maandag 28 december 2015

Interview De Streekkrant: GILLES DE SCHRYVER


‘Niet alle acteurs krijgen voldoende kansen’

GENT Acteur Gilles De Schryver (31) liet het beste van zichzelf zien in heel wat populaire televisiereeksen. Hij werd het meest opgemerkt door het grote publiek in o.a. de reeks Code 37 en Tom & Harry, maar ook in films als Ben X en Hasta la vista!. De ambitie van Gilles is groot, laat je vooral niet misleiden door zijn onschuldige, jongensachtige blik.
Hij studeerde met onderscheiding af als bachelor aan het Koninklijk Conservatorium Gent, richting Drama. Perfect tweetalig, dat geeft kansen. “Ik ben tweetalig opgevoed. De ouders van mijn ouders waren tweetalig. En mijn ouders ook. Thuis werd er Frans gesproken en Nederlands spraken we op school. ” Als kind leerde hij ganse filmdialogen uit het hoofd, hij wou acteur worden. Zijn kinderdroom werd later werkelijkheid. Gilles was voorwaar een vroegbloeier. “Zeker in de liefde! Op m’n 14e had ik al een lief,  het was serieus, we bleven 5 jaar samen. Verder was ik eigenlijk al bij al een eerder braaf ventje, actief bij de scouts. Maar mijn kameraden hadden altijd veel straffere verhalen te vertellen. Of liefde voor eeuwig is? Liefde misschien wel, maar relaties? (lacht) Ik denk dat relaties tussen mensen een beperkte levensduur hebben. Als je geluk hebt kom je terecht in een relatie die langer is dan je eigen levensduur.”

Niet alleen met zijn talent maar ook met zijn lengte weet hij te verbazen. Alle grote acteurs zijn klein van gestalte. Tom Cruise is niet groot, Al Pacino ook niet. “Ik speel mee in films maar voel me zeker geen filmster. Ik ben begonnen op de planken en ik zal er eindigen, denk ik.  Sterven op het podium, ja dat lijkt me wel wat. Code 37 en Tom & Harry was een kijkcijferkanon, elke week meer dan 1.000.000 kijkers. Dat haal je nooit op scène maar ik zou het ene niet kunnen zonder het andere, al gaat mijn voorkeur toch uit naar theater. Direct contact met het publiek werkt als meditatie, een heel bijzondere ervaring met als resultaat een gelukzalig gevoel.”  Het leven van een acteur loopt niet altijd over rozen. Veel concurrentie, zoveel is zeker. “Acteurs blijven constant op zoek naar werk, opdrachten duren dikwijls niet lang. Het evenwicht is zoek, niet iedereen krijgt voldoende kansen. Producenten nemen soms weinig risico en dat is best te verstaan want ze willen zekerheid. Een bekend gezicht is veiliger voor de investeerders van het project.” Hoe voelt het om de smaak van het succes te proeven? Hij blijft er bescheiden bij. “Ik zoek het beeld dat mensen zich soms kunnen vormen over succes niet graag op! Daarom hou ik ook niet echt van het woord succes als het gaat over een carrière. Een succesvolle carrière betekent nog geen succesrijk leven. Hoe dan ook, wie zich teveel met populariteit bezig houdt wordt doodongelukkig. Flaneren op rode lopers, het hoort bij de metier maar ik doe het niet graag. Bekendheid moet je relativeren. Ik ben niet meer dan een ander, als het regent dan regent het op iedereen. Om rijk te worden moet je zeker geen acteur worden, het is een onzeker bestaan maar juist dat vind ik wreed wijs. Ik doe weinig dingen die ik niet graag doe want ik word dingen zeer snel beu, een carrièreplanning is daarom ook onmogelijk.”
Enkele jaren terug stond hij te pronken op het lijstje van meest sexy BV’s. Met een zekere naïeve flair brengt hij de fantasiewereld van menige puber op hol. “Het is niet dat ik de kleren van het lijf word gerukt. Ik zie wel meisjes omkijken, maar als je een paar keer op tv komt, leer je wel omgaan met dat soort blikken. Je sluit je daar een beetje voor af, je leert daar naast of daarover te kijken of daar abstractie van te maken. Laat ik het zo resumeren: ik heb daar eigenlijk niet zoveel last van.” Ook in de gaywereld heeft Gilles heel wat stille aanbidders. “Ja, men zegt dat toch. Zelf heb ik er opnieuw weinig last van, dat soort aandacht komt zelden tot mij. Ik ben alleszins  gelukkig met mijn eigen vriendin.

Enthousiasme en motivatie zijn de sleutelwoorden van Gilles, het lijkt wel of hij met zijn grote aaibaarheidsfactor iedereen wil behagen. Het buitenland staat absoluut niet op z’n verlanglijstje. “Met wat ik nu hier allemaal mag doen amuseer ik mij fenomenaal. Ik kan me zelfs veroorloven om kritisch te zijn. Voor volgend jaar staan 3 nieuwe films op de planning.”
Met kerstmis zo dichtbij, welk cadeau mag er voor Gilles onder de kerstboom? “De vluchtelingenproblematiek grijpt me sterk aan. Eigenlijk heb ik maar 1 wens: dat iedereen wat te eten heeft en dat niemand in de kou moet slapen!”

Frans Van Damme 
 
 
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, 30/12/2015
 

 

maandag 14 december 2015

Interview De Streekkrant: JESSIE DE CALUWE

‘De gouden jaren liggen voor je, niet achter je’

GENT Jessie De Caluwe (59) mag dan wel niet meer te horen zijn op de radio, niet meer te zien zijn op televisie, niemand is haar vergeten. Jessie heeft nu een nieuwe theatershow: ‘Tussen hier en daar’. We gingen praten met de vrouw die het talent heeft om woorden te schenken aan het onzegbare.
“Mijn ouders hadden een café, mijn grootouders aan beide kanten waren cafébazen, mijn oom zat in de horeca. Er waren in ons dorp 32 kroegen, en dat voor slechts 3000 inwoners. Ik ging niet zo graag op school, hield niet van een streng schoolregime. Des te enthousiaster volgde ik ‘s avonds lessen toneel, daar voelde ik mij op m’n plaats. Overal nam ik deel aan voordrachtwedstrijden. Dikwijls tot groot ongenoegen van de andere deelnemers omdat ik meestal met de 1e prijs ging lopen. Als ik ergens aankwam ging er zo een zucht op van ‘ah nee, daar heb je ze weer’. Dat zeggen ze nu soms nog als ik ergens kom.” (lacht). Nadien deed ze met bravoure, als professional, alles rond woord: radio, televisie, boeken, theater en coaching.

Al was het niet altijd rozengeur en maneschijn. Ze was razend populair, geen valse bescheidenheid, Jessie was een BV toen het woord nog niet eens bestond. “Altijd kunnen en mogen doen wat ik graag deed, dat voelde goed aan. Maar het is niet omdat je iets graag doet, dat je het ook goed doet. Je moet kritisch blijven voor jezelf, dat deed ik voortdurend.” Uiteindelijk werd het een televisiecarrière zonder happy-end. “Ik werd gewoon de laan uitgestuurd, aan de kant geschoven. Binnengehaald  met de rode loper en langs de keuken terug naar buiten, dat doet pijn. Men kon me niet meer gebruiken, mijn ervaring was plots van geen tel meer. Toen constateerde ik dat vrienden dikwijls meelopers zijn.” Zowat 15 jaar lang flaneerde ze in Gent, in de Hotsy Totsy was ze een graag geziene klant. “Een stad met een groot hart, met een bevolking die niet altijd tussen de lijntjes kleurt, dat ligt me wel. Mocht Gent aan de zee liggen, ik kwam er direct terug wonen.”
Jessie verdween van de mediaradar, ze koos voor de rust en vertrok naar Marokko. “In een heel ander tempo heb ik er 3 jaar gewoond in een klein dorpje, geleefd in een heel ander tempo. Ik had rust nodig, er is in het leven meer dan werken alleen. Het was noodzakelijk om er een andere taal te gebruiken. Je niet kunnen uitdrukken in je eigen taal, geen nuances kunnen leggen, het was moeilijk. Leren genieten van wat er wel is en zich niet ergeren aan wat er niet is, dat moet de essentie zijn. Ik leerde er Pierre kennen, een charmante Fransman. Hij had er een B&B, ik vlieg nu op en af. Het evenwicht is perfect. Samen genieten van de stilte en de sterrenhemels… zalig! Liefde kan voor altijd zijn maar niet met iedereen. Het is belangrijk te kunnen delen, anders leef je niet.”

Jessie is helemaal terug van weggeweest. Op 21, 28 januari & 6 februari is Jessie, samen met acteur Jo De Caluwe te zien in nog een nieuwe productie: Liefdesbrieven. (Info Theater Tinnenpot: 09/ 225 18 60). Ze gaat op tournee met haar poëzie-, kinder- en verteltheater. Over haar jaren in Marokko vertelt ze tijdens haar theatershow ‘Tussen hier en daar’, muzikaal begeleid voor Hilde Van Laere. “De voorstelling is een reis- en liefdesverhaal. Met anekdotes, chanson en poëzie. Een muzikale reis van 50 minuten tussen hier en daar. Maar waar is hier en waar is daar?” De reacties zijn unaniem positief, na elke voorstelling wordt duidelijk hoezeer het publiek  genoten heeft van dat bad van rust.
Als samensteller van 'Alleen witte bloemen', een cd-boek met gedichten over afscheid, verlies en troost, en 'Liefde in woorden', een cd-boek met gedichten over een onstuimige, onvergetelijke en onsterfelijke liefde weet ze menig hart te beroeren. “De gouden jaren liggen voor je, niet achter je. Het leven is niet a priori mooi, je moet het zelf mooi maken” geeft Jessie nog graag mee. “Soms kan ik, als emotionele vrouw, verdrietig zijn. Dat hoort bij het leven, gelukkig zijn is dikwijls een momentopname. Zet de televisie aan en je ziet voortdurend miserie in de wereld. Sommige mensen leren nooit van hun fouten. Scherm je af van personages die het niet zo goed met je voor hebben, je pijn doen. Heb ik gedaan, het werkt therapeutisch, want het absolute geluk heb ik nu eindelijk gevonden.”

FRANS VAN DAMME
 
Dit artikel verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, week 51/2015

zondag 29 november 2015

Interview De Streekkrant: acteur Philippe De Maertelaere


‘Elke relatie heeft een vervaldatum’

GENT Na de theaterhit en relatieparodie ‘Caveman’, en het vaderschapsgevoel in ‘Leve Papa’ brengt Philippe De Maertelaere (62) de logische opvolger ‘EX’. Philippe is tevens de helft van het wereldbekende Vlaamse theaterduo Wurre Wurre. Met zijn gevoel voor humor en zijn improvisatietalent weet hij spontaan te imponeren. Een leuk gesprek met een leuke man.
Hij houdt de school vlug voor bekeken en gaat rondzwerven.”Eigenlijk wou ik als kind graag fietsenmaker worden maar het liep anders. Druiven plukken in Frankrijk, appelsienen in Griekenland, het avontuurlijke trok me wel aan. Onderweg kwam ik toffe en minder toffe vrouwen tegen. Een lief kost geld dus verkocht ik zelfs tandenborstels huis aan huis, niets was mij minderwaardig.” Uiteindelijk komt  Philippe als figurant in de Gentse opera terecht, gooit zich als autodidact in het theater en maakt er zijn beroep van.
Samen met Tom Roos richt Philippe de Vereniging Zonder Doel ‘Wurre Wurre’ op, ter veredeling van het nutteloze. Het geheim van hun succes? “Het gezelschap ontwikkelde een eigen heldere stijl, in eenvoud van middelen, waarin het absurde en het burleske zich vermengen met surrealisme en poëzie, overgoten met een overdosis droge humor. We kregen algauw internationale erkenning en toerden
langs talrijke internationale festivals van Canada tot Afrika en van Japan tot Nieuw-Zeeland. In de gouden jaren verdienden we goed geld, ik kon mijn huis afbetalen.”

Als acteur is Philippe De Maertelaere ondertussen het vleesgeworden ‘Caveman’-type. Het publiek smult van zijn heerlijke, bijna vertederende naturel. De Vlaamse "Caveman" was de langst lopende one-man comedy in de Vlaamse theatergeschiedenis. Met evenveel enthousiasme 650 voorstellingen het toneel opstappen, het lijkt onmogelijk, onmenselijk zelfs. De lichten gaan uit in de zaal, de automatische piloot gaat aan op scène? “Nooit! Telkens een andere zaal, een ander publiek, dat geeft een boost, zorgt voor spanning. De magie van theater kan je niet onder woorden brengen.”
Met de productie‘EX’, het sluitstuk van een trilogie waarin Philippe door de natuurlijke levensfases van zijn personage fietst, is de nieuwste komische voorstelling op maat van een breed publiek. De bekende Gentse auteur Jo Van Damme, huisschrijver van het Vernieuwd Gents Volkstheater, schreef het stuk in opdracht van Philippe. “De story etaleert het wel en wee van een koppel, in goede en kwade dagen, maar met een louterende en troostende lach. Ongecompliceerd, scherp en hilarisch op maat van een breed publiek. Verrassend en nieuw, het werd geen monoloog  maar een samenspel met actrice Anouk David. Het eindresultaat lijkt erg veel op een thriller-comedy waarbij het publiek plat ligt van het lachen.” Een verhaal uit het leven gegrepen? Twee mensen beloven elkaar het allermooiste maar altijd blijft de cruciale vraag hoe het verder moet. Toch niet autobiografisch mogen we hopen? “Gelukkig niet, mij hoor je niet klagen. Al zit er soms wel al eens iets scheef hé (lacht), dat is bij andere koppels niet anders. Toch is het dikwijls zo dat waar brokken moeten gelijmd worden er niet altijd lijm voorhanden is. Ontelbare factoren bepalen het geluk, je hebt het dikwijls niet allemaal in de hand. Elke relatie heeft een vervaldatum, dikwijls de dood maar ook vaak panne onderweg.”

Een acteur heeft ook een uiterste houdbaarheidsdatum, succes  en populariteit zijn vergankelijk, wat daarna? “Het zou erg spijtig zijn vast te stellen dat het publiek geen interesse meer heeft in wat ik doe. Ik ben niet vies om m’n handen vuil te maken, ben niet veeleisend, niet echt materialistisch. Een goed boek en een (liefst elektrische) fiets volstaan, veel is dikwijls ballast. Een leuk café openen zou wreed wijs zijn. Of misschien een job in het alternatieve circuit. Vroeger ging ik met jeugddelinquenten op stap, 3200 km. in 4 maanden. Dat was een alternatieve straf waardoor die gasten zich konden vrijkopen. Hun laatste kans, wie het niet wou ging naar de gevangenis. Zo’n systeem bestaat nog steeds. Er zijn dus perspectieven voor mij, als begeleider bedoel ik hé (lacht).”
Komieken zijn thuis nogal eens de zure appel zegt men. Waar of niet waar? “Lachen kan in een relatie louterend werken, dagelijkse problemen helpen relativeren en troost brengen. Mensen aan het lachen brengen, dat is voor mij het allerhoogste.”

De theaterkomedie ‘EX’ speelt op 5/12 in Theater Tinnenpot Gent en op 14, 15, 16 april in de Minardschouwburg.

Frans Van Damme



Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week 49/2015

maandag 23 november 2015

Interview De Streekkrant: Ex Gorki Erik Van Biesen

‘Zonder Luc De Vos zal het nooit meer hetzelfde zijn’

GENT Na het plotse overlijden van Luc De Vos op 29 november van vorig jaar bleven de muzikanten van Gorki verweest achter. Maar bassist Erik Van Biesen (53) bleef niet bij de pakken zitten en richtte de groep Biezen op.
"Het idee speelde al 10 jaar in mijn hoofd, door de dood van Luc werd het project plotseling een noodzaak. Ik verloor mijn boezemvriend, dat vreet aan mij. Ook zowat de helft van mijn inkomen viel weg, de tournee 25 jaar Gorki ging niet door, het zou een toekomst worden van bang afwachten, zouden er nog wel opdrachten  voor mij komen. De wil en het enthousiasme om door te gaan was er maar nummers zingen van Gorki, dat kon ik toen niet aan. Het was een moeilijke, pijnlijke periode. Na verloop van tijd ging de grootste paniek stilaan over, het was tijd voor een nieuw muzikaal hoofdstuk.” Het verdriet, de pijn waren misschien wel de drive om er flink tegenaan te gaan. Eric begon als een gek nieuwe liedjes te schrijven, de band Biezen werd een feit. “Eigenlijk kan ik maar 1 ding goed: muziek maken. Als kind heb ik thuis muziek meegekregen met de paplepel. Er waren altijd instrumenten aanwezig in huis, muziek was nooit veraf. Alvorens het risico te nemen om beroepsmuzikant te worden heb ik 12 jaar bij de spoorweg gewerkt. Want toen bestond er geen artiestenstatuut, mijn werk opgeven was een serieus risico. Stel je eens voor, om met alles in orde te zijn moest ik een winkeltje openen.” Van Biesen als verkoper van T-shirts en haarverf, het was een foute keuze. Na enkele maanden was het gedaan met de commerce, het was niet te combineren met de optredens.

Erik kwam tot de muziek in '79. Sindsdien heeft hij een indrukwekkend parcours afgelegd, puzzelde een cv bij elkaar dat leest als een lange road movie: voorprogramma's van Charlie Watts (The Rolling Stones) en Jack Bruce (Cream), tours in Duitsland en dienstjaren bij The Paranoiacs, Axelle Red, Sparkling Pistols, Revenge 88, Freddy De Vadder & De Bende Van Miènde, Dandy Davy en als kers op de taart Gorki. Sinds 1993 was Erik bassist bij Gorki, dat vaag je zomaar niet weg uit een mensenleven. “Een tenor in de opera kan je vervangen door een andere, Luc De Vos niet. Niemand anders kan Gorki nummers zingen. Gorki werd onthoofd en zal wellicht nooit meer samen spelen. Ik heb zoveel onuitwisbare herinneringen, alle muziekinstrumenten van Voske staan hier nog, hier liggen nog onafgewerkte teksten die hij schreef. Natuurlijk is er leven na Gorki. We zijn muzikanten, we zullen blijven spelen maar zonder Luc zal het nooit meer hetzelfde zijn”.
Erik wil echter niet blijven stilstaan bij het verleden en richt zijn blik volop op de toekomst. “Mijn gloednieuwe Engelstalige band Biezen is zeker en vast geen Gorki 2 maar een groot donker feest met blazers. Naast Erik (zang & bas) bestaat de groep ook uit drummer Bert Huysentruyt (De Post, Gorki, ...) en Roeland Vandemoortele (zanger/gitarist van de Gentse groep Too Tangled). Het trio krijgt live versterking van twee blazers. Ik ben blij dat ik met deze gasten mag spelen”. Hun eerste fysieke release, een limited 7” clear vinyl (met 2 nummers) in een oplage van 500 stuks waarvan 150 unieke handgenummerde exemplaren,werd het visitekaartje, eentje om te koesteren. Alle hoge verwachtingen werden volledig ingelost. “Het b-kantje, ‘Too Short A Lifetime’ is ‘a song about a song’. Na 22 dienstjaren bij Gorki weet de goede verstaander waarover het gaat. Het nummer werd door een gerenommeerde muziekjournalist omschreven als een scharniersong die de toekomst aanvat door middel van een ode aan het verleden."

Voor velen was Gorki, net zoals Nirvana dat ook was, een geschenk uit de hemel. Gevoelens boetseren, de mannen van Biezen kunnen het als de beste. De toekomst oogt mooi: de band gaat de baan op en werkt intussen volop verder aan een debuutalbum dat eind 2015/begin 2016 uitkomt. Sta op en wandel naar de toekomst moeten Eric en zijn kompanen gedacht hebben. “In mijn hoofd en hart ben ik rijk, al denkt mijn bankdirecteur daar waarschijnlijk anders over. In mijn muziekkot komen dagelijks gasten spelen, om raad vragen, repeteren. Wat mij vooral kan raken zijn jonge onbekende mensen ergens in een club of cafeetje met een breekbare stem en een goed nummer. Blij dat ik in het Gentse woon, de muziekstad met een formidabel clubcircuit”. Biezen doet het bijzonder goed in de muziekscène. Iedereen is het er over eens, ’t zijn wreed wijze gasten.
Frans Van Damme
 
 
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, week 48/2015

zondag 8 november 2015

Interview De Streekkrant: KURT DEFRANCK


Acteur/theatermaker  Kurt Defrancq
'Vrouwen kunnen het best vuile lollen vertellen’

GENT Wie een goed geheugen heeft zal Kurt Defrancq (51) nog kennen als het typetje Modest uit de TV-programma’s Rosa en Eric Bastiaens uit Thuis. Of misschien ook uit ontelbare andere televisieprogramma’s en theaterproducties. Volgens insiders is hij sympathiek, levensecht en een man met veel artistieke troeven. Omdat goedgelovigheid niet zo direct onze beste eigenschap is, gingen we zelf op onderzoek.

”Ik ben geboren op 11 september, eigenlijk de eerste ramp die op Nine Eleven gebeurde” lacht Defrancq. “Mijn opgroeifase was in Brugge maar uiteindelijk beland ik in het Gentse als aangespoelde West Vlaming.” Zijn ouders gingen elke week naar de stadsschouwburg en kleine Kurt mocht mee. “Aan de ontbijttafel was het gespreksonderwerp de voorstelling die we gezien hadden. De grandeur van theater had toen iets feestelijk, daarom ging moeder vooraf naar de coiffeur. Kapitein Zeppos op TV, dat was mijn jeugdidool, toen televisie nog magie was. Altijd de dromer van de klas geweest, uit het raam kijken naar de vogeltjes buiten kon me soms meer boeien dan wiskunde. Respect voor andere mensen en solidariteit werd me met de paplepel ingegeven.”

Misschien is het wel daarom dat Kurt Defrancq het fonds ‘De Acteurspenning’ heeft opgericht, dat hulp biedt aan acteurs en actrices met pensioen die het moeilijk hebben. "Bedoeling is om niet structurele steun te bieden, bij medische kosten komen we tussen, we willen een helpende hand te zijn bij urgente basisbehoeften. Het initiatief kwam er dankzij een legaat van de Koning Boudewijnstichting. Het is voor acteurs vaak al een probleem om tijdens hun loopbaan rond te komen, omdat ze niet altijd een project hebben. Hun pensioenopbouw is zo mogelijk nog moeilijker door de verbrokkelde carrière. Tijdelijke armoede is dan soms het resultaat. We zoeken nog steeds donateurs.” Zijn er teveel acteurs voor het huidig werkaanbod? “Het is een wetmatigheid dat jongeren sneller worden gecast dan ouderen. Een sociaal vangnet bestaat maar het volstaat dikwijls niet. Meer dan de helft van de artiesten heeft het moeilijk, het eergevoel is groot, sommigen willen geen hulp. Het blijft een kwetsbare groep. Puur economisch is het  niet evident om in ons beperkt taalgebied als acteur rond te komen.” Daarom ging Kurt op zoek naar een tweede peiler waarop zijn carrière kan rusten. Hij werd cultureel adviseur aan de Gentse Universiteit, een job die perfect te combineren is met zijn andere activiteiten. “De drang om acteur te worden, was op mijn 18e groot. Het verlangen om naar de universiteit te gaan bleef latent aanwezig. Mijn 2 jobs zijn als yin en yang, als peper en zout. Het culturele aanbod is een van de redenen waarom jongeren voor een bepaalde studieplaats kiezen. Het is mijn taak dit aanbod in Gent uit te bouwen. Ik ben een multifunctionele mens. De academische wereld is gedreven, boeiend en verrijkend, ik ben blij daar deel te mogen van uitmaken.”
Leif (LevensEinde Informatie Forum) ligt Kurt erg nauw aan het hart. Een waardig levenseinde voor iedereen, mensen moeten iets vroeger kunnen afscheid nemen van het leven wanneer het onmenselijk wordt bij gebrek aan kwaliteit. “Wanneer en vooral hoe ik sterf wil ik in eigen handen houden. Weten dat je niet onnodig, uitzichtloos moet lijden is een hele geruststelling. Als acteur liever dood op de planken dan tussen de planken.” Hij laat het ondertussen niet aan zijn hart komen, en geniet, weliswaar met mate, van het leven. “Ik ben niet materialistisch. Van vergelijken wordt men ongelukkig, wees tevreden met wat je hebt. Mochten mensen  meer met elkaar praten, dan zouden we elkaar beter kennen en beter verstaan, het zou veel plezieriger zijn om samen te leven. Veel mensen luisteren niet, nadenken is niet het herschikken van vooroordelen. Ik ben gelukkig maar onrustig en gedreven, altijd met zoveel bezig. Ik zal maar volledig tot stilstand komen wanneer ik gecremeerd ben.”

Lachen moet men doen, zich niet ergeren. Kurt was dan ook, jaren terug, de stuwende kracht achter de Gentse ‘Nacht van de Vuile Lollen’. “Ik ben graag in een volkse omgeving. Mijn krantje lezen in een echt volkscafé en luisteren, observeren, het is zo verrijkend, daar zitten de beste stand-up comedians. Je zou het zo direct niet verwachten maar vrouwen kunnen het best vuile lollen vertellen.” (lacht)
Frans Van Damme
 
 
Artikel verscheen in De Streekkrant, week 46/2015 - editie groot Gent/Deinze

zondag 1 november 2015

Interview De Streekkrant: EVA PAUWELS


‘Dit is het laatste interview over mijn verleden’

GENT Wie Jacques Vermeire zegt denkt aan z’n flamboyante ex vrouw Eva Pauwels. Haar liefdesleven en andere miserie worden telkens opnieuw rijkelijk uitgesmeerd in de pers. Een goede reden om af te spreken met Eva, voor een gesprek recht op de vrouw af!
Over de jeugd van Eva Pauwels (38) is weinig bekend. Ze mijmert bij een glas wijn over die periode in haar leven. “Mijn ouders waren goede mensen, we woonden in Sint-Amandsberg. Ik werd netjes opgevoed, ging naar het Sint Bavo instituut maar werd er buitengebonjourd., Zuster Monica ’s die ’s morgens op haar fluitje stond te blazen om iedereen in het gareel te houden, helemaal niets voor mij”. Ze was pas 15 jaar toen ze Jacques Vermeire in Gent leerde kennen na een optreden. “Ik wist al vlug waar de klepel hing en trok naar z’n kleedkamer voor een foto en een zoen. Hij rook zo zalig naar chique zeep, om nooit te vergeten. Het was met hem alle dagen feest, champagne, kaviaar en VIP lounges. Van ’t een kwam ’t ander, we werden een koppel, m’n vader was razend.” Na vier jaar crasht het huwelijk.
Eva verliet noodgedwongen een riante villa in De Pinte, de huisbaas zei de huur op. “Zo kwam ik in Leupegem terecht maar al gauw bleek het een foute beslissing. In zo'n boerenhol kwijn ik weg. Daar is niets, enkel een goeie coiffeur. Het centrum van Gent was beter geweest maar te duur, hier is wonen nog betaalbaar.”

Met gemengde gevoelens praat ze over haar drankverslaving. “Een zwarte periode in mijn leven, ik ben door een hel gegaan. Zonder therapie was ik niet meer onder de levenden. Twee flessen Bacardi per dag gingen door de keel, eten was niet nodig, ik woog 47 kilo en huilen was mijn voornaamste bezigheid, ik leefde als ma flodder. Zowat 8 Valiums per dag krijg ik de eerste dagen op de psychiatrische afdeling van Maria Middelares, gewoon omdat ik zo agressief was, ik ben er 3 maal weggelopen. Omdat ik nadien geen dak meer had boven mijn hoofd mocht ik logeren bij een vriend. In plaats van me te helpen ranselde hij me af en smeet me op straat omdat ik geen seks wou. Het kan gebeuren hé, eens geen goesting hebben, al is dat bij mij wreed zeldzaam (lacht).” Eva raakte 9 maanden geen druppel alcohol meer aan. Dat goede voornemen bleef niet duren. ”Ja, ik drink terug, af en toe enkele glaasjes, ik wil niet leven als een non. Het begon op een feestje, iedereen dronk, ik wou niet de seut van het gezelschap zijn.” Drinken beheerst niet meer haar leven, ze heeft het onder controle zegt ze. “Maar soms doen mensen ambetant. Als ik ergens op een terrasje zit beginnen voorbijgangers mij wel eens uit te schelden. Het is al gebeurd dat ik op restaurant moet gaan lopen. Waarom toch, ik misdoe toch niemand iets?”
Misschien is een programma als ‘Wie wordt de man van Eva’ niet zo’n slecht idee. “Volgens mijn psychiater heb ik te veel passie, ik ben seksverslaafd, ik kan daar niets aan doen. Het is mijn instinkt. In de echte liefde heb ik helaas geen geluk.” Bestaat de ideale man wel voor Eva? “Ik val op oudere mannen, geen jong veulen voor mij. Een actieve, hete bok, lief, assertief, initiatiefnemer en een harde werker, meer moet dat niet zijn.” Krijgt Eva geen herkansing meer van Jacques? “Ik heb hem eens gevraagd: ‘Pak mij terug in huis, ik kan huishouden, zal meer onze kinderen zien en kan je af en toe een goede beurt geven’. Hij was niet geïnteresseerd. Toch blijft hij voor mij altijd de grote liefde, ik zal nooit armoede hebben. Jacques draagt zorg voor mij, ik ben immers de moeder van z’n 2 kinderen.”

Als Eva over haar kinderen spreekt, die bij Jacques wonen, wordt ze melancholisch en pinkt een traantje weg. “Ik zie ze te weinig, dat doet pijn. Er zijn geen vaste afspraken gemaakt, de kinderen bepalen zelf waar en wanneer. Mijn ultieme wens? Een perfecte mama zijn! Momenteel schrijf ik mijn biografie. Er zullen nogal wat mensen verschieten als ze zichzelf herkennen in het boek.”
Eva wil een hoofdstuk in haar levensloop afsluiten, dat van de miserie en de roddels. “Gedaan met de smeuïge, dikwijls ranzige, verhalen in zowat alle boekskes. Dit is mijn laatste interview over het verleden. Ik laat me niet meer beoordelen en veroordelen uit sensatiezucht. Schrijf maar op: Eva Pauwels is niet blasé, geen dikke nek, wel een doodgewone vrouw die nooit meer zal trouwen! Gaan we nog een wijntje drinken, schrijf het maar bij op je onkostennota.” Ik durf haar niet tegen te spreken.

Frans Van Damme


Dit interview verscheen in De Streekkrant editie groot Gent/Deinze  - week 45

zondag 25 oktober 2015

Interview De Streekkrant: Raoul SERVAIS


“Mijn meesterschap is niet meer zo vanzelfsprekend”

GENT Momenteel loopt een grote overzichtstentoonstelling over het werk vroeger, nu en straks van de 87 jarige animatiefilmpionier Raoul Servais. Er waait een frisse wind doorheen het Belgische filmlandschap. Een portret van de man die ons land op de wereldkaart van de animatiefilm plaatste.
Als kind werd Raoul Servais gefascineerd door het mysterie van de film. “Mijn vader bezat reeds in de vroege jaren ‘30 een collectie films. Die pellicule, dat was pure tovenarij, film was toen een mysterie.” Na de 2e Wereldoorlog ging hij, net 16 jaar jong, aan de slag als assistent-decorateur bij de Innovation in de Gentse Veldstraat. “Om den brode, noodgedwongen, aan 5 frank per uur.  Mijn ouders waren hardwerkende handelaars maar verloren alles tijdens de oorlog, bij de bevrijding bleef er niets over, we waren zeer arm.” Maar Servais wou meer, veel meer. Hij schreef zich in aan de afdeling sierkunst van de Academie voor Schone Kunsten van Gent en geraakte er gepassioneerd door de animatiefilm. Het was, naar eigen zeggen, een van de gelukkigste periodes in zijn leven. Raoul is een autodidact, zoveel is zeker. “Omdat de grote studio's hun geheimen verborgen hielden, moest ik het hele proces zelf ontdekken. Er was geen literatuur, geen enkele mogelijkheid om het te leren. Zes medestudenten en ikzelf hebben toen een ‘filmstudio’ opgericht in een serre buiten Gent. Na teleurstellende probeersels met een camera, in elkaar geknutseld met een sigarenkistje en enkele meccano onderdelen, slaagde ik er uiteindelijk toch in op eigen krachten de filmtechniek onder de knie te krijgen.” Maar de ambitie ging verder, aan zijn honger naar nog meer kunst kwam geen einde, zijn talent leek wel onbegrensd. “Tussendoor ben ik ook illustrator geweest voor dagblad Vooruit, heb affiches gemaakt evenals ontwerpen voor muurschilderijen, glasramen en tapijten. In 1963 bracht ik aan de Gentse academie de richting 'Animatiefilm' op gang, de eerste autonome opleiding van die aard op het Europees vasteland. Als kind van de zee ben ik een bijzonder grote fan van Gent. In 2008 ontving ik het eredoctoraat van de Gentse universiteit. Mijn goede vriend Jacques Dubrulle ben ik oprecht dankbaar, aan hem heb ik heel veel te danken.”

Het grootste deel van het oeuvre bestaat uit kortfilms. Een bewuste keuze? “De animatiefilm is een medium dat het mogelijk maakt op enkele minuten een thematiek te behandelen waarvoor, als je het zou vertalen naar een live-action film, veel meer tijd zou nodig zijn. Als je genoeg hebt met 5 minuten om iets te vertellen, waarom zou je er dan meer tijd aan besteden?” We leven in een snel evoluerende wereld. De animatiefilm werd volwassen, een volwaardige discipline. Hoe gaat een getalenteerd kunstenaar op leeftijd daar mee om? “De cinematografie heeft een enorme revolutie teweeggebracht. Mijn meesterschap is vandaag niet meer zo vanzelfsprekend. Wanneer ik gebruik wens te maken van digitale toepassingen voel ik mij totaal onbevoegd, onbekwaam, te dom. Het is een goede les in nederigheid, ik moet dan beroep doen op de kunde van de nieuwe generatie jonge mensen.”
Het werk van Raoul Servais wordt voortdurend gekenmerkt door een streven naar een betere wereld. Hij blijft onvoorwaardelijk geloven in de goedheid van mensen. “Ik heb een nostalgiegevoel voor broederlijkheid en gerechtigheid. Het is een utopie ondervind ik af en toe. Dat sommigen die goedheid niet hebben of een minder aangenaam aspect van hun karakter tonen, dat doet me pijn. Jazeker, dat is mijn naïviteit. Ik ben zachtaardig als mens maar niet zoeterig in mijn films. Maar als ik rondom mij onrechtvaardigheid, leugens, bedrog of geweld vaststel, dan reageer ik als protest hard, bijna meedogenloos.”

De grote Servais schuwt rode lopers, leeft eenvoudig. “Een mens kan nooit bescheiden genoeg zijn. Ook geld was nooit de drijfveer.” Het lijkt wel of Raoul beschikt over het geheim van de eeuwige jeugd. “Werken is mijn grote geheim. Alhoewel, ik denk soms wel eens aan de dood. Stilaan verdwijnen al mijn vrienden, de doodsberichten in de krant worden vaste lectuur. Neen, bang van de dood ben ik niet, wel bang om niet meer te leven. Ik wil nog zoveel weten, nog zoveel meemaken. Ik heb nog zoveel boeiende toekomstplannen maar helaas zal ik hiervoor niet lang genoeg leven.” Hij is gelukkig nog life & kicking en mag zich verheugen op 60 internationale filmprijzen. “Ja, ik ben een tevreden man, al had ik graag wel eens een Oscar gewonnen (lacht).”
Frans Van Damme
 


Dit interview verscheen in De Streekkrant, regio groot Gent/Deinze - week 44/2015
 

zondag 18 oktober 2015

Interview De Streekkrant: Jan Vermeulen, burgemeester van Deinze


‘Een stad leeft van mensen, niet van auto’s’

DEINZE De brandweerzone Centrum Deinze won onlangs de Veiligheidsprijs Oost-Vlaanderen, de politiezone Deinze-Zulte werd tweede. Van de ene organisatie is burgemeester Jan Vermeulen ondervoorzitter, van de andere voorzitter. We gingen praten met de immer fietsende burgemeester.

“Vlaanderen heeft dringend nood aan een andere mobiliteit”, de burgemeester steekt al direct een tandje bij, gaat full speed van start “Het moet de bedoeling zijn mensen in plaats van auto’s  te verplaatsen. Werknemers die met de fiets naar het werk komen zijn per jaar 3,5 dagen minder afwezig dan wie met de auto komt. Op de bedrijfsparking neemt elke auto de plek in van 12 fietsen. Reken zelf de winst maar uit.”

Het wordt algauw duidelijk: de stad kan zich geen betere public relations wensen dan hun eigen burgemeester. Als een volleerde gids neemt hij ons enthousiast mee op een flinke wandeling doorheen de stad, laat verborgen pareltjes zien, trakteert ons op een ijsje, we kunnen nog net ontsnappen aan een ritje op de fiets.

“Deinze groeit sterk, we willen een stad zijn voor iedereen. We willen comfort bieden aan senioren en mindervaliden, aandacht hebben voor kinderen, elke leeftijdscategorie moet zich hier goed in z’n vel voelen en zich veilig kunnen verplaatsen.” Jan is een fietsfanaat en wil maar al te graag deze passie overdragen op de bevolking. “We moeten de beschikbare ruimte delen, dat is pure noodzaak. Een stad leeft van mensen, niet van auto’s. Elke fietser is een auto minder in de stad, daarom moeten we fietsers pamperen.” Het wordt algauw duidelijk, hier gedraagt iedereen zich gedisciplineerd in het verkeer, nergens anders zijn zoveel tweewielers onderweg. 

Jan is een volksmens, van bescheiden afkomst, daar is hij fier op. “Mijn ouders hielden 27

jaar café De Klok open. Daar viel altijd wel iets te beleven. Will Tura, Wilfried Martens, Guy Verhofstadt en andere bekende koppen waaiden er binnen. Zelf heb ik nooit bier gedronken, nooit gerookt. Waarom ik zelf geen cafébaas geworden ben? Wie weet, misschien komt het er ooit nog wel van. (lacht). Cafés zijn het culturele centrum van een wijk. Een goede burgemeester is net als een café: men moet voor de mensen altijd beschikbaar zijn.”

Volgend jaar, op 21 mei, zwaait het gloednieuwe stadhuis zijn deuren wagenwijd open. Er is in het gebouw ook plaats voor een café. “Vroeger hadden de meeste stadhuizen een café..Hier moet het een stressloze ontmoetingsplaats worden, met een uniek uitzicht. De naam mag ik nog niet verklappen maar er zal wel een link zijn met een gekend en lekker streekproduct uit Deinze. Samen met het bestuur staat Jan garant voor een gezond financieel beleid en een lage fiscale druk. “Ik cumuleer niet. Met mijn full-time inzet als burgervader wil ik zorgen voor een  aangename en betaalbaar Deinze waar het goed wonen, werken en leven is.”

Wijlen gouverneur  André Denijs noemde hem een moderne burgemeester, die goed samenwerkt met andere burgemeesters. “Om de 2 weken heb ik contact met Daniël Termont. Wat ik van hem heb geleerd, dat kan je op geen enkele universiteit leren!”

Als vader van een tweelingdochter kent hij ook de behoeften van jonge gezinnen.

“Zo’n 6000 scholieren verplaatsen zich dagelijks met de fiets. Deinze telt 400 verenigingen, we zijn dus duidelijk een stad op mensenmaat, volop in beweging.” Bij wegenwerken, de heraanleg van straten en pleinen  wordt het meteen duidelijk: de beste tijd voor automobilisten is hier voorbij. “Een auto in de stad vloekt” verduidelijkt Jan. “In november starten we met Cambio autodelen. Het concept past perfect in ons duurzaam mobiliteitsbeleid. Autodelers maken meer gebruik van het openbaar vervoer. Een gedeelde wagen zorgt voor het verdwijnen van 4 tot 12 wagens. Ons project met de deelfiesten is een succes, ruim 25.000 ritten per jaar, dat is meer dan Gent en Brugge samen. Wij stimuleren het gebruik van deze Blue-bike’s door het personeel van de stad een gratis abonnement aan te bieden. Aan elk groot station kan men het laatste stukje afleggen met een deelfiets die klaarstaat. Met het initiatief ‘Cycling for all’ willen we binnenkort bewoners in rusthuizen en mensen die minder mobiel zijn ophalen met een soort riksja”. Alles loopt in Deinze letterlijk en figuurlijk op wieltjes. “We hebben wel nog nood aan een groot hotel. Mocht er zich iemand geroepen voelen, graag!”
 
Frans Van Damme
 


Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, week 43/2015
 

 

maandag 12 oktober 2015

Interview De Streekkrant: actrice Marijke Pinoy


Als actrice is het dikwijls een financiële strijd’

GENT Marijke Pinoy pronkte wereldwijd op de planken van menig theaterhuis en was te zien in heel wat televisieseries en films. Sterk geëngageerd, kritisch voor zichzelf en anderen. Het resultaat is een goed, warm en openhartig gesprek.
Marijke Pinoy behaalde de 1e prijs Dramatisch Kunst aan het Gents Conservatorium en werd een theater- en filmactrice met een boeiend en gevarieerd parcours. Ze staat op haar strepen, wil niet de vuile was buitenhangen. “Nergens voor nodig, dat geeft geen meerwaarde aan mijn persoon als actrice” verduidelijkt ze meteen. Pinoy werkt veel, heeft de handen vol maar wil bovenal van het leven genieten. “Ik ben een supergelukkige single, maar mocht er iemand mijn pad kruisen zal ik daar geen neen tegen zeggen. Nu volg ik mijn kinderen in hun dromen en verlangens. Noem me gerust een vrouw met 2 extremen: familiemens en einzelgänger.” Actrice, synoniem voor een liederlijk leven en vlug rijk worden? “Vergeet het. Een huis afbetalen, de kinderen opvoeden, daar moet ik hard voor werken maar kan er van leven. Eerlijk is eerlijk, een leven als actrice is dikwijls een financiële strijd. Eten weggooien is doodzonde, 2e hands aankopen en solden zijn hier de regel. Gezelligheid en een gevulde koelkast, meer moet dat eigenlijk niet zijn. Als actrice zal ik mijn eigen waarden nooit verloochenen. Ik speel enkel rollen waar ik volledig achter sta en dan durf ik diep te graven in mezelf.” Zoals ze trouwens doet in de nieuwe film ‘Problemski Hotel’, waar ze de rol speelt van een lerares in een asielcentrum. Een hoopvol verhaal over vluchtelingen die timmeren aan hun eigen weg. Stel je voor dat je ergens geboren wordt en er moet vluchten, dat je gedwongen bent om alles achter te laten, je identiteit, alles! Het stoort mij dat sommigen er niet bij stilstaan dat niet alle mensen over de basiselementen beschikken om in leven te blijven en problemen hebben met het feit dat mensen vluchten naar plekken waar ze wel mens kunnen zijn.” Filmpremière in Vooruit op 16/10 in het kader van het Filfmfest Gent.

Als mens en moeder van 5 kinderen heeft Marijke een duidelijk profiel, weet maar al te goed wat ze wil, welke richting het uit moet. “Neen, ik ben niet iemand die manifest op de barricaden gaat staan. Maar toch, wanneer het echt nodig is, dan sta ik er toch. Als kritische burger wil ik wel constructief mijn steentje bijdragen aan een solidaire, tolerante maatschappij.” Politiek laat haar niet onverschillig, in 2007, 2009, 2012 stond ze op kieslijsten van Groen. “Laat iedereen in z’n waardigheid. Eigenlijk ben ik een rooie, een linkse, dat marcheert perfect. Een verzuurde maatschappij wordt meer en meer uitvergroot als een cliché, een modewoord. Veel mensen hebben een gefrustreerd gevoel. Daar doe ik niet aan mee. Diversiteit is dagelijkse dingen delen, mensen moeten zorgen voor elkaar. Geluk zit niet in de grote verhalen. Daarom zijn burgerinitiatieven zoals Hart boven Hard zo belangrijk, dat staat boven de partijpolitiek.” Bemerken we hier een signaal van naïviteit? “Ik geloof in de goedheid van de mens. Is dat naïef? Positief denken moeten we doen. Soms denkt men ‘voor wat hoort wat’, dat is niet zo. Mensen beginnen te twijfelen aan de verrechtsing, dat is een goed teken. We kunnen niet blijven onze ogen sluiten voor alle miserie in de wereld. Politiek gaat om meer dan een bolletje kleuren in het stemhokje. Laat ons niet afglijden in een egoïstische maatschappij, doe zelf iets voor je medemens.”

Haar  zoon Titus heeft een autismespectrumstoornis, zijn kansen liggen enigszins anders. Marijke voelt zich geroepen daar een stem aan te geven want mensen hebben hiervan dikwijls een verkeerd beeld, elke mens heeft zijn eigen verhaal. “Toen de diagnose werd vastgesteld begon mijn zoektocht, een les in heroriënteren. Je wordt verplicht om bij te sturen een evenwicht te vinden, ik heb moeten leren hulp te vragen. Dat was moeilijk, je gaat door, draagt de consequenties. Die strengheid voor mezelf heb ik moeten loslaten. Onze maatschappij laat Titus niet helemaal toe te zijn zoals hij is, hij is soms in een strijd verwikkeld met zichzelf.” Maar het is geen kommer en kwel. Titus maakt bijzonder mooie gedichten, haalt goede resultaten op de tuinbouwschool, speelt drum. Een fantastische jongen met een al even fantastische moeder in een liefdevolle omgeving. “Een waardevol leven, daar heeft iedereen recht op” benadrukt  Marijke emotioneel.
 


Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, week 41/2015
 

Interview De Streekkrant: patissier JACQUES BLOCH


‘Het mobiliteitsplan is een fiasco’

GENT Op 30 april 1899 opende Bloch frères in de Velstraat Boulangerie Viennoise, met als één van de specialiteiten pain à la grecque. Op 28 maart 2008 sloot de winkel definitief de deuren, na een traditie van zowat 110 jaar. Een monument in Gent verdween. Jacques Bloch (87) weet het zich nog allemaal exact te herinneren.
Een naam met faam, Bloch was een begrip. Bakken zit de familie in het bloed. De naam Bloch ruikt naar de heerlijke geur van versgebakken brood en banket. De overgrootvaders waren bakkers in Duitsland, in de Elzas. Omdat mijn grootvader geen soldaat in het Duitse leger wou worden vluchtte hij. Benjamin Bloch arriveerde in 1898 vanuit Brussel in Gent om zijn eigen filiaal te stichten. Familieleden hadden toen al in Brussel, Antwerpen, Luik en Oostende bakkerijen geopend onder de naam Boulagerie Viennoise, met een ongekend aanbod van brood en koeken. Viennoise had niets met Wenen te maken, het duidde op een bepaald soort gebak. Na de 1e Wereldoorlog veranderde het uithangbord in Patisserie Alsacienne, verwijzend naar de herkomst van de familie.”

Met de 2e  wereldoorlog op komst vonden de ouders van Jacques het te warm worden en vluchtten met hun kinderen naar New York. “Het was een bewogen reis. Onderweg bleven problemen ons achtervolgen, grenzen gingen dicht, er leek geen uitweg meer te zijn. We kwamen tijdens onze omzwervingen veel goeie mensen en veel profiteurs tegen. We deden alles op onszelf, misschien is dat ons geluk geweest. We hebben onderweg nooit joden ontmoet, we vielen helemaal niet op.” Grootmoeder besloot in de winkel in Gent te blijven. Ze had de Duitsers in de 1e wereldoorlog meegemaakt, ze zou het wel terug overleven. Het liep helaas anders. Op 28 januari 1943 pakten de Duitsers de vrouw op. “Men voerde haar naar de Dossinkazerne in Mechelen en zetten haar later op een trein naar Auschwitz, waarvan ze niet terugkeerde. Een  tante en oom waren eerder al afgevoerd naar Auschwitz. Een neef belandde in het concentratiekamp van Buchenwald, hij overleefde.”
In november 1945 keerden de Blochs terug uit New York. “Ik was toen 17 jaar. In New York heb ik gewerkt in een nieuwkuis. Terug in België leerde ik de bakkersstiel in Brussel. De bakkerij in Gent was ondertussen verkocht aan een collaborateur. Het was buurman Jean Daskalides die kon verhinderen dat de mensen na de bevrijding uit wraak het huis in brand staken.” Vader Rodolphe runde de zaak tot aan zijn overlijden in 1958, toen kwam de leiding in handen van zoon Jacques. Er bestaan geen Gentenaars die de verbruikzaal niet hebben bezocht. Deftige dames die van een kannetje koffie en taart genoten, dat was het beeld van de verbruikzaal, die reeds werd geopend in 1905. “Stijn Streuvels, Felix Timmermans, Prins Filip, alle bekende personages heb ik over de vloer gehad. Steeds heb ik afgewogen of ik wel of niet hun aankopen in rekening zou brengen. Ze hebben allemaal betaald zoals ieder ander.” De zaak kreeg bijna een mythische status. Toen patisserie Bloch de deuren sloot, haalde dit nieuws de nationale media, het trouw cliënteel bleef verweesd achter. “De zaak was door de hoge sociale lasten niet meer rendabel. Niets blijft eeuwig duren. Maar de mooie herinneringen blijven bewaard. Het was een moeilijke beslissing want klanten waren vrienden geworden” mijmert Jacques.
Er is nu ook goed nieuws voor de Bloch fans. “Bloch is Belgisch cultureel erfgoed. Onze legendarische cakes en suikerbroden zijn vanaf 10 oktober verkrijgbaar bij Delhaize, gemaakt volgens mijn receptuur en gefabriceerd onder toezicht van mijn vroeger chef-bakker Stefaan Elias” gniffelt Jacques. De naam Bloch blijft bestaan, hij is een gelukkige man. Echter, als het mobiliteitsplan ter sprake komt stijgt z’n bloeddruk. “Een dwaas plan, een fiasco voor Gent. Ik heb niets tegen fietsers maar sommige zijn echte fietsterroristen, zonder respect. Fietsers krijgen carte blanche, mensen zoals ik die afhankelijk zijn van een auto om zich te verplaatsen worden genegeerd. Als ik op de Kouter bloemen koop zijn ze verwelkt als ik thuis kom, door het vele nodeloos omrijden. Ik schrijf brieven naar schepen Watteeuw maar krijg nietszeggende antwoorden terug, totaal naast de kwestie.”

Bridgen en zijn charmante, jongere vriendin bezorgen Jacques een fijne oude dag. “Het leven is te kort om slecht te eten, daarom ben ik zo blij met mijn Sylva, mijn boterkoekske.”
 
 
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, week 39/2015

zondag 13 september 2015

Interview De Streekkrant: Franck Van Laecke


Auteur, regisseur en scenarist Frank Van Laecke

‘Hoe ouder ik word, hoe gulziger ik ben’

GENT De kans is zeer groot dat je ooit al eens, misschien zonder het te weten, een voorstelling hebt gezien waarbij Frank Van Laecke was betrokken. Tv-producties, musical, opera, theater… zijn palmares is lang, de producties ontelbaar, het gaat keihard voor deze wonderboy.
“Mooie voorstellingen maken met de juiste mensen, dat maakt me gelukkig. Vooral geen conflicten, daar hou ik niet van. Chemie in een groep is essentieel, samenwerken heeft iets magisch.” Frank straalt geluk uit. Dat zie je, dat voel je. “Alhoewel, ik heb slaag gekregen, verdriet is ook  mijn deel geweest in het leven. Expressie en het uiten van emoties wordt dan therapeutisch. Uit een diep dal klimmen, daar wordt een mens enkel maar beter en sterker van. Theater, musical, opera…. dat is mijn wereld.” Wij kennen zijn bescheidenheid maar de waarheid moet gezegd worden: Frank staat telkens garant voor entertainment en spektakel op topniveau. Talent en professionalisme hebben hem geen windeieren gelegd want hij werd meermaals bekroond met onderscheidingen en prijzen. Hij blijft er nuchter bij: “Je bent maar zo goed als het laatste stuk dat je gemaakt hebt.” Je wordt niet zomaar de Godfather van de Vlaamse musical. Alles is het gevolg van hard maar dankbaar labeur zo blijkt. “Uren per dag ben ik bezig met schrijven van en schaven aan mijn werk, slaap soms hooguit 5 uurtjes. Ik heb een rusteloze kop, twijfel altijd. Het zou van een gigantische arrogantie getuigen dat niet te doen. Het maakt deel uit van mijn parcours, twijfel houdt je wakker. Je moet alles in vraag durven stellen, kritisch blijven voor jezelf. Het is telkens vanaf nul herbeginnen. Voor de musical 14-18 heb ik 180 versies van het script geschreven. Ik denk dat de kwaliteit van een productie vaak afhangt van de omvang van je vuilnisbak. Hoe meer men schrapt en in vraag stelt, hoe beter het eindproduct wordt. Ik heb nooit m’n artistieke eieren in 1 mandje gelegd, zorgde steeds voor een grote diversiteit. Ik ben geen artiest, dat is een te abstracte omschrijving. Ik ben een stielman met 500 % inzet. Ambitie is zeker geen vies woord maar bij mij gaat het meer om passie.”

Frank, de globetrotter, altijd onderweg, de bezige bij met een overvolle agenda. Heimwee naar Gent? “Jazeker, de stad werkt als een magneet. Is het de generositeit van de bewoners of ligt het aan hun koppigheid. De sfeer, de tegendraadsheid, ik  weet het niet precies. Weet je, ik ben dikwijls alleen maar zeker niet eenzaam.” Van Laecke is passioneel, dikwijls voor zichzelf een strenge rechter en gulzig. ‘Ik doe mij werk niet om een bepaalde status te bereiken, het is eerder een groot heilig vuur dat in mij brandt. Hoe ouder ik word, hoe gulziger ik ben. Ik wil nog zoveel doen, meemaken, beleven! Ik denk vaak aan doodgaan, wel 100 maal per dag vraag ik me af of ik het goed heb gedaan. Ik zie mijn eindigheid, het einde komt dichterbij.”
Frank schreef een opmerkelijk boek: ‘Confidenties van een seriemoordenaar’. Een story doorheen het brein van een ogenschijnlijk doodnormale man met een merkwaardig tijdverdrijf. “Een vademecum voor het plegen van de perfecte moord (lacht). Althans voor die man toch, die beter wil doen dan al zijn illustere voorgangers.”

Op de schaal van geluk geeft Frank zichzelf een dikke 8/10. “Ik ben zeker niet de beste zakenman ter wereld, had ik het maar beter aan boord gelegd denk ik soms. Maar ik ben ontzettend blij dat ik nu keuzes kan maken. Zelf kiezen welke projecten ik wil doen en met wie, dat is een echte luxe. Het is belangrijk te dromen maar Icarusvluchten zijn echt niet nodig. Vooral blij en eeuwig dankbaar ben ik de mensen die me destijds kansen hebben geboden, die vertrouwen in me hadden. Helaas kruiste een Judas al wel eens mijn pad, dat maakt me triestig, het maakt me voorzichtiger bij ontmoetingen met onbekenden.” Verschijnen op de rode loper is niet echt iets voor Van Laecke. “Geef mij maar de luwte. Ik hou niet van premièrefeestjes met zo’n kunstmatige sfeertjes waar een echte lach ontbreekt. Mijn goede eigenschappen? Ik kan niet lang kwaad zijn, dat is tijdverlies. Onrechtvaardigheid en onverdraagzaamheid, daar heb ik het moeilijk mee. En gebrek aan stiptheid, mensen die te laat komen vind ik wreed ambetant.” Ik heb het begrepen, ik was 10 minuten te laat op de afspraak. Sorry Frank.
Frans Van Damme
 

Dit interview verscheen in Dd Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week 38/2015
 

zondag 6 september 2015

Interview De Streekkrant: SAM VAN ROSSOM


‘Gok nooit op 2 paarden, dat loopt meestal fout’

GENT Sam Van Rossom (29) is één van de weinige Belgische basketbalspelers die in het buitenland een carrière heeft opgebouwd, waar hij kan concurreren met de allerbeste. Af en toe, uitzonderlijk eigenlijk, kan je hem nog wel eens tegen het lijf lopen in zijn geboortestad Gent.
Gentenaar Sam Van Rossom sloot zijn syllabus en zei adieu aan de school om zich volledig te wijden aan basketbal. Enkele jaren, honderden wedstrijden en een aantal titels later moet hij zowat de beste Belgische basketbalspeler zijn.
“Mijn vader gaf training aan de allerkleinsten. Hoewel ik amper 5 jaar was, dus nog te jong om te spelen, mocht ik toch gewoon deelnemen aan de trainingen. Voor ik het wist stond ik enkele uren in de week op het plein, was altijd bij de betere van de ploeg waardoor ik ook vaak mocht aantreden bij de grotere jongens.”Later speelde hij bij Bobcat Gent, Gent United en BBC De Pinte. Vanaf dan ging het erg snel voor Sam, hij ontbolsterde in 2005 bij BC Oostende en werd prof. “Bij Oostende verwierf ik eigenlijk mijn geloofsbrieven. Het was meteen een groot succes. Het eerste jaar werden we Belgisch kampioen. Memorabel, een jaar later werden we opnieuw Belgisch kampioen. Ik werd 2 keer tot speler van het jaar verkozen.” In 2008 kwam Sam bij het Italiaanse Milaan terecht, dat hem 2 jaar uitleende aan Pesaro. In 2010 haalde Zaragoza hem in huis. Sedert 2013 heeft hij een 3-jarig contract bij Valencia. Ik ben de laatste om te zeggen dat ik een harde job heb, maar sommigen zien enkel de blinkende kant van de medaille. Ze vergeten wat ik allemaal moet opofferen om te staan waar ik nu sta. Lang van thuis weg, weg van je vrienden en familie, een te verwaarlozen uitgaansleven. Akkoord, ik heb er zelf voor gekozen en de positieve zaken wegen zwaarder door dan de negatieve maar zo eenvoudig en evident is dat zeker allemaal niet.”
De frequentie van de trainingen mag dan wel hoog zijn, de inspanningen zwaar, de heimwee naar thuis groot maar populariteit en geld verzachten toch wel de arbeid? “Mij hoor je niet klagen, ik verdien goed m’n boterham. Alhoewel andere sporters soms wel het 10 dubbele verdienen. Basket is een grote businesswereld maar voor mij is het nog altijd grotendeels een hobby, eigenlijk meer een passie. Van een hobby je beroep maken, dat geeft dé meerwaarde aan mijn leven. Met m’n 1,88 m. ben ik misschien de kleinste op het veld maar tevens de snelste.” Zo’n topspeler als Sam mag toch wel rekenen op enige privileges overal waar hij komt?  “Als buitenlander wordt ik bij Valencia beter behandeld dan de Spanjaarden zelf. Een niet onaardige auto, een aantrekkelijk loon en een flinke huurkostenvergoeding mogen dan wel leuk zijn, het enthousiasme en respect van de supporters is voor mij eigenlijk meer waard. In Italië had de club waar ik destijds speelde een overeenkomst met een restaurant waar ik dagelijks gratis mocht gaan eten. Erg handig maar niet goed voor de lijn. Nu vult moeder mijn diepvries.”
Als Sam over vader en moeder spreekt blinken zijn ogen. “Alles heb ik te danken aan mijn ouders. Ik liep school aan het St. Barbara instituut en heb daarna 1 jaar rechten gedaan aan de universiteit. Studeren en basket combineren werd onmogelijk, er moest een keuze worden gemaakt. Gok nooit op 2 paarden, dat loopt meestal fout. Mijn ouders drongen me niets op, ik mocht mijn eigen toekomst bepalen.” Seks, drugs en rock & rol, Sam wil zich niet profileren als een heilige en praat zonder taboes. “Ik leef niet hypergezond, ook niet ongezond. Over alcohol wil ik niet hypocriet doen, drinken met mate, dat mag best. Seks voor de wedstrijd? Mijn lief woont in België, ik zit in Spanje, niet zo’n comfortabele situatie voor regelmatige seks hé (lacht). Neen, in Valencia liggen de dames noch voor, noch na de wedstrijd aan mijn voeten, het is niet wat je denkt.”
Hoe is het gesteld met het basketbalgebeuren in België? “Er is een moment geweest dat basket in ons land in een diep dal zat. Nu is het niveau niet slecht, we zijn aan een inhaalbeweging bezig maar concurreren met Spanje, Italië, Griekenland of Rusland is onmogelijk. Onze nationale ploeg zit in de lift, dat maakt me blij. Een baaldag is me wel niet onbekend. Zoals de dag toen ik een aanbieding kreeg om over te stappen naar de absolute top: Moscou.  Maar ik kan niet weg bij Valencia, mijn contract liep er nog 1 jaar. Dat was efkes vloeken.”
Frans Van Damme
 

Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week 37/2015