maandag 27 oktober 2014

Interview De Streekkrant: LUC DE VOS


‘Niet iedereen heeft het talent om gelukkig te zijn’

GENT Luc De Vos, frontman van de Nederlandstalige popband Gorki, schrijver van liedjes en auteur van columns voor al wie er om vraagt, waagt zich af en toe ook wel eens aan een roman. Hij heeft een uitgesproken en ongegeneerde mening. Naar eigen zeggen heeft hij geen straffe verhalen te vertellen. We doen toch een poging.
“Als kind stond mijn besluit al vast, ik zou muzikant worden. Het had een erotische aantrekkingskracht, vooral die schone madammen die aan de voeten van muzikanten lagen maakten op mij een diepe indruk”. Een absurde jongensdroom die werkelijkheid werd. De Vos was een buitenbeentje want niemand in de familie had artistieke ambities. “Mijn 3 broers en 3 zussen hebben een respectabel, normaal beroep. Ik was een nakomertje en ben mislopen (lacht)”. Het gaat De Vos nochtans voor de wind. Het fuifnummer van het betere soort, de wildebras met als specialiteit dansen op de toog, een drankorgel en vrouwenversierder werd een hardwerkende vaderfiguur. “Dat is het voordeel van ouder worden, dan weet een mens veel meer. Wat vrouwen betreft, ‘k ben een diesel, kom traag op gang. Liefdesverdriet is voor jonge mensen. ’t Is zoals Jezus zei: ‘Liefde kan niet sterven’. Bier drinken zoals een koe water lukt me niet meer, ben er nadien dagenlang ziek van. Geef mij maar een goeie echte Coca Cola. Geen Pepsi, niet te zuipen, dat smaakt naar nafte”. Luc heeft nood aan regelmaat in z’n leven. “Noem mij gerust een oude ezel, graag zelfs. Na een optreden uit de bol gaan zoals vroeger is voorgoed voorbij. Zowat 50 Gorki optredens per jaar blijven niet zonder gevolgen. Mijn stem gaat achteruit, hoge tonen halen valt moeilijker. Het artiestenleven is niet meer la vie de bohème zoals velen denken. Van alles in het leven moet men proeven wanneer men jong is. Was ik nu jong, ik zou zot worden”.  
De Vos doet zich tijdens het gesprek te goed aan een flinke ‘dessert van het huis’. “Het verleden is voorbij en de toekomst bestaat niet, na ons is het gedaan. Dus vergeet niet te leven, maak van elke dag een feest. Helaas heeft niet iedereen het talent om gelukkig te zijn”. Toch straalt De Vos een zekere tristesse uit. Schijn bedriegt? “Hier zit een vrolijke jongen. Maar nu je het zegt, ik heb nog nooit een echt vrolijk nummer geschreven. Alhoewel, enige ironie en humor is nooit ver weg. Het is hard werken voor de kost. Niets komt zomaar mijn richting aangewaaid. Ik ben al 25 jaar zelfstandige en heb altijd alles netjes kunnen betalen. Iets om trots op te zijn. Ik ben rijk en beroemd (lacht)”.
‘Ik betaal graag belastingen’
De Vos is blijkbaar een plichtsbewuste vent van Gent. “Ik betaal graag belastingen. We leven immers in een welvaartstaat. Zelfs al hebben minderbedeelden, Roemenen, vluchtelingen, illegalen en andere mensen met allerlei tegenslagen toch een joekel van een i-pad, we moeten dat systeem van solidariteit en loyaliteit onderhouden. Dus mijn belasting betaal ik met plezier en met een grote smile. Politiek interesseert me verder niet. Heb hiervoor geen ambities maar heb wel een mening. Men krijgt de politici die men verdiend”. Eigenaardig, de Lotto maakt Luc oprecht boos. “De Lotto is misdadig. Hiermee doe ik een oproep om de Lotto af te schaffen. Deel het geld zo uit! De armoede stijgt tot nooit geziene hoogtes maar de Lottoreclame probeert dromen te voorspellen. Het principe is pervers, het geeft mensen valse hoop”.
Gorki opperhoofd Luc is gemakkelijk aanspreekbaar en vooral een herkenbare straatloper. Een vriendelijk woord is nooit veraf. “Dat mensen in de supermarkt mijn winkelkarretje controleren vind ik helemaal niet erg. Maar het is wel gênant en ambetant als men mij in de gazettenwinkel aan het beloeren is, terwijl ik mijn keuze maak in de afdeling seksboekjes.
‘We leven in het paradijs’
Luc De Vos belande toevallig in de literatuur. Het begon met een kleine column in een krant en ontdekte hij toen meer te kunnen dan liedjes maken, zingen en muziek spelen. Hij publiceerde onlangs een nieuw boek: Paddenkoppenland. In de hem kenmerkende laconieke toon schept de auteur Ronny De Keyzer, een jongetje dat opgroeide in de jaren ’60, net zoals De Vos. Dit innemende personage houdt de luie mens een spiegel voor, schetst en passant het portret van een verloren generatie. Een story over het zoeken naar geluk, liefde en muzikale roem. Het zou een autobiografische roman kunnen zijn, een sociologisch boek. “Misschien is het een samenvatting van mijn leven! Paddenkoppenland zie ik als mijn belangrijkste en beste werk. Ik maakte als jonge gast liedjes op m’n kamertje maar wat heb je daaraan als niemand het resultaat hoort. Ik heb het gevoel dat ik alsmaar beter word. Het klinkt misschien pretentieus maar ervaring en weten wat ik wil maken van mij een betere ambachtsman, zowel in mijn muziek als in mijn boeken”. Luc gaat gelukkig door het leven. “We leven in het paradijs, de beste tijd die er ooit is geweest. Ik begrijp niet dat er mensen ontevreden zijn. Vroeger was het wel anders. Mijn ouders waren hardwerkende, katholieke mensen. Pa werkte in de petrochemie, veel tijd om te genieten bleef er niet over. Hij stierf op z’n negenenvijftigste aan longkanker als gevolg van zijn job. Toen keek men immers niet zo nauw. Er waren geen boeken in huis, met uitzondering van het oud en nieuw testament. Op m’n twaalfde moest ik naar de kostschool voor een opvoeding die educatief helemaal niet klopte, het waren stuiptrekkingen van vooroorlogse methodes. Het was een omgeving die geen enkele aanleiding gaf tot enige hilariteit. Tja, mijn kindertijd had ik graag willen ruilen, zeker geen periode om nu geromantiseerd over te doen”.E
Een aalmoes voor oude boeken
Luc De Vos praat vlug en veel, neemt geen blad voor de mond. Hij hoopt vooral dat z’n boeken niet te vlug bij De Sleghte in de rekken liggen. “Ik heb slechte ervaringen met opkopers van boeken. Als student ging ik er mijn schoolboeken verkopen. Voor dure exemplaren van wel duizend oude Belgische frank gaf iemand van het personeel, met een vieze muile dan nog wel, mij een aalmoes”. Nog over iets te klagen? “Ik word echt kwaad van een lauwe pint bier en slecht eten. Je zou eens moeten weten wat sommige inrichters ons durven aanbieden om te eten  voor ons optreden. Echt niet te vreten. Zo’n onverschilligheid maakt me spinnijdig”. Maar Luc heeft ook z’n goede kantjes. “Ik hou van kinderen . Op een gezonde manier, ‘k ben zot van kinderen maar ben geen pedofiel hé. Kinderen kunnen mij ontroeren. Als huisman mijn zoon opvoeden was de mooiste periode in mijn leven”.
Frans Van Damme
 
Verschenen in De Streekkrant Groot Gent-Deinze, week 44/2014
 

 
 
 
 
 
 
 

maandag 20 oktober 2014

Intervieuw De Streekkrant: Gentse ombudsvrouw Rita Passemiers


‘Mijn schone benen werden alom geprezen’

GENT Als eerste stad in België koos Gent voor zijn ombudsdienst een vrouw. Voor iedereen die van oordeel is dat zijn klacht over een stadsdienst, het OCMW Gent, het Stadsontwikkelingsbedrijf Gent of Ivago niet voldoende door de dienst zelf is behandeld, springt ombudsvrouw Rita Passemiers in de bres.

Rita Passemiers (1952) behandelt, in alle onafhankelijkheid, klachten. “Ons takenpakket is vrij groot maar vergis je niet, wij zijn geen algemene klachtendienst. Ik zie mezelf niet als de klaagmuur van Gent. Via bemiddeling tracht mijn team problemen van burgers op te lossen, zoekt naar de oorzaken en doet aanbevelingen aan het stadsbestuur. We maken mensen die verdwaald zijn in de administratieve molen wegwijs”. Vooral discretie is haar handelsmerk. “Mensen zijn mondiger geworden, brutaler ook. Heel af en toe komt hier wel eens iemand boel maken, zijn stem verheffen, op tafel slaan. Kwaad zijn is energieverlies. Maar ik heb methodes om luidruchtige klagers rustig te krijgen. Mensen mogen hun gezicht niet verliezen, men moet iedereen hun waardigheid laten behouden. Dikwijls een moeilijke evenwichtsoefening. Ik ben een koorddanseres tussen bestuur, ambtenaren en burgers. Ik ben geen rechter maar een bemiddelaar. Als ombudsvrouw kan ik niets afdwingen maar er wordt naar mij geluisterd”.

Zuinigheid is het begin van goed bestuur

Na een carrière als journalist bij de regionale nieuwsdienst van de radio hield ze het plots voor bekeken, het werd tijd voor een professionele switch. “Onder druk van de omstandigheden worden de grootste uitvindingen gedaan. Ik heb uitdagingen nodig. De vacante betrekking van ombudsman/vrouw heb ik gevonden tussen de werkaanbiedingen in De Streekkrant”. Een droomjob zegt ze zelf, haar op het lijf geschreven. “Ik ben van geboorte een Hollandse, maar later Belg geworden. Ik zal het maar zelf zeggen voor je het vraagt: ja, ik ben zuinig! Zuinigheid is het beginsel van goed bestuur. Bij de ombudsdienst sparen we spontaan waar het kan. Maar ik ben niet zot, we gaan niet horizontaal in de uitgaven snijden”. Passemiers mijmert en vertelt dat ze van jongs af aan een onafhankelijke vrije vogel was, een geëmancipeerde vrouw. “Nogal tegendraads ook. Het begon al bij de geboorte, ik werd omgekeerd geboren, een stuitligging. Toen ik bij de radio werkte charmeerde de interesse van mannen mij wel maar geen enkele vent moest het zich riskeren mij lastig te vallen. Iemand met losse handjes kwam best niet in mijn buurt. Maar eigenlijk viel dat allemaal best mee, er stonden daar nogal wat homo’s op de loonlijst. Ik heb mijn carrière niet horizontaal gemaakt”. (lacht). Rita Passemiers brengt nu beroepshalve haar dagen door onder het Belfort, in de oude Gentse stadsgevangenis De Mammelore. “Ik zit hier achter tralies maar ’t is een unieke locatie”.
Je zou het haar zo direct niet aangeven, maar de ombudsvrouw heeft een sportief verleden. “Aan damesvoetbal gedaan. Mijn schone benen werden alom geprezen. Het beklimmen van de Mont Blanc staat zelfs op mijn palmares”. Tijden veranderen, net zoals interesses. “Ik hou van lekker eten zonder te overdrijven. Het kookboek van de boerinnenbond is nooit veraf. Eenvoudige en simpele maaltijden weet ik te waarderen. Op restaurant steel ik de culinaire hoogstandjes met m’n ogen. Maar thuis eten, samen met vrienden, dat is het summum”.

Tot slot nog graag een levenswijsheid van een verstandige vrouw? Lang moet Rita niet nadenken: ‘Het zijn goede vrienden die niet klagen’. Of dat van toepassing is op haar eigen kookkunst thuis durf ik niet te vragen. We nemen afscheid van de ombudsvrouw. De fotograaf krijgt 3 zoenen, ondergetekende moet tevreden zijn met een stevige handdruk. Waar kan ik naartoe met een klacht hierover?
Er zijn teveel indirecte belastingen

Aan werk geen gebrek. “Omdat we laagdrempelig zijn heeft men de weg naar de ombudsdienst gevonden. Alle leeftijden en opleidingsniveaus komen langs. Zowat 33 % is van een andere origine. Eenvoudig en met zo weinig mogelijk bureaucratie functioneren werpt zijn vruchten af.  Maar de ombudsdienst is geen kliklijn, laat dat duidelijk zijn”. Het aantal dossiers verminderd. Uit de jaarverslagen blijkt dat Gentenaars klagen over van alles en nog wat. “Toch zijn er opmerkelijk weinig klachten over onvriendelijkheid, lange behandelingstermijnen of administratieve fouten. De ambtenarij is klantvriendelijk geworden, een enorme evolutie. Klachten over mobiliteit scoren bijzonder hoog. Het parkeerbeleid is een vaak terugkomend item, een luxeprobleem”. Los van de gegronde klachten vangt Rita Passemiers ook signalen op, eigenlijk uitingen van ongenoegen. De kloof tussen arm en rijk is bijzonder groot. Steeds meer mensen hebben het moeilijk om elke maand de eindjes aan elkaar te knopen. Ook dat komt in het vizier van een ombudsdienst. “Er zijn teveel indirecte belastingen. Velen zitten echt op hun tandvlees. Dagelijks wordt ik geconfronteerd met armoede, hoge huur- en energieprijzen, lage pensioenen. Soms lijkt het wel David en Goliath, burgers versus overheid. Ik kan bij problemen tussenkomen maar niets arrangeren! Deurwaarders treden soms hard op, ook hier pleit ik voor enige coulance. De overheid moet redelijk zijn in kleinere zaken, zoals onbetaalde facturen en retributies. Een simpel telefoontje kan veel oplossen, zonder dat daarvoor de hele administratieve molen moet op gang worden gebracht”. Rita wil vooral onthouden wat niet op te lossen was, neemt haar werk niet mee naar huis, kan de knop omdraaien en wil niet vervroegd met pensioen. “Ik ben zeker niet onmisbaar, ben best vervangbaar? Maar ik doe toch mijn werk zo graag”.

Doe maar gewoon
Rita Passemiers, licentiate geschiedenis en pers-en communicatiewetenschap, was 20 jaar radiojournaliste bij VRT/Radio 2 en is sinds 1997 ombudsvrouw van de Stad Gent en het OCMW en is bevoegd voor Ivago en het Stadsontwikkelingsbedrijf Gent. Ze is auteur van verschillende publicaties vooral omtrent ombudswerk en wordt aanzien als een autoriteit op dat vlak. “Als kind droomde ik van een job in de diplomatie, het had zo iets chique. Ook dokter worden zag ik wel zitten. Het bleef bij ‘doktertje spelen’ want ik koos uiteindelijk voor  de richting geschiedenis. Het 1e meisje in mijn dorp dat naar de universiteit mocht gaan, dat was uniek, daar werd toen nogal over gesproken”. Eén ding weet ze nu wel zeker: ‘Journalistiek, het is mooi geweest maar dat nooit meer. Ik heb hier in Gent als ombudsvrouw mijn draai gevonden”. Haar levensmotto: ‘Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg”.

Frans Van Damme


Artikel gepubliceerd in De Streekkrant, regio groot Gent-Deinze, week 43/2014


 

woensdag 15 oktober 2014

De Streekkrant: Intervieuw met Loes Van den Heuvel


“Mijnheer pastoor zat onder mijn rok te friemelen”

GENT Loes Van den Heuvel zit in ons collectief geheugen en werd in alle Vlaamse huiskamers bekend als Carmen Waterslaeghers uit FC De Kampioenen. Maar er valt veel meer te vertellen over Loes Van den Heuvel. Een pittige babbel met een rondborstige actrice
Loes is niet enkel actrice maar tevens een geboren entertainer. Ze weet vrolijk en zonder moeite te overtuigen met haar hoog comédiennegehalte. Altijd al een meisjesdroom geweest? “Als kind vond ik toneel en acteren een fascinerende wereld. Ik ging met mijn grootouders naar de opera, operette en het ballet. Heb vroeger zelf ballet gedanst maar door een spierscheuring kon ik geen prima ballerina worden”. Kleine Loes was een braaf kind die al best tevreden was met een bord appelmoes met kroketjes. Als kind ging ze trouw elke week naar de mis en zong in het kerkkoor. “Dat was ook een vorm van theater. Mijnheer pastoor zat onder mijn rok te friemelen, in m’n kont en billen te knijpen. Het waren toen geheel andere tijden. Als kind wist je niet beter, mijn ouders zagen dat als een vorm van amicale genegenheid.” Loes kwam na een opleiding aan de toneelschool Herman Teirlinck met volle goesting in het theater terecht. Grote of kleine rollen, het maakt niet uit. Je moet voor beiden even hard werken”.

Loes is een gedreven vrouw maar heeft geleerd te doseren. “Carrière, ambitie, niets moet nu nog. Ik ben een ‘pittatype’, het vuurtype. Een mens kan uit balans geraken. Pitta is de levenskracht die gevormd wordt door het element vuur onder invloed van water. Pitta is het vuur van de transformatie. Het maakt me sterker, zelfs bij tegenslagen. De meeste mensen zitten vol angst, dat heb ik niet. Toeval bestaat niet. Het is het gevolg van een oorzaak die we niet kennen. Mensen gelukkig maken, dat is mijn taak in het leven. Jarenlang heb ik dramatische rollen gespeeld. Ik heb mezelf echt moeten ontdekken als komische actrice. Dat is geen toeval geweest, hiervoor was is voorbestemd”. Het zen-gevoel is tijdens het gesprek nooit ver weg, hier spreekt een positief denkende vrouw. Toch plaatst ze enkele markante kanttekeningen bij het leven. “De wereld is aan het vergaan, het is vijf na twaalf. Moeder aarde zijn we serieus aan het beschadigen. Politici zijn met onze centen aan het palaveren, houden congressen. We houden hun in stand, betalen hun lonen maar er gebeurt niets. De planeet is oververzadigd, maak geen kinderen meer. We moeten met z’n allen grenzen en frustraties verleggen om anders in het leven te staan”.
Loes kan niet stilzitten, moet altijd iets te doen hebben. “Na De Kampioenen heb ik mijn leven een andere invulling gegeven. Ik ben blij met mijn dieren en met mijn Libido, zo heet mijn paard (lacht). Soms treed ik soms op met m’n coverbandje. Een ideale manier om wat stoom af te laten. Het organiseren van workshops, doorgeven van kennis en ervaring is voor mij een onuitputtelijke bron om me goed in m’n vel te voelen. Hier zit een tevreden madame, dat is een ongelooflijke luxe, dat besef ik maar al te goed”. Met dank aan de boekskes? “Ik spring zuinig om met interviews. Ik heb geen behoefte om met roddels in de belangstelling te komen, om mijn privacy te krabbel te gooien. Het klinkt pretentieus, maar ik heb de boekjes niet nodig, moet mezelf niet verkopen. From hero to zero, no way! Ik wil ze voor zijn, wil niet afhankelijk zijn van vraag en aanbod. Van den Heuvel is niet te koop voor centen”.
Mag ik je een porto aanbieden Carmen? “De tijd van De Kampioenen is voorbij hé. En het was geen porto maar bessensap. Geef me liever een glas bubbels, champagne is zuurstof voor het leven”. Nu maar hopen dat mijn chef er ook zo over denkt als ik mijn onkostennota declareer.

Theater Scala krijgt volgende maand Loes Van den Heuvel over de vloer. Ze speelt de hoofdrol in 'Stilte Aub!’, een superkomedie over het reilen en zeilen bij een toneelgezelschap dat repeteert en naar de première toewerkt van het toneelstuk ‘Niets om het lijf’. Op de generale repetitie blijken de acteurs verre van klaar voor de opvoeringen. De tekst is niet gekend, de rekwisieten zijn niet wat of waar ze moeten zijn, technische problemen alom. Bij de acteurs steken jaloersheid en rivaliteit de kop op. Na vele en lange repetities slaat de vermoeidheid toe, onderlinge spanningen komen aan de oppervlakte. Door de grote ego's van de acteurs en de onderlinge relationele spanningen lopen de voorstellingen totaal fout. Een theaterhit in de beste Britse humorsfeer, één van de meest gespeelde komedies in de theatergeschiedenis. 'Noises off' van Michael Frayn liep jaren op Broadway en werd verfilmd met Michael Caine.
Het was een al lang gekoesterde droom van Scala opperhoofd Johan Van Hoorde om Loes Van den Heuvel naar Gent te halen voor een productie van Theaterplatform.  “Neen, Loes kende voordien theater Scala niet. Het werd een aangename kennismaking”. Een wederkerig gevoel Loes? “Zeker weten. Herkend worden vind ik een soort appreciatie voor het werk dat ik doe. Je moet daar dankbaar voor zijn en het waarderen als mensen je komen feliciteren. Maar ik wil in deze productie zeker niet de hoofdvogel zijn die met alle pluimen gaat lopen. Wel hoop ik door mijn inbreng een meerwaarde te geven aan deze productie”. Uitvergrote taferelen, snelheid en complexiteit van deze slapstick zijn voor de regisseur en de acteurs een hele uitdaging. Theater Scala slaagt er in om de vedettecultuur en het thea­ter in het algemeen grandioos op de korrel te nemen. Deze deurenkomedie is een farce van formaat vol ongefilterde hilariteit.

Bij Loes is het alles of niets. Ze is een nieuwsgierige vrouw, speels, iemand die continu in verwondering wil staan. Verder kabbelen en aanmodderen: onmogelijk. Ze benut enthousiast elke seconde, fuift en feest graag. Ze doet in haar vrije tijd wat ze wil. Of toch niet? Bij de VRT was men niet zo happy toen ze werd gevraagd om als Carmen de eroticabeurs te presenteren, inclusief een paaldansact. Carmen is als typetje eigendom van de VRT en de openbare omroep had liever dat ze aan een doelpaal ging staan dan  aan een andere paal.
Het leven lacht haar toe. De 2e film van De Kampioenen komt volgende zomer in roulatie. Haar droom: in Spanje een B&B openen. Hebzucht en gebrek aan respect maken haar kwaad. Liefdesbrieven van fans, daar zit ze niet op te wachten. Loes heeft geen vertouwen in de bankwereld. “Let op mijn woorden, op een dag is al ons geld daar foetsie”.

Frans Van Damme

Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent-Deinze, week 41/2014
 

 

zondag 28 september 2014

Interview De Streekkrant: Dirk Verhofstadt


“Creatief talent moet gestimuleerd worden”

GENT Geen leute en plezier, maar tijd voor een ernstig gesprek met Dirk Verhofstadt: filosoof, professor, atheïst, liberaal, auteur van hoog aangeschreven boeken. Jawel, ook de broer van Guy Verhofstadt, al is dat ondergeschikt aan het eigen verhaal van Dirk.
Dirk & Guy hebben met elkaar een sterke band. “Als kind sliepen we op dezelfde kamer tot Guy het bureel van vader inpalmde als zijn territorium. Ik keek naar hem op, hij was 2 jaar ouder en zal wel als eerste een lief hebben gehad, al weet ik dat niet meer zo zeker. Hij gaf me goede raad of althans dat was toch z’n bedoeling”. Dirk was niet rechtstreeks politiek actief, was nooit zelf kandidaat bij verkiezingen. Hij was de man achter de schermen, lanceerde ideeën, stak een handje toe waar nodig”. De uiterlijke gelijkenis tussen de 2 broers is frappant. Nochtans moet Dirk de duimen leggen op sportief vlak. Hij is geen begenadigd wielrenner zoals zijn broer Guy. “Als we samen gingen fietsen gooide ik de remmen dicht bij het eerste café dat we tegenkwamen, bestelde een Trappist en 2 appelflappen. Guy hield het bij 2 glaasje water” (lacht). Vroeger speelde ik voetbal, bij een caféploeg. We zijn nooit kampioen geweest. Het zou best kunnen dat het aan mij lag”.
Dirk, geïnteresseerd in de media, mocht hoofdredacteur zijn van het schoolkrantje. Later werd hij voor dagblad Het Laatste Nieuws plaatselijke correspondent en schreef over wereldschokkende gebeurtenissen in Melle. “Onderaan de journalistieke ladder beginnen, daar is niets fout mee. Artikels als ‘vrouw valt met fiets van de trap’ mogen er best zijn, maar ik hield dat vlug voor bekeken. Ik kijk niet neer op zo’n soort journalistiek maar mij kon het niet boeien”. De lokroep van de televisie was groot. Dirk werd producer bij de BRT. “Aan die liefde kwam een einde toen ik liet uitschijnen voorstander te zijn van commerciële televisie. Het kot was te klein. De toenmalige directeur Paul Vandenbussche wou met mij niet meer samen in de lift staan. ‘Neem maar de volgde’ zei hij en deed voor mijn neus de liftdeur dicht”. Dirk hield er geen trauma aan over, hij schreef er een boek over: Het einde van het BRT monopolie. “De BRT was in slaap aan het vallen en men wou het niet inzien. Commerciële televisie heeft een positieve invloed, creatief talent moet gestimuleerd worden en kansen krijgen”. Het monopolie moest doorbroken worden. Het was geen zoete weerwraak maar Dirk had nood aan nieuwe uitdagingen. Hij stond mee aan de wieg van VT4, werd programmadirecteur tijdens de opstartperiode en daarna juridisch directeur.

Verhofstadt is een optimist, vrijheid en individualisme is z’n hoogste goed. Atheïsme als basis voor de moraal. “De negatieve houding van religies ten aanzien van andersgelovigen, ongelovigen, vrouwen, seksualiteit, wetenschap homoseksualiteit en burgerlijke wetgeving valt niet goed te praten. Mensen snakken naar vrijheid. Er valt een ongelooflijke onverdraagzaamheid te bespeuren in de religie. We moeten niet langer tolerant blijven ten overstaan van wie niet tolerant is. Dat betekent niet dat men ongelovig moet worden. Elk mens gelooft wat hij wil maar niemand mag een geloof opdringen aan een ander. Extremisme is niet evident. Scheiding van kerk en staat, gelijkheid van mannen en vrouwen, vrije meningsuiting en het recht op zelfbeschikking zijn kernpunten. Individualisme is de meest positieve kracht in de geschiedenis. ”Dirk is goed op dreef. “Vroeger bestond er dikwijls geweld binnen het gezin, vrouwen die klop kregen van hun vent. De tijd van vrouwen aan de haard en mannen aan de toog is gelukkig al lang voorbij. Maar nu trekken jongeren naar Syrië om anderen op een beestachtige manier de keel over te snijden”. Dirk krijgt, naar eigen zeggen, al een appelflauwte bij het donneren van bloed aan het Rode Kruis.
Dirk Verhofstadt heeft de liefde voor literatuur en muziek van huis uit meegekregen. Hij werd later niet alleen een veellezer maar ook een veelschrijver. Publicist van het iets zwaardere werk maar juist daarom dat zijn werk een diepe indruk nalaat. De teller staat op 14 boeken. Kiezen is moeilijk, toch een bloemlezing uit enkele opmerkelijke titels zoals: Pius XII en de vernietiging van de Joden. “Paus Pius XII reageerde niet op de Holocaust. Nooit gaf  hij richtlijnen hoe zich te gedragen ten opzichte van de uitroeiing van joden en andere gestigmatiseerde groepen. De moordzucht van het naziregime was nochtans bekend. Al zijn opmerkingen waren wollig, vaag en terughoudend”.  Brandend actueel is het onderwerp van het boek: 1914 Het vervloekte Jaar. “Het is mijn persoonlijke kijk op een sleuteljaar in de geschiedenis, een jaar vol verassingen en verwachtingen. Een verhaal over verschrikkingen en banale gebeurtenissen”. Last but not least en zopas verschenen: Cesare Beccaria, 250 jaar over misdaden en straffen. Dit boek is een eerbetoon aan Cesare Beccaria, een moedige, visionaire en humane man. Hij keerde zich tegen gruwelijke straffen, anonieme beschuldigingen, het folteren van mensen, het bestraffen van hekserij, bijgeloof, en de doodstraf”. Dirk geeft deze Italiaanse filosoof en rechtsgeleerde, die bijna niemand kent, opnieuw de plaats die hij verdient. “Ik ben verliefd op Gent, zonder twijfel de mooiste stad van ons land. Mij kan je elke zondag vinden op de boekenmarkt. Mijn goede raad? Draag zorg voor iedereen. En wees gerust, kritiek op bepaalde aspecten van de religie, daar is niets fout mee. Ja, ik zou best terug 20 jaar willen zijn want we leven nu in een fantastische tijd met ontelbare mogelijkheden. Hopelijk word ik stokoud want ik wil nog zoveel lezen”.

De Bronzen Uil 2014

Neem volgende ingrediënten: auteur, Nederlands, letters en woorden, vers van de pers, fonkelnieuw, bevrijdend, lees, ontdek en herinner. Kruid af met munitie en klaprozen. Meng dit allemaal onder elkaar en je krijgt een knallend literair festijn. Op zaterdag 11 oktober a.s. zet het Willemsfonds met de 4e editie van Het Betere Boek de Nederlandstalige literatuur in de schijnwerpers. Fictie, non-fictie en poëzie van eigen bodem komen een dag lang aan bod via interviews met en voordrachten van toonaangevende Nederlandstalige auteurs, van gevestigde waarden tot veelbelovende debutanten. “Ik ben curator en jurylid. Het niveau ligt erg hoog, dat maakt me blij. Het Willemsfonds reikt tijdens dit evenement in het Liberaal Archief ‘De Bronzen Uil 2014’ uit. Deze prijs wil de meest beloftevolle Nederlandstalige auteur belonen. “Want lezen en schrijven moet worden gestimuleerd”.
Frans Van Damme
 
Dit interview werd gepubliceerd in De Streekkrant, editie groot Gent-Deinze - week40/2014

zondag 21 september 2014

interview De Streekkrant: fotograaf Michiel Hendryckx

    'ALLE MANNEN ZIJN EGOISTEN'
 
 
GENT Michiel Hendryckx (63), Vlaams (pers)fotograaf en televisiefiguur mag dan wel op rust zijn, hij bruist van activiteit. Hij laat ons binnenkijken in zijn hart, haalt herinneringen op en vertelt over verdriet om een verloren liefde.

Michiel Hendryckx weet van geen ophouden. Een jeune premier met zoveel engagement en plannen is een curiosum. Michiel zal voorwaar meer dan 100 jaar moeten worden om alles te realiseren. “Ik ben nooit een gatlikker geweest maar altijd wel een hardwerkende, trouwe en loyale werknemer. Het bewijs? In 35 jaar slechts 10 dagen afwezigheid wegens ziekte”. Michiel was 60 jaar jong en ging desalniettemin officieel met pensioen. “Ik was gewoon de files beu. Uren onderweg, evenveel stilstaan als rijden, een ganse dag op de baan om 1 foto te maken ergens aan de andere kant van het land, trop is teveel. Het was wel een leerrijke ervaring. Vanaf 10 uur zie je een ander soort auto’s op de weg, een ander publiek. Het hoger management mag later beginnen, het gewone volk is dan al lang aan het werk, die mochten in de file staan. Weet je wie zich het meest misdraagt in het verkeer? Chauffeurs van zwarte auto’s, die rijden roekeloos en onvoorzichtig.! Hou het zelf maar in de gaten, je zal mij gelijk geven”. Michiel verplaats zich het liefst met z’n maxiscooter. Het is ooit anders geweest. “Op mijn Harley-Davidson, een superbeest, was ik echt fier. Tot ik merkte dat Harley-Davidson rijders een publiek aantrekken waarmee ik liever niet in contact kom”.

‘Verliefd zijn duurt slechts 3 maanden’

 Zware motoren, stoere mannen, aan elke vinger een lief. Michiel kan ervan meepraten. “Echt verliefd zijn duurt  3 maanden, dan komen de interessante jaren. Een ideale relatie, dat zijn 2 mensen die voor elkaar zorgen, 2 individuen die zich in bed geborgen voelen”. Nochtans zijn de wilde jaren van Hendryckx niet weg te cijferen. “Mijn vriendinnen hadden mij nooit voor zich alleen. Vrouwen moesten me altijd delen. Alle mannen zijn egoïsten, ik ben niet beter dan een ander. Een avontuurlijk leven, altijd mijn dada geweest. Chaos maakt gelukkig. Bindingsangst is geen schande. Maar met al mijn liefjes bleef ik bevriend”.

‘We zijn niet gemaakt om te sterven’

De dood ontziet niets of niemand. Door kanker verdween een geliefde uit het leven van Michiel. Hij praat er liever niet over. Weemoedig krijgt hij tranen in de ogen. “In Spanje kreeg ik een telefoontje van Christine: ‘Ik heb kanker, ik ga dood! Verdwijn uit mijn leven, je kent me niet lang genoeg om de lange weg van miserie mee te stappen." Natuurlijk ging ik niet weg uit haar leven. Vier maanden later was ze dood. Ze was amper 49 jaar. Eén jaar heeft onze relatie geduurd. Na haar dood volgde een horrorperiode voor mij, toen ben ik echt beginnen verouderen. Blijten heb ik gedaan, een ganse zee heb ik met mijn tranen gevuld. Dju toch, onbegrijpelijk. Mensen willen leven, we zijn toch niet gemaakt om te sterven! Het heeft me wel veel geleerd over vriendschap.  Op zoek naar steun terwijl Christine aan het sterven was kreeg ik bij sommige zogenaamde vrienden de botte reactie: ‘Laat ons met rust, we willen er liever niets mee te maken hebben’. Het voelde aan alsof ik kanker had”.

Michiel is, ondanks zijn status, een nederig man. “Ik heb een hekel aan mensen met pretentie die denken dat ze alles weten. Cynisch is dat”. Hij was jarenlang persfotograaf, 40 jaar journalistiek laat je niet zomaar los. Zijn foto’s worden nog altijd maar al te graag gepubliceerd door kranten en tijdschriften. “Ik ben verslaafd aan kranten, lees er elke dag 3. Ik hou van de nederigheid van een krant, dat er ’s avonds patatten worden geschild op mijn werk. Werken voor een volks medium heb ik altijd belangrijk gevonden”. Wij ook Michiel!
 
'Van de partij Groen word ik zot'
 
Michiel Hendryckx is een verteller met foto’s die ontroering teweeg brengen. “Sommigen noemen me wel eens een wereldreiziger. Het hoeft niet altijd naar verre bestemmingen te zijn. Dichtbij kan al voldoende zijn. Reizen is meer een gevoel, een ingesteldheid die niets te maken heeft met afstand of kilometers. Ondanks alles is m’n huis m’n thuis”. Gent blijft zijn habitat. “Ik ben verliefd op Gent, voel me hier overgelukkig. Een levendige en romantische stad, met een groot vrijheidsgevoel, inwoners met veel zelfspot en humor. Als student zat ik hier bij de paters Augustijnen op kot. Volgens mijn ouders een veilige plaats. Wat ze niet wisten: er was bij de paters geen toezicht. Het werden mijn meest onvergetelijke en wilde rock & roll jaren in het hartje van artistiek Gent. Poepeloere zat op handen en voeten naar mijn kot kruipen was bijna een vast ritueel. Eindelijk verlost van de West-Vlaamse hypocrisie”.
Toch is het volgens MIchiel niet allemaal rozengeur en maneschijn in Gent. “Ik verplicht mezelf om over alles een mening te hebben omdat me dat behoedt voor onverschilligheid, het vreselijkste wat er is. Van ‘Groen’ word ik zot! Overal paaltjes zetten om het verkeer te bannen is niet moeilijk, maar aan de vervuilende industriezones raakt men niet. De binnenstad autovrij maken is te drastisch gebeurd. De stad werd afgesloten en ontsmet, alsof auto’s kakkerlakken zijn. Ik heb heimwee naar de tijd toen er nog auto’s mochten rijden in de Veldstraat. Men zou terug verkeer in de stad moeten toelaten, al was het maar voor de sfeer. Zoals vroeger, met de wagen over de Sint Michielsbrug de stad inkomen was toch een spectaculaire entree. In Duitsland maken ze nu autoluw wat voorheen autovrij was”.
Hendryckx is een tevreden man “Ik heb niet veel nodig om te genieten. Ik ben de eeuwige scout, sta altijd paraat om in te springen en te helpen”.
 
De Groote Oorlog
 
“Geloof het of niet, Nooit of nooit heb ik bij de VRT aan de deur gestaan met de vraag: laat mij een programma maken. Ik werd gevraagd! Ooit zei er eens iemand van de VRT: ‘Jouw poëtische kak hebben we niet meer nodig'. Maar ik weet te relativeren, ni Dieu, ni maître”. Zijn interesse is breed. Michiel haalde het opmerkelijk doch vrij onbekende boek ‘Het Frontparadijs’ van onder het stof. Een relaas van de Duitse soldaat Heinrich Wandt in bezet Gent tijdens wereldoorlog II. De auteur hield zijn kruit droog tot na de oorlog en deed toen een explosief boekje open over decadente wanpraktijken. “Hij spijkert zijn oversten met naam en toenaam aan de schandpaal en hangt hun vuile onderbroeken buiten. Het echte verhaal over corruptie, erotiek, prostitutie en officiersbordelen in frontparadijs Gent. Hendryckx lobbyde voor deze heruitgave en schreef de inleiding. Aanbevolen lectuur!
 
Frans Van Damme
 
 
 
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie groot Gent/Deinze - week39/2014
 
 
 
 
 

 

zondag 7 september 2014

Interview De Streekkrant: Saint-Marteau


Showbeest Saint-Marteau

‘Uit de kleren gaan is niet gemakkelijk’

GENT De naam Saint-Marteau klinkt misschien niet zo bekend in de oren. Nochtans is hij in de showbusiness geen nieuwkomer, laat staan een eendagsvlieg. De Gentse zanger, componist, tekstschrijver, muzikant en performer brengt telkens een unieke mix van spektakel, humor en uitbundigheid. Wij gingen met rode oortjes kijken en luisteren.
In een vorig leven maakte hij deel uit van o.a. Noordkaap en de Schedelgeboorten. Al lang staat hij nu op eigen benen. Die benen laat de ietwat excentrieke Saint-Marteau überhaupt graag zien op scène. “Ik ben een entertainer, geen acteur. Saint-Marteau is een personage, om mezelf in bescherming te nemen. Eigenlijk heb ik niet de behoefde om mezelf bloot te geven, ik speel gewoon een rol. Maar wel met overgave en volle overtuiging. Excentriek maar met mate”. De flamboyante Saint-Marteau slaagt er moeiteloos in om cabaret, glitterpakjes en Frans chanson met elkaar te verzoenen. Zijn shows zijn een soms gedurfd, met de nodige ernst en een klein beetje met een hoek af. “Elke show moet visueel de totale perfectie benaderen, het plaatje moet volledig kloppen. Het oog wil ook wat. Diverse kostuumwissels, daar hou ik van. Hotpants op scène, erg leuk. Maar begrijp me niet verkeerd, ik loop daar niet overdag thuis mee rond hé. Een optreden mag dan misschien wel gedurfd zijn, het is niet de bedoeling om te choqueren”.

‘Gillende tieners, pubers, mannen en dames op leeftijd, dat flatteert mij’
Saint-Marteau doet wat men niet verwacht. Hij is zeker niet timide, wel afwisselend gevoelig en soms een tikkeltje brutaal. Hij wil zijn gevarieerd publiek vooral charmeren. Het resultaat is succes met een sneeuwbaleffect. “Uit de kleren gaan, terwijl er een paar honderd mensen staan op te kijken, is niet zo gemakkelijk. Maar het hoort nu eenmaal bij de act, het geeft de performance meer kracht. Vandaar waarschijnlijk mijn vele vrouwelijke fans. Pubers en tieners, maar net zo goed dames op rijpere leeftijd, gillen als ze mijn blote billen zien. Ik laat het me allemaal welgevallen. Het doet me plezier, het flatteert mij. Velen leren me nu pas echt kennen. Ja, zelfs bij mannen lig ik goed in de markt”. Met kritiek kan hij best leven. “Zolang het maar constructief is. Zomaar afgebroken worden is al te gemakkelijk. Optreden is als zuurstof voor mij. Voor de katholieke vrouwengilde of ergens in de glazen straat, het maakt me niets uit. Al hebben geen van beiden al enige interesse getoond. Wat niet is kan nog komen nietwaar”.

‘Dromen zijn geen bedrog’
Hij droomt van een echt grote show, een totaal spektakel, een revue op hoog niveau. Met veel danseressen, een schitterde choreografie,100 kostuums, sensationele effecten, de beste muzikanten, een eigen full cd en nog veel meer. “In gedachten heb ik een show à la David Bowie. Eigenlijk niet te betalen dus. Maar ik blijf hopen, dromen zijn niet altijd bedrog. Laat de goedhartige sponsor zich dan nu bekend maken! (lacht). Het moet tot in de puntjes perfect zijn. Als er een lederhosen nodig is ga ik die zelf passen en kopen in Duitsland. Geen brol uit een carnavalwinkel hier, dat is voor amateurs. Het mag allemaal wat kosten maar dagdagelijks leef ik heel sober”. Saint-Marteau is de vleesgeworden ideale schoonzoon: zwoele stem, leuk figuur, vriendelijk, sympathiek, sociaal, plezant, iemand die zichzelf kan relativeren maar wel met een onzeker beroep. “Mijn ouders zijn fier op mij… denk ik toch. Nooit met zoveel woorden gezegd maar ze maken als de beste reclame voor mijn shows. Ze zien dat ik gelukkig ben, dat is hun grootste genoegdoening. Een job als agent, parkeerwachter of een ander beroep waarbij ik mensen moet controleren, dat zou me pas doodongelukkig maken”.
Na het gesprek en 4 flesjes spuitwater moet Saint-Marteau dringend weg. De fiets op richting fitness. “Tja, ik kan niet als een ineengezakte pudding op scène staat hé”. Hebben we alle begrip voor.

De grote mond van Serge Gainsbourg

Saint-Marteau maakte vanaf 2011 furore met zijn theatershow ‘Saint-Marteau se fait Gainsbourg’, volledig gewijd aan het werk van Serge Gainsbourg. Hij brengt hulde, laat enkele onuitgegeven composities horen en zingt op zijn eigen manier de grote klassiekers van de legendarische Franse zanger. ”Mijn waanzinnige versie van Je t’aime… moi non plus, waarin ik zowel de man als de vrouw vertolk zal het publiek zich nog lang herinneren. Al zou ik nooit als travestiet op scène staan, dat is voor mij een stap te ver”. Hij lijkt wel in geen honderd jaar op Gainsbourg maar iedereen verliest dit totaal uit het oog. Zelfs de grootste Gainsbourgfans zijn verrast door de originele aanpak. “De show is geen ingetogen eerbetoon maar een uitbundig feest. Het werd geen heiligschennis. Gainsbourg zou het fantastisch hebben gevonden”. Dit jaar in april werd de reeks voorstellingen afgesloten. Tijd voor ander creatief werk. Achter de grote mond van Serge Gainsbourg zat een onbeholpen man. Dat kan men niet van Saint-Marteau zeggen. Hij maakte een eigen versie van het nationaal volkslied: Belgissimo, uitgebracht in de week voor de troonsbestijging van Koning Filip. “Het resultaat was niet het zoveelste gelegenheidsnummer maar een tijdloze en uitbundige ode aan België en zijn koningshuis, geschreven in pure Franse revue-traditie. Een vrolijke mars waarin de koning en zijn troonopvolger figureren en waarin nogal eens Vive le roi wordt gescandeerd”. 
Saint-Marteau heeft zijn eigen stijl gevonden, laat zich omringen door mensen met talent. Schrijft en componeert zelf met bravoure. “Men noemt me wel eens 'chanteur de rock' en 'chanteur fantaisiste'. Als liefhebber en kenner van het chanson laat ik mij bij het schrijven van nummers inspireren door de rijke geschiedenis van het genre maar vermijdt elke vorm van nostalgie in de arrangementen en de uitvoering”.

In zijn nieuwste theatershow’ Saint-Marteau à la folie’ neemt Saint-Marteau de toeschouwers mee op reis door zijn muzikale schatkamers en zijn onuitputtelijke kleerkast vol verrassingen. Rode draad is zijn voorliefde voor de Franse revue. Dit keer geen covers van een overleden chansonlegende maar ijzersterk materiaal, gaande van enkele cult-klassiekers tot gloednieuwe nummer. “Zie het gerust als een stevige one man show in combinatie met een rockconcert. Hierbij kan ik rekenen op mijn vaste begeleidingsband met Bruno Coussée, Ben Van Camp,Luk Vermeir en aan de drums Isolde Lasoen”. Zowat overal in het land te horen en te zien. De try-out gaat door op vrijdag 19 september a.s. in het muziekcafé Charlatan op de Vlasmarkt. “Ik heb er volop zin in. Het worden terug spannende tijden”. Moeders hou jullie dochters binnen want Saint-Marteau is op komst!
Frans Van Damme

 
Dit interview verscheen in De Streekkrant regio groot Gent/Deinze - week 37/2014

zondag 31 augustus 2014

Intervieuw De Streekkrant: professor - filosoof Jean Paul Van Bendegem


“Er wordt nogal wat onzin vertelt over de penislengte”

GENT Professor Jean Paul Van Bendegem (60) publiceerde onlangs een boek over het verband tussen wiskunde en seks. Het wordt ongetwijfeld een bestseller. Al zal de lezers, uit pure gêne, liever onbekend blijven. Onze interesse was gewekt.
Een multimens met een giga-googlebrein. Zo werd professor Jean Paul Van Bendegem ooit aangekondigd tijdens een televisieprogramma. De nagel op de kop. “Mijn nieuwste boek ‘Elke 3 seconden’ nodigt uit om na te denken over seks en wiskunde en wil geen handleiding zijn voor activiteiten tussen de lakens. Seks als glijmiddel voor wiskunde had een goede ondertitel geweest. Wiskunde is het zoeken naar bepaalde patronen en structuren. Alle menselijke activiteiten vertonen patronen. Dus moeten we ons seksuele leven bekijken door een wiskundige bril”. Is het dan zo slecht gesteld met onze seksuele fantasie? “Bijlange niet. Elke 51 minuten denkt een man aan seks, elke 96 minuten is het gemiddelde bij een vrouw. Niet slecht hé. Liefde is meer dan alleen maar emotie. Nuances geven kleur aan het leven. Neem de tijd en hou er het hoofd bij want anders belanden we op de spoed. Alhoewel mijn studentes met korte rokjes rondhuppelen, bijna met hun kont bloot, merk ik dat de jeugd vandaag preutser is dan de jongeren van vroeger”. De aimabele filosoof met het milde karakter zegt van zichzelf niet de meest sociaal aangepaste mens te zijn. Vooral onzekerheid speelt hem parten. “Maar ik heb er leren mee omgaan. Ik merkte nooit op wanneer vrouwen interesse voor me vertoonden. Als ik dan toch al eens iemand met veel moeite in bed had gekregen was die 1e maal altijd een totale catastrofe, een compleet drama. De 1e keer samen in de koffer duiken was precies een try-out. Slechte repetities zijn nadien goede voorstellingen dacht ik. One night stands zijn niets voor mij”.

‘We hebben er een knoeiboel van gemaakt’
Bestaat er een strategie om de ideale partner te vinden? “Met de hulp van een relatiebureau of speeddating is de kans klein. Niet alles is toeval, dingen bieden zich gewoon aan, onverwachts. Het is belangrijk op het goede moment op de juiste plek te zijn” volgens Van Bendegem. “Er wordt nogal wat onzin vertelt over de penislengte van Chinezen, zwarte mannen of venten met grote voeten of een flinke neus. Kromme logica, foute redenering.Welkom door Gert Brouns, boekhandel Limerick.
Inleiding door Leo de Haes, uitgever Houtekiet.
Interview met de auteur door Joël De Ceulaer.
Na afloop wordt u een drankje aangeboden.
Inschrijven verplicht via limerick@skynet.be.

Elke drie seconden is een uitgave van Houtekiet. ISBN 9789089242952. Prijs € 18,99.
Voor een interview met de auteur of een recensie-exemplaar kan u terecht bij Els Wouters 03 355 28 34 of e.wouters@vbku.be.Jean Paul Van Bendegem (° 1953, Gent) is van opleiding wiskundige en filosoof. Hij is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Gent (als gastprofessor). Hij is tevens directeur van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie (CLWF) aan de VUB en editor van het logicatijdschrift "Logique et Analyse". Zijn onderzoek situeert zich in de filosofie van de wiskunde en in de interacties tussen wetenschap en kunst. Hij schrijft ook voor een breder publiek, getuige "De vrolijke atheïst" (2012) en "Elke drie seconden" (2014).Jean Paul Van Bendegem (° 1953, Gent) is van opleiding wiskundige en filosoof. Hij is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Gent (als gastprofessor). Hij is tevens directeur van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie (CLWF) aan de VUB en editor van het logicatijdschrift "Logique et Analyse". Zijn onderzoek situeert zich in de filosofie van de wiskunde en in de interacties tussen wetenschap en kunst. Hij schrijft ook voor een breder publiek, getuige "De vrolijke atheïst" (2012) en "Elke drie seconden" (2014).
Biologisch is dat erfelijk bepaald. Men vertelt dat Toulouse-Lautrec, een dwerg, een ferm voortplantingsorgaan tussen de benen had. Vandaar z’n bijnaam ‘de theepot’. Niets van waar, allemaal legendes”.  Zijn er dan geen zekerheden meer in het leven? Jawel. De ideale maten van een vrouw, daar bestaat een formule voor. Borst, taille en heup vergelijken, die theorie is voorbij. Deel de taille door de heupmaat. Kom je uit op zo’n 0,7 dan is het bingo”.

‘We kweken als konijnen’
Van Bendegem zit niet om straffe uitspraken verlegen. “Als kind was ik een laatbloeier. Over de bloemetjes en de bijtjes werd thuis niets vertelt. Ik heb alles zelf, met schade en schande, moeten ondervinden. Dankzij God kon ik heel goed masturberen. Want God is overal, hoort en ziet alles maakten mijn ouders me wijs. Dus was mijn redenering: ik kan het maar beter goed doen en er alle tijd voor nemen want God ziet het allemaal. Als ik mijn best doe zal hij wreed content zijn”. Ziet de toekomst er hoopvol uit? “De wereld, de mensen, de maatschappij… we hebben er met z’n allen een knoeiboel van gemaakt. Gelukkig met af en toe mooie momenten. Helaas zijn die ogenblikken van totaal geluk té zeldzaam en té kort. Voor het milieu komen klimaattechnologie oplossingen te laat. We kweken als konijnen, de wereld geraakt overvol. Ik hoop dat er na de dood niets meer komt, liefst geen 2e scenario, geen herkansing voor mij”.

Van veel gepruts wordt men vrolijk

“Als kind had ik het moeilijk om in het gezin een plek te veroveren. Om binnen een conversatie mijn stem te laten horen praatte ik vlug en struikelde over mijn woorden. Ik begon te stotteren”. Hij bedacht met succes een eigen therapie: trager spreken op de maat van een metronoom. Hij lag met zichzelf overhoop, was bang van de wereld. “Op de middelbare school kreeg ik formulieren om in te vullen wat ik later wou worden. Mijn antwoord was altijd: steekkaartenoverschrijver. Men kon er niet mee lachen”. Maar Jean Paul was erg goed in wiskunde. Dat was de perfecte manier om zich af te zonderen, weg van de boze wereld. Mensen met een wiskundeknobbel worden dikwijls aanzien als een droogstoppels. “Niet akkoord. Wiskundigen zijn enthousiaste en emotionele mensen. Door een formule, getallen en cijfers worden we oprecht ontroerd. Al geef ik grif toen, we zijn niet de gemakkelijkste mensen om mee samen te leven”. Hij komt uit een protestants nest maar werd later atheïst. Een vrolijke atheïst want zijn blik op de wereld nodigt uit tot zelfspot en zelfironie. “Mijn vader zei: de zondag is van God, de week is van mij. Wel, bij mij is het alle dagen feestdag. Kijk naar de wereld, kijk naar de mensen, we zijn allemaal prutsers. Maar van veel gepruts wordt men vrolijk. Maak van het leven een plezante bedoening. De wereld zit al ingewikkeld genoeg in elkaar”. Hij is de vrijmetselarij genegen. “Waarom doet men daar toch zo geheimzinnig over? Waarom verschuilen logeleden zich? Het rituele in de vrijmetselarij is voor mij van belang, dat mis ik in het gewone leven. Ik heb een fascinatie voor religie. Het enige wat ik nog niet ben geweest is moslim”. Van Bendegem heeft een herkenbare kop, we worden tijdens het interview meermaals onderbroken voor handjes schudden. “Als ze nu ook nog allemaal mijn boek kopen is ’t goed” lacht de frivole filosoof.
Gents Handje
Jean Paul Van Bendegem, filosoof en hoogleraar wetenschapsfilosofie, is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en als gastprofessor aan de Universiteit Gent. “Ik ben tevreden met mijn inkomen, mag elke maand 4400 euro netto incasseren. Sommige collega’s beweren dat ze onderbetaald zijn. Kom zeg, hoe durven ze. Serieus blijven hé”. Als kind was Jean Paul fan van Nero. Niet verwonderlijk dat hij aanvankelijk striptekenaar wou worden. Hij is ontzettend blij dat Merho hem een rol als professor Vorser heeft toebedeeld in het nieuwste album van Kiekeboe dat volgende maand verschijnt. Maar Jean Paul heeft een ultieme hartenwens. “Ik zou toch zo graag een Handsje ontvangen van de Gentsche Sosseteit. Ben ik daar nog niet oud genoeg voor misschien?  Alhoewel, met mijn ongezonde levensstijl van roken en drinken ben ik er misschien morgen niet meer. Dus beter niet te lang wachten”.
Frans Van Damme

Dit interview verscheen in De Streekkrant - editie Groot Gent - week 36/2014