maandag 29 juni 2015

Interview De Streekkrant: DIK LAJOIE


Komieke Gentenaar Dirk Lajoie      

“Gent is mijn stad niet meer”

GENT Toen Dirk Lajoie besloot te stoppen met zijn alom geprezen humorproducties in de Minard was het een zwarte dag voor het volksamusement en het betere amateurtheater. Hij verhuisde naar Spanje om er, met zicht op zee, te genieten. Tijd nu voor straffe uitspraken van een straffe bekende Gentenaar.
Vader Gustaaf was in het Gentse en ver daarbuiten bekend als cabaretier Gust Lajoie, zoon Dirk nam diens artiestennaam gewoon over. “Op school werd ik gemeden als de pest omdat mijn zuster kinderverlamming had, men dacht dat het besmettelijk was. Als kind wou ik eigenlijk begrafenisondernemer worden. Over de doden niets dan goed en ze komen je nooit ambeteren met klachten. Ik wou mooie kisten verkopen, van echt hout en niet van geplakt karton zoals nu. De grootste van de streek worden was mijn bedoeling en vooral alle plezante verenigingen sponsoren”. Het liep anders, hij ging naar de academie, werd decorateur, decorbouwer en was 18 jaar etalagist met als specialiteit lingerie. “Over soutiens en slipjes weet ik alles, de mooiste cup is een B95. Als jonge gast was ik nochtans kalm en timide, maar had wel aan elke vinger een lief”.

Dirk wou de Gentse Feesten nieuw leven inblazen. Hij begon in 1985 met een eigen cabaretgezelschap Goe were an de Zuid, direct een topper van formaat. “Ik ben ook de enige, echte uitvinder van de café-chantants. Noem me gerust een ondernemer, ik heb alles zelf gedaan, ook de risico’s genomen. Ik heb nooit subsidies gekregen , heb er nooit om gevraagd, nooit merci moeten zeggen, altijd mijn goesting kunnen doen.  Schaf de subsidies af, alles moet zelfbedruipend zijn of verdwijnen! Het uitgangspunt moet kwaliteit zijn, daar betalen de mensen voor. Naar mijn producties Humor in de Minard kwamen telkens zo’n 6000 mensen kijken. Waarom staat Wim Opbrouck in het NTGent te zingen en accordeon te spelen? Vlaamse toneel moet men er brengen! En het lijkt wel of stand-ups comedians enkel vuile praat kunnen vertellen. Een teken van artistieke bloedarmoede. Enfin, ze doen maar, alle humor mag bestaan, zelfs Geert Hoste”.
In 2013 maakte Lajoie zijn droom waar, hij ging in Spanje wonen. “Ik was het hier beu, anderen maakten mijn rekening, iedereen wist het zoveel beter. En ik zit liever in de Spaanse zon dat in de Belgische regen. Gentenaars zijn rebels, vroeger ja! Nu doen politici hier ons alles slikken”. Praten we hier met een verzuurde komiek? “Absoluut niet, maar ik ben wel realist. Gent is mijn stad niet meer. Ik ben beschaamd als ik op het plein voor het Sint Pietersstation die verroeste ijzerwinkel daar zie, vol vurte velo’s. Speelstraten in de stad waar kinderen spelen op synthetisch gras, wie bedenkt nu zoiets. Een loopkoers dwars door het stadcentrum, dat ze gaan lopen op de Blaarmeersen of rond de Watersportbaan, daar lopen ze niemand in de weg”. Dirk gaat over in een nog hogere versnelling. “Iemand wordt schepen van cultuur maar hij of zij weet van toeten noch blazen. Ons stadsbestuur heeft geen enkele visie. Alle godsdiensten en politiek moet men afschaffen. Godsdienst is miserie en moet niet gefinancierd worden met belastingsgeld. Politici zijn ongeloofwaardig, enkel geïnteresseerd in zichzelf. Men had na de oorlog alle politici in de bak moeten steken”.

Dirk laat zijn fans en sympathisanten niet in de steek, af en toe komt hij terug. “Men is mij in Gent niet vergeten, dat weet ik te appreciëren, daar wordt ik vrolijk van. Mijn publiek blijft me trouw al gaan er elk jaar wel zo’n 25 dood, maar er komen ook jongen mensen opdagen”. De komende Gentse feesten staat Lajoie, elke avond om 22 u., op het podium van de Minard met ‘Ew Papier’ van Stany Crets. Het stuk vertelt het verhaal van Raymond, Rachel en hun vriend Lucien. Het huwelijk van Rachel en Raymond blijkt een poel van leugens en halve waarheden. Een doodsbrief en een oud dagboek gooit de beerput open, het stinkt geweldig. Het echtpaar wordt geconfronteerd met een verleden dat ze niet kenden en trekken daar conclusies uit. De ingrediënten van deze grimmige komedie zijn overspel, abortus, longkanker, zelfmoord en hartaanvallen”. Hopelijk niet autobiografisch? “Absoluut niet, mijn leven is een aaneenschakeling van schone momenten maar die moet je zelf creëren, echte miserie bleef me bespaard. En sterven doe ik liever niet op scène maar thuis in een comfortabele Spaanse zetel”.
Frans Van Damme
 
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week 27/2015

maandag 15 juni 2015

Interview De Streekkrant: Rani De Coninck


‘Ik kom altijd terug, net als onkruid’

GENT De koningin van de gulle lach werd Rani De Coninck ooit door een recensent genoemd. Het was niet eenvoudig, Rani hield de boot lang af maar uiteindelijk gaf ze groen licht voor een interview. Wil de échte Rani De Coninck dan nu opstaan!
Haar vrolijkheid en spontane persoonlijkheid zijn haar handelsmerk. Voor velen blijft ze de ongekroonde leading lady van de Vlaamse televisie. Op haar achttiende trekt Rani naar het Provinciaal Instituut voor Hoger Onderwijs in Gent waar ze voor vertaler-tolk studeert. “Ik wou aanvankelijk prinses worden, daarna werd actrice een meer realistische keuze. Eerst een serieus diploma behalen  en dan mocht al de rest van pa en ma. Ergens in mij schuilt een Robin Hood, al van kinds af aan neem ik het op voor de zwakkeren. Loop niet tegen mijn kar, laat mijn gezin met rust, want anders komt de leeuwin die zorgt voor haar welpen in me naar boven. Verder ben ik stressbestendig, hoe meer verkeerd loopt, hoe liever. Daarom gaat mijn voorkeur uit naar life televisie”. Rani heeft een leven gekenmerkt door het ontbreken van schandalen. Ze weet maar al te goed dat tv-gezichten aan meedogenloze ups en downs onderhevig zijn. “Het is belangrijk goed te doseren, ik spring zuinig om met televisieaanbiedingen, anders geraken mensen vlug op je uitgekeken. Af en toe verdwijn ik bewust eventjes van de mediaradar maar kom altijd terug, net als onkruid”.

Rani schrikt zich te pletter als ik er haar aan herinner dat ze ooit, met alle plezier, de keel van een journalist wou dichtknijpen. “De journalist insinueerde dat ik anorexia had. Iedereen bekeek me alsof mijn laatste uur was geslagen. Zelfs ikzelf begon te twijfelen of het normaal was dat ik na mijn bevalling zo fel vermagerd was, in plaats van zwaarder te worden. Ik heb me toen laten onderzoeken en herinner me nog de woorden van die dokter: 'Mevrouw De Coninck, ik heb nog nooit iemand onderzocht die zo gezond is als u. Als u zo verder doet, wordt u meer dan 100 jaar’. Dat was een opluchting, maar toch was ik kwaad dat men zo’n roddels over mij had geschreven”.
Rani is een brave deugniet, altijd geweest, ze plaagt graag. Het BV-schap heeft voor- en nadelen. “Voor ik op televisie kwam was vriendschap puur, niet bezoedeld. Nu zijn er ongetwijfeld mensen om een verkeerde reden met mij bevriend, niet om wie ik ben maar om wat ik doe. Op de Gentse Feesten wil ik gewoon rondlopen als Rani, ik wil niet op de foto met zatlappen en lomperiken die hun grenzen niet meer kennen. Dan krijg je inderdaad nogal vlug de naam een dikke nek te zijn. Eens op tv geweest en alle anonimiteit is weg, je kan niet meer terug”.

Rani De Coninck veroorzaakte heel wat commotie toen ze ja zei voor ‘Sterren op de Dansvloer’, maar daar wel 1 voorwaarde aan koppelde: haar danspartner moest een homo zijn. "Noem me gerust preuts, geen denken aan dat een vreemde heteroman aan mijn lijf zit. Dansen vind ik echt iets heel intiems, dat doe je 100 % met een buikgevoel”.

Ze is gelukkig, ze straalt. ze bulderlacht, ook al is het leven niet altijd lief geweest. Ze kende peilloos verdriet toen haar hoogzwangere zus Debbie verongelukte, weliswaar 28 jaar geleden, het verdriet is er nooit minder om geworden. “Jarenlang heb ik niet geweten hoe het verder moest, de tijd stond stil, ik wou ook dood. Debbie had het allemaal uitgestippeld: huisje, tuintje, minstens 5 kindjes … tot ze plots uit het leven werd gerukt. Sindsdien maak ik geen plannen meer. Wat komt, dat komt. Verder kijken dan volgende week, is voor mij al zeer gedurfd, ik leef voor twee. Niets doen met je leven is een doodzonde. Als je niet content bent, doe er dan zelf iets aan, reken niet op een ander. Het leven is niet oneindig, vandaar mijn gulzigheid, als het morgen gedaan is wil ik tevreden zijn over de film van mijn leven”.
Het is duidelijk, Rani is geen pluisje dat zich door de wind laat meevoeren, ze weet wat ze wil. “Oud worden, geen probleem, graag zelfs, mijn opa werd 100 jaar. Maar niemand wil een lijdensweg. In het ouderlingentehuis mijn boterhammetjes laten voorsnijden terwijl ik nog tanden heb, neen, laat maar. Als mensen tegen mij beginnen praten alsof ik een kind ben, dan mag men gerust de stekker uittrekken. Levenskwaliteit, dat is wat echt telt. Kom op, we drinken samen een glaasje cava, mijn zus Debbie zou net hetzelfde hebben gedaan na zo’n gezellig gesprek. Ze kijkt nog elke dag over m’n schouder mee”.

Frans Van Damme


Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week 25/2015

maandag 8 juni 2015

Interview De Streekkrant: Henk Rijckaert

‘Ik haat mensen die met de vinger wijzen’

GENT Henk Rijckaert maakt mopkes, op televisie en op het podium, hij mag zichzelf intussen rekenen tot de club van absolute smaakmakers in de Vlaamse comedy-scène. Maar hij kan zoveel meer, noem hem gerust een allrounder. Henk heeft 2 oude liefdes: wetenschap en muziek. Maar bovenal blijft hij toch comedian. We gingen testen of hij thuis ook de plezantste is.
Rijckaert is de zoon van 2 onderwijzers. Zelf werd hij later landbouwingenieur, gaf les biologie en fysica en beschikt ook over een postgraduaat milieusanering. Een milieufreak dus. “Nu ook niet overdrijven hé. Maar we gaan toch wel onzorgvuldig om met het milieu. ‘k Weet het, het is niet geestig om met de velo in de gietende regen te rijden of om eindeloos te wachten op een bus die niet komt. Ik haat mensen die naar anderen met de vinger wijzen maar soms is het wel eens nodig. Biogas. energiewinning, de natuur, het milieu, het zijn geen zorgen voor later, laat ons daar bewust van zijn”.

In het TV-programma ‘De Schuur van Scheire’ mocht Rijckaert elke week bivakkeren om zelf bedachte ontwerpen in elkaar te boksen. Hij schuwde geen steekvlam of lichte ontploffing. “Veel mensen vinden wetenschap saai maar dat is helemaal niet zo, wetenschap is juist cool en hip. Wetenschappers zijn geen nerds maar kunnen best grappig zijn”. Aan het einde van zijn studies deed hij improvisatietheater, van het een kwam het ander. Comedy is nu zijn broodwinning. Fileren en ontleden, charmeren, soms een tikkeltje grof, slaan en zalven, dat zijn de sterke punten. Weg met de verveling in een desolaat cultureel centrum, Henk zorgt voor vertier en vermaak zonder pretentie. Nooit uit de losse pols, altijd geestig vakwerk op maat. “Goede TV-kijkcijfers maken me blij maar op café 60 man die met mijn grappen en grollen lachen, dat toucheert me ook. Op televisie kan je natuurlijk veel meer realiseren, dingen doen die in een theaterzaal gewoon onmogelijk zijn. Rechtstreeks contact met het publiek geeft me een kick. Door met m’n kop op televisie te verschijnen komt er meer volk kijken naar mijn optredens. We moeten daar niet flauw over doen, ’t is gewoon zo. Dankzij de TV kan ik me aan het  groot publiek tonen, de mensen prikkelen om uit hun luie zetel te komen en eens naar het theater te gaan om me life aan het werk te zien”.
Denken aan een grapje van Rijckaert is genoeg om je dag op te fleuren. Hij  toert met zijn nieuwste zaalshow ‘De Fun, De Hits’ door Vlaanderen. In deze speeltuin zingt hij enkele, zelf geschreven nota bene, emotionele en/of grappige liedjes en speelt gitaar. “Noem me gerust een comedian die af en toe wel eens muziek maakt. Dat onderscheidt me van anderen. Ik ben al heel lang amateurmuzikant maar op de bühne primeert de fun, een plezante babbel gaat boven alles. Als er gelachen wordt ben ik wreed content”. Muziek is de rode draad zonder dat het echt cabaret wordt, hooguit comedy met een cabaretsausje. Wil Henk misschien iets meegeven aan zijn publiek, heeft Rijckaert een boodschap over te brengen? “Neen, iedereen moet doen wat hij graag doet, wie ben ik om met het opgestoken vingertje mensen de weg te wijzen. Laat elkaar toch gewoon doen, dat is wat ik wil overbrengen”. Het decor, vol verrassingen, knutselde Henk zelf in elkaar, hij kan ondertussen bricoleren als de beste. “We kochten een huis en begonnen toen noodgedwongen, om ons budget in evenwicht te houden, zelf  te klussen. Het was nog plezant ook, het lukte, de handigheid werd met de dag groter. Van prutser tot klusser! Knutselen als ontspanning, een ganse dag achter de computer teksten schrijven, daar wordt ik zot van”. Of er een vervolg komt op ‘De schuur van Scheire’ mag Henk niet verklappen. “De voorspellingen gaan alvast de goede richting uit” (knipoog)., Niet teveel hooi op mijn vork nemen, de tijd dat ik rondliep als een ambetante mossel is voorbij, mijn vrouw en dochter komen op de 1e plaats”.

Van je hobby je beroep maken, wordt je daar rijk van? “Ik ben gevoelsmatig rijk, een manische optimist. BV zijn heeft voordelen, onlangs kreeg ik 34 euro korting op een nieuwe wasmachine en een gratis spade om in m’n hofke te werken ‘k Ben dus goed op weg om fortuin te vergaren”.
Henk is een leuke, vlotte praatjesmaker die kan lachen met luchtige wetenschap, zichzelf kan relativeren en zijn publiek blijkbaar zonder moeite kan entertainen Weg met de verzuring, leve Rijckaert, hij heeft comedy heruitgevonden.

Frans Van Damme


Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week 24/2015

zaterdag 23 mei 2015

De Streekkrant interview: Marc Reynebeau


                       'Ik aanvaard geen gezag'
 
GENT Historicus Marc Reynebeau (59) werd door de jaren heen een mediafiguur, een bekende gezicht in Vlaanderen. BV tegen wil en dank of nestelt hij zich in zoveel bekendheid? Daar willen we het fijne van weten.
Reynebeau werd geboren in Afrika. Zijn vader was in de Belgische kolonie Congo technicus in een UCO textielfabriek. In 1968 kwam Reynebeau naar België terug om te studeren. “Voor een kind was het in Afrika toen een paradijs. We leefden geïsoleerd, zonder modern comfort, maar ik miste niets, je kan niets missen als je niet eens weet dat het bestaat. Mijn enig amusement was zwemmen en lezen. Terug in België was de aanpassing en het acclimatiseren niet zo evident”. Reynebeau liep school bij de broeders in Oostakker, wou in feite dokter worden, al was het centrum voor leerlingenbegeleiding van mening  dat rechten of economie een betere richting zou zijn voor hem. Hij ging naar de Gentse universiteit en studeerde af als licentiaat geschiedenis. “Ik ben ooit 2 jaar wetenschappelijk medewerker geweest aan de universiteit van Rotterdam. Toen het na 1 werkjaar opnieuw september werd kreeg ik het benauwd, in wezen moest ik terug juist hetzelfde werk doen als het jaar ervoor. Een vorm van claustrofobie overviel me”. Hij was een jaar stagiair-medewerker bij de culturele dienst van de stad Gent, koos uiteindelijke voor de journalistiek en liet een academische loopbaan aan zich voorbijgaan. “Ik heb nooit gedoctoreerd. Ik ben vrijwel zeker dat ik een slechte lesgever zou zijn, de ambitie om veel geld te verdienen en carrière te maken is me totaal onbekend. Liever de sprong in het onbekende dan lesgeven en doodgaan op de Unief. Ik accepteer geen leiderschap, doe geen water in de wijn, heb nooit iets gedaan tegen mijn goesting. Heilige huisjes intrappen en stout uit de hoek komen liggen me wel. Niet iedereen ziet me graag of is het met mij eens. Hoeft ook niet, dat kan ik best appreciëren. De Lotto winnen? Ik zou niet eens weten wat met het geld te doen”.

Toen hij fungeerde als enig jurylid in het TV-programma De Slimste Mens kreeg z’n BV-schap een serieuze boost, al had hij een bijna haat-liefde verhouding met  het programma. Reynebeau kreeg zelfs oneerbare voorstellen van vrouwen. “In wezen ben ik een verlegen mens. Een bekende kop heeft voor- en nadelen. Er is een tijd geweest dat ik zelfs bang was naar de Gentse Feesten te gaan. Zatlappen die denken zich alles te mogen permitteren, uitgelaten dronkenschap, daar kan ik niet mee om”. Reynebeau gooit nooit  zijn privéleven te grabbel in de media, interviews zijn zeldzaam en hij wil er zeker zijn vriendin niet bij betrekken. “Liefde komt niet zomaar, liefde moet je soigneren, elke dag opnieuw. Die boekskes zijn al te vaak geïnteresseerd in seks, ik noem ze de hel van het licht amusement”.
Hij was tijdens zijn jeugd actief als bestuurslid van een plaatselijke VU-afdeling, terwijl je hem nu allesbehalve in die hoek zou verwachten. “Een mens groeit met de tijd nietwaar. Ik doe mijn best in het leven maar het lukt niet altijd. Mensen die zeggen dat ze niet liegen zijn leugenaars. Mijn slechtste eigenschappen? Het onderhouden van sociale relaties lukt me niet goed. Mijn ecologische voetafdruk is te groot, ik rook, drink graag een wijntje en heb angst me te vervelen. Gebrek aan discipline en wanorde zijn echter de grootste boosdoeners. Ik ben slordig in rekeningen betalen, vergeet het gewoon. Facturen komen terecht waar ze niet moeten liggen, aanmaningen liggen op stapeltjes. Ik betaal een fortuin aan herinneringskosten en interesten op achterstallige, onbetaalde rekeningen. Verder belijd ik mijn zonden in alle discretie”.

Reynebeau schrijft ferme boeken, naar eigen zeggen boeken die hij graag zelf zou lezen. Literatuur van anderen, niet van iedereen, laat hij ook niet ongelezen liggen. “Ik ben een matig mens, behalve in lezen. Ik hou niet zo van madammenliteratuur maar kijk er niet op neer. Puur op basis van inhoud, stijl en woordkeuze kan ik meestal achterhalen of het boek door een man of een vrouw werd geschreven. Weet je, het is een goed bewaard geheim maar vroeger, om den brode, vertaalde ik  kasteelromannetjes. Vertel het vooral niet verder”.
Wil Marc Reynebeau tot slot nog iets vertellen wat niemand weet? “Ik heb hier al meer vertelt dan wat ik ooit aan journalisten heb vertelt, echt waar. Als het klikt zegt men soms al eens iets te veel hé” (knipoog). Bedankt Marc, nog een wijntje?

Frans Van Damme


Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week 22

zondag 17 mei 2015

Interview De Streekkrant: zeilster Evi Van Acker


‘Focus op de Olympische spelen in Rio’

GENT Terug thuis van enkele weken stage in Cadiz, het winnen van de Andalusian Olympic Week en tussen 2 trainingen in, wil zeilster Evi Van Acker (29) ons ontvangen. Absolute wereldklasse, als zeilster en als vrouw.

“Studeren kwam thuis op de 1e plaats, eerst een diploma halen daarna zien we wel  was het devies. Ik had ambitie voor saxofoon en piano, was gedreven door tennis en zeilen. Al had ik graag geneeskunde of architectuur gestudeerd. Als kind fascineerde water me, simpele dingen zoals de bloemen water geven maakten me blij”. Kende Evi vrij vlug het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes? “Jazeker, in het 6e leerjaar had ik al een vriendje. Mijn huidige partner ken ik van m’n 11e jaar, van op de lagere school. Na een ondertussen bewogen rit en turbulente periodes zijn we sinds 3 jaar een echt gelukkig koppel. Als dat geen schoon jeugdverhaal is hé. De eeuwige liefde? De tijd zal ’t welk uitwijzen zeker”.  Evi noemt zichzelf een rationeel iemand, die veel nadenkt, emotioneel. “Gedisciplineerd ook, ik leg de lat hoog. Volg niet enkel mijn hart maar ook mijn verstand. Tijdens internationale wedstrijden heb ik geen tijd voor heimee. Het enige wat ik mis is mijn bed, met mijn vriend erin”. Evi heeft wind in de zeilen. Ze was meermaals onze Belgische trots tijdens internationale zeilwedstrijden. Ze nam deel aan de Olympische spelen van Peking (2008) en behaalde brons in Londen (2012).Haar palmares doet menig sportvrouw/man watertanden. Ze behoort ontegensprekelijk tot de wereldtop. “Mijn  prijzenkast raakt stilaan goed gevuld. In 2011 kreeg ik het Vlaamse Sportjuweel, een onderscheiding die wordt toegekend door de Vlaamse overheid aan een Vlaamse sporter die een opmerkelijke prestatie leverde. Men kan deze prijs slechts eenmaal in het leven winnen. Een jaar later kreeg ik de Nationale trofee voor sportverdienste en werd uitgeroepen tot sportvrouw van het jaar”. Het gaat niet vanzelf, het is niet zo vanzelfsprekend. “Elke sport is moeilijk. De gemiddelde topzeiler moet conditioneel niet onderdoen voor een gemiddelde topwielrenner. Zeilers gebruiken uiteraard andere spiergroepen maar het is een propere sport, een meer gematigde wereld dan bijvoorbeeld atletiek. Jaloezie en afgunst valt best mee, het zeilmilieu is een relatief klein wereldje, overal kom je dezelfde mensen tegen. Tosport kwam gewoon op me af en dan groei je daar gewoon in mee. Rusten is even belangrijk dan trainen, topsport is niet altijd gezond. Onlangs nog had ik last van een elleboogoverbelasting en een onderarmpeesontsteking”. Bij topsport hoort een gezonde levensstijl. “Uitgaan, fuiven, drank… hoort daar niet in thuis. Een gezonde voeding is noodzakelijk. Daar heb ik helemaal geen moeite mee, als je een doel voor ogen hebt valt dat best mee. Ik ging voor m’n moeder naar de Aldi om wijn. Stond aan de kassa met een ganse kar vol. Nogal een gênante situatie, iedereen keek met verschrikte ogen naar mijn karretje. Men dacht waarschijnlijk: die Evi zit aan de drank”.

Een mooie vrouw, blonde haren, een ontwapenende lach en sprankelende ogen, daar komen mooie kinderen van. “Ja, mijn biologische klok tikt. Voor kinderen moet je klaar zijn. Nu staat de sportcarrière voorop. Alles is gefocust op de Olympische spelen 2016 in Rio. Deelnemen belangrijker dan winnen? Vergeet het, dat is een fabeltje. Ik wil net zoals elke deelnemer winnen, een medaille behalen. Wat na Rio komt zien we wel maar de Olympische Spelen 2020 in Tokio zal ik niet halen. Wanneer ik definitief stop weet ik echt niet, heb er al 1000 maal aan gedacht. Wat na de sport? Geen idee. Enige activiteit in de sportbranche misschien. Events organiseren, columns schrijven, daar zie ik brood in. Meubels maken, leuke design spulletjes ontwerpen zou ik ook graag doen”. Evi was ooit het gezicht van een reclamecampagne voor melk. “Waarom niet, ik drink graag melk, echt waar. Pizza Hut deed me een reclamevoorstel, ik weigerde. Tia Hellebaut zei ja en ging met de pizza’s lopen. Koken doe ik graag maar niemand vraagt me voor keukenreclames. Evi van Acker, de Donald Muylle van de keukens, dat zou nogal wat zijn hé (lacht)”. Nog iets op je lever Evi? “Journalisten zijn enkel in het zeilen geïnteresseerd bij fenomenale prestaties. Daarom beantwoord ik persoonlijk elk bericht op mijn Facebookpagina. Dat ben ik verschuldigd aan liefhebbers van de zeilsport”.
 
Frans Van Damme
 
 

 Dit interview verscheen in De Streekkrant, regio groot Gent/Deinze, week 21/2015

zondag 3 mei 2015

Interview De Streekkrant: Joke van de Velde


‘Leven als een non is niets voor mij’

GENT Kan u het zich nog herinneren dat Joke van de Velde werd gekroond tot Miss België? Het mag dan wel dateren uit de tijd dat dieren konden spreken, datzelfde jaar nam ze ook deel aan Miss World en Miss Univers. Onlangs werd Joke verkozen tot meest sexy Bekende Vlaming. Een goede reden om haar de kleren van het lijf te vragen.
Haar naam met kleine v en d, laat enige adel vermoeden. Of niet soms? “Ooit was er eens iemand in mijn familie van adel, inclusief een eigen kasteel en wapenschild. Hij heeft er alles doorgedraaid. Niet erg, geld maakt niet gelukkig, het klinkt als een cliché maar het is wel zo. Teveel is nooit goed, te weinig ook niet, dat geldt voor alles”. Mooie herinneringen aan de kindertijd? “Geboren op 28 december, ja, lach maar, onnozele kindertjesdag. Als kleuter ging ik naar de nonnenschool in Melle maar leven als een non zou niets voor mij zijn. Ik was een laatbloeier, op m’n 16e speelde ik nog met Barbiepoppen, op m’n 17e kuste ik mijn 1e vriendje”. Ze studeerde moderne talen-wetenschappen, volgde een specialisatie in Nederlands, Frans, Engels, Duits en volgde een opleiding als kleuterleidster. De biologische klok tikt, heeft Joke dan geen kinderwens? “Ik heb misschien wel te lang op de rem gestaan. Zodra ik te veel gevoelens voor iemand kreeg, nam ik afstand. Een man nemen om een kind te krijgen zou maar al te gek zijn. Een vent die lief vraagt of hij eens mag, daar kan ik niks mee aanvangen! Kandidaat lovers genoeg, de afgelopen jaren heb ik enkele relaties gehad, maar het zat nooit echt goed, ben er daarom niet mee naar buiten gekomen. Slechts 2 keer werd ik echt van m’n sokken geblazen. Een vreemde opscharrelen voor een vluggertje, dat heb ik nooit gedaan, ‘k mag er niet aan denken. Mannen zijn geen trofeeën voor mij, ook niet omgekeerd. Sentiment, vertrouwen, humor zijn van het allergrootste belang, ik stel me alleen open voor een relatie als het meer dan de moeite waard is. Ik weet het zeker, als een huwelijk niet lukt kan je beter uit elkaar gaan, blijven proberen heeft geen zin”.

Joke is naar eigen zeggen een optimistische realist die kiest voor boterkoekske als troetelnaampje en regelmatig bloed geeft. “Want elke druppel telt. Het doet super goed te beseffen dat ik met 400 ml bloeddonatie 3 mensen kan helpen”. Een brunette ook met lef, dat weten we dankzij haar rubriek 'Joke Durft' bij Q-music. In opdracht reed ze een rally, beklom een kathedraal en maakte een naaktselfie samen met Lesley-Ann Poppe. Ze zit duidelijk niet verlegen om enkele straffe stoten. Maar uit de kleren gaan ligt veel moeilijker. Ze wimpelde een aanbod van Playboy af, een dag van nationale rouw voor veel mannen. “Ondanks een aanbod met veel nullen voelde ik er mij niet goed bij. Dat sommigen het doen voor de kunstfoto's, dikke zever ja. Neen, ik heb niet geweigerd uit preutsheid of uit schaamte, wat anderen vinden, daar trek ik mij niet van aan. Voor iedereen goed doen is toch onmogelijk, maar naakt blijft een mens het meest kwetsbaar”.

Er mag al eens gelachen worden nietwaar. Op Q-music vertelt Joke van de Velde elke woensdag moppen. Het moest er van komen, die grappen werden gebundeld in het 'Jokes moppenboek'. Er zit een luister cd bij waarop Joke een aantal moppen heeft ingesproken. “Geloof het of niet, er werden al ruim 45000 exemplaren verkocht. Een goeie grap? Een Duitser, een Belg en een Hollander raken betrokken bij een kettingbotsing. I’m sorry zegt de Duitser. I’m sorry two zegt de Belg. I’m sorry three zegt de Hollander”.

Haar agenda staat meer dan behoorlijk vol met acts de presences, presentaties en public-relations opdrachten. Haar geheim? “Gewoon zijn, blijf naturel. Het klinkt misschien eigenaardig maar dan vergeten de mensen je minder vlug. Joggen is een uitlaatklep, dé oplossing voor mijn teveel aan energie. Ik kan het iedereen aanbevelen”. Als Joke ergens binnenkomt heeft dat dezelfde uitwerking als toen Maria in de grotten van Oostakker verscheen. Afspreken voor een interview met Joke blijft niet onopgemerkt. Fans willen met haar op de foto willen, geen probleem, ze laat het zich met de glimlach welgevallen. “Naast wie ik wel eens wil wakker worden? Tussen Philips Geubels en Jonas Van Geel. Zoals je kan merken, schoonheid is voor mij geen noodzaak, humor maakt meer indruk”. Zou haar veelbetekende knipoog in mijn richting echt zijn of een grap, ik lig er al nachten wakker van.
Frans Van Damme
 

Dit interview verscheen in De Streekkrant editie groot Gent/Deinze, week 19/2015
 

zondag 26 april 2015

Interview De Streekrant: Joke Schauvliege


                           ‘Ik ben geen koele kikker’

GENT In een vorige legislatuur was Joke Schauvliege minister van cultuur. Nu gaat ze als Vlaamse minister van omgeving, natuur en landbouw goedgezind door het politieke leven. Cultuur maar ook boeren en hun problematiek liggen haar nauw aan het hart. Onder het waakzaam oog van haar perswoordvoerders gingen we koffiekletsen in het Gentse ‘Sandton Grand Hotel Reylof’.

Sociaal engagement is de familie Schauvliege ingebakken. De overtuiging van pa en ma om ten dienste te staan van anderen dreef dochter Joke via de jeugdbeweging en tal van verenigingen naar de politiek. Ze liep school bij de zusters van O.L.Vrouw Visitatie in Gent. Katholiek nest, katholieke school maar nooit de ambitie gehad om non te worden? “Neen, ik was een vroegbloeier, met dank aan m’n 2 oudere broers. Ik wou eigenlijk dierenarts worden maar ging rechten studeren aan de RUG. Op kot gezeten in Gent, het was een goede leerschool, een schone tijd”. Joke werkte 10 jaar met plezier als advocaat aan de Gentse balie”.

Politiek kwam op haar weg, de carrière ging flink vooruit. Is het nu anders dan vroeger, gaan mensen zich afkeren van de politiek? “Wijzelf en de media hebben boter op het hoofd want wij draaien allemaal mee in dat spel. Futiliteiten worden opgeblazen, dat ondergraaft de geloofwaardigheid. Fait divers worden gebracht als wereldnieuws. Het lijkt wel of we ons enkel bezig houden met ruziemaken. Kwakkels, leugens, verzonnen verhaaltjes die een eigen leven gaan leiden, daar heb je geen verweer tegen. Dat maakt me boos. Huichelaars en schijnheiligaards zijn verfoeilijk, mensen die strategische spelletjes spelen en de waarheid constant verdraaien ergeren mij geweldig”

 ‘Mijn voorliefde voor saucissen is altijd gebleven’

Schone schijn, daar wil Joke niets van weten.“Ik ben een madame zonder tralala, niet materialistisch ingesteld. Een klein vogeltje die voor m’n neus komt fladderen, dat is voor mij een groot cadeau. Kleine dingen in het leven vrolijken me op. Cultuur en natuur maken een mens goedgezind. Men heeft niet de nieuwste i-phone nodig om gelukkig te zijn. Vroeger was het allemaal eenvoudiger. Geef mij maar een goede Vlaamse hutsepot met veel verse groenten, spek, varkenspoten en worsten. Weet je, als vakantiejob bezocht ik beenhouwers om  salami’s te promoten. ’t Was plezant maar het liet wel sporen na. Mijn voorliefde voor saucissen is altijd gebleven” (lacht). Ik zou graag op de markt staan met een kruidenkraam. Puur natuur, echt, authentiek. Misschien ligt daar wel mijn toekomst want de politiek is een onzeker bestaan”.

Fietsen is een hobby, een gezonde ontspanning. Ze kan haar mannetje staan en  fietste de Mont Ventoux op. “Onder de mensen komen, horen en zien wat er leeft, dat is belangrijk. Ik ben niet van beton, ben geen koele kikker maar een vrouw met emoties. Van inhoudelijke kritiek, daar leer ik van maar speel op de bal en niet op de persoon. Ik ben ongeduldig, een vrouw van niet veel woorden, ’t moet vooruit gaan. Ja, ik ben gelovig en ga soms op zondag naar de mis. Om mensen te ontmoeten, als politicus moet je aanspreekbaar zijn”. Hoe is het gesteld met onze aarde en het milieu, zijn we er slecht aan toe? “Bevolkingstoename en water zijn milieu-uitdagingen. We hebben er alle belang bij om op de kar van de groene economie te springen. De ecologische voetafdruk kan kleiner. Het moet voor iedereen aantrekkelijk worden om milieu-inspanningen te leveren. Daarom ook wil ik graag een flexibel watertarief invoeren in heel Vlaanderen, om zuinige watergebruikers te belonen. Ik geloof ook bijzonder sterk in producten van bij ons, authentiek en portemonneevriendelijk. Back to basic. Vergeet ook niet dat Vlaanderen een milieuexpertise heeft opgebouwd waar we trots mogen op zijn. Als Arcelor Mittal zijn uitstoot verder wil beperken komen ze kijken hoe de vestiging in Gent dat heeft gerealiseerd. Ik wil een goed maar realistisch, betaalbaar en maatschappelijk aanvaard  klimaatbeleid voeren”.

Ze  heeft een duidelijk standpunt wat de politieke stiel betreft. “Boeren zeggen altijd hun gedacht, zo zit ik ook in elkaar. Beloof niets wat je niet kan waarmaken. Valse beloftes wreken zich op termijn. Als je een probleem niet concreet kan oplossen, wijs mensen dan de goede weg. Maak de burgers niet bang met doemscenario’s, zoiets werkt niet. Geloof in de toekomst, hoopvolle signalen komen voortdurend op ons af. Je moet ze gewoon willen zien”.
 
Frans Van Damme
 

Artikel verschenen in De Streekkrant, editie groot Gent-Deinze, week 18/2015