zondag 1 november 2015

Interview De Streekkrant: EVA PAUWELS


‘Dit is het laatste interview over mijn verleden’

GENT Wie Jacques Vermeire zegt denkt aan z’n flamboyante ex vrouw Eva Pauwels. Haar liefdesleven en andere miserie worden telkens opnieuw rijkelijk uitgesmeerd in de pers. Een goede reden om af te spreken met Eva, voor een gesprek recht op de vrouw af!
Over de jeugd van Eva Pauwels (38) is weinig bekend. Ze mijmert bij een glas wijn over die periode in haar leven. “Mijn ouders waren goede mensen, we woonden in Sint-Amandsberg. Ik werd netjes opgevoed, ging naar het Sint Bavo instituut maar werd er buitengebonjourd., Zuster Monica ’s die ’s morgens op haar fluitje stond te blazen om iedereen in het gareel te houden, helemaal niets voor mij”. Ze was pas 15 jaar toen ze Jacques Vermeire in Gent leerde kennen na een optreden. “Ik wist al vlug waar de klepel hing en trok naar z’n kleedkamer voor een foto en een zoen. Hij rook zo zalig naar chique zeep, om nooit te vergeten. Het was met hem alle dagen feest, champagne, kaviaar en VIP lounges. Van ’t een kwam ’t ander, we werden een koppel, m’n vader was razend.” Na vier jaar crasht het huwelijk.
Eva verliet noodgedwongen een riante villa in De Pinte, de huisbaas zei de huur op. “Zo kwam ik in Leupegem terecht maar al gauw bleek het een foute beslissing. In zo'n boerenhol kwijn ik weg. Daar is niets, enkel een goeie coiffeur. Het centrum van Gent was beter geweest maar te duur, hier is wonen nog betaalbaar.”

Met gemengde gevoelens praat ze over haar drankverslaving. “Een zwarte periode in mijn leven, ik ben door een hel gegaan. Zonder therapie was ik niet meer onder de levenden. Twee flessen Bacardi per dag gingen door de keel, eten was niet nodig, ik woog 47 kilo en huilen was mijn voornaamste bezigheid, ik leefde als ma flodder. Zowat 8 Valiums per dag krijg ik de eerste dagen op de psychiatrische afdeling van Maria Middelares, gewoon omdat ik zo agressief was, ik ben er 3 maal weggelopen. Omdat ik nadien geen dak meer had boven mijn hoofd mocht ik logeren bij een vriend. In plaats van me te helpen ranselde hij me af en smeet me op straat omdat ik geen seks wou. Het kan gebeuren hé, eens geen goesting hebben, al is dat bij mij wreed zeldzaam (lacht).” Eva raakte 9 maanden geen druppel alcohol meer aan. Dat goede voornemen bleef niet duren. ”Ja, ik drink terug, af en toe enkele glaasjes, ik wil niet leven als een non. Het begon op een feestje, iedereen dronk, ik wou niet de seut van het gezelschap zijn.” Drinken beheerst niet meer haar leven, ze heeft het onder controle zegt ze. “Maar soms doen mensen ambetant. Als ik ergens op een terrasje zit beginnen voorbijgangers mij wel eens uit te schelden. Het is al gebeurd dat ik op restaurant moet gaan lopen. Waarom toch, ik misdoe toch niemand iets?”
Misschien is een programma als ‘Wie wordt de man van Eva’ niet zo’n slecht idee. “Volgens mijn psychiater heb ik te veel passie, ik ben seksverslaafd, ik kan daar niets aan doen. Het is mijn instinkt. In de echte liefde heb ik helaas geen geluk.” Bestaat de ideale man wel voor Eva? “Ik val op oudere mannen, geen jong veulen voor mij. Een actieve, hete bok, lief, assertief, initiatiefnemer en een harde werker, meer moet dat niet zijn.” Krijgt Eva geen herkansing meer van Jacques? “Ik heb hem eens gevraagd: ‘Pak mij terug in huis, ik kan huishouden, zal meer onze kinderen zien en kan je af en toe een goede beurt geven’. Hij was niet geïnteresseerd. Toch blijft hij voor mij altijd de grote liefde, ik zal nooit armoede hebben. Jacques draagt zorg voor mij, ik ben immers de moeder van z’n 2 kinderen.”

Als Eva over haar kinderen spreekt, die bij Jacques wonen, wordt ze melancholisch en pinkt een traantje weg. “Ik zie ze te weinig, dat doet pijn. Er zijn geen vaste afspraken gemaakt, de kinderen bepalen zelf waar en wanneer. Mijn ultieme wens? Een perfecte mama zijn! Momenteel schrijf ik mijn biografie. Er zullen nogal wat mensen verschieten als ze zichzelf herkennen in het boek.”
Eva wil een hoofdstuk in haar levensloop afsluiten, dat van de miserie en de roddels. “Gedaan met de smeuïge, dikwijls ranzige, verhalen in zowat alle boekskes. Dit is mijn laatste interview over het verleden. Ik laat me niet meer beoordelen en veroordelen uit sensatiezucht. Schrijf maar op: Eva Pauwels is niet blasé, geen dikke nek, wel een doodgewone vrouw die nooit meer zal trouwen! Gaan we nog een wijntje drinken, schrijf het maar bij op je onkostennota.” Ik durf haar niet tegen te spreken.

Frans Van Damme


Dit interview verscheen in De Streekkrant editie groot Gent/Deinze  - week 45

zondag 25 oktober 2015

Interview De Streekkrant: Raoul SERVAIS


“Mijn meesterschap is niet meer zo vanzelfsprekend”

GENT Momenteel loopt een grote overzichtstentoonstelling over het werk vroeger, nu en straks van de 87 jarige animatiefilmpionier Raoul Servais. Er waait een frisse wind doorheen het Belgische filmlandschap. Een portret van de man die ons land op de wereldkaart van de animatiefilm plaatste.
Als kind werd Raoul Servais gefascineerd door het mysterie van de film. “Mijn vader bezat reeds in de vroege jaren ‘30 een collectie films. Die pellicule, dat was pure tovenarij, film was toen een mysterie.” Na de 2e Wereldoorlog ging hij, net 16 jaar jong, aan de slag als assistent-decorateur bij de Innovation in de Gentse Veldstraat. “Om den brode, noodgedwongen, aan 5 frank per uur.  Mijn ouders waren hardwerkende handelaars maar verloren alles tijdens de oorlog, bij de bevrijding bleef er niets over, we waren zeer arm.” Maar Servais wou meer, veel meer. Hij schreef zich in aan de afdeling sierkunst van de Academie voor Schone Kunsten van Gent en geraakte er gepassioneerd door de animatiefilm. Het was, naar eigen zeggen, een van de gelukkigste periodes in zijn leven. Raoul is een autodidact, zoveel is zeker. “Omdat de grote studio's hun geheimen verborgen hielden, moest ik het hele proces zelf ontdekken. Er was geen literatuur, geen enkele mogelijkheid om het te leren. Zes medestudenten en ikzelf hebben toen een ‘filmstudio’ opgericht in een serre buiten Gent. Na teleurstellende probeersels met een camera, in elkaar geknutseld met een sigarenkistje en enkele meccano onderdelen, slaagde ik er uiteindelijk toch in op eigen krachten de filmtechniek onder de knie te krijgen.” Maar de ambitie ging verder, aan zijn honger naar nog meer kunst kwam geen einde, zijn talent leek wel onbegrensd. “Tussendoor ben ik ook illustrator geweest voor dagblad Vooruit, heb affiches gemaakt evenals ontwerpen voor muurschilderijen, glasramen en tapijten. In 1963 bracht ik aan de Gentse academie de richting 'Animatiefilm' op gang, de eerste autonome opleiding van die aard op het Europees vasteland. Als kind van de zee ben ik een bijzonder grote fan van Gent. In 2008 ontving ik het eredoctoraat van de Gentse universiteit. Mijn goede vriend Jacques Dubrulle ben ik oprecht dankbaar, aan hem heb ik heel veel te danken.”

Het grootste deel van het oeuvre bestaat uit kortfilms. Een bewuste keuze? “De animatiefilm is een medium dat het mogelijk maakt op enkele minuten een thematiek te behandelen waarvoor, als je het zou vertalen naar een live-action film, veel meer tijd zou nodig zijn. Als je genoeg hebt met 5 minuten om iets te vertellen, waarom zou je er dan meer tijd aan besteden?” We leven in een snel evoluerende wereld. De animatiefilm werd volwassen, een volwaardige discipline. Hoe gaat een getalenteerd kunstenaar op leeftijd daar mee om? “De cinematografie heeft een enorme revolutie teweeggebracht. Mijn meesterschap is vandaag niet meer zo vanzelfsprekend. Wanneer ik gebruik wens te maken van digitale toepassingen voel ik mij totaal onbevoegd, onbekwaam, te dom. Het is een goede les in nederigheid, ik moet dan beroep doen op de kunde van de nieuwe generatie jonge mensen.”
Het werk van Raoul Servais wordt voortdurend gekenmerkt door een streven naar een betere wereld. Hij blijft onvoorwaardelijk geloven in de goedheid van mensen. “Ik heb een nostalgiegevoel voor broederlijkheid en gerechtigheid. Het is een utopie ondervind ik af en toe. Dat sommigen die goedheid niet hebben of een minder aangenaam aspect van hun karakter tonen, dat doet me pijn. Jazeker, dat is mijn naïviteit. Ik ben zachtaardig als mens maar niet zoeterig in mijn films. Maar als ik rondom mij onrechtvaardigheid, leugens, bedrog of geweld vaststel, dan reageer ik als protest hard, bijna meedogenloos.”

De grote Servais schuwt rode lopers, leeft eenvoudig. “Een mens kan nooit bescheiden genoeg zijn. Ook geld was nooit de drijfveer.” Het lijkt wel of Raoul beschikt over het geheim van de eeuwige jeugd. “Werken is mijn grote geheim. Alhoewel, ik denk soms wel eens aan de dood. Stilaan verdwijnen al mijn vrienden, de doodsberichten in de krant worden vaste lectuur. Neen, bang van de dood ben ik niet, wel bang om niet meer te leven. Ik wil nog zoveel weten, nog zoveel meemaken. Ik heb nog zoveel boeiende toekomstplannen maar helaas zal ik hiervoor niet lang genoeg leven.” Hij is gelukkig nog life & kicking en mag zich verheugen op 60 internationale filmprijzen. “Ja, ik ben een tevreden man, al had ik graag wel eens een Oscar gewonnen (lacht).”
Frans Van Damme
 


Dit interview verscheen in De Streekkrant, regio groot Gent/Deinze - week 44/2015
 

zondag 18 oktober 2015

Interview De Streekkrant: Jan Vermeulen, burgemeester van Deinze


‘Een stad leeft van mensen, niet van auto’s’

DEINZE De brandweerzone Centrum Deinze won onlangs de Veiligheidsprijs Oost-Vlaanderen, de politiezone Deinze-Zulte werd tweede. Van de ene organisatie is burgemeester Jan Vermeulen ondervoorzitter, van de andere voorzitter. We gingen praten met de immer fietsende burgemeester.

“Vlaanderen heeft dringend nood aan een andere mobiliteit”, de burgemeester steekt al direct een tandje bij, gaat full speed van start “Het moet de bedoeling zijn mensen in plaats van auto’s  te verplaatsen. Werknemers die met de fiets naar het werk komen zijn per jaar 3,5 dagen minder afwezig dan wie met de auto komt. Op de bedrijfsparking neemt elke auto de plek in van 12 fietsen. Reken zelf de winst maar uit.”

Het wordt algauw duidelijk: de stad kan zich geen betere public relations wensen dan hun eigen burgemeester. Als een volleerde gids neemt hij ons enthousiast mee op een flinke wandeling doorheen de stad, laat verborgen pareltjes zien, trakteert ons op een ijsje, we kunnen nog net ontsnappen aan een ritje op de fiets.

“Deinze groeit sterk, we willen een stad zijn voor iedereen. We willen comfort bieden aan senioren en mindervaliden, aandacht hebben voor kinderen, elke leeftijdscategorie moet zich hier goed in z’n vel voelen en zich veilig kunnen verplaatsen.” Jan is een fietsfanaat en wil maar al te graag deze passie overdragen op de bevolking. “We moeten de beschikbare ruimte delen, dat is pure noodzaak. Een stad leeft van mensen, niet van auto’s. Elke fietser is een auto minder in de stad, daarom moeten we fietsers pamperen.” Het wordt algauw duidelijk, hier gedraagt iedereen zich gedisciplineerd in het verkeer, nergens anders zijn zoveel tweewielers onderweg. 

Jan is een volksmens, van bescheiden afkomst, daar is hij fier op. “Mijn ouders hielden 27

jaar café De Klok open. Daar viel altijd wel iets te beleven. Will Tura, Wilfried Martens, Guy Verhofstadt en andere bekende koppen waaiden er binnen. Zelf heb ik nooit bier gedronken, nooit gerookt. Waarom ik zelf geen cafébaas geworden ben? Wie weet, misschien komt het er ooit nog wel van. (lacht). Cafés zijn het culturele centrum van een wijk. Een goede burgemeester is net als een café: men moet voor de mensen altijd beschikbaar zijn.”

Volgend jaar, op 21 mei, zwaait het gloednieuwe stadhuis zijn deuren wagenwijd open. Er is in het gebouw ook plaats voor een café. “Vroeger hadden de meeste stadhuizen een café..Hier moet het een stressloze ontmoetingsplaats worden, met een uniek uitzicht. De naam mag ik nog niet verklappen maar er zal wel een link zijn met een gekend en lekker streekproduct uit Deinze. Samen met het bestuur staat Jan garant voor een gezond financieel beleid en een lage fiscale druk. “Ik cumuleer niet. Met mijn full-time inzet als burgervader wil ik zorgen voor een  aangename en betaalbaar Deinze waar het goed wonen, werken en leven is.”

Wijlen gouverneur  André Denijs noemde hem een moderne burgemeester, die goed samenwerkt met andere burgemeesters. “Om de 2 weken heb ik contact met Daniël Termont. Wat ik van hem heb geleerd, dat kan je op geen enkele universiteit leren!”

Als vader van een tweelingdochter kent hij ook de behoeften van jonge gezinnen.

“Zo’n 6000 scholieren verplaatsen zich dagelijks met de fiets. Deinze telt 400 verenigingen, we zijn dus duidelijk een stad op mensenmaat, volop in beweging.” Bij wegenwerken, de heraanleg van straten en pleinen  wordt het meteen duidelijk: de beste tijd voor automobilisten is hier voorbij. “Een auto in de stad vloekt” verduidelijkt Jan. “In november starten we met Cambio autodelen. Het concept past perfect in ons duurzaam mobiliteitsbeleid. Autodelers maken meer gebruik van het openbaar vervoer. Een gedeelde wagen zorgt voor het verdwijnen van 4 tot 12 wagens. Ons project met de deelfiesten is een succes, ruim 25.000 ritten per jaar, dat is meer dan Gent en Brugge samen. Wij stimuleren het gebruik van deze Blue-bike’s door het personeel van de stad een gratis abonnement aan te bieden. Aan elk groot station kan men het laatste stukje afleggen met een deelfiets die klaarstaat. Met het initiatief ‘Cycling for all’ willen we binnenkort bewoners in rusthuizen en mensen die minder mobiel zijn ophalen met een soort riksja”. Alles loopt in Deinze letterlijk en figuurlijk op wieltjes. “We hebben wel nog nood aan een groot hotel. Mocht er zich iemand geroepen voelen, graag!”
 
Frans Van Damme
 


Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, week 43/2015
 

 

maandag 12 oktober 2015

Interview De Streekkrant: actrice Marijke Pinoy


‘Als actrice is het dikwijls een financiële strijd’

GENT Marijke Pinoy pronkte wereldwijd op de planken van menig theaterhuis en was te zien in heel wat televisieseries en films. Sterk geëngageerd, kritisch voor zichzelf en anderen. Het resultaat is een goed, warm en openhartig gesprek.
Marijke Pinoy behaalde de 1e prijs Dramatisch Kunst aan het Gents Conservatorium en werd een theater- en filmactrice met een boeiend en gevarieerd parcours. Ze staat op haar strepen, wil niet de vuile was buitenhangen. “Nergens voor nodig, dat geeft geen meerwaarde aan mijn persoon als actrice” verduidelijkt ze meteen. Pinoy werkt veel, heeft de handen vol maar wil bovenal van het leven genieten. “Ik ben een supergelukkige single, maar mocht er iemand mijn pad kruisen zal ik daar geen neen tegen zeggen. Nu volg ik mijn kinderen in hun dromen en verlangens. Noem me gerust een vrouw met 2 extremen: familiemens en einzelgänger.” Actrice, synoniem voor een liederlijk leven en vlug rijk worden? “Vergeet het. Een huis afbetalen, de kinderen opvoeden, daar moet ik hard voor werken maar kan er van leven. Eerlijk is eerlijk, een leven als actrice is dikwijls een financiële strijd. Eten weggooien is doodzonde, 2e hands aankopen en solden zijn hier de regel. Gezelligheid en een gevulde koelkast, meer moet dat eigenlijk niet zijn. Als actrice zal ik mijn eigen waarden nooit verloochenen. Ik speel enkel rollen waar ik volledig achter sta en dan durf ik diep te graven in mezelf.” Zoals ze trouwens doet in de nieuwe film ‘Problemski Hotel’, waar ze de rol speelt van een lerares in een asielcentrum. Een hoopvol verhaal over vluchtelingen die timmeren aan hun eigen weg. “Stel je voor dat je ergens geboren wordt en er moet vluchten, dat je gedwongen bent om alles achter te laten, je identiteit, alles! Het stoort mij dat sommigen er niet bij stilstaan dat niet alle mensen over de basiselementen beschikken om in leven te blijven en problemen hebben met het feit dat mensen vluchten naar plekken waar ze wel mens kunnen zijn.” Filmpremière in Vooruit op 16/10 in het kader van het Filfmfest Gent.

Als mens en moeder van 5 kinderen heeft Marijke een duidelijk profiel, weet maar al te goed wat ze wil, welke richting het uit moet. “Neen, ik ben niet iemand die manifest op de barricaden gaat staan. Maar toch, wanneer het echt nodig is, dan sta ik er toch. Als kritische burger wil ik wel constructief mijn steentje bijdragen aan een solidaire, tolerante maatschappij.” Politiek laat haar niet onverschillig, in 2007, 2009, 2012 stond ze op kieslijsten van Groen. “Laat iedereen in z’n waardigheid. Eigenlijk ben ik een rooie, een linkse, dat marcheert perfect. Een verzuurde maatschappij wordt meer en meer uitvergroot als een cliché, een modewoord. Veel mensen hebben een gefrustreerd gevoel. Daar doe ik niet aan mee. Diversiteit is dagelijkse dingen delen, mensen moeten zorgen voor elkaar. Geluk zit niet in de grote verhalen. Daarom zijn burgerinitiatieven zoals Hart boven Hard zo belangrijk, dat staat boven de partijpolitiek.” Bemerken we hier een signaal van naïviteit? “Ik geloof in de goedheid van de mens. Is dat naïef? Positief denken moeten we doen. Soms denkt men ‘voor wat hoort wat’, dat is niet zo. Mensen beginnen te twijfelen aan de verrechtsing, dat is een goed teken. We kunnen niet blijven onze ogen sluiten voor alle miserie in de wereld. Politiek gaat om meer dan een bolletje kleuren in het stemhokje. Laat ons niet afglijden in een egoïstische maatschappij, doe zelf iets voor je medemens.”

Haar  zoon Titus heeft een autismespectrumstoornis, zijn kansen liggen enigszins anders. Marijke voelt zich geroepen daar een stem aan te geven want mensen hebben hiervan dikwijls een verkeerd beeld, elke mens heeft zijn eigen verhaal. “Toen de diagnose werd vastgesteld begon mijn zoektocht, een les in heroriënteren. Je wordt verplicht om bij te sturen een evenwicht te vinden, ik heb moeten leren hulp te vragen. Dat was moeilijk, je gaat door, draagt de consequenties. Die strengheid voor mezelf heb ik moeten loslaten. Onze maatschappij laat Titus niet helemaal toe te zijn zoals hij is, hij is soms in een strijd verwikkeld met zichzelf.” Maar het is geen kommer en kwel. Titus maakt bijzonder mooie gedichten, haalt goede resultaten op de tuinbouwschool, speelt drum. Een fantastische jongen met een al even fantastische moeder in een liefdevolle omgeving. “Een waardevol leven, daar heeft iedereen recht op” benadrukt  Marijke emotioneel.
 


Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, week 41/2015
 

Interview De Streekkrant: patissier JACQUES BLOCH


‘Het mobiliteitsplan is een fiasco’

GENT Op 30 april 1899 opende Bloch frères in de Velstraat Boulangerie Viennoise, met als één van de specialiteiten pain à la grecque. Op 28 maart 2008 sloot de winkel definitief de deuren, na een traditie van zowat 110 jaar. Een monument in Gent verdween. Jacques Bloch (87) weet het zich nog allemaal exact te herinneren.
Een naam met faam, Bloch was een begrip. Bakken zit de familie in het bloed. De naam Bloch ruikt naar de heerlijke geur van versgebakken brood en banket. De overgrootvaders waren bakkers in Duitsland, in de Elzas. “Omdat mijn grootvader geen soldaat in het Duitse leger wou worden vluchtte hij. Benjamin Bloch arriveerde in 1898 vanuit Brussel in Gent om zijn eigen filiaal te stichten. Familieleden hadden toen al in Brussel, Antwerpen, Luik en Oostende bakkerijen geopend onder de naam Boulagerie Viennoise, met een ongekend aanbod van brood en koeken. Viennoise had niets met Wenen te maken, het duidde op een bepaald soort gebak. Na de 1e Wereldoorlog veranderde het uithangbord in Patisserie Alsacienne, verwijzend naar de herkomst van de familie.”

Met de 2e  wereldoorlog op komst vonden de ouders van Jacques het te warm worden en vluchtten met hun kinderen naar New York. “Het was een bewogen reis. Onderweg bleven problemen ons achtervolgen, grenzen gingen dicht, er leek geen uitweg meer te zijn. We kwamen tijdens onze omzwervingen veel goeie mensen en veel profiteurs tegen. We deden alles op onszelf, misschien is dat ons geluk geweest. We hebben onderweg nooit joden ontmoet, we vielen helemaal niet op.” Grootmoeder besloot in de winkel in Gent te blijven. Ze had de Duitsers in de 1e wereldoorlog meegemaakt, ze zou het wel terug overleven. Het liep helaas anders. Op 28 januari 1943 pakten de Duitsers de vrouw op. “Men voerde haar naar de Dossinkazerne in Mechelen en zetten haar later op een trein naar Auschwitz, waarvan ze niet terugkeerde. Een  tante en oom waren eerder al afgevoerd naar Auschwitz. Een neef belandde in het concentratiekamp van Buchenwald, hij overleefde.”
In november 1945 keerden de Blochs terug uit New York. “Ik was toen 17 jaar. In New York heb ik gewerkt in een nieuwkuis. Terug in België leerde ik de bakkersstiel in Brussel. De bakkerij in Gent was ondertussen verkocht aan een collaborateur. Het was buurman Jean Daskalides die kon verhinderen dat de mensen na de bevrijding uit wraak het huis in brand staken.” Vader Rodolphe runde de zaak tot aan zijn overlijden in 1958, toen kwam de leiding in handen van zoon Jacques. Er bestaan geen Gentenaars die de verbruikzaal niet hebben bezocht. Deftige dames die van een kannetje koffie en taart genoten, dat was het beeld van de verbruikzaal, die reeds werd geopend in 1905. “Stijn Streuvels, Felix Timmermans, Prins Filip, alle bekende personages heb ik over de vloer gehad. Steeds heb ik afgewogen of ik wel of niet hun aankopen in rekening zou brengen. Ze hebben allemaal betaald zoals ieder ander.” De zaak kreeg bijna een mythische status. Toen patisserie Bloch de deuren sloot, haalde dit nieuws de nationale media, het trouw cliënteel bleef verweesd achter. “De zaak was door de hoge sociale lasten niet meer rendabel. Niets blijft eeuwig duren. Maar de mooie herinneringen blijven bewaard. Het was een moeilijke beslissing want klanten waren vrienden geworden” mijmert Jacques.
Er is nu ook goed nieuws voor de Bloch fans. “Bloch is Belgisch cultureel erfgoed. Onze legendarische cakes en suikerbroden zijn vanaf 10 oktober verkrijgbaar bij Delhaize, gemaakt volgens mijn receptuur en gefabriceerd onder toezicht van mijn vroeger chef-bakker Stefaan Elias” gniffelt Jacques. De naam Bloch blijft bestaan, hij is een gelukkige man. Echter, als het mobiliteitsplan ter sprake komt stijgt z’n bloeddruk. “Een dwaas plan, een fiasco voor Gent. Ik heb niets tegen fietsers maar sommige zijn echte fietsterroristen, zonder respect. Fietsers krijgen carte blanche, mensen zoals ik die afhankelijk zijn van een auto om zich te verplaatsen worden genegeerd. Als ik op de Kouter bloemen koop zijn ze verwelkt als ik thuis kom, door het vele nodeloos omrijden. Ik schrijf brieven naar schepen Watteeuw maar krijg nietszeggende antwoorden terug, totaal naast de kwestie.”

Bridgen en zijn charmante, jongere vriendin bezorgen Jacques een fijne oude dag. “Het leven is te kort om slecht te eten, daarom ben ik zo blij met mijn Sylva, mijn boterkoekske.”
 
 
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze, week 39/2015

zondag 13 september 2015

Interview De Streekkrant: Franck Van Laecke


Auteur, regisseur en scenarist Frank Van Laecke

‘Hoe ouder ik word, hoe gulziger ik ben’

GENT De kans is zeer groot dat je ooit al eens, misschien zonder het te weten, een voorstelling hebt gezien waarbij Frank Van Laecke was betrokken. Tv-producties, musical, opera, theater… zijn palmares is lang, de producties ontelbaar, het gaat keihard voor deze wonderboy.
“Mooie voorstellingen maken met de juiste mensen, dat maakt me gelukkig. Vooral geen conflicten, daar hou ik niet van. Chemie in een groep is essentieel, samenwerken heeft iets magisch.” Frank straalt geluk uit. Dat zie je, dat voel je. “Alhoewel, ik heb slaag gekregen, verdriet is ook  mijn deel geweest in het leven. Expressie en het uiten van emoties wordt dan therapeutisch. Uit een diep dal klimmen, daar wordt een mens enkel maar beter en sterker van. Theater, musical, opera…. dat is mijn wereld.” Wij kennen zijn bescheidenheid maar de waarheid moet gezegd worden: Frank staat telkens garant voor entertainment en spektakel op topniveau. Talent en professionalisme hebben hem geen windeieren gelegd want hij werd meermaals bekroond met onderscheidingen en prijzen. Hij blijft er nuchter bij: “Je bent maar zo goed als het laatste stuk dat je gemaakt hebt.” Je wordt niet zomaar de Godfather van de Vlaamse musical. Alles is het gevolg van hard maar dankbaar labeur zo blijkt. “Uren per dag ben ik bezig met schrijven van en schaven aan mijn werk, slaap soms hooguit 5 uurtjes. Ik heb een rusteloze kop, twijfel altijd. Het zou van een gigantische arrogantie getuigen dat niet te doen. Het maakt deel uit van mijn parcours, twijfel houdt je wakker. Je moet alles in vraag durven stellen, kritisch blijven voor jezelf. Het is telkens vanaf nul herbeginnen. Voor de musical 14-18 heb ik 180 versies van het script geschreven. Ik denk dat de kwaliteit van een productie vaak afhangt van de omvang van je vuilnisbak. Hoe meer men schrapt en in vraag stelt, hoe beter het eindproduct wordt. Ik heb nooit m’n artistieke eieren in 1 mandje gelegd, zorgde steeds voor een grote diversiteit. Ik ben geen artiest, dat is een te abstracte omschrijving. Ik ben een stielman met 500 % inzet. Ambitie is zeker geen vies woord maar bij mij gaat het meer om passie.”

Frank, de globetrotter, altijd onderweg, de bezige bij met een overvolle agenda. Heimwee naar Gent? “Jazeker, de stad werkt als een magneet. Is het de generositeit van de bewoners of ligt het aan hun koppigheid. De sfeer, de tegendraadsheid, ik  weet het niet precies. Weet je, ik ben dikwijls alleen maar zeker niet eenzaam.” Van Laecke is passioneel, dikwijls voor zichzelf een strenge rechter en gulzig. ‘Ik doe mij werk niet om een bepaalde status te bereiken, het is eerder een groot heilig vuur dat in mij brandt. Hoe ouder ik word, hoe gulziger ik ben. Ik wil nog zoveel doen, meemaken, beleven! Ik denk vaak aan doodgaan, wel 100 maal per dag vraag ik me af of ik het goed heb gedaan. Ik zie mijn eindigheid, het einde komt dichterbij.”
Frank schreef een opmerkelijk boek: ‘Confidenties van een seriemoordenaar’. Een story doorheen het brein van een ogenschijnlijk doodnormale man met een merkwaardig tijdverdrijf. “Een vademecum voor het plegen van de perfecte moord (lacht). Althans voor die man toch, die beter wil doen dan al zijn illustere voorgangers.”

Op de schaal van geluk geeft Frank zichzelf een dikke 8/10. “Ik ben zeker niet de beste zakenman ter wereld, had ik het maar beter aan boord gelegd denk ik soms. Maar ik ben ontzettend blij dat ik nu keuzes kan maken. Zelf kiezen welke projecten ik wil doen en met wie, dat is een echte luxe. Het is belangrijk te dromen maar Icarusvluchten zijn echt niet nodig. Vooral blij en eeuwig dankbaar ben ik de mensen die me destijds kansen hebben geboden, die vertrouwen in me hadden. Helaas kruiste een Judas al wel eens mijn pad, dat maakt me triestig, het maakt me voorzichtiger bij ontmoetingen met onbekenden.” Verschijnen op de rode loper is niet echt iets voor Van Laecke. “Geef mij maar de luwte. Ik hou niet van premièrefeestjes met zo’n kunstmatige sfeertjes waar een echte lach ontbreekt. Mijn goede eigenschappen? Ik kan niet lang kwaad zijn, dat is tijdverlies. Onrechtvaardigheid en onverdraagzaamheid, daar heb ik het moeilijk mee. En gebrek aan stiptheid, mensen die te laat komen vind ik wreed ambetant.” Ik heb het begrepen, ik was 10 minuten te laat op de afspraak. Sorry Frank.
Frans Van Damme
 

Dit interview verscheen in Dd Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week 38/2015
 

zondag 6 september 2015

Interview De Streekkrant: SAM VAN ROSSOM


‘Gok nooit op 2 paarden, dat loopt meestal fout’

GENT Sam Van Rossom (29) is één van de weinige Belgische basketbalspelers die in het buitenland een carrière heeft opgebouwd, waar hij kan concurreren met de allerbeste. Af en toe, uitzonderlijk eigenlijk, kan je hem nog wel eens tegen het lijf lopen in zijn geboortestad Gent.
Gentenaar Sam Van Rossom sloot zijn syllabus en zei adieu aan de school om zich volledig te wijden aan basketbal. Enkele jaren, honderden wedstrijden en een aantal titels later moet hij zowat de beste Belgische basketbalspeler zijn.
“Mijn vader gaf training aan de allerkleinsten. Hoewel ik amper 5 jaar was, dus nog te jong om te spelen, mocht ik toch gewoon deelnemen aan de trainingen. Voor ik het wist stond ik enkele uren in de week op het plein, was altijd bij de betere van de ploeg waardoor ik ook vaak mocht aantreden bij de grotere jongens.”Later speelde hij bij Bobcat Gent, Gent United en BBC De Pinte. Vanaf dan ging het erg snel voor Sam, hij ontbolsterde in 2005 bij BC Oostende en werd prof. “Bij Oostende verwierf ik eigenlijk mijn geloofsbrieven. Het was meteen een groot succes. Het eerste jaar werden we Belgisch kampioen. Memorabel, een jaar later werden we opnieuw Belgisch kampioen. Ik werd 2 keer tot speler van het jaar verkozen.” In 2008 kwam Sam bij het Italiaanse Milaan terecht, dat hem 2 jaar uitleende aan Pesaro. In 2010 haalde Zaragoza hem in huis. Sedert 2013 heeft hij een 3-jarig contract bij Valencia. “Ik ben de laatste om te zeggen dat ik een harde job heb, maar sommigen zien enkel de blinkende kant van de medaille. Ze vergeten wat ik allemaal moet opofferen om te staan waar ik nu sta. Lang van thuis weg, weg van je vrienden en familie, een te verwaarlozen uitgaansleven. Akkoord, ik heb er zelf voor gekozen en de positieve zaken wegen zwaarder door dan de negatieve maar zo eenvoudig en evident is dat zeker allemaal niet.”
De frequentie van de trainingen mag dan wel hoog zijn, de inspanningen zwaar, de heimwee naar thuis groot maar populariteit en geld verzachten toch wel de arbeid? “Mij hoor je niet klagen, ik verdien goed m’n boterham. Alhoewel andere sporters soms wel het 10 dubbele verdienen. Basket is een grote businesswereld maar voor mij is het nog altijd grotendeels een hobby, eigenlijk meer een passie. Van een hobby je beroep maken, dat geeft dé meerwaarde aan mijn leven. Met m’n 1,88 m. ben ik misschien de kleinste op het veld maar tevens de snelste.” Zo’n topspeler als Sam mag toch wel rekenen op enige privileges overal waar hij komt?  “Als buitenlander wordt ik bij Valencia beter behandeld dan de Spanjaarden zelf. Een niet onaardige auto, een aantrekkelijk loon en een flinke huurkostenvergoeding mogen dan wel leuk zijn, het enthousiasme en respect van de supporters is voor mij eigenlijk meer waard. In Italië had de club waar ik destijds speelde een overeenkomst met een restaurant waar ik dagelijks gratis mocht gaan eten. Erg handig maar niet goed voor de lijn. Nu vult moeder mijn diepvries.”
Als Sam over vader en moeder spreekt blinken zijn ogen. “Alles heb ik te danken aan mijn ouders. Ik liep school aan het St. Barbara instituut en heb daarna 1 jaar rechten gedaan aan de universiteit. Studeren en basket combineren werd onmogelijk, er moest een keuze worden gemaakt. Gok nooit op 2 paarden, dat loopt meestal fout. Mijn ouders drongen me niets op, ik mocht mijn eigen toekomst bepalen.” Seks, drugs en rock & rol, Sam wil zich niet profileren als een heilige en praat zonder taboes. “Ik leef niet hypergezond, ook niet ongezond. Over alcohol wil ik niet hypocriet doen, drinken met mate, dat mag best. Seks voor de wedstrijd? Mijn lief woont in België, ik zit in Spanje, niet zo’n comfortabele situatie voor regelmatige seks hé (lacht). Neen, in Valencia liggen de dames noch voor, noch na de wedstrijd aan mijn voeten, het is niet wat je denkt.”
Hoe is het gesteld met het basketbalgebeuren in België? “Er is een moment geweest dat basket in ons land in een diep dal zat. Nu is het niveau niet slecht, we zijn aan een inhaalbeweging bezig maar concurreren met Spanje, Italië, Griekenland of Rusland is onmogelijk. Onze nationale ploeg zit in de lift, dat maakt me blij. Een baaldag is me wel niet onbekend. Zoals de dag toen ik een aanbieding kreeg om over te stappen naar de absolute top: Moscou.  Maar ik kan niet weg bij Valencia, mijn contract liep er nog 1 jaar. Dat was efkes vloeken.”
Frans Van Damme
 

Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week 37/2015