegen op mijn lichaam. Te weinig aan sport gedaan, gerookt, ongezond eten … de schade is geleden. Ik wou met de fiets naar Compostella maar het kon niet meer, het werden fietstochtjes naar de bronnen van de Schelde (lacht). Ik weet mijn mogelijkheden en beperkingen. Als voetballer sloeg ik vroeger, vooral bij de vrouwen, geen slecht figuur. Maar dat kwam waarschijnlijk meer door mijn mooie benen dan door mijn sportieve prestaties.”

Liegen, machtsmisbruik en onrecht, Paul kan er niet mee overweg. Door alle politieke partijen kreeg hij een plaats aangeboden op kieslijsten. Hij hield altijd de boot af. “Ik heb nog zoveel andere dingen te doen. Mijn levensverhaal is er één van samenwerken. Misschien speelt het mee dat ik arts ben. Die moet iedereen helpen. Het is niet altijd gemakkelijk maar je moet mensen eerst zelf tot een inzicht brengen.” Zou het daarom zijn dat men Paul Van Cauwenberge een charismatische man noemt?
FRANS VAN DAMME


Gepubliceerd in De Streekkrant week 40/2016

zondag 2 oktober 2016

Interview DE ZONDAG: Martine De Regge


Martine De Regge (Sp.a)



‘Ik geloof niet in sprookjes’



Martine De Regge (59) blijft reeds jarenlang overeind in de Gentse politieke wereld. Sinds 1981 trouw aan de partij, 6 jaar gemeenteraadslid en 21 jaar schepen, een niet onaardig palmares. Als schepen van personeelsbeleid, facility management en administratieve vereenvoudiging, sinds 2013, kiest ze duidelijk voor hard en gericht werken in de luwte. Zonder kapsones, recht door zee, open communiceren ligt in haar lijn.



“Lang geleden was het mijn ambitie om burgemeester te worden, ik was trouwens niet de enige. Dat is nu voorbij. Een leven naast de politiek is niet altijd gemakkelijk maar het blijft een boeiende job. Noem me gerust een positieve realist, iemand die met beide voetjes op de grond blijft. Als kind was mijn droom dierenarts worden. Het ging uiteindelijk een andere richting uit, al blijft het toch in de lijn van de logica. In plaats van dieren zorg ik nu voor mensen.”



Was je kindertijd een leuke tijd?



“Als enig meisje tussen 4 broers was ik een braaf kind. Al heel vroeg sociaal geëngageerd. Sinterklaas, ik had al vrij vlug door dat er iets niet in de haak was met die man. Het was precies of ik hem van ergens kende. Het zal wel een nonkel of een buurman geweest zijn zeker. Het mysterie werd nooit opgelost. Een spaarvarken heb ik nooit gehad. Moeder deed met m’n spaarcentjes nuttige dingen, kocht mooie kleren voor mij als het nodig was. Sprookjes las ik wel, zoals de verhalen van Fabiola, maar eigenlijk geloof ik niet in sprookjes. In de liefde ben ik ook altijd zeer nuchter geweest.”



Men hoort wel eens vertellen dat het vroeger beter was.



“Vroeger was het anders, niet zozeer beter. Sommige mensen klampen zich dikwijls vast aan herinneringen. Pure nostalgie: het mooie onthoudt men, wat slechter was vergeet men graag maar al te vlug. Elke periode in een mensenleven heeft een bepaalde betekenis. Ikzelf heb het geluk gehad te kunnen en mogen studeren, dat was toen in elk gezin niet evident. Door diverse jobs tijdens de vakanties, ook als vrijwilliger, weet ik wat werken betekent, de handen flink uit de mouwen steken is me niet onbekend. Ik blijf eeuwig geloven in de goedheid van mensen.”



Wat maakt je bang?



“Angst is een slechte raadgever, maak mensen niet bang. Pak de problemen aan, geef kansen zodat iedereen het beste in zichzelf kan ontdekken. Daarom ook wil ik mij verder inzetten voor sociale gelijkheid. Al is het een kwestie van tijd en budgetten,

iedereen heeft recht op een dak boven zijn hoofd. Helaas kunnen me niet alles met een eenvoudige vingerknip oplossen. Wie het moeilijk heeft moet ook meekunnen in onze stad. Het blijft belangrijk investeringen en bedrijven aan te trekken. Ik ben gelukkig en blij dat ik hieraan mag meewerken.”



Wat is voor jou 1 mooie, opmerkelijke realisatie in de stad?.



“Moeilijke vraag. We hebben zoveel mooie projecten, op korte termijn werd heel veel gerealiseerd. In 2017 verhuist de huidige bibliotheek naar de Krook. Zo komt er ruimte vrij voor het inrichten van een modern, duurzaam en toegankelijk onthaal tot de administratieve diensten van Stad Gent. Alle Gentenaars kunnen hier tegen 2020 terecht met al hun vragen in plaats van dat ze nu nog op verschillende locaties moeten zijn in de stad.”



Is geld belangrijk in je leven?



“Op de Lotto spelen, dat behoort al lang tot het verleden. Hypothese, mocht ik toch meedoen en winnen dan zou ik het geld verdelen onder de mensen die mij genegen zijn. Vriendschap en oprecht zijn ten opzichte van mij is veel belangrijker, dat toucheert mij. Natuurlijk hou ik van het goede leven. Maar zonder echt een gezondheidsfreak te zijn let ik toch een beetje op mijn voeding. OK, het is niet goed te praten, maar een sigaret roken behoort tot mijn rituelen.”



Al gedacht aan het pensioen?



“Stoppen, nooit aan gedacht! Doorgaan zolang de kiezers het willen, zolang mijn gezondheid het toelaat. Een schepen heeft geen uiterste houdbaarheidsdatum, dat moet elkeen voor zichzelf uitmaken. Sterven, daar is nog tijd genoeg voor. Volgens mij bestaat reïncarnatie niet. Dus kunnen we beter blijven waar we zeker weten dat het goed is. Gent kende een transformatie van een grijze industriestad naar een bruisende, levende stad waar het goed is om te leven, wonen en werken.”



Frans Van Damme


Gepubliceerd in DE ZONDAG dd. 02/10/2016











Interview De Zondag: Tine Heyse


Tine Heyse (Groen)

‘In de politiek moet men tegen z’n verlies kunnen’

Toen Tine in 2000 haar opwachting maakte in de Gentse gemeenteraad werd haar vlug duidelijk dat je als nieuwkomer in de politiek nog veel moet leren. Vooral zaken die voor ervaren politici vanzelfsprekend zijn, maar waar je als nieuweling helemaal geen weet van hebt. Zonder kleerscheuren kwam ze die periode door. Haar dossierkennis wordt alom geprezen. “Misschien ben ik wel geen grote debateerder en geen politiek natuurtalent maar mij onder tafel praten is niet gemakkelijk.” Tine bleef ononderbroken in de gemeenteraad en werd  op 2 januari 2013 schepen van Milieu, Energie en Noord-Zuid toegewezen.

Eigenlijk kozen haar ouders Martine als voornaam  maar zelf maakte ze er gewoon Tine van. Ze werd opgevoed in het dialect, zo ging dat nog in die tijd. Tine  hield van de natuur en vond het maar normaal dat die moest beschermd worden. ”Ik kwam al gauw in de milieubeweging terecht en heb veel betoogd. Tegen autosnelwegen, voor de vrede, tegen kernraketten… Mijn ouders waren gewone mensen, een mondaal gezin. De liefde voor het milieu en de natuur kreeg ik vooral mee van vader.” Generatie en milieu waren bepalend voor haar schoolopleiding. Het werd technisch onderwijs, meisjes waren toen voorbestemd om die richting te volgen.” Verder studeren aan de universiteit was toen niet zo vanzelfsprekend. Maar ze kon nogal goed onderhandelen, trok thuis alle registers open en uiteindelijk mocht het. In 1983, een periode van hoge werkloosheid, studeerde ze af aan de universiteit. “Een jaar nadien heb ik pas werk gevonden dus ik weet maar al te goed wat het betekent om werkloos te zijn.” Toen destijds Agalev wou verbreden en mensen op hun lijst wou zetten die pasten in het profiel, maar nog geen politieke ervaring hadden, kwam Tine in beeld.

Kwam je al eens in aanraking met onrechtvaardigheid?

“Op school waren er gewone meisjes zoals ik en meisjes van rijkere afkomst. Hier ondervond ik voor het eerst wat onrechtvaardigheid betekent. Er werd op ons neergekeken, ik was maar de dochter van een kuisvrouw. Dit is me altijd bijgebleven. Sociale onrechtvaardigheid is vreselijk. Wie arm is moet zich daarvoor niet schamen. Opkomen voor de zwakkeren in onze samenleving is een nobele gedachte. Het klinkt misschien als een cliché maar geld is niet belangrijk, zeker niet de moeite waard om er ruzie over te maken. De garantie voor een gelukkig leven? Een warme thuis! Een waarde die ik mijn kinderen altijd heb meegegeven: kijk nooit neer op mensen.”

Je bent blijkbaar een vrouw met power !

“Klein maar dapper! Als jong meisje heb ik veel van de wereld gezien door te liften. Met autostop had ik enkele slechte ervaringen, werd lastig gevallen door nare mannen maar ik was niet op mijn mondje gevallen. Het waren gelukkig uitzonderingen, er waren meer mooie verhalen.” Ik ben geen tafelspringer, geen haantje de voorste maar laat niet op m’n kop zitten. In de politiek moet men tegen z’n verlies kunnen. Soms gaat het goed, soms wat minder goed. Opgeven? Nooit! Al bestaat er ook nog een leven na de politiek. Een romantisch type, neen, ik ben nogal nuchter en melancholisch. Genieten van kleine, simpele dingen maakt me blij. Mijn moeder is  lang geleden overleden. Mijn carrière heeft ze niet kunnen meebeleven. Ik zou haar nu willen zeggen: ‘Ma, ge ziet dat ik toch goed ben terechtgekomen hé’. Oude foto’s van vroeger koester ik want het maakt een deel uit van mijn geschiedenis. En mijn abonnement van AAGent wil ik voor geen geld van de wereld missen, ik ben een die hard fan in goede en slechte tijden. ”

Wat brengt de toekomst?

“Gent moet een propere stad blijven. Afval blijft een eeuwige strijd. Helaas, niet elke Gentenaar en toerist wil onze stad proper houden. Zwerfvuil is gewoon een kwestie van luiheid, dat maakt me echt kwaad. Gelukkig daalt het sluikstorten. Toch mogen we niet klagen, de vooruitgang is duidelijk merkbaar. Ik wil er elke dag voor ijveren om van Gent een ecologische en duurzame stad te maken, met aandacht voor het zuinig omgaan met de schaarse energiebronnen en grondstoffen. Gent moet zijn eigen propere energie opwekken en iedereen heeft recht op een goed geïsoleerde woning. Aandacht voor onze impact op het Zuiden is daarbij nooit ver weg”

Goede raad is altijd welkom!

“Kijk met een open blik naar de wereld. Een verharding van onze maatschappij is helaas de harde, goed merkbare realiteit. Overtuig mensen dat het ook anders kan. Wees bekommerd om mensen die het minder goed hebben. Samen kunnen we iets realiseren, als team, niet als einzelgänger.”   

Frans Van Damme


Gepubliceerd in DE ZONDAG dd. 02/10/2016

Interview DE ZONDAG: Filip Watteeuw


Filip Watteeuw (Groen)

‘Na een rondje lopen ben ik een beter mens’

Filip Watteeuw (54) was er van overtuigd dat het kartel SP.A-Groen de enige manier was om in het stadsbestuur te geraken. Stilaan groeide het vertrouwen en uiteindelijk kon men met een sterk vernieuwend en ecologisch programma naar de kiezer trekken. Het resultaat was een grandioze verkiezingsoverwinning. Groen haalde 10 zetels, Watteeuw werd schepen van Mobiliteit en Openbare Werken.

Omdat het cumuleren van een schepen- en een parlementair ambt bij Groen niet toegestaan is, legde Watteeuw zijn ambt als Vlaams Parlementslid neer. Bij zijn afscheid kreeg hij een paraplu cadeau. “Om open te trekken wanneer het in Gent moeilijk gaat” zei Kris Peeters. “Maar ik ben niet zo’n parapluutjesman” lacht Watteeuw. “Ik ben eigenlijk een politieke diesel. Eerst traag op gang, maar dan blijf ik wel volop doorgaan. Mijn bevoegdheden zijn me op het lijf geschreven. We moeten stoppen met enkel te denken vanuit het perspectief van de auto. Destijds ging mijn thesis over duurzame mobiliteit in Gent.”

Heb je goede herinneringen aan de jeugdjaren?

“In het dorp (Moorslede) waar we woonden was niet veel te beleven. Door de oliecrisis en de grote werkloosheid zag het er toen alles behalve rooskleurig uit. Ik las graag en veel, elke dag een boek. Ook serieuze literatuur, een nieuwe wereld ging voor mij open. Boeken uit de bibliotheek, want thuis was er geen grote weelde maar eten was er altijd. We kwamen niets te kort, vroeger had men minder nodig. Mijn ouders waren kleine zelfstandigen met een meubelwinkel. Mijn vader was een echte vakman, maakte zelf meubels, de geur van houtzaagsel zal mij altijd bijblijven. Ik ging bij de Chiro en werd er zelfs leider. Werken met jongeren, leuke spelnamiddagen organiseren, verantwoordelijkheid nemen, veel zaken in vraag stellen, het was een boeiende tijd. Als jonge gast kon ik het nachtleven in Gent bijzonder waarderen.”

Als schepen introduceerde Filip  een nieuw, controversieel mobiliteitsplan en kreeg hiervoor meermaals de wind van voren, was dikwijls de kop van jut, de zondebok.

Hoe ga je met kritiek om? No hard feelings?

“Je moet alles in de juiste context plaatsen. Ik probeer mijn werk goed en doordacht te doen, sommige opmerkingen raken mij. Een handelaar die ongerust is over zijn inkomen, ik begrijp de bekommernis en wil gerust meedenken. Een grote mond opzetten, grof en brutaal zijn, vuilspuwerij, op de man spelen en niet op de bal, daar heb ik het moeilijk mee. Gelukkig is dat een kleine minderheid, er komen ook veel positieve reacties.



Wat sommigen op sociale media durvenzetten is ongelooflijk, daar probeer ik niet op in te gaan.Ik ben de verpersoonlijking geworden van mobiliteit. Constructief zijn is de boodschap. Luisteren voorkomt verzuring, maak de mensen geen blaasje wijs. Als iets niet mogelijk mocht zijn dan zeg ik het ronduit.”

Als schepen, content in Gent?

“Het gaat me absoluut niet om titels maar wel om het realiseren en het in gang zetten van projecten. Vooruit gaan, draagkracht, gedrevenheid en geduld, het is een rare combinatie maar alles heeft nu eenmaal zijn tijd nodig. Gent straalt een unieke sfeer uit, de stad is een combinatie van gevestigde waarden, van creativiteit en van nieuwe, hippe zaken en locaties. Onze horeca bloeit, waterzooi, stoverij neuzekes, mosterd van Tierenteyn, hoofdvlakke, bloedworsten van Zwaenepoel, Mokabon koffie, kaas en rijstpap van het Hinkelspel… geef mij maar de stad. In een plattelandsgemeente zou ik niet meer kunnen leven. Trouwens, stadsmensen zijn broodnodig om de natuur te behouden.”

Is een drukke agenda onder controle te houden?

“Fietsen langs de Schelde, zo’n 15 km., geeft een zalig gevoel van totale ontspanning. Maar lopen is voor mij toch de mooiste sport die er bestaat, de beste manier om te ontstressen, om het hoofd leeg te maken. Mijn vrouw maakt er mij meermaals op attent dat ik een beter mens ben na een rondje lopen. Het is een kwestie van doseren. Anders hou je het geen 20 jaar vol. Vrijdagavond en zondagnamiddag zijn voorbehouden voor familie en vrienden. De grootste troef van echte vriendschap is de stilte, daar zijn geen woorden bij nodig.”

Een ultieme wens? Een favoriete one night stand ?

“We hebben een mooi netwerk van openbaar vervoer. Maar zelf eigen openbaar stadsvervoer organiseren, zoals vroeger de MI.V.G., daar droom ik van. Soms maak ik mij ongerust over de overbevolking in de wereld. Zowat 7 miljard mensen moeten eten, drinken…. het milieu en de natuur gaan eraan kapot. Wat die one night stand betreft, daar geef ik liever geen antwoord op. Er wordt al genoeg gebabbeld over mij (lacht).”

Frans Van Damme


Gepubliceerd in DE ZONDAG dd. 02/10/2016



Interview DE ZONDAG: Tom Balthazar


Tom Balthazar (Sp.a)

‘Als ge Gent graag ziet moet ge er zorg voor dragen’

Tom Balthazar (53) was tot 2007 advocaat, maakte in oktober 2000 zijn intrede in de gemeenteraad en werd door zijn collega’s aangeduid als Sp.a fractie voorzitter. Tom mag dan misschien wel niet zo populistisch zijn als Daniël Termont, hij doet in 2018 een gooi naar de burgemeesterssjerp. Hij wordt geprezen om zijn dossierkennis. Insiders zijn het erover eens: met 1 blik weet  hij elke situatie perfect in te schatten.

Balthazar is op zijn hoede. De laatste tijd had hij, naar eigen zeggen, wat minder prettige ervaringen met de pers. “Men noemt me wel eens de minzame jurist. Ik ben al vele jaren politiek actief maar heb nog nooit ook maar iets tegen mijn zin gedaan. Mijn inzet als gemeenteraadslid en schepen volgt op een sociaal engagement dat mij altijd heeft gedreven. Voor wat hoort wat, een gezonde arbeidsmoraal die me als kind werd meegegeven. Ik had ambities om journalist te worden maar daar wilde men thuis niets van weten. Als jobstudent vulde ik de rekken in de GB aan de Dampoort, was kelner in het nachtrestaurant Corner House waar veel dames van plezier kwamen. Ze waren altijd gul met het geven van fooien.  Van de fijne vleeswaren in het restaurant kwam ik terecht bij het lekkere vlees van vleesdistributeur Primus (lacht). Wat de liefde betreft heb ik wel het nodige verkennend werk gedaan.”

De lokroep van de Gentse politiek was intens aanwezig?

“In 2007 zette ik de stap naar een uitvoerend mandaat en werd schepen van milieu en sociale zaken. Nadien, toen in 2010 Karin Temmerman een overstap maakte naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers, nam  ik een groot deel van haar bevoegdheden over en werd schepen van milieu, stadsontwikkeling en wonen. Drie beleidsdomeinen met drie keer dezelfde grote uitdaging: werken aan een duurzame, aangename en leefbare stad.”

Binnenkort mogen we je misschien aanspreken met Burgemeester Balthazar!

“Ja, wie weet. Daar zullen de kiezers over beslissen. Het zal niet eenvoudig zijn maar dat is het nooit geweest. Bij de verkiezingen in 2012 kleurden 5.466 mensen het bolletje achter mijn naam rood en werd ik schepen van stadsontwikkeling, wonen en openbaar groen. Weet je, ik wil mij nergens opdringen. De kampioen handjes schudden ben ik zeker niet, op jongere mensen maakt dat trouwens nog weinig indruk. Geef hoop, doe geen valse beloftes, straal kracht en vertrouwen uit, wees eerlijk en oprecht, dat zijn goede eigenschappen. Als ge Gent graag ziet moet ge er zorg voor dragen. Ik zal er mij totaal voor inzetten. Ik ken de stad en zijn bewoners goed, dat helpt.”

Worden ouderen te vlug afgeschreven?

Soms wel, maar het is zeker geen algemene regel. Maar het is tevens goed dat jonge mensen een kans krijgen. De rotatie nu gaat vlugger dan vroeger. De kracht die van mensen uitgaat is belangrijk. Ervaring, weten wat er leeft, nieuwe ideeën, zich totaal inzetten mogen we niet zomaar wegcijferen. Als politicus ontmoet je veel mensen, kan je veel realiseren. De job is zeer gevarieerd. De medaille heeft ook een keerzijde: gebrek aan tijd voor jezelf en de familie, de vrienden. Er blijft te weinig tijd over om te ademen, om te bezinnen, om nieuwe dingen te ontdekken.

Tijden veranderen. Heb je daar moeite mee?

Neen, eigenlijk niet.  Al geef ik grif toe, mijn website moet dringend eens serieus bijgewerkt worden. Als het maar eventjes kan spring ik elke zondag, vroeg in de morgen, in het zwembad. Daarna naar de bakker om pistolets. Op zondagavond sta ik achter de kookpotten. Italiaanse kost is mijn specialiteit. Mijn vrouw en kinderen zijn echt enthousiast over mijn culinaire escapades. Enfin, ze eten toch alles op wat op het bord komt (lacht). Italië is trouwens ook mijn favoriete reisbestemming.

Doodgaan doen we allemaal. Is euthanasie een goede of slechte evolutie?

De wereld van de gezondheid heeft me altijd erg geboeid. Als kind wou ik arts of dokter worden. De angst om als chirurg niet handig genoeg te zijn deed me uiteindelijk kiezen om rechten te studeren en specialiseerde me als jurist in medisch en gezondheidsrecht. De zelfstandigheid van patiënten  moet gerespecteerd worden. Patiënten worden hoe langer hoe meer mondiger, het is een goede evolutie.  Men moet zelf kunnen beslissen over euthanasie , palliatieve zorg of een andere behandeling. Leven is het belangrijkste geschenk waar we, in alle omstandigheden, met respect moeten mee omgaan. Of er leven is na de dood? Denk  het niet, ik ben zo goed als zeker dat het na ons gedaan is. Leef dus hier en nu!”

Frans Van Damme


Gepubliceerd in DE ZONDAG dd. 02/10/2016


Interview DE ZONDAG: Elke Decruynaere


Elke Decruynaere (Groen)

‘Gentenaars hebben zin voor initiatief’

Toen Elke Decruynaere in januari  2013 schepen werd van Onderwijs, Opvoeding en Jeugd. was ze al 6  jaar goed bezig als gemeenteraadslid. Juni 1981: Ronald Reagan werd president van Amerika, Charles en Diana waren volop hun sprookjeshuwelijk aan het voorbereiden, Mark Eyskens leidde de regering, het land was in crisis maar in het klein dorpje Aalbeke (nabij Kortrijk) kon het geluk niet op, Elke werd geboren.

In 1999 werd ze lid van Agalev. “Vooral uit boosheid en verontwaardiging. Men was de wereld, onze wereld voor later, om zeep aan het helpen. Al vrij vlug leerde ik dat als je flink nadenkt, je mond opendoet op het goede moment en je mening laat horen, je de wereld een stukje kan helpen veranderen in de richting die jezelf wil.” Ballet, dictie, toneel, muziek, karate, Chiro en Scouts, Elke had een brede interessesfeer. “Ik had het soms wel moeilijk met de autoriteit van de leiding, was nogal kritisch ingesteld en verkaste al eens van jeugdbeweging.”

Nog herinneringen aan je jeugdjaren?

“Vader en moeder waren niet echt politiek geëngageerd maar ze gingen wel betogen tegen de kernraketten. Ik ging naar de lagere school bij de nonnetjes. Niet omdat mijn ouders katholiek waren maar het was dichtbij huis. Ten tijde van de Dutroux-affaire verlieten we spontaan de lessen om op straat te gaan protesteren tegen het ‘spaghetti-arrest’. Hierdoor werd onderzoeksrechter Connerotte van het onderzoek gehaald omdat hij samen met een paar slachtoffers van Dutroux aan tafel zat met een bord spaghetti. Uiteindelijk kwam ik aan de Gentse Unief geschiedenis studeren en leerde er een leuke jongen kennen. Van het een kwam het ander. We kwamen, na een tussenstop in Kortrijk, naar Gent wonen. Gent vonden we toen, en nu zelfs nog veel meer, een fantastische stad met een rebelse sfeer en bewoners met zin voor initiatief. Dat weet ik bijzonder te appreciëren, het maakt de stad uniek.”

Had je een sterke band met je ouders?

Ik werd als het middelste kind van 3 geboren. Mijn broer is verstandelijk gehandicapt, een gezin wandelt niet altijd over rozenblaadjes. Mijn mama kreeg een trombose 2 dagen voor mijn verkiezing als schepen. Dat kwam bijzonder hard aan. Ik hoop dat ik kan terugdoen wat mijn ouders allemaal voor mij hebben gedaan. Wij kregen waarden voor het leven mee, ik wens het iedereen toe. Helaas heeft niet elk kind het geluk op te groeien in een positief milieu. Voor kinderen die weinig meekrijgen van thuis is het dan ook zo belangrijk dat er een goed vangnet wordt voorzien. Dat zorgt voor minder criminaliteit, een goede job en een betere gezondheid. Dat rendeert naar de toekomst toe. Het is bewezen dat elke euro geïnvesteerd in jeugdopvang verdient zichzelf tot 7 maal terug, dat is bewezen.

Onderwijs, Opvoeding en Jeugd, het ligt je blijkbaar bijzonder goed.

Tijdens mijn schepenambt werd ik voor de 2e maal mama. Dus ik weet waarover ik spreek, als moeder én als schepen. Ik geloof enorm in participatie-initiatieven met kinderen en jongeren, waarbij ze zelf ondervinden hoe besluitvorming werkt. Dat werkt mobiliserend. Het is goed voor onze democratie en leert jongeren zelf nadenken over de maatschappij en over hun toekomst. Het laat hen voelen dat je niet bij de pakken moet blijven zitten. Geloof me vrij, het is hard werken, het gaat immers om ruim 120.000 leerlingen. Het geeft echt heel veel voldoening. Elke week staat een schoolbezoek op mijn agenda. Niet enkel om er wat handjes te schudden en koffie te drinken. Wel om ernstig te luisteren naar de noden en grieven van leerlingen en leerkrachten.

Hoe wil je dat mensen je laten herinneren?

“Als een fiere schepen, iemand met een groot en warm hart voor kinderen. Als een mens met een sociaal hart, een schepen die er heeft meegewerkt aan een stad waar er ook nog voldoende aandacht, plaats en respect is voor oma’s en opa’s. Waar iedereen veilig kan wandelen, fietsen, spelen. Oorlogen, terrorisme, miserie… dat maakt we bang. Maar onderschat de jeugd niet! Syrië, het Midden Oosten…het zijn items welke  hard leven onder de jongeren. Ze zijn er echt mee bezig en willen het anders. Dat stemt me hoopvol. Samen moeten we werken aan een betere wereld waarin onze kinderen en kleinkinderen zorgeloos kunnen opgroeien.”

Nog een wens voor de toekomst?

Wat meer vrije tijd zou meer kwaliteit geven aan mijn leven. Mijn gezin zou dat zeker ook leuker vinden. En dat ze nooit mijn splinternieuwe fiets, met achterop 2 kinderzitjes, stelen. Want mijn fiets is mijn vrijheid.

Frans Van Damme


Interview verschenen in DE ZONDAG dd. 02/10/2016


Interview DE ZONDAG: Christophe Peeters


Christophe Peeters (Open Vld)

‘Ik beoordeel mensen op hun waarde’

Christophe Peeters (42), schepen van Financiën, Feesten, Middenstand en Innovatie kwam op 20-jarige leeftijd, als jongste raadslid in de geschiedenis van Gent, in de gemeenteraad. Sommigen durven zelfs te spreken van de mooiste ooit. Politiek werd hem van thuis uit met de paplepel ingegeven. “Liberaal zijn is een manier van leven, geen ideologie. Vanaf mijn 14e ben ik al lid van de partij, al hecht ik mij niet aan wat is geweest. Nieuwe omstandigheden vragen om nieuwe inzichten. Een plakboek met knipsels over mezelf bestaat niet, nergens voor nodig.”

Christophe doet zijn job bijzonder graag, hij wil het evenwicht bewaren, zaken mogelijk maken, naar oplossingen zoeken en het verschil te maken. Christophe wil meteen een hardnekkig gerucht uit de wereld helpen. “Neen, bij de volgende verkiezingen zal ik niet overlopen naar een andere partij. Ik blijf de Open Vld trouw, mijn liberale normen en waarden zijn nergens anders terug te vinden.” Jarenlang was hij zowat de meest begeerde vrijgezel in de stad. Maar 5 jaar geleden kruiste Wendy zijn pad, het huwelijk staat op de planning voor volgend jaar.

Hoe begon eigenlijk je Cupido verhaal ?

“Wendy was daar aan het fietsen en ik zat bij een andere fietstocht in de volgwagen. Op de Tourmalet sloeg de vonk over. Neen, sportief ben ik helemaal niet, Wendy sport nu voor ons twee, dat volstaat. Ze kan als kinesitherapeute bijzonder goeie massage geven (lacht). Of ik de ideale schoonzoon ben? Dat is alvast toch de bedoeling. Neen, ik ben geen handige Harry en een romantische man al evenmin. Wel galant, attent en charmant, zegt men toch. Ik ben ondertussen gestopt met roken. Het was een voorwaarde van Wendy.” In Gent maakt Christophe mee de wetten, thuis is het blijkbaar Wendy. “

Bestaat eeuwige liefde?

Van dat idee vertrekken we. We gaan er samen stevig aan werken om er iets moois van te maken. Huishoudelijke taken zoals strijken, spaar me daar van. Koken lukt me vrij aardig. Een handige Harry ben ik absoluut niet. Al geprobeerd maar de schade is nadien niet te overzien. Geschiedenis heeft mijn absolute interesse. In mijn schaarse vrije tijd verslind ik boeken. De zondagavond is heilig, dan spelen we samen spelletjes. Neen, niet wat je denkt, ik bedoel gezelschapspelletjes met vrienden (lacht).”

Hoe is het gesteld met je vriendenkring?

“Mijn persoonlijke vrienden appreciëren mij om wie ik ben en niet om wat ik doe. Als er ooit een einde komt aan mijn carrière als schepen kan ik 75 % van de mensen in mijn adressenboekje schrappen, we moeten daar niet flauw over doen. Of ik vrienden heb in de politiek? Ik ben nog bij niemand van het college thuis geweest. Correct en vriendelijk zijn met de collega’s wil nog niet zeggen dat we samen Kerstavond moeten vieren. Ik geef niet om titels, beoordeel mensen op hun waarden. De onwil van sommigen om iets te bereiken, dat is ergerlijk. Doelbewust zaken fout voorstellen, mist spuien, anderen belazeren maakt me kwaad. Het leven is dikwijls slechte cinema. Ik ben niet rancuneus maar vertrouwen mag nooit geschonden worden.”

Je mag dan wel schepen van Feestelijkheden zijn, het leven is voor niemand elke dag een feest.

“Toen begin dit jaar mijn vader overleed was dat een harde klap. Hij genoot veel respect bij zijn collega’s van de recherche, had een mooie staat van dienst.  Het leven is nu eenmaal eindig. Ook met mijn overleden grootmoeder zou ik nog graag eens babbelen. Schrik van de dood heb ikzelf niet, wel van sterven en afzien. Vechten tegen ziektes lijkt me vreselijk. Na ons is het definitief gedaan. Dat is spijtig want ik zou willen weten hoe het leven na mij verder gaat, wat ik niet heb mogen meemaken. Voor alle zekerheid kunnen we toch maar beter hier en nu plezier maken.”

Als je mocht kiezen voor een andere bevoegdheid in het schepencollege, welk zitje zou je kunnen bekoren?

“Ik ben bijzonder blij met mijn huidige bevoegdheden, financiën ligt me bijzonder goed, cijfers, centen en procenten zijn mijn grote passie. Al lijkt burgemeester worden nog niet zo een slecht idee. Ambitie hebben is het leven, daar is niets fout mee. Integendeel! Weet je, ik heb oneindig veel geduld als ik op het einde maar mijn gelijk krijg (lacht). Ik twijfel continu aan mezelf, ben niet zo zelfverzekerd als men denkt. Dat heeft ook voordelen. Leren uit je eigen fouten zorgt voor een comfortabele toekomst. Als kind wou ik F16 piloot worden. Helaas, hiervoor waren m’n ogen niet goed genoeg. Gelukkig heb ik in de politiek een klare kijk.”

Frans Van Damme



Verschenen in DE ZONDAG dd. 02/10/2016