zondag 4 mei 2014

De Streekkrant - interview Gentse politiewoorder Manuel Mugica Gonzales


Politiewoordvoerder Manuel Mugica Gonzalez

“Geweld is er altijd geweest en zal altijd blijven bestaan”

GENT Toen de woordvoerder van de Gentse politie Manuel Mugica Gonzalez zei “Mijn hele leven is een aaneenschakeling van toevalligheden” was onze interesse gewekt. Hij mag het nu eens aan de lezers van De Streekkrant uitleggen.
De naam van de immer goedgezinde Manuel Gonzalez  doet vermoeden dat hij uit Spanje komt. Toch is hij geboren in de volkse Bloemekenswijk en bracht het grootste deel van zijn jeugd door op de Brugse Poort. Vandaar waarschijnlijk zijn grote sociale bewogenheid. “Tijdens de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) werden 32.000 kinderen naar het buitenland geëvacueerd, het waren oorlogskinderen. Tijdens de vlucht voor het geweld kwamen 5000 kinderen in België terecht.  Mijn vader, van Baskische origine, was één van de 200 kinderen die in Gent bij pleeggezinnen werden opgevangen”. Vader was coiffeur, Manuel kon studeren aan het Atheneum. “Alles interesseerde mij, behalve studeren. Met als resultaat 2 keer blijven zitten. Een T-dansant organiseren, uitgaan, de studentenbuurt, fuiven, vrienden (en vooral vriendinnen), dat was toch allemaal zoveel plezanter. Als men in de Overpoortstraat een 4e man nodig had om te kaarten wist men me wel te vinden”. Hij begon als grondwerker en tekende nadien bij het leger. Beetje stoer doen met een marine-uniform misschien? “Bah neen gij, ik wist gewoon niet wat ik wou doen voor de kost. Had in feite een voorkeur om sociaal assistent te worden, maar het had net zo goed pompier kunnen zijn”.

Onschuldig in de bak door mijn schuld?
Hij kwam na het marine avontuur bij de politie terecht als ‘die agent mee een rare naam’. “Als een Spanjaard werd opgepakt moest ik vertalen.  Men dacht dat ik Spaans sprak. Maar mijn kennis ging niet veel verder dan dos cervezas por favor. Waarschijnlijk door mijn schuld zijn er enkele mensen onschuldig de bak ingedraaid, omdat ik niet goed had vertaald. Mea culpa”. (lacht). Tijden veranderen, de politie eveneens. “Vroeger had iedere wijk z’n bende. Als jonge agent moesten we bijna alle nachten vechten in de beruchte buurt van de Boudewijnstraat, de vele dancings aan het Zuid enz… Gelukkig is dat allemaal voorbij. Alhoewel, geweld is er altijd geweest en zal altijd blijven bestaan. Maar de politie speelt nu korter op de bal. Dikwijls worden problemen opgeblazen. Het kleinste incident wordt uitvergroot in de pers. De mensen zijn mondiger geworden. We leven in een verzuurde maatschappij, zoveel is zeker. Kankerpatiënten in een appartementsgebouw en spelende kinderen  waartegen buren bezwaar maken, in wat voor een wereld leven wij?”.

Op café wil iedereen hun verhaal vertellen aan mij
Manuel werd enige jaren terug gepromoveerd tot politiewoordvoerder. “Uitgaan, aan de toog hangen, neen, ’t is voorbij. Iedereen wil me op café hun verhaal vertellen, ‘k heb er geen zin in”. Toen de vorige politiewoordvoerder Steven De Smet werd ontheven uit die functie kwam Manuel plots in beeld. Waarom eigenlijk? “Ik weet het zelf niet. De korpschef, die ik  niet eens kende, vroeg het me gewoon. Ik zei ja en heb er nog geen moment spijt van gehad”. Er zijn wel enkele eigenschappen die bij zo’n keuze bepalend zijn. “Een woordvoerder moet het uiteraard goed kunnen zeggen, op een bondige manier kernboodschappen communiceren. Loyaal zijn, vertrouwen uitstralen, een netwerk kunnen uitbouwen, ervaring hebben in het korps, thuis zijn in de stad op alle niveaus en sociaal ingesteld”. Een politiek duwtje kan misschien ook helpen? “Neen, zeker niet. Die tijd is al lang voorbij. Zowat 20 jaar geleden werd ik rechtstreeks verkozen als gemeenteraadslid. Heb dat mandaat nooit opgenomen. Dat mocht niet, want ik werkte toen aan ’t stad”.
 
Respect moet je verdienen
Manuel (56) is een Bourgondiër op zijn Spaans. “De absolute topper is een bordje echte, beroemde Iberico hesp. Duur doch een must. Mijn vrouw doet de boodschappen, ik kook elke dag. Noem me gerust een levensgenieter”. Al aan gedacht, ooit komt aan alles een einde? “De dood hoort bij het leven. Men weet alleen niet wanneer en hoe. Voor mij liefst pijnloos, Niet afzien, euthanasie ja. Niemand moet mij tot last nemen. Ik wil afscheid kunnen nemen van al wie me lief heeft. Mijn vader is alleen gestorven. Jammer, ik was er graag bij geweest, hoop dat zoiets mij niet overkomt. Ik ben een realist, na ons is het gedaan, is er niets meer. Leef hier en nu! Klaag niet want we wonen in één van de beste landen ter wereld. De algemene Europese verrechtsing maakt me bang. Ik weet na de Franco dictatuur hoe belangrijk het recht op vrije meningsuiting is en je vrij te kunnen bewegen op straat.
Geen privileges
Fouten maken is toch menselijk? “Absoluut. De dag dat ik bij de politie een ernstige fout maak mag men me gerust opzij zetten. Iedere avond in de spiegel kijken en zeggen: ik heb vandaag mijn best gedaan, niemand benadeeld. Dan met een gerust geweten gaan slapen maakt gelukkig. Voor mijn zoons ben ik liever meer vriend dan vader”. Nog nooit een akkefietje gehad? “Boetes voor overdreven snelheid zijn me niet onbekend, een flik is ook maar een mens van vlees en bloed hé. Altijd m’n boetes netjes betaald, ook in de tijd toen men boetes kon doen verdwijnen, nooit aan meegedaan. Ik hoef geen privileges. Respect krijg je niet, dat moet je verdienen”. Manuel heeft een uitspraak van Nelson Mandela lief: Niemand wordt geboren met haat tegen iemand anders. Als je haat kan leren kan je ook liefde leren. “Ik ben tevreden van het leven, heb alle kansen gekregen, voel me goed. Mocht ik morgen Euro Millions winnen dan zou ik heel wat mensen laten meeprofiteren”. We laten alvast ons telefoonnummer na, men weet maar nooit.
Eens flik, altijd flik
Elk jaar kijkt Manuel uit naar de Gentse Feesten. “Professioneel een zware periode. Overdag alles en nog wat regelen, ’s avonds naar St. Jacobs. Nergens anders, enkel daar kan je mij vinden. Wat een ambiance. Ik ga er volledig uit de bol, daar laat het publiek mij gerust. Ik kan me amuseren zonder te drinken. Dat moet wel, want ik ben 24/24u. oproepbaar. Maar als ik iets zie wat niet mag wordt het gesignaleerd. ‘k Weet het, eens flik, altijd flik”. Moeten we nu bang worden? “Neen, zolang je maar niet gaat wildplassen (lacht). De politie probeert alles met de nodige redelijkheid te benaderen. We kennen echt wel het verschil tussen de wet overtreden en kattenkwaad. En na de feesten direct met verlof, rustig genieten. De zotte jaren zijn voorbij”. Wat ik mis op vakantie? Belgische pralines, ik ben een volbloed sneukelaar”.
Frans Van Damme
Dit interview werd gepubliceerd in De Streekkrant - editie Gent & rand / week 19/2014
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

zondag 27 april 2014

Interview De Streekkrant: cartoonist AAaRGh


 
‘Mijn enige lichtpunt is miserie’

SINT AMANDSBERG  De cartoons van AAaRGh in De Streekkrant zorgen elke week dat zelfs de grootste azijnpissers dubbel liggen van het lachen. Wie is de man achter die tekeningen? Wil de echte AAaRGh dan nu opstaan en ons wegwijs maken in de wonderbaarlijke cartoonwereld!

 Mario De Koninck (37), zeg maar gerust AAaRGh, weet door zijn herkenbare, sobere en doeltreffende tekenstijl elke vondst optimaal te exploiteren. Hij durft woordspelingen aan, tekent  subtiel grappig en dikwijls op het scherp van de snee. Het levert geniale tekeningen op. Ook voor publicitaire opdrachten weet men hem te vinden. “Ik ben een bliksemsnelle cartoonist, met als specialiteit 'werken op maat'. Aan werk zeker geen gebrek, gelukkig maar. Want cartoonist zijn is een beroep, geen bezigheidstherapie. Ik maak wekelijks zo’n 30 cartoons voor dagbladen en tijdschriften. In een Nederlandse krant wordt er elke dag 1 cartoon van mij gepubliceerd” vertelt hij met enige gene. Want AAaRGh is een veel te bescheiden kerel. “Daarnaast maak ik cartoons voor reclamebureaus. Momenteel bezig een container aan het illustreren voor Fostplus, die gedurende 3 jaar op alle grote festivals van het land te zien zal zijn”. Maar er is meer op komst weten we AAaRGh te ontfutselen. “Ik wil mijn kinderfiguur Rumi zo snel mogelijk erg bekend maken. Het allereerste WK Voetbal met Rumi, een game dat op de computer, ipad en tablet gespeeld kan worden is zo goed als klaar. Een eigen Rumi website zal in juni online zijn”.

‘Ik neem comedy serieus’

Is het bedenken en tekenen van cartoons eenvoudig? Is het een gave of kan je het leren? “De mensheid wordt steeds dommer aldus onafhankelijk sjoemelende wetenschappers. Ze kunnen gelijk hebben. Religieuze gevechten, vernietigende rampen, voedselschandalen, racisme, economische crashes, haat, geweld… het stopt nooit. Het enige lichtpunt aan al die miserie is dat je er verdomd goede grappen over kunt maken. Dan wrijf ik me hierbij in de handjes. Vaak zijn dingen plezant omdat er iets triest in zit”. Bestaan kant-en-klaar tips? “Neen, iedere vogel zingt zoals hij gebekt is en iedereen heeft recht op een eigen plek in deze wereld. Al 13 jaar vaar ik mijn eigen koers, heb mijn eigen stijl ontwikkeld.  Gebaseerd op een eenvoudig principe: een goede grap bestaat uit 2 regels, meer niet. Cartoons met maximum 5 woorden zijn de beste. Een tekenaar moet selectief zijn: vooraf veel schetsen maken en er nog veel meer durven weggooien”.

 Mensen zijn egoïstisch

 Een leutige job? “Als kind wist ik 1ding zeker: voor mij nooit een job waarbij je andere mensen moet controleren. Er is natuurlijk controle in onze maatschappij nodig, anders loopt het compleet uit de hand. Want mensen zijn egoïstisch en ik ben niet beter dan een ander hoor. Wat ik nu doe voelt niet aan als werken. Onafhankelijk zijn is wat telt. Ik wil niet elke dag naar het werk in Brussel, 40 jaar lang de trein op af, een trein die dan meestal nog te laat komt. Een gans leven werken om een baas beter en rijker te maken en dan met pensioen, neen bedankt. Ik ben een zelfstandige die zelf z’n boontjes wil doppen, die zelf wil bepalen hoe z’n leven er moet uitzien. Ik heb iets tegen vakbonden. Die doen misschien veel goed maar dikwijls ook veel fout.
Politiek, niets voor mij. Ik wil niet in een hoek geduwd worden, geassocieerd worden met een bepaald gedachtegoed. Het maakt we onrustig”.
AArRGh woont, samen met vrouw en kind, in een riante woning. Een beroep om rijk van te worden? “Er zijn in ons land zo’n 20 professionele cartoonisten actief. Het is, in tegenstelling met wat sommigen denken, keihard werken. Elke gepubliceerde cartoon levert 70 à 100 euro op. Mij hoor je dus niet klagen. Geloof me vrij, ik ben een werkpaard, ik neem comedy serieus”.

‘Ik kan geen keuzes maken’

 Zijn er grenzen, kan een cartoonist zich zomaar alles permitteren? “Redacties zijn dikwijls te braaf, er is te weinig rebellie. Alles moet kunnen, ik hou met niets of niemand echt rekening maar het mag nooit de bedoeling zijn om mensen te schofferen. We leven in een verzuurde maatschappij, ik meen het echt. Voor sommigen is elke grap er eentje teveel”. Al had AAaRGh nog nooit een proces aan z’n been, het was toch wel al eens kantje boordje. “Ik had een parodie gefabriceerd omtrent Nijntje. Fout, dat mocht niet, moest er direct mee stoppen. Het bleef verder zonder gevolg. Nijntje mag dan wel een beschermd kinderfiguurtje zijn, parodieën zijn gelukkig niet verboden. De site van Sporza publiceerde een cartoon van mij over voetbalclub Beerschot. Hun logo is een beer en ik had dat beest een strop om de hals gedaan. Het was meteen oorlog, dat was er voor de supporters over. Voetbal is ook een vorm van kuddegeest hé. Sporza werd bedolven onder bakken kritiek, verwensingen en regelrechte bedreigingen. Men heeft uiteindelijk die cartoon van de site gehaald. Nogal een geluk dat we in geen saaie wereld leven want daar haal ik nu net mijn inspiratie uit”.
Heeft  AAaRGh een duister kantje? Ik heb nog geen stommiteiten gedaan,daar is nog alle tijd voor. Denk dikwijls dat enkel anderen stommiteiten uithalen. Ik ga altijd uit van het slechte in elke mens. Ik heb een vorm van autisme, moet altijd gestructureerd bezig zijn, heb een duidelijke planning nodig, kan nooit keuzes maken. Kiezen voor mijn vrouw was mijn enige en beste keuze ooit. Zij neemt de uiteindelijke beslissing, kiest de cartoons die geschikt zijn voor publicatie. Op restaurant is het mij onmogelijk te kiezen uit de menukaart. Ik eet wat anderen me voorstellen”. Heeft een cartoonist een levenlange houdbaarheidsdatum?  “De dag dat ik een cartoon maak waar iedereen om kan lachen, stop ik”.

Het jaar van AAaRGh

Een bezig baasje, die Mario De Koninck. Startte zijn carrière als journalist, maar verkoos al snel de humoristische kant van de actualiteit. 
Hij schrijft af en toe teksten voor radio Radio2 (De Raadkamer…) en televisie (De Rechtvaardige Rechters, De Kazakkendraaiers,… ). Hij treedt op als AAaRGh (Cartoon Comedy), speelt met Edol, AAaRGh en Niemand (cartoon comedy, muzikaal cabaret, stand-up en improvisatie) en bij De Nonsens Alliantie (improvisatietheater). In zijn theatershow steekt hij de draak met een resem onderwerpen uit de actualiteit. Zijn 1e cartoonalbum ‘Het jaar van AAaRGh’ ligt nu in de (strip)winkels. Deze uitgave verzamelt 180 van z’n beste, eerder gepubliceerde cartoons. Voortaan een hele voorraad ontzettend knappe tekeningen met een boodschap en humor op de salontafel. Voor zwoele zomerse avonden, 120 pagina’s verplichte lectuur om gegarandeerd happy van te worden. 




Frans Van Damme


Dit interview verscheen in De Streekkrant editie Gent, week 18/2014                 













 


 

zondag 20 april 2014

Interview De Streekkrant: ROEL VAN BAMBOST


60 jaar Vlaamse televisie: coryfee Roel Van Bambost

‘Ik hoop nog op een eigen filmprogramma’

 SINT AMANDSBERG  De televisie viert haar 60e verjaardag. Voor wie wil meeduiken in de geschiedenis van de voorbij decennia loopt nog tot 18 mei de tentoonstelling ‘Lang leve de tv’ in de Sint Pietersabdij! Hoe zou het nog zijn met Roel Van Bambost, de éminence grise van de Vlaamse filmcritici?

Televisie, de laatste 60 jaar geëvolueerd van een curiosum naar een niet meer weg te denken massamedium. Roel Van Bambost, de man met de weelderige zilverkleurige haardos, heeft dankzij een rijke carrière als filmrecensent zowel voor radio als televisie geschiedenis geschreven. Hij presenteerde het filmprogramma Première en recenseerde films in het journaal. Ondertussen is Van Bambost al enkele jaren van het scherm verdwenen maar hij heeft nog niet aan bekendheid ingeboet. “In 1965 kwam ik voor de 1e maal op televisie. Alle grote en knappe mannen en vrouwen van het witte doek, allemaal heb ik ze gesproken”. Collega en leermeester Jo Röpcke was een monument, Première een druk bekeken en gewaardeerd programma. Van 1991 tot 2010 presenteerde Van Bambost het filmmagazine.  Maar plots was het afgelopen, geen plaats meer voor één van de oudste programma’s, zo goed als geen interesse meer in filmnieuws. Het afschaffen van Première was een absoluut dieptepunt. Er kwam niets zinsvol in de plaats. Bij manier van spreken had men meer aandacht voor het volksdansfestival van Schoten dan voor goeie internationale films. Als VRT bediende ben ik veel te braaf geweest, had meer op tafel moeten kloppen. Ik heb nieuwe voorstellen ingediend maar het  werd niets, ’t was blijkbaar allemaal niet meer nodig. Na 44 jaar trouwe dienst nam ik afscheid van de VRT. Het leverde mij een schoon pensioentje op”.

 ‘Ik werd bijna paranoïde’

Moe gestreden, een beetje ontgoocheld misschien? “Ja! Ik ben destijds gevraagd door VTM maar weigerde. Tijden veranderen. Als journalist voor de Amerikaanse public relations machine gespannen worden maakte me bijna paranoïde. Heen en weer vliegen naar Los Angeles voor een voorgekauwd stompzinnig gesprek van amper enkele minuten met een filmvedette, ik heb er wel nooit luidkeels tegen geprotesteerd maar had er geen zin meer in. Een interview van 4 minuten, zoals tegenwoordig vaak het geval is, wordt belachelijk. Een filmcriticus lijkt hoe langer hoe meer een schakel te worden in de marketingketting van filmbedrijven”.
Hij kwam voor de 1e maal op televisie in 1966. De minzame, bedachtzame Roel praat al een leven lang op een zinnige, onderhoudende en goeie manier over film. Er staat geen vervaldatum op Van Bambost. “Het grote publiek is mij bijlange niet vergeten, de mensen herkennen mij nog steeds op straat. Ja, dat streelt mijn ijdelheid. En denk nu maar niet dat al mijn fans gepensioneerden zijn hé. Ik werd zelfs ooit eens gestalkt door een jonge gast, een Waal. ’t Was een handtekeningjager,  je liep hem op elk filmfestival tegen het lijf. Eric Van Looy nam die kerel ooit eens, uit compassie, mee naar z’n hotelkamer. Dat zou ik nooit doen, geraak er dan maar van af. Als ik er goed over nadenk weet ik het zeker, ik ben een antiglobalist. Net zoals ik lang geleden genegenheid had voor provo’s en leefde als een hippie. Dat waren nog eens tijden, het was de meest creatieve periode in mijn leven”.
Als er iemand in aanmerking komt voor een Life Time Award, dan is het wel Roel Van Bambost. “Of ik zou kunnen leven zonder bekendheid? Ik weet het niet. Ik ben filmliefhebber in hart en nieren, kan films en publiek sowieso niet missen, zal er altijd mee bezig blijven. Ik heb de ambitie om ooit nog een filmprogramma te presenteren. En een one night stand met zo’n Chinese of Japanse madame staat ook nog steeds op m’n verlanglijstje” (lacht). Hoop doet leven is alvast een oud Chinees spreekwoord.

‘Ik hou niet van discussiëren’

Roel Van Bambost werd geboren in de buurt van de Dampoort. Blijkbaar een vruchtbare bodem voor veel Gents talent. “Ter wereld gekomen na een periode van grote miserie. Mijn vader was rijkswachter te paard. Gangreen opgelopen tijdens de oorlog, een arm geamputeerd en om aan de Duitsers te ontsnappen gevlucht naar Noord Frankrijk. Mijn moeder was een jaar zonder nieuws van hem en plots stond hij terug voor de deur. Van dat onverwachte happy weerzien was ik 9 maanden later het resultaat”. De tienerjaren van Roel waren zijn gloriejaren. “In de cinema Odeon op de Antwerpsesteenweg kocht men voor 5 frank een ticket dat recht gaf op het uitkijken van alle vertoningen. Voor mijn ouders een veilige en goedkope kinderopvang. Later opende aan de Dampoort de Normandie, de 1e bioscoop die cinemascoop programmeerde. Ik heb wat afgevreeën in die cinema’s maar heb er ook de filmmicrobe opgedaan”. Wat is volgens de filmliefhebber met een eigen, milde mening, de slechtste film aller tijden? “Dat zijn alle films die men direct vergeet, dus ‘k zou het niet weten”.
De wereld rondreizen is niet altijd plezant

Geef toe, filmrecensenten hebben toch een luxeleventje, leve de filmfestivals. “Vergeet het. Thuis komen en bekaf zijn, geen glamour, wel hard labeur en weinig slapen. De wereld rondreizen lijkt misschien plezant maar dat is niet altijd zo. Geef mij maar Gent, rebels en spontaan. De combinatie van de drukke stadssfeer en de gezellige overzichtelijke kleinschaligheid vind ik tof”. Heeft Van Bambost een negatief kantje? “Alhoewel het me reeds werd gevraagd, ben Ik totaal ongeschikt voor de politiek want ik kan niet tegen discussiëren. Ik twijfel enorm alvorens beslissingen te nemen Ben tevens slordig in het organiseren van mijn eigen leven, dat mag je gerust mijn grootste gebrek noemen. Maar anders valt er best met mij te leven”.
Miek en Roel

Muziek is nog zo’n passie van Roel. Hij heeft met zijn vrouw Miek sinds 1965 vlot een muziekloopbaan uitgebouwd. “Tijdens mijn studententijd speelde ik in het muziekbandje The Ropecarriers, een slechte vertaling van de stroppendragers. Later werd dat The Ropes. Als zanger van dit skiffle & rock’n’roll groepje liep ik tijdens een optreden Miek tegen het lijf. De vonk sloeg over. Mijn lief kon goed zingen dus was het tijd voor Miek & Roel, een sociaal kritisch duo in een non-conformistische hippietijdperk. We zijn altijd geëngageerd geweest, zongen protestliedjes uit pure overtuiging”. Een andere hartstocht is zelf koken en lekker eten, met een voorliefde voor Oosters en Japans. Ik ben gek op rauwe vis maar ook Belgische asperges gaan er vlot in”. Nog een levensfilosofie? “Probeer altijd het positieve in iets te zien. Dat heeft me al veel geholpen”.
Frans Van Damme
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie Gent - week 17/2014



 

donderdag 10 april 2014

Interview De Streekkrant: Etienne Vermeersch


Moraalfilosoof Etienne Vermeersch:

           ‘Euthanasie bij kinderen mag’

 

GENT Als radio, pers of televisie voor een interview, debat of een ethische discussie nood hebben aan een gerespecteerd gesprekspartner dan weet men Etienne Vermeersch wel te vinden. De filosoof heeft over alles een eigen, dikwijls controversiële mening. Volgende maand 80 jaar jong en nog steeds met beide voeten volop in deze wereld.

 

We zijn benieuwd om kennis te maken met zoveel wijsheid en worden ten huize Vermeersch eigenaardig verwelkomd: “Zijn jullie goed verzekerd? ’t Is hier betreden op eigen risico. Pas op dat je geen benen breekt’. Het lijkt wel alsof we zijn terecht gekomen in een TV aflevering van Extreme Verzamelwoede. Honderden, duizenden boeken, dossiers, papier, documenten, tijdschriften liggen overal metershoog gestapeld. Er is bijna geen doorkomen aan. “Dit zal wel het wanordelijkste kantoor van het westelijk halfrond zijn”, merkt hij op. De chaos van een gestructureerd denker.

“Mijn vader was smid, nadien machinist bij de ijzeren weg. Ik zou in z’n voetsporen treden. Werken bij de spoorwegen, als instructeur of ingenieur. Ik had een exuberante belangstelling voor wetenschappen, vooral natuurkunde, wiskunde en fysica. Dat is altijd zo gebleven. Als kind las ik 4 boeken per week. Geen onnozele verhaaltjes maar zware kost, hoe moeilijker hoe liever”. We zijn nieuwsgierig naar het IQ van Vermeersch. Hij weet het niet, heeft het nooit laten berekenen. “Omdat mijn ouders aanspraak konden maken op een toelage van het ‘Fonds voor meerbegaafden’ moest ik testen afleggen. Nooit de uitslag geweten maar ’t zal niet slecht zijn geweest want pa en ma kregen het geld. Mijn belangstelling was universeel. Leren hoe de dingen in mekaar zitten, dat boeide me. Een kapotte radio repareren, experimenteren met waterstof, een systeem bedenken om treinen automatisch te doen stoppen bij het passeren van een rood licht, ik kon er niet genoeg van krijgen”.

‘Mijn kap over de haag gesmeten’

Het leven neemt soms eigenaardige en onvoorziene wendingen. Etienne kwam in een geloofscrisis terecht. Hij trad in het klooster en koos voor de strengste orde: de Jezuïeten. “De intrede had niet het gewenste resultaat, ik kreeg geen antwoord op mijn vragen. Ik werd in het klooster ongelukkig en ongelovig. Koran of christendom of sektes, ik weet er alles over. Soms is het moeilijk om van je geloof los te komen, de emotionele band is dikwijls erg intens. In de bijbel wordt slavernij goedgekeurd, volgens de Koran mag een man 4 echtgenotes en veel slavinnen hebben. Kom zeg, geen enkele God zou dat goedkeuren. God is niet goed wijs, er bestaat geen God”. Etienne liet de kerk achter zich en werd atheïst. “Wie nadenkt over het geloof en godsdiensten bestudeerd krijgt een afkeer. Ik heb mijn kap over de haag gesmeten (lacht). Verstandige mensen die godsdienstig blijven, ik begrijp het niet”.

Vermeersch geniet rustig en vrij gelijkmatig van het leven. Niet extreem of uitbundig gelukkig maar blij omdat hij gespaard bleef van grote tegenslagen. “Ik heb geleefd om te doen wat ik graag doe. Ik kan fouten toegeven al heb ik meestal gelijk. Oud worden is niet vervelend, ik voel me geen bejaarde. Het geheugen verminderd maar er is Google. Ik heb geen angst om dood te gaan, ben voorstander van euthanasie. Ook bij kinderen! Er zijn hierover al veel stommiteiten vertelt en geschreven. Men moet niet rond de pot draaien. Niemand, maar dan ook niemand wordt onder druk gezet om euthanasie te vragen. Men spreekt over kinderen maar meestal gaat het om jongeren. Die moeten toch niet nodeloos en uitzichtloos afzien. Men moet lijden niet verheerlijken. De beslissing om euthanasie ook mogelijk te maken voor wilsbekwame minderjarigen kwam er niet holderdebolder, het was een goede en weldoordachte beslissing. België heeft de beste euthanasieregeling ter wereld”.

‘Ik heb altijd graag vrouwen gezien’

Na jaren van gebed en onthouding in het jezuïetenklooster kwam Vermeersch terug in de gewone wereld. Aanvankelijk verliep die overgang stroef. “Op het vlak van mijn studies waren er geen problemen. Ik studeerde klassieke filologie en doctoreerde later in filosofie. Vrouwen, dat lag moeilijker, het was wennen. Jaren had ik geen fysiek contact en ineens begon alles in mij te leven. Ik las in het Kinsey-rapport dat 92 % van de jongens masturbeerde. Ik ben abnormaal dacht ik en heb dus maar snel bijgeleerd. De jaren ‘60 waren in Gent de tijd van de seksuele avant-garde. Men experimenteerde met lesbisch vrijen of ging in een commune leven. Zelf had ik enkele relaties voor ik mijn vrouw leerde kennen. Op een dag werd ik passioneel verliefd. Ik kon aan niks anders denken. Dat nooit meer dacht ik nadien. De gedachte om mezelf niet onder controle te hebben vind ik ondraaglijk, maakt me onrustig”. Etienne kent geen jaloezie. Geven en nemen, elkaar de nodige vrijheid geven, gezamenlijke interesses en intelligentie zijn belangrijk. Erotiek hoeft niet noodzakelijk seksueel gebonden te zijn. “Een open huwelijk is nooit iets voor mij geweest. Ik ben wel eens naar de hoeren geweest maar mijn vrouw wist dat al lang. Daar kwam ook geen relatie aan te pas, ik moest gewoon weten wat dat was, een prostitué. Ik heb altijd graag vrouwen gezien, altijd een goede relatie gehad met vrouwelijk schoon. Nu nog trouwens. Alhoewel, pretentieuze vrouwen geven me een negatief gevoel. Ik ben sentimenteel romantisch maar laat het niet blijken”.
Heeft een mens van 80 jaar nog ambities. “Natuurlijk. Ik schrijf een nieuw boek. Of het ooit gepubliceerd zal worden weet ik niet. Ik heb gedroomd dat ik dit jaar zal sterven. Ik geloof het niet maar een mens weet het nooit. ‘k Zal toch voor alle zekerheid best wat vlugger schrijven”. Wees gerust Etienne, dromen zijn bedrog.

Voorstander van klare taal

De meningen van professor Vermeersch, Vlaams filosoof, ethicus, scepticus, opiniemaker en emeritus-hoogleraar aan de Gentse Universiteit, blijven vlijmscherp. Hij zit niet om quotes verlegen, lacht wijselijk en toont met zijn helderheid verdwaalde geesten de weg. “Alles wat echt overdreven is, heeft geen betekenis. Ik ben voorstander van klare taal. Sommigen gebruiken moeilijke woorden om hun eigen onkunde te verbergen of geleerd te doen. Bij mij zijn die aan het verkeerde adres”.
Vermeersch gelooft niet in oplichtende Mariabeeldjes, seances waarbij tafels naar omhoog gaan, waarzeggers, toekomstvoorspellers en wichelroedes. “Allemaal onzin van dikwijls goedgelovige, brave mensen. Paranormale gaven en kabouters hebben een hele eigenaardige eigenschap: zodra je ernaar kijkt, verdwijnen ze direct”. Vermeersch heeft geen dagboek. “Daarvoor heb ik niet genoeg discipline”.

Frans Van Damme

Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie Gent & rand - week 15/2014




 


 

maandag 31 maart 2014

Interview De Streekkrant: Acteur BOB DE MOOR


Acteur Bob De Moor

 

‘Vandaag op TV, morgen aan de dop’

 

GENT De jeune premier in de theaterwereld Bob De Moor mag deze maand 65 kaarsjes uitblazen. Hij is nog lang niet uitgerangeerd, wel integendeel. We gingen hem alvast feliciteren.

 

Bob De Moor spreekt recht uit het hart of hij zwijgt maar hij zal nooit liegen werd me door enkele van z’n vrienden verzekerd. Het blijkt volledig zo te zijn. Niets zo boeiend als een goed gesprek met een aimabele artiest. Hiervoor zijn we bij Bob aan het juiste adres. Terug in de tijd: “Tot mijn 16e woonden we in souterrains of in achterhuisjes. Dat was leuk. M’n zus ging werken en gaf netjes haar centjes af, zo ging dat in die tijd. Mijn ouders waren kleine zelfstandigen. Vader was coiffeur bij Sint Jacobs. Walter De Buck mocht daar elektriciteit aftappen, telkens de leidingen in Trefpunt weer eens gesprongen of afgesloten waren”. Bob wist al vrij jong welke richting hijzelf uit wou. “Toneel spelen was mijn wens. Ik ben vooral acteur geworden omdat ik niet wou meedoen met de massa, omdat ik geen grijze muis wou zijn, omdat ik vooraan wou staan, wou opvallen. Zonder het kot in brand te steken, want dat is niet mijn stijl”.

Bob De Moor mag zich verheugen op een rijk gevulde carrière op de theaterplanken. In zowat alle televisieseries was er voor hem altijd wel een rol weggelegd. “Ik heb niet te klagen, heb altijd gedaan wat ik graag wou doen, nooit zitten wachten op werk. Als de berg niet naar Mozes komt, gaat Mozes naar de berg. Als er niets op mij afkwam organiseerde ik zelf wel wat. Ik wil mijn eigen leven bepalen”.

 

De kracht van het ouder worden

 

Bob is een meester in het vertolken van monologen. Altijd en overal hangt het publiek aan zijn lippen. “Alleen op scène staan is niet eenzaam. Weten dat er in de zaal mensen naar je kijken, luisteren en meegaan in het verhaal geeft een zalig gevoel. Bang om de tekst te vergeten, een black out, neen daar ben ik niet bang voor. ’t Kan gebeuren maar ’t is geen reden om in paniek te slaan. Ik ben nogal een charlatan, trek wel mijn plan, begin te improviseren, alle stukjes van de puzzel vallen terug in elkaar”. De kracht van het ouder worden misschien? “De eenzaamheid van een artiest is me niet onbekend. Wie met een monoloog de hort op gaat moet dikwijls uren alleen doorbrengen. Vroeger had ik het daar soms moeilijk mee. Met ouder worden gaat een mens meer relativeren. Zich alleen voelen gebeurt meestal in de voorbereidingen van een productie. Mentaal alleen zijn is dikwijls ook een zegen. Eenzaamheid, af en toe, is een geruststelling. De ambities worden, gezien de leeftijd, wat minder maar dat is niet onaangenaam. Jonge mensen nemen nu prominente plaatsen in, zo zit het leven in elkaar. Ik ben ongevoelig voor kritiek maar het doet me wel nadenken”.

De Moor is een theaterbeest. Waar hij op de planken staat kan men rekenen op een full house. Dat is ooit wel anders geweest. “Voor een monoloog helemaal naar een achterhoek in Nederland rijden om er in een achterafzaaltje voor hooguit 15 man een monoloog te doen. Dan bekruipt je een gevoel van moedeloosheid, wil je er prompt mee ophouden en beklaag je jezelf in je dagboek. Maar uiteindelijk pep je jezelf weer op en sta je toch weer op het toneel”.

De jaren gaan voorbij. Dromen, wensen en verlangens ook? “De ideale wereld is het leven van nu, niet van vroeger. Al zijn er momenteel meer acteurs dan werk. Vandaag op TV, morgen aan de dop is nu de moraal van het verhaal. Ik wil gewoon voort doen zoals ik bezig ben, leven zonder toneel heeft geen zin. Het voelt niet aan als werk, ik ben geen luiaard, geen leegganger. Toch eventjes stilstaan in het leven geeft een fijn gevoel. Eenvoudige dingen, luisteren naar de vogeltjes, dat pakt me. Glitter en glamour zijn niet echt. Een mens heeft niet veel nodig om gelukkig te zijn”.

Een doos vol herinneringen
 
Bob De Moor weet tradities, humor en een kritische noot te waarderen. Hij heeft een boontje voor volkstoneel. “Als kind trok ik met mijn ouders naar Romain Deconinck in de Minard. Dat was mijn prille kennismaking met theater. Altijd plaatsen op de 1e rij, vanwaar je in de orkestbak kon kijken. Dicht bij het voltallig orkest: 1 man aan de drum, 1 vrouw aan het orgel. Wat een sfeer, zoveel ambiance, voortdurend lachsalvo’s, een huis vol blije mensen. Het liet een diepe, onuitwisbare indruk na”. In 1976 maakte De Moor zelfs deel uit van gezelschap Romain Deconinck. “Ik was elk weekend bezet, combineerde spelen bij Romain met stempelen want er moest brood op de plank komen. Een onthoudbare situatie, jammer”.
Politiek, niets voor mij

Een bezig baasje als theaterbeest Bob blijft niet bij de pakken zitten. Hij leidde 6 jaar Theater De Korre in Brugge. Was erg actief bij Theater Malpertuis in Tielt, werkte bij Arca, Theater Arena, de Internationale Nieuwe Scène en het Brussels Kamer Toneel. Nadien keerde hij met het Vernieuwd Gents Volkstoneel terug naar zijn 1e liefde. “Volkstheater is geen synoniem voor stukken uit de oude doos. Het is complexloos volkse humor voor een breed publiek, aansluitend bij de geest van vandaag. Dat lukt wonderwel, ’t slaat aan, ook bij de jeugd”.
n zijn dagboek schrijft hij geen grote geheimen. “Het is gewoon een referentiepunt, om dingen te onthouden. Na ons is ’t gedaan, er bestaat geen andere wereld. Ik aanvaard dat mensen doodgaan maar ik ben niet gepresseerd. Op zolder staat een grote doos vol artikels en foto’s, memorabele herinneringen aan vroeger. Bijgehouden met de bedoeling ooit eens in te plakken. Het zal er nooit van komen”. Misschien na het pensioen, als wit konijn in de politiek? “Zwijg me daar van, niets voor mij. Ik ben geen muilentrekker en veel te contraire. Men zou het me trouwens nooit vragen”.

Dagboek van een gek

Misschien herinnert men zich Bob De Moor als acteur in de soap Thuis. Dat was een fait divers op het parcours van een getalenteerd acteur. Hij is een meester in het vertellen van verhalen en heeft daarvoor weinig middelen nodig. Als regisseur wordt zijn naam met hoofdletters geschreven. In Theater Tinnen Pot brengt acteur Peter Marichael, van Het Vernieuwd Gents Volkstoneel, momenteel het stuk ‘Dagboek van een gek’ als monoloog. Bob De Moor tekende voor de regie.
Een opmerkelijk verhaal. De beroemde en van adellijke afkomst Russische schrijver Nikolaj Gogol ontrafelde zijn innerlijke strijd tussen de boze buitenwereld en zijn bijzondere binnenwereld. Hij beschrijft hij op meesterlijke wijze hoe langzaam en sluipend waanzin en werkelijkheid bij een kleine ambtenaar in Sint-Petersburg door elkaar lopen.
Voorstellingen op 11,12,18, 19 april. Reserveren: 09/225.18.60.

(FRVD)

Dit interview verscheen in De Streekkrant editie Gent & rand- week 14/2014


 


 

 

maandag 24 maart 2014

De Streekkrant: interview met regisseur Nicolaas Rahoens


De Maagd Van Gent filmregisseur Nicolaas Rahoens

                   ‘De lach van een vrouw doet me smelten’

 GENT Deze week gaat de film ‘De Maagd Van Gent’ in première. Hoe gek moet men zijn om met eigen middelen en een beperkt budget een film te maken? We vroegen het aan Nicolaas Rahoens, scriptschrijver en regisseur.

 

Nicolaas Rahoens kan alle steun goed gebruiken voor het welslagen van zijn prestigieuze project. Na ‘Tata’ (met Luk De Vos), ‘My Donna’ (met Jo Leemans en Will Ferdy) en ‘Ons Dorp’, is hij bijzonder trots op zijn nieuwste langspeelfilm De Maagd van Gent. Nicolaas noemt films maken een bezigheid met als leuze 'Oosterzele is mijn dorp en Gent mijn stad' Na 5 maanden werken aan het script en 52 draaidagen in een hels tempo mag het eindresultaat er best zijn. “Met veel dank aan enkele bekende acteurs zoals Luk De Bruycker, Jo Decaluwé, Bob De Moor en Daan Hughaert en aan 300 figurerende Gentenaars” vertelt Nicolaas. “Tuupe te goare, allemaal mensen die hun hart en ziel in de film hebben gepompt. Dankzij sponsors en de onuitputtelijke motivatie van iedereen zijn we erin geslaagd een professionele bioscoopfilm te realiseren die jong en oud zal boeien”.

Helmut Lotti zei neen

Acteurs, figuranten en crew, voor de goede zaak werkte iedereen gratis mee. “Acteur Bob De Moor, toch niet de eerste de beste, kwam zichzelf aanmelden. ‘k Was geflatteerd. Een man met een filmgage van 500 à 1000 euro per dag deed mee uit sympathie, omdat hij in de zaak geloofde. Bijzonder fijn ook om op die manier nieuwe gezichten een kans te geven zich te profileren”. Heeft iemand op een beleefde manier zijn medewerking geweigerd? “Helmut Lotti zei nee, wegens geen tijd  (knipoog). Aanvankelijk was het de bedoeling om de film gratis te vertonen, voor alle Gentenaars. Maar financieel bleek dit algauw een utopie. De film werd uiteindelijk geproduceerd met een verwaarloosbaar budget. “Geen low budget film maar een no budget film. Alles bij elkaar zo’n 70.000 euro waarvan de helft bijeengeharkt bij sponsors, aangevuld met al m’n eigen spaarcenten. Een riskante onderneming. Ja, daaraan ging een serieus klapke met m’n vrouw aan vooraf. Mijn huis moet worden afgewerkt maar daar is nu geen geld en tijd voor. Het filmbudget ging bijna helemaal op aan eten en drinken. Alle dagen met de ganse cast op restaurant, eten wat men wou, desnoods oesters als ze daar zin in hadden. Dat was toch het minste wat ik kon doen als wederdienst nietwaar. Nu maar hopen dat ik uit de kosten geraak. Ik gokte aanvankelijk op 10.000 bezoekers, maar 6.000 lijkt me een meer realistische inschatting. Eerlijk, ‘k heb geen flauw idee. Als ik er mijn broek niet aan scheur ben ik al dik tevreden. En mijn vrouw ook” (lacht).

Een film vol liefde
Rahoens, ooit nog in een vorig leven cafébaas, leerde films maken met vallen en opstaan. Hij werd een perfectionist in het vak, geen hobbyregisseur. “Een film maken is niet moeilijk, iedereen kan het. Motivatie is hierbij belangrijk”. De Maagd van Gent is geen actiefilm maar een volks drama, een tragikomedie maar niet kneuterig. Vooral een film vol liefde met zelfs een snuifje bloot. Eigenlijk niet zo verwonderlijk voor wie Nicolaas kent. Hij heeft een zwak voor films én vrouwen. “Ik moet dat niet verbergen, m’n vrouw is op de hoogte. Altijd veel goesting, al dikwijls verliefd geweest zonder verdere gevolgen. Sommige venten krijgen een kick van ferme tetten of een schone poep, awel da’s niets voor mij. Voor mij is de lach van een vrouw het mooiste wat er bestaat. Ik laat me uitdagen, 2 mensen die verliefd worden is magie, net als film. Daarom woon ik niet in Gent, de verleidingen zijn hier te groot, ‘k zou direct in m’n ongeluk lopen. Gent is het Parijs van België. Voor je het weet heb je de hand van een vrouw vast. Een romantische stad, hier hangt liefde in de lucht, hier in Gent wordt wat afgelebberd!”.
Het filmdebuut van Daniel Termont
De Maagd Van Gent is een spannende familiefilm waarin de authenticiteit van de Gentenaars centraal staat: fier, trots, vastberaden, rebels. In de film worden Gentenaars van diverse pluimage gevolgd die elk baat hebben bij het behoud van hun volkstuintjes. De hoofdrol is weggelegd voor een progressieve priester  die, dankzij de groenten uit de volkstuintjes, dagelijks verse soep kan uidelen aan daklozen. Hieraan dreigt abrupt een einde te komen wanneer de burgemeester door een Franse winkelreus onder druk wordt gezet om de ‘ziel’ van Gent te verkopen.
Gent anders bekeken
“Met veel fantasie en gelukkig gespaard van tegenslagen kunnen we nu een echt professionele film afleveren. Ik laat zeker niet altijd beelden zien van het schone Gent, niet altijd de bekendste straatjes zoals alle filmmakers doen die Gent kiezen als locatie” verklapt Nicolaas. In de film is een stukje van de échte Buffaloziel te zien: beelden van het oude Ottenstadion zijn in de film verwerkt en vormen de achtergrond van een belangrijke scènes. “Gefilmd op de dag voor de afbraak. Toen voorzitter Lowagie nadien die beelden zag kreeg hij tranen in de ogen”. De Maagd Van Gent betekent het filmdebuut van burgermeester Daniel Termont. In de film speelt Termont de rol van rechter en dat doet hij met verve. “Politiekers moeten goed kunnen acteren. Hij kon in de rechtszaal de baas spelen en dat ging hem goed af” lacht Rahoens. Toekomstplannen? “Carrièreplanning is me onbekend. Ik zal wel zien wat er op mijn pad komt. Ik doe wat ik graag doe en zo goed mogelijk. Van zodra ik er geen plezier meer aan beleef, stop ik met films maken”.
Harmonie is een sleutelwoord in het creativiteitsproces van Rahoens. De Maagd Van Gent is een leuk project dat alle kansen verdiend. Niet gemaakt met de grote C van cultuur maar met de grote C van charmant!
Wie is de Maagd Van Gent?
"Neen, de titel van de film, verwijst niet naar de naam van één of ander café. Ook niet naar échte maagden, mochten zo’n dames vooralsnog bestaan in Gent” lacht Nicolaas. “Het is als filmmaker altijd moeilijk een invalshoek te vinden. In het begin zat ik ook vast tot ik op het wapenschild van Gent botste. Ik vroeg me af wie die geheimzinnige vrouw met die leeuw wel mocht zijn en begon aan mijn research”.
De Maagd Van Gent is het symbool dat vanaf de 14de eeuw als stadswapenschild werd aangenomen. De Maagd fungeert als zinnebeeld voor de stad en de klimmende leeuw drukt de strijdvaardigheid van de Gentenaars uit. Sinds 1990 gebruikt de Stad Gent het huidige wapen. Het vervangt het vroegere, historisch niet correcte wapen uit de Hollandse periode. Het nieuwe wapen is het eindpunt van een lange historische ontwikkeling van het Gentse stadswapen.
De Maagd Van Gent vanaf 2 april in Kinepolis.
(FRVD)

Dit interview verscheen in De Streekkrant week 13/2014 - editie Gent & rand



 

maandag 17 maart 2014

Interview DE STREEKKRANT met acteur WIETSE TANGHE


De acteur uit de serie 'In Vlaamse Velden':
                                   
               'Ik kreeg nog geen oneerbare voorstellen'

GENT Wietse Tanghe timmert al jaren aan de weg als acteur. Hij maakte zijn opwachting in zowat elke Vlaamse productie en kreeg dankzij de serie Quiz me Quick de BV status. Als Guillaume Boesman in de serie In Vlaamse Velden sloot het grote publiek hem in de armen.


Wietse is geen ochtendmens, dat is hem aan te zien bij onze vroege afspraak. Slaperige oogjes, haren in de war “Tja, wat dat haar betreft, ik ben al 10 jaar niet meer naar de coiffeur geweest”. Hij blijft wantrouwig, op z’n hoede, wil niet praten over zijn privé leven. Interviews geven is duidelijk niet zijn favoriete bezigheid. “Ik werk eraan, het is nu eenmaal een deel van de job. In het verleden soms al eens te goedgelovig geweest, te oprecht misschien. Nadien leest men in de boekskes een ander verhaal. Dan voel ik me misbruikt”.

Zondagavond is weer helemaal de avond van Eén geworden dankzij de serie ‘In Vlaamse Velden’. In de prestigieuze serie speelt Wietse Tanghe, tot voor kort een vrij onbekende naam, de grappige en opportunistische plantrekker, een sjoemelaar en vrouwenzot. Hij lust wel een borrel en slaagt er in om overal door de mazen van het net te glippen. Enige herkenbaarheid met de echte Wietse? “Neen, ik herken me niet direct in het personage. Meer zelfs, ik probeer er iets van mezelf aan toe te voegen, mijn eigen fantasie wat te laten werken. Met Jan Matthys als regisseur was dat best mogelijk. Hij staat open voor enige inbreng, een zin toevoegen, enkele woorden wijzigen omdat ze niet goed in de mond liggen, kortom hij is erg soepel als de essentie van het verhaal dat toelaat. Het was zalig werken”.

Nochtans, zo eenvoudig was het allemaal niet. “Vooraf veel opzoekingwerk gedaan, memoires gelezen van soldaten, gepraat met de regisseur, documentaires bekeken. Alles bij elkaar toch wel echt de moeite. Het was de super om m’n tanden in zo’n rol te zetten. Wat doet de oorlog met mensen, met een Vlaams gezin? Dat vooral wou men In Vlaamse Velden laten zien”. Het was een zware opdracht, zelfs voor een vitale gast als Wietse. “Met oog voor details werd alles waarheidsgetrouw in beeld gebracht. Niets fake, alles real. De grote oorlog was veraf en toch altijd zo dichtbij. Tijdens de opnames was het barkoud, negen maanden in loopgraven ploeteren was zwaar”. Maat Wietse kan tegen een stootje want sporten doet hij graag. “Als kind wou ik turnleraar worden. Om de conditie op peil te houden loop ik elke dag wat rondjes. Nu nog stopen met roken. Niet eenvoudig maar ooit lukt het me wel”.

Wietse is oprecht, over politiek zijn we vlug uitgepraat. “Politiek is theater”. Hij is zichtbaar gecharmeerd als we hem er op attent maken dat Guillaume Boesman perfect Frans spreekt. “Meen je dat? Dat doet me nu echt plezier. Op die Franse uitspraak heb ik hard en lang geoefend, alles van buiten geleerd. De Franse zinnen die nodig waren vooraf op tape gezet en dag in dag uit honderden malen beluisterd”.

Iedereen heeft z’n celebritycrush, de hoofdrolspeler van een serie, de zanger van een band of de presentator van een praatprogramma. Wedden dat zo’n schoon ventje als Wietse bij velen bovenaan staat. Hij zal waarschijnlijk hormonaal wat teweeg brengen bij gillende pubers en kwijlende moeders? “Dat valt eigenlijk best mee. Had gedacht dat het erger zou zijn. Er valt mee te leven. Ik heb nog geen oneerbare voorstellen gekregen. Als men mij herkent volgt er een gemoedelijk gesprek of complementjes. Ik sta niet graag in de belangstelling, moet er elke dag aan wennen. Het draait in het leven niet om succes of schone schijn. Het maakt niet uit wie Wietse Tanghe is. Ik laat me graag meedrijven op de stroom van m’n gevoelens”.

Is Wietse Tanghe een gelukkige man? Hij twijfelt. “Dikwijls denk ik teveel na, sta teveel stil bij bepaalde dingen. Ik ben graag alleen, in de natuur kom ik tot rust. Ja, ik ben bang van de dood, niet enkel voor mezelf maar ook voor iedereen die ik genegen ben. De dood ligt altijd en overal op de loer”. Moderne communicatiemiddelen, Tanghe heeft er zijn bedenkingen bij. “Mails, gsm, sociale media, om zot van de worden. Het houd nooit op, het gaat dikwijls allemaal te snel, te oppervlakkig. Ik denk er aan om mijn Facebookpagina te verwijderen. Sociale media: precies voyeurisme, een rare verslaving. Liever directe communicatie, rechtstreeks van mens tot mens. Af en toe moet men stop zeggen en tijd maken voor vrienden.

Dat is belangrijk, écht goede vrienden zijn een rariteit. Oprecht geluk kan je enkel delen met iemand. De warmste momenten van geluk zijn die wanneer men alles loslaat. Het geluk zit niet in wat we voorgeschoteld krijgen maar in het besef dat het er kan zijn”.

Men zegt dat acteurs bijgelovig zijn. Waar of niet waar?  “Waarzegsters en horoscopen, ik geloof er graag in. Een dubbel gevoel. Je weet dat het niet waar kan zijn maar je gaat wel mee in die beleving. Wat je leest in een horoscoop past voor iedereen maar het blijft tcch plezant. Toevallige eigenaardigheden bestaan. M’n pa en ik werden allebei geboren op 22 mei. Ons huisnummer is 22. Toen ik 22 jaar werd op 22 mei werd m’n vader 56 jaar, hij is van het jaar 56. Komiek hé”.

Doorzakken en fuiven, ja daar mag men Wietse altijd voor wakker maken. “Ik ben een volbloed Gentse Feesten beest. Tot de laatste snik op maandagmorgen, inclusief de sluiting met Irisch Coffees bij St. Jacobs. Blij dat ik op de Vlasmarkt woon. Dag in, dag uit is het daar een beetje feest. Waarom hebben mensen toch zoveel kritiek? Leven en laten leven wordt met de dag zeldzamer”.

Zijn jongste broer speelt in de band ONs maar zelf heeft Wietse niet zo’n muzikaal talent. “Ik leer gitaar spelen, gewoon voor mezelf. Zingen doe ik graag, maar stiekem. Na de opnames van In Vlaamse Velden heb ik me getrakteerd en een gitaar gekocht”. Moet een succesvol acteur dan plots niet op een euro meer of minder kijken? “Geld geeft mij een dubbel gevoel. Het brengt dikwijls niets anders dan miserie maar geen geld ook. We maken ons soms zorgen om futiliteiten. Zouden we ons niet beter afvragen waarom er altijd wel ergens oorlog is! Want het lijden in oorlogstijd treft iedereen”. Wietse is net terug van een reis naar Indonesië. “Het heeft deugd gedaan. Ben nogal gevoelig voor een winterdipje, ben een kind van de zon. Zo’n reis geeft me de energieboost, nodig om full speed door te gaan”. Goed gezien want 2014 wordt ongetwijfeld een grand cru jaar voor Wietse.

(FRVD)

Dit interview verscheen in De Streekkrant editei Gent & rand - week 12/2014