zaterdag 24 mei 2014

Interview De Streekkrant: Ex. Justitieminister Tony Van Parys


‘Politici horen zichzelf veel te graag praten’

WONDELGEM Tony Van Parys (62) heeft geen heimwee naar de politiek. Het leven heeft zoveel meer te bieden. Een openhartig gesprek met een justitiedeskundige die ook nog over wat anders kan praten.
“Mijn 25 jaar in het parlement zijn boeiend geweest. Soms was de intensiteit zinderend. Af en toe waren er momenten van mateloze irritatie. Het is de zindering die blijft. Het inspireerde me tot ingrijpende politieke beslissingen vooral in de periode van de parlementaire onderzoekscommissies naar de Bende van Nijvel en over het dossier Dutroux”. Het waren de mooiste momenten uit zijn carrière. Kan een parlementslid überhaupt wel iets bereiken? “Het parlement kan meer dan men denkt. Jonge parlementsleden denken dat ze zich in een ondergeschikte positie bevinden, dat ze niet de echte macht hebben. Fout”. Onder impuls van vooral Van Parys stelde de Dutroux commissie voor alle politiediensten te fuseren tot 1 geïntegreerde politiestructuur. “De meest verafschuwde man van de wereld was ontsnapt. De witte mars was imposant. Het was hét moment om te hervormen onder zware druk van de publieke opinie. Het is de taak van de politie om ten dienste te staan van de burgers, niet van de politiek. We hebben goed werk verricht”. Als ondervoorzitter van de commissie Bende van Nijvel moet Tony toch weten wat er fout liep bij het onderzoek. “In het begin zijn veel kansen om het op te lossen verloren gegaan. De coördinatie werd verspreid over te veel arrondissementen, het ballistisch onderzoek werd onzorgvuldig uitgevoerd”. Bewust of onbewust? “Ik weet het niet. Wat ik wel zeker weet, bij die overvallen was de buit helemaal niet belangrijk, totaal niet in evenredigheid met het gebruikte geweld. Misschien wou men ons  land destabiliseren, was het een signaal naar het regime toe, een actie van bepaalde politiediensten. De verjaringstermijn van de zaak is nabij, men moet die termijn verlengen. Er zijn bij de overvallen 30 mensen om te leven gekomen, zinloos gestorven”.

Ik lees elke dag de overlijdensberichten     

Pluk de dag! “Zeker weten, elke dag, iedere minuut in het leven moet men profiteren want morgen kan het anders zijn. Sterven, daar ben ik mee bezig. Het risico wordt steeds groter. Elke dag lees ik de overlijdensberichten in de krant. Er zijn al zoveel jongere vrienden van mij gestorven, dat confronteert me met de dood. Ik wil de tijd die me nog rest goed bezig zijn. Wil een aangenaam mens blijven, geen oude zuurpruim worden”.
Hoe gaat een CD&V man om met euthanasie? “Moeilijke vraag. Is het wel nodig om actie te ondernemen om het leven te beëindigen? Er bestaan nu toch al heel wat mogelijkheden om het lijden te verzachten. Euthanasie in 1 globale wet kan niet. Hierdoor staat de deur op een kier voor misbruiken, erfeniskwestie bijvoorbeeld. Bij kinderen ligt het nog gevoeliger. Kunnen die beslissen over hun leven? Ik zeg neen maar soms kan ik er begrip voor opbrengen. We mogen niet lichtzinnig handelen, nooit zwart/wit denken”. De politieke interesse gaat bij de mensen in dalende lijn. Heeft Van Parys een remedie? “Sommigen hebben een negatief politiek beeld, staan afkerig tegen teveel macht. Men heeft de indruk dat de besluitvorming boven de hoofden van de kiezers wordt bedisseld. Politici horen zichzelf veel te graag praten. Nochtans is luisteren naar mensen een belangrijke opdracht”. Met wat kan men Van Parys een plezier doen? “Met een overwinning van AA Gent, waarvan ik al 50 jaar een hevig supporter ben. In goede en slechte tijden. Ga naar alle thuismatchen kijken, leef me helemaal uit in de ambiance die in het stadion heerst. Daarom zit ik nooit in de loges maar altijd tussen de supporters. Als de Buffalo’s verliezen ben ik echt kwaad en als ze winnen geraak ik niet naar huis. 
 
Liever een gezellig café dan een chique restaurant
Tony Van Parys heeft een vlekkeloos parcours achter de rug. “Integriteit is voor mij het hoogste goed. In een gevoelig dossier werd ik ooit benaderd met de dringende vraag niet te ver te gaan, kreeg regelrechte doodsbedreigingen en heb aangifte gedaan”. Hij heeft niet veel nodig om gelukkig te zijn. “Ik wrijf me in beide handjes met een vrouw zoals de mijne. We hebben een hechte band. Elkaar ruimte geven zonder vreemd te gaan is ons geheim. Tijdens mijn carrière was ik dikwijls het huis uit, heb mijn kinderen te weinig gezien. Dat wordt nu gecompenseerd door mijn 4 kleinkinderen te adoreren. Als vader was ik streng maar rechtvaardig. Familiale waarden zijn als zuurstof”. Wat zijn de geneugtes van het leven?  “Moeder was een brouwersdochter, van brouwerij Neyt. Vandaar mijn voorliefde voor een goed glas bier? Zo’n bitter hopbier gaat er altijd vlot in. Met een Orval ben ik te verleiden. Liever met vrienden een pintje drinken in een gezellig café dan naar een chique restaurant. Bourgondiër ja, maar de nieuwe gastronomie kan me niet bekoren. Ik ga voor de echte, (h)eerlijke en eenvoudige  keuken van bij ons, zoals het vroeger was”. Wondelgem, daar heeft Tony zijn hart verloren. Zijn paradijs: De Hoeve Lootens. De hoeve werd gepacht door de familie Lootens die het erf beschikbaar stelde als centrum van het sociaal en cultureel leven. De eigenares overleed en de erfgenamen besloten om de hoeve te verkopen. “We hebben een coöperatieve vennootschap opgericht en haalden in 3 maanden 450.000 euro op. Fantastisch toch, zoveel samenhorigheid. Het is mijn droom de hoeve uit te bouwen met een restaurant, klein theater en expositieruimtes”. Tony nodigt iedereen uit om op 14 juni vanaf 15 u. langs te komen in het staminee aldaar. “Als steun voor het initiatief. Want de Hoeve Lootens wil het verleden koesteren en de toekomst verzekeren”.

 
Tony Van Parys, jurist en criminoloog van opleiding, zetelde van 1985 tot 2007 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en was ruim een jaar minister van Justitie (1998-1999) nadat Stefaan De Clerck ontslag nam voor de ontsnapping van Marc Dutroux. Van Parys, lid van de Senaat van 2007 tot 2010 en voorzitter van het college van quaestoren in het bureau van de Senaat stelde zich bij de verkiezingen van 2010 geen kandidaat meer. “Ik wou plaats maken voor een jonge en nieuwe generatie. Wel verder actief blijven maar minder in de kijker lopen en meer werken vanuit inhoud is nu mijn prioriteit’. Omdat zijn benoeming tot lid van de Hoge Raad voor Justitie niet verenigbaar was met een politiek mandaat nam hij in 2012 ontslag als lid van de Gentse gemeenteraad waar hij sinds 1982 deel van uitmaakte. “Maar wees gerust, het vuur in mij is nog steeds niet geblust”.
Frans Van Damme
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie Gent/Deinze -week 22/2014
 

zondag 18 mei 2014

Interview De Streekkrant: FREDDY DE KERPEL

                             “Met geduld bereik je nooit een doel”

GENT Topsporter, mediafiguur en vrouwenkenner Freddy De Kerpel slaagde er in als Belgische profbokser  tot de top tien van de wereld door te dringen. Leven om te winnen is zijn slogan. Op de vooravond van zijn vertrek naar Brazilië nog vlug een verbale tweekamp met De Streekkrant .
Freddy  volgde trouw zijn vriendin naar het zonnige Rio maar hijzelf zo’n 6 maanden per jaar verblijft. “Fernande heeft in Sao Paulo een topbaan en fungeert er als tussenpersoon voor een Belgisch filiaal van een West-Vlaamse machinebouwer. Het is heel tof dat ze zelfstandig door het leven gaat”. Brazilië mag dan wel het meest fantastische land ter wereld zijn volgens De Kerpel, toch wil hij af en toe terugkomen naar Gent. “Ik hou van verandering en wil in Gent mijn vrienden regelmatig terugzien. Voel me overal thuis, zowel hier in het chique Sandton  Reylof Hotel als in de favelas van Brazilië. Zelfs helemaal alleen voel ik me nooit eenzaam. Mussen vliegen in groep, een arend vliegt alleen”. Freddy heeft echt niet veel nodig om gelukkig te zijn, altijd zo geweest. “Ik leef sober, tijdens mijn actieve bokscarrière zoals een pater. Nooit gerookt, geen drank, geen drugs, het zegt me allemaal niets. In het bokscircuit is doping niet aan de orde, er wordt weinig over gesproken. Het heeft trouwens weinig zin en de kans om betrapt te worden is groot. Er zijn meer nadelen dan voordelen”. Boksers hebben soms wel eens de kwalijke reputatie van vechtersbazen en poenpakkers te zijn. “Overwinningen, succes, publiek, geld: dat is de roes. Ik ben van nature lui maar de sport heeft mij discipline bijgebracht. Laat je niets wijsmaken, geen enkele bokser is agressief. Ja, op school was De Kerpel een echte straatvechter. In de boksring is dat anders, daar strijden bokseurs voor de overwinning. Als de laatste gongslag heeft geslagen vallen we in elkaars armen. Men noemt me zelfs de gentlemen bokser”.

 ‘Hoe meer homo’s hoe beter voor de boksers’
Goede en slechte eigenschappen heeft ieder mens, dat is net zo bij kampioenen. “Er is meer nodig dan enkel talent. Een gezonde portie geldingsdrang is even onontbeerlijk. Mocht Eddy Merckx destijds op zondag enkel gaan fietsen zijn met de kameraden was hij nooit de wielerkannibaal geworden. Ambitie is de sleutel tot het succes. Iedereen wil wat betekenen in het leven, dat is het belangrijkste instinct van een mens. Je moet realistisch zijn natuurlijk, beseffen dat je niet zomaar een goede topsporter kan worden. Dat vraagt tijd. Niets voor niets in het leven. Voortdurend moet je ongeduldig zijn, elke dag vloeken omdat het nog niet zover is, afzien van ’s morgens tot ’s avonds. Mensen met geduld bereiken nooit hun doel”.

‘Geen enkele man heeft ooit een vrouw veroverd’
Van Freddy, als notoir vrouwenkenner, daar kan een mens wat van leren. ''Ik neem aan dat slechte seks wel bestaat maar ‘k weet het niet zeker'. Men moet de natuur zijn gang laten gaan. Geen enkele man heeft ooit een vrouw veroverd. Het zijn de vrouwen die kiezen. Verlies geen tijd als een vrouw je niet wil. Zoek een andere. Gegarandeerd kom je nog veel meer vrouwen tegen die veel schoner zijn en die je wel kan krijgen. Ik zie graag homo’s. Hoe meer homo’s, hoe meer vrouwen er overblijven voor de boksers” (lacht).
Hier zit dus een gelukkig man. “Wees maar gerust. Mijn jeugd is voorbij, spijtig maar ‘k zou toch eigenlijk niet jonger willen zijn. Het leven is vallen en opstaan. Sport gaf me plezier en evenveel ontgoochelingen, net zoals de vrouwen. Altijd de schoonste meisjes gehad, mijn goesting gedaan en een schitterende bokscarrière, dat is subliem. Maar is heb niets voor niets gekregen, altijd hard voor gevochten, letterlijk en figuurlijk. Wie wil leven zoals ik heeft één kans op de duizend om te slagen. Het is me gelukt, voor mij is ’t alle dagen zondag”.

‘Iedereen verliest wel eens in het leven’

Is boksen wel gezond, levert het schade op aan lijf en leden? “Niet iedereen is gemaakt om bokser te worden. Ik kom boksers uit mijn tijd wel eens tegen maar niemand ziet er ongezond of slecht uit, niet afgetakeld of zot, hooguit praten ze met een dubbele tong. Maar het bestaat wel, zelfs in België, boksers die onnozel zijn geslagen in de ring. Vóór 1960 was boksen minder gereglementeerd. Dat betekent dat er toen meer ongevallen waren. Beter 1 kamp te weinig boksen dan 1 kamp teveel is mijn devies. Ik ben op m’n 29 jaar gestopt. Als je 40 jaar bent moet je geen comeback meer maken, dat is pas schadelijk. Je zou eens moeten weten hoeveel gasten zich laten halfdood slaan voor een broek en een vest als prijs”. Tussen winnen en verliezen is een groot verschil. “Om met boksen geld te verdienen moet je een lange carrière achter de rug hebben. Pas dan kan je in 1 match het grote geld verdienen. Elke bokser heeft schrik, wie zich kwaad maakt is een domme bokser. Kalm blijven is de halve overwinning. Verliezen behoort bij het winnen, iedereen verliest wel eens in het leven, dat is menselijk”’. Zelf is De Kerpel nooit naar de Olympische Spelen geweest: “In ’72 had ik naar de Spelen kunnen gaan maar ging toen bij het leger en ben daarna prof geworden”. De Kerpel heeft  aan die tijd niet zo’n goede herinneringen. “Het leger, de schoonste tijd van mijn leven, hoor ik soms. Wat voor dwaze kloten zijn me dat die zoiets durven zeggen. De rotste tijd ja. Wat voor een triestig leven moeten die gasten hebben die zo geromantiseerd aan het leger terugdenken”.  Na zijn profcarrière legde hij zich toe op het begeleiden van andere boksers. Maar dat is allemaal voorbij, hij wil vrij zijn, geen verplichtingen meer. Ooit politieke ambities gehad? “Nooit zou ik op een lijst willen staan. Dat is enkel goed voor diegenen die niet weten van welk hout pijlen maken”.

Boksen in ’t geniep

Geef toe, Freddy De Kerpel heeft ondanks zijn leeftijd (66) nog altijd een goddelijk figuur. “Ik heb me altijd gesoigneerd. De juiste combinatie van kracht- en conditietraining, slechte eetgewoontes aanpakken en jezelf een gezond eetpatroon aanmeten zonder je alles te ontzeggen is mijn geheim. Ik heb daar zelfs een boek over geschreven”. Maar Freddy heeft meer goede raad. “Nooit jaloers zijn in een relatie. Ik heb al mijn relaties zelf uitgemaakt, daar had ik nooit spijt van. In een perfecte verhouding moet men elkaar vertrouwen. Maar een vrouw die schoonheid uitstraalt, karakter heeft en slim is heeft bij mij een streepje voor”.  Wil je aan iemand iets opbiechten? “Ja, aan mijn overleden vader die stierf toen ik 17 jaar was. Ik mocht niet boksen van pa maar deed het toch. In ’t geniep, hij heeft het nooit geweten. Maar hij zal nu wel fier zijn op mij”.
Frans Van Damme
 
Dit interview werd gepubliceerd in De Streekkrant - editie Gent & rand - weel 21/2014
 
 
 


 

zondag 11 mei 2014

De Streekkrant: interview met Luk De Bruyker 'Pierke Pierlala'


 

“Het is knokken om op eigen benen te staan”
GENT Luc De Bruyker (60) is een veelzijdig talent. Naar zijn column in De Streekkrant wordt telkens door vriend en vijand uitgekeken. Als stille aanloop naar de Gentse Feesten, deze week alvast een overdosis Pierke Pierlala.

Luk is veel meer dan simpelweg poppenspeler. Figurentheater is zijn lust en leven, altijd geweest. “Ik kom uit een volksbuurt, de Brugse Poort. Mijn vader speelde poppentheater. Op mijn 8e was ik al bezig met stangpoppetjes in mijn eigen theatertje op zolder. Als ik goeie punten had op school kreeg ik er een poppetje bij”. In Gent had je toen heel wat poppentheaters met Pierke in de hoofdrol. Bij het meer artistieke marionettentheater Nele begon ik op mijn12e mee te spelen. ’t Is te zeggen, de gordijnen open en toe doen. Ook een verantwoordelijke functie hé. Een mens moet dikwijls onderaan de carrièreladder beginnen, niets gaat vanzelf”. Van het een kwam het ander. Vanaf zijn 17e liep hij stage in draadpoppentheaters in Londen, München en Salzburg. Niet veel later ging Luk met enkele gelijkgestemde zielen van start met Theater Taptoe. “Een van mijn eerste toeschouwers was Jan Hoet, toen leraar op Sint-Amandus. Hij probeerde mijn hoofd op hol te brengen. Hij vond mijn decors veel te naturalistisch en zei dat ik ze suggestiever moest schilderen. Op mijn zestiende speelde ik al zo'n 130 voorstellingen per jaar”.
‘Een politicus die ik niet op de korrel neem heeft een imagoprobleem’

Is Pierke Pierlala, de figuur waarmee Luk vereenzelvigd wordt, een nevenproject? “Mijn vader was een Pierkespeler, als amateur. Dus ik deed tot mijn 12e jaar als goede zoon hetzelfde . Op dat moment had je in Gent wel 9 Pierkes. Het was niet meteen mijn ding, trop te teveel, ’t was allemaal te braaf. In die eerste jaren van Taptoe was er van Pierke nog geen sprake. Het idee groeide om in de schoot van Theater Taptoe met politieke satire te beginnen en zo zag Pierke Pierlala het levenslicht. Het was onze bedoeling een onderscheid te maken. Bij ons geen Pierke die voor kinderen in een verhaal terechtkomt. Ons ventje zou voor grote mensen eerder de politieke, anarchistische toer opgaan”. Pierke Pierlala als de Uilenspiegel, de Don Quichot van Gent? “Wie als politicus nooit door Pierke Pierlala op de korrel wordt genomen heeft een serieus imagoprobleem”. De Bruykers geesteskind was Theater Taptoe. “Wij kozen heel bewust om ook naar het buitenland te trekken. Vlaanderen betekende niets op het gebied van figurentheater. We werden een vaste waarde in het circuit en maakten heel wat woordloos theater omdat het reizen te vereenvoudigden”. Taptoe werd 3 keer ambassadeur van Vlaanderen en was op een bepaald moment het best gesubsidieerde gezelschap. Ongelooflijk en toch waar, na 42 jaar moest Luk zijn levenswerk stopzetten, Taptoe deed noodgedwongen de deuren toe. De Vlaamse overheid  draaide de geldkraan dicht. De commotie was enorm. “Het was een verkeerde beslissing om onze subsidies af te pakken. Niemand begreep hoe zo iets kon gebeuren. Ik ben bijzonder blij dat ik hard gevochten heb voor het erfgoed van Taptoe en dat ik er nog een afscheidsvoorstelling mee maakte. Dankzij erfgoedsubsidie kon het sociaal passief afgelost worden en is de vzw schuldenvrij”. De Bruyker had plots geen inkomen meer. “Poppenspel zal altijd in mijn leven zijn, zonder poppen geen Luk. Het geeft me een enorme voldoening. Men kan me alles afpakken maar nooit mijn poppen. Maar het is hard knokken om op eigen benen nieuwe producties op te zetten. Nu schrijf ik meer dan vroeger, doe wat presentatiewerk, geef voorstellingen. Wees gerust, ik ben niet aan het verhongeren zoals je kan zien aan mijn ronde vormen” Soms eenzaam Luk? “Een leven is nooit eenzaam als je weet dat er iemand is waar je kan tegen leunen”.
Wie niet kan slapen moet maar oordopjes gebruiken

Luk De Bruyker was, althans naar eigen zeggen, op school en braaf ventje. “Nooit gerevolteerd maar had toch al vlug een groot rechtvaardigheidsgevoel”. Hij is een tedere anarchist. Met kromme sprongen is men bij hem aan het verkeerde adres. “Recht in het gezicht zeggen wat je denkt, niet achter de rug. Ik ben een man van de dialoog, zeker niet haatdragend”. Toen Theater Taptoe ophield te bestaan ging Luk psychisch door de hel. “We hadden het enigszins zien aankomen maar het was een onrechtvaardige beslissing die me erg kwaad maakte. Er kwamen donkere maanden vol slapeloze nachten. Ik ging door een rouwproces, had zwarte gedachten, maakte me zorgen. Niet zozeer om mezelf maar voor mijn 7 medewerkers die op straat stonden zonder inkomen. Van weemoed ben ik toen een tijdje naar Venetië vertrokken. Mijn favoriete bestemming, de bakermat van de Italiaanse commedia dell’arte. De stad van de Canal Grande en de gondeliers heb ik in mijn hart gesloten”. Tevreden met de Gentse Feesten? “Men moet meer inzetten op het volkse, Gentse karakter. Eddy Wally afficheren is geen verdienste, geen enkele grote naam biedt een meerwaarde. Een groter cultureel imago, daarvoor zijn niet meer centen nodig. Laat alle acteurs en gezelschappen nu eens niet in congé gaan tijdens de Gentse feesten. Laat iedereen spelen in eigen stad. Wie wel met vakantie mag vertrekken zijn alle mensen die klagen dat ze niet kunnen slapen. Dat ze oordopjes gebruiken!”. Over hoe de ideale wereld er moet uitzien hoeft Luk niet na te denken. “Een verdraagzame samenleving met veel liefde voor elkaar, zonder macht, zonder haat. Weg met de verzuring. Waar welvaart beter verdeeld zou worden en waar men zorg draagt voor onze aardbol”. Om te ontspannen gaat hij elke avond op café. “Sommigen noemen het een slechte gewoonte” lacht Luk. Geen Luk Debruyker zonder een gezonde portie humor.

Nen Turkenkaba

“Natuurlijk ben ik ijdel, alle artiesten zijn dat. Wie zegt dat het niet waar is liegt. Maar politici zijn het meest ijdele ras dat er rondloopt”. De Bruyker neemt geen blad voor de mond. Dat is ook zo in zijn nieuwste productie ‘Nen Turkenkaba’. Dankzij de verhalen die Tina De Gendt optekende in haar boek ‘Turkije aan de Leie’ ontstond een boeiend actueel muziektheaterstuk. Een productie vol verhalen, geschiedenis, humor en ontroering. Op een speelse manier komt het publiek te weten waarom Turken naar Vlaanderen kwamen, wat was en is de houding van de Belgische regering, hoe verliep de integratie, wie waren ‘de avonturiers uit Emirdag’. Een mooi gezelschap van Turkse en Vlaamse musici zorgen tijdens elke vertoning voor een klank- en sfeerdecor met traditionele en hedendaags composities.
Première in de Minardschouwburg op 28 mei (20 u.). Reservatie:  09/267.28.28 (di.-vr. 12-18u.).

(Frans Van Damme)


Dit artikel verscheen in De Streekkrant editie Gent & rand - week 2/2014

 
 

zondag 4 mei 2014

De Streekkrant - interview Gentse politiewoorder Manuel Mugica Gonzales


Politiewoordvoerder Manuel Mugica Gonzalez

“Geweld is er altijd geweest en zal altijd blijven bestaan”

GENT Toen de woordvoerder van de Gentse politie Manuel Mugica Gonzalez zei “Mijn hele leven is een aaneenschakeling van toevalligheden” was onze interesse gewekt. Hij mag het nu eens aan de lezers van De Streekkrant uitleggen.
De naam van de immer goedgezinde Manuel Gonzalez  doet vermoeden dat hij uit Spanje komt. Toch is hij geboren in de volkse Bloemekenswijk en bracht het grootste deel van zijn jeugd door op de Brugse Poort. Vandaar waarschijnlijk zijn grote sociale bewogenheid. “Tijdens de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) werden 32.000 kinderen naar het buitenland geëvacueerd, het waren oorlogskinderen. Tijdens de vlucht voor het geweld kwamen 5000 kinderen in België terecht.  Mijn vader, van Baskische origine, was één van de 200 kinderen die in Gent bij pleeggezinnen werden opgevangen”. Vader was coiffeur, Manuel kon studeren aan het Atheneum. “Alles interesseerde mij, behalve studeren. Met als resultaat 2 keer blijven zitten. Een T-dansant organiseren, uitgaan, de studentenbuurt, fuiven, vrienden (en vooral vriendinnen), dat was toch allemaal zoveel plezanter. Als men in de Overpoortstraat een 4e man nodig had om te kaarten wist men me wel te vinden”. Hij begon als grondwerker en tekende nadien bij het leger. Beetje stoer doen met een marine-uniform misschien? “Bah neen gij, ik wist gewoon niet wat ik wou doen voor de kost. Had in feite een voorkeur om sociaal assistent te worden, maar het had net zo goed pompier kunnen zijn”.

Onschuldig in de bak door mijn schuld?
Hij kwam na het marine avontuur bij de politie terecht als ‘die agent mee een rare naam’. “Als een Spanjaard werd opgepakt moest ik vertalen.  Men dacht dat ik Spaans sprak. Maar mijn kennis ging niet veel verder dan dos cervezas por favor. Waarschijnlijk door mijn schuld zijn er enkele mensen onschuldig de bak ingedraaid, omdat ik niet goed had vertaald. Mea culpa”. (lacht). Tijden veranderen, de politie eveneens. “Vroeger had iedere wijk z’n bende. Als jonge agent moesten we bijna alle nachten vechten in de beruchte buurt van de Boudewijnstraat, de vele dancings aan het Zuid enz… Gelukkig is dat allemaal voorbij. Alhoewel, geweld is er altijd geweest en zal altijd blijven bestaan. Maar de politie speelt nu korter op de bal. Dikwijls worden problemen opgeblazen. Het kleinste incident wordt uitvergroot in de pers. De mensen zijn mondiger geworden. We leven in een verzuurde maatschappij, zoveel is zeker. Kankerpatiënten in een appartementsgebouw en spelende kinderen  waartegen buren bezwaar maken, in wat voor een wereld leven wij?”.

Op café wil iedereen hun verhaal vertellen aan mij
Manuel werd enige jaren terug gepromoveerd tot politiewoordvoerder. “Uitgaan, aan de toog hangen, neen, ’t is voorbij. Iedereen wil me op café hun verhaal vertellen, ‘k heb er geen zin in”. Toen de vorige politiewoordvoerder Steven De Smet werd ontheven uit die functie kwam Manuel plots in beeld. Waarom eigenlijk? “Ik weet het zelf niet. De korpschef, die ik  niet eens kende, vroeg het me gewoon. Ik zei ja en heb er nog geen moment spijt van gehad”. Er zijn wel enkele eigenschappen die bij zo’n keuze bepalend zijn. “Een woordvoerder moet het uiteraard goed kunnen zeggen, op een bondige manier kernboodschappen communiceren. Loyaal zijn, vertrouwen uitstralen, een netwerk kunnen uitbouwen, ervaring hebben in het korps, thuis zijn in de stad op alle niveaus en sociaal ingesteld”. Een politiek duwtje kan misschien ook helpen? “Neen, zeker niet. Die tijd is al lang voorbij. Zowat 20 jaar geleden werd ik rechtstreeks verkozen als gemeenteraadslid. Heb dat mandaat nooit opgenomen. Dat mocht niet, want ik werkte toen aan ’t stad”.
 
Respect moet je verdienen
Manuel (56) is een Bourgondiër op zijn Spaans. “De absolute topper is een bordje echte, beroemde Iberico hesp. Duur doch een must. Mijn vrouw doet de boodschappen, ik kook elke dag. Noem me gerust een levensgenieter”. Al aan gedacht, ooit komt aan alles een einde? “De dood hoort bij het leven. Men weet alleen niet wanneer en hoe. Voor mij liefst pijnloos, Niet afzien, euthanasie ja. Niemand moet mij tot last nemen. Ik wil afscheid kunnen nemen van al wie me lief heeft. Mijn vader is alleen gestorven. Jammer, ik was er graag bij geweest, hoop dat zoiets mij niet overkomt. Ik ben een realist, na ons is het gedaan, is er niets meer. Leef hier en nu! Klaag niet want we wonen in één van de beste landen ter wereld. De algemene Europese verrechtsing maakt me bang. Ik weet na de Franco dictatuur hoe belangrijk het recht op vrije meningsuiting is en je vrij te kunnen bewegen op straat.
Geen privileges
Fouten maken is toch menselijk? “Absoluut. De dag dat ik bij de politie een ernstige fout maak mag men me gerust opzij zetten. Iedere avond in de spiegel kijken en zeggen: ik heb vandaag mijn best gedaan, niemand benadeeld. Dan met een gerust geweten gaan slapen maakt gelukkig. Voor mijn zoons ben ik liever meer vriend dan vader”. Nog nooit een akkefietje gehad? “Boetes voor overdreven snelheid zijn me niet onbekend, een flik is ook maar een mens van vlees en bloed hé. Altijd m’n boetes netjes betaald, ook in de tijd toen men boetes kon doen verdwijnen, nooit aan meegedaan. Ik hoef geen privileges. Respect krijg je niet, dat moet je verdienen”. Manuel heeft een uitspraak van Nelson Mandela lief: Niemand wordt geboren met haat tegen iemand anders. Als je haat kan leren kan je ook liefde leren. “Ik ben tevreden van het leven, heb alle kansen gekregen, voel me goed. Mocht ik morgen Euro Millions winnen dan zou ik heel wat mensen laten meeprofiteren”. We laten alvast ons telefoonnummer na, men weet maar nooit.
Eens flik, altijd flik
Elk jaar kijkt Manuel uit naar de Gentse Feesten. “Professioneel een zware periode. Overdag alles en nog wat regelen, ’s avonds naar St. Jacobs. Nergens anders, enkel daar kan je mij vinden. Wat een ambiance. Ik ga er volledig uit de bol, daar laat het publiek mij gerust. Ik kan me amuseren zonder te drinken. Dat moet wel, want ik ben 24/24u. oproepbaar. Maar als ik iets zie wat niet mag wordt het gesignaleerd. ‘k Weet het, eens flik, altijd flik”. Moeten we nu bang worden? “Neen, zolang je maar niet gaat wildplassen (lacht). De politie probeert alles met de nodige redelijkheid te benaderen. We kennen echt wel het verschil tussen de wet overtreden en kattenkwaad. En na de feesten direct met verlof, rustig genieten. De zotte jaren zijn voorbij”. Wat ik mis op vakantie? Belgische pralines, ik ben een volbloed sneukelaar”.
Frans Van Damme
Dit interview werd gepubliceerd in De Streekkrant - editie Gent & rand / week 19/2014
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

zondag 27 april 2014

Interview De Streekkrant: cartoonist AAaRGh


 
‘Mijn enige lichtpunt is miserie’

SINT AMANDSBERG  De cartoons van AAaRGh in De Streekkrant zorgen elke week dat zelfs de grootste azijnpissers dubbel liggen van het lachen. Wie is de man achter die tekeningen? Wil de echte AAaRGh dan nu opstaan en ons wegwijs maken in de wonderbaarlijke cartoonwereld!

 Mario De Koninck (37), zeg maar gerust AAaRGh, weet door zijn herkenbare, sobere en doeltreffende tekenstijl elke vondst optimaal te exploiteren. Hij durft woordspelingen aan, tekent  subtiel grappig en dikwijls op het scherp van de snee. Het levert geniale tekeningen op. Ook voor publicitaire opdrachten weet men hem te vinden. “Ik ben een bliksemsnelle cartoonist, met als specialiteit 'werken op maat'. Aan werk zeker geen gebrek, gelukkig maar. Want cartoonist zijn is een beroep, geen bezigheidstherapie. Ik maak wekelijks zo’n 30 cartoons voor dagbladen en tijdschriften. In een Nederlandse krant wordt er elke dag 1 cartoon van mij gepubliceerd” vertelt hij met enige gene. Want AAaRGh is een veel te bescheiden kerel. “Daarnaast maak ik cartoons voor reclamebureaus. Momenteel bezig een container aan het illustreren voor Fostplus, die gedurende 3 jaar op alle grote festivals van het land te zien zal zijn”. Maar er is meer op komst weten we AAaRGh te ontfutselen. “Ik wil mijn kinderfiguur Rumi zo snel mogelijk erg bekend maken. Het allereerste WK Voetbal met Rumi, een game dat op de computer, ipad en tablet gespeeld kan worden is zo goed als klaar. Een eigen Rumi website zal in juni online zijn”.

‘Ik neem comedy serieus’

Is het bedenken en tekenen van cartoons eenvoudig? Is het een gave of kan je het leren? “De mensheid wordt steeds dommer aldus onafhankelijk sjoemelende wetenschappers. Ze kunnen gelijk hebben. Religieuze gevechten, vernietigende rampen, voedselschandalen, racisme, economische crashes, haat, geweld… het stopt nooit. Het enige lichtpunt aan al die miserie is dat je er verdomd goede grappen over kunt maken. Dan wrijf ik me hierbij in de handjes. Vaak zijn dingen plezant omdat er iets triest in zit”. Bestaan kant-en-klaar tips? “Neen, iedere vogel zingt zoals hij gebekt is en iedereen heeft recht op een eigen plek in deze wereld. Al 13 jaar vaar ik mijn eigen koers, heb mijn eigen stijl ontwikkeld.  Gebaseerd op een eenvoudig principe: een goede grap bestaat uit 2 regels, meer niet. Cartoons met maximum 5 woorden zijn de beste. Een tekenaar moet selectief zijn: vooraf veel schetsen maken en er nog veel meer durven weggooien”.

 Mensen zijn egoïstisch

 Een leutige job? “Als kind wist ik 1ding zeker: voor mij nooit een job waarbij je andere mensen moet controleren. Er is natuurlijk controle in onze maatschappij nodig, anders loopt het compleet uit de hand. Want mensen zijn egoïstisch en ik ben niet beter dan een ander hoor. Wat ik nu doe voelt niet aan als werken. Onafhankelijk zijn is wat telt. Ik wil niet elke dag naar het werk in Brussel, 40 jaar lang de trein op af, een trein die dan meestal nog te laat komt. Een gans leven werken om een baas beter en rijker te maken en dan met pensioen, neen bedankt. Ik ben een zelfstandige die zelf z’n boontjes wil doppen, die zelf wil bepalen hoe z’n leven er moet uitzien. Ik heb iets tegen vakbonden. Die doen misschien veel goed maar dikwijls ook veel fout.
Politiek, niets voor mij. Ik wil niet in een hoek geduwd worden, geassocieerd worden met een bepaald gedachtegoed. Het maakt we onrustig”.
AArRGh woont, samen met vrouw en kind, in een riante woning. Een beroep om rijk van te worden? “Er zijn in ons land zo’n 20 professionele cartoonisten actief. Het is, in tegenstelling met wat sommigen denken, keihard werken. Elke gepubliceerde cartoon levert 70 à 100 euro op. Mij hoor je dus niet klagen. Geloof me vrij, ik ben een werkpaard, ik neem comedy serieus”.

‘Ik kan geen keuzes maken’

 Zijn er grenzen, kan een cartoonist zich zomaar alles permitteren? “Redacties zijn dikwijls te braaf, er is te weinig rebellie. Alles moet kunnen, ik hou met niets of niemand echt rekening maar het mag nooit de bedoeling zijn om mensen te schofferen. We leven in een verzuurde maatschappij, ik meen het echt. Voor sommigen is elke grap er eentje teveel”. Al had AAaRGh nog nooit een proces aan z’n been, het was toch wel al eens kantje boordje. “Ik had een parodie gefabriceerd omtrent Nijntje. Fout, dat mocht niet, moest er direct mee stoppen. Het bleef verder zonder gevolg. Nijntje mag dan wel een beschermd kinderfiguurtje zijn, parodieën zijn gelukkig niet verboden. De site van Sporza publiceerde een cartoon van mij over voetbalclub Beerschot. Hun logo is een beer en ik had dat beest een strop om de hals gedaan. Het was meteen oorlog, dat was er voor de supporters over. Voetbal is ook een vorm van kuddegeest hé. Sporza werd bedolven onder bakken kritiek, verwensingen en regelrechte bedreigingen. Men heeft uiteindelijk die cartoon van de site gehaald. Nogal een geluk dat we in geen saaie wereld leven want daar haal ik nu net mijn inspiratie uit”.
Heeft  AAaRGh een duister kantje? Ik heb nog geen stommiteiten gedaan,daar is nog alle tijd voor. Denk dikwijls dat enkel anderen stommiteiten uithalen. Ik ga altijd uit van het slechte in elke mens. Ik heb een vorm van autisme, moet altijd gestructureerd bezig zijn, heb een duidelijke planning nodig, kan nooit keuzes maken. Kiezen voor mijn vrouw was mijn enige en beste keuze ooit. Zij neemt de uiteindelijke beslissing, kiest de cartoons die geschikt zijn voor publicatie. Op restaurant is het mij onmogelijk te kiezen uit de menukaart. Ik eet wat anderen me voorstellen”. Heeft een cartoonist een levenlange houdbaarheidsdatum?  “De dag dat ik een cartoon maak waar iedereen om kan lachen, stop ik”.

Het jaar van AAaRGh

Een bezig baasje, die Mario De Koninck. Startte zijn carrière als journalist, maar verkoos al snel de humoristische kant van de actualiteit. 
Hij schrijft af en toe teksten voor radio Radio2 (De Raadkamer…) en televisie (De Rechtvaardige Rechters, De Kazakkendraaiers,… ). Hij treedt op als AAaRGh (Cartoon Comedy), speelt met Edol, AAaRGh en Niemand (cartoon comedy, muzikaal cabaret, stand-up en improvisatie) en bij De Nonsens Alliantie (improvisatietheater). In zijn theatershow steekt hij de draak met een resem onderwerpen uit de actualiteit. Zijn 1e cartoonalbum ‘Het jaar van AAaRGh’ ligt nu in de (strip)winkels. Deze uitgave verzamelt 180 van z’n beste, eerder gepubliceerde cartoons. Voortaan een hele voorraad ontzettend knappe tekeningen met een boodschap en humor op de salontafel. Voor zwoele zomerse avonden, 120 pagina’s verplichte lectuur om gegarandeerd happy van te worden. 




Frans Van Damme


Dit interview verscheen in De Streekkrant editie Gent, week 18/2014                 













 


 

zondag 20 april 2014

Interview De Streekkrant: ROEL VAN BAMBOST


60 jaar Vlaamse televisie: coryfee Roel Van Bambost

‘Ik hoop nog op een eigen filmprogramma’

 SINT AMANDSBERG  De televisie viert haar 60e verjaardag. Voor wie wil meeduiken in de geschiedenis van de voorbij decennia loopt nog tot 18 mei de tentoonstelling ‘Lang leve de tv’ in de Sint Pietersabdij! Hoe zou het nog zijn met Roel Van Bambost, de éminence grise van de Vlaamse filmcritici?

Televisie, de laatste 60 jaar geëvolueerd van een curiosum naar een niet meer weg te denken massamedium. Roel Van Bambost, de man met de weelderige zilverkleurige haardos, heeft dankzij een rijke carrière als filmrecensent zowel voor radio als televisie geschiedenis geschreven. Hij presenteerde het filmprogramma Première en recenseerde films in het journaal. Ondertussen is Van Bambost al enkele jaren van het scherm verdwenen maar hij heeft nog niet aan bekendheid ingeboet. “In 1965 kwam ik voor de 1e maal op televisie. Alle grote en knappe mannen en vrouwen van het witte doek, allemaal heb ik ze gesproken”. Collega en leermeester Jo Röpcke was een monument, Première een druk bekeken en gewaardeerd programma. Van 1991 tot 2010 presenteerde Van Bambost het filmmagazine.  Maar plots was het afgelopen, geen plaats meer voor één van de oudste programma’s, zo goed als geen interesse meer in filmnieuws. Het afschaffen van Première was een absoluut dieptepunt. Er kwam niets zinsvol in de plaats. Bij manier van spreken had men meer aandacht voor het volksdansfestival van Schoten dan voor goeie internationale films. Als VRT bediende ben ik veel te braaf geweest, had meer op tafel moeten kloppen. Ik heb nieuwe voorstellen ingediend maar het  werd niets, ’t was blijkbaar allemaal niet meer nodig. Na 44 jaar trouwe dienst nam ik afscheid van de VRT. Het leverde mij een schoon pensioentje op”.

 ‘Ik werd bijna paranoïde’

Moe gestreden, een beetje ontgoocheld misschien? “Ja! Ik ben destijds gevraagd door VTM maar weigerde. Tijden veranderen. Als journalist voor de Amerikaanse public relations machine gespannen worden maakte me bijna paranoïde. Heen en weer vliegen naar Los Angeles voor een voorgekauwd stompzinnig gesprek van amper enkele minuten met een filmvedette, ik heb er wel nooit luidkeels tegen geprotesteerd maar had er geen zin meer in. Een interview van 4 minuten, zoals tegenwoordig vaak het geval is, wordt belachelijk. Een filmcriticus lijkt hoe langer hoe meer een schakel te worden in de marketingketting van filmbedrijven”.
Hij kwam voor de 1e maal op televisie in 1966. De minzame, bedachtzame Roel praat al een leven lang op een zinnige, onderhoudende en goeie manier over film. Er staat geen vervaldatum op Van Bambost. “Het grote publiek is mij bijlange niet vergeten, de mensen herkennen mij nog steeds op straat. Ja, dat streelt mijn ijdelheid. En denk nu maar niet dat al mijn fans gepensioneerden zijn hé. Ik werd zelfs ooit eens gestalkt door een jonge gast, een Waal. ’t Was een handtekeningjager,  je liep hem op elk filmfestival tegen het lijf. Eric Van Looy nam die kerel ooit eens, uit compassie, mee naar z’n hotelkamer. Dat zou ik nooit doen, geraak er dan maar van af. Als ik er goed over nadenk weet ik het zeker, ik ben een antiglobalist. Net zoals ik lang geleden genegenheid had voor provo’s en leefde als een hippie. Dat waren nog eens tijden, het was de meest creatieve periode in mijn leven”.
Als er iemand in aanmerking komt voor een Life Time Award, dan is het wel Roel Van Bambost. “Of ik zou kunnen leven zonder bekendheid? Ik weet het niet. Ik ben filmliefhebber in hart en nieren, kan films en publiek sowieso niet missen, zal er altijd mee bezig blijven. Ik heb de ambitie om ooit nog een filmprogramma te presenteren. En een one night stand met zo’n Chinese of Japanse madame staat ook nog steeds op m’n verlanglijstje” (lacht). Hoop doet leven is alvast een oud Chinees spreekwoord.

‘Ik hou niet van discussiëren’

Roel Van Bambost werd geboren in de buurt van de Dampoort. Blijkbaar een vruchtbare bodem voor veel Gents talent. “Ter wereld gekomen na een periode van grote miserie. Mijn vader was rijkswachter te paard. Gangreen opgelopen tijdens de oorlog, een arm geamputeerd en om aan de Duitsers te ontsnappen gevlucht naar Noord Frankrijk. Mijn moeder was een jaar zonder nieuws van hem en plots stond hij terug voor de deur. Van dat onverwachte happy weerzien was ik 9 maanden later het resultaat”. De tienerjaren van Roel waren zijn gloriejaren. “In de cinema Odeon op de Antwerpsesteenweg kocht men voor 5 frank een ticket dat recht gaf op het uitkijken van alle vertoningen. Voor mijn ouders een veilige en goedkope kinderopvang. Later opende aan de Dampoort de Normandie, de 1e bioscoop die cinemascoop programmeerde. Ik heb wat afgevreeën in die cinema’s maar heb er ook de filmmicrobe opgedaan”. Wat is volgens de filmliefhebber met een eigen, milde mening, de slechtste film aller tijden? “Dat zijn alle films die men direct vergeet, dus ‘k zou het niet weten”.
De wereld rondreizen is niet altijd plezant

Geef toe, filmrecensenten hebben toch een luxeleventje, leve de filmfestivals. “Vergeet het. Thuis komen en bekaf zijn, geen glamour, wel hard labeur en weinig slapen. De wereld rondreizen lijkt misschien plezant maar dat is niet altijd zo. Geef mij maar Gent, rebels en spontaan. De combinatie van de drukke stadssfeer en de gezellige overzichtelijke kleinschaligheid vind ik tof”. Heeft Van Bambost een negatief kantje? “Alhoewel het me reeds werd gevraagd, ben Ik totaal ongeschikt voor de politiek want ik kan niet tegen discussiëren. Ik twijfel enorm alvorens beslissingen te nemen Ben tevens slordig in het organiseren van mijn eigen leven, dat mag je gerust mijn grootste gebrek noemen. Maar anders valt er best met mij te leven”.
Miek en Roel

Muziek is nog zo’n passie van Roel. Hij heeft met zijn vrouw Miek sinds 1965 vlot een muziekloopbaan uitgebouwd. “Tijdens mijn studententijd speelde ik in het muziekbandje The Ropecarriers, een slechte vertaling van de stroppendragers. Later werd dat The Ropes. Als zanger van dit skiffle & rock’n’roll groepje liep ik tijdens een optreden Miek tegen het lijf. De vonk sloeg over. Mijn lief kon goed zingen dus was het tijd voor Miek & Roel, een sociaal kritisch duo in een non-conformistische hippietijdperk. We zijn altijd geëngageerd geweest, zongen protestliedjes uit pure overtuiging”. Een andere hartstocht is zelf koken en lekker eten, met een voorliefde voor Oosters en Japans. Ik ben gek op rauwe vis maar ook Belgische asperges gaan er vlot in”. Nog een levensfilosofie? “Probeer altijd het positieve in iets te zien. Dat heeft me al veel geholpen”.
Frans Van Damme
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie Gent - week 17/2014



 

donderdag 10 april 2014

Interview De Streekkrant: Etienne Vermeersch


Moraalfilosoof Etienne Vermeersch:

           ‘Euthanasie bij kinderen mag’

 

GENT Als radio, pers of televisie voor een interview, debat of een ethische discussie nood hebben aan een gerespecteerd gesprekspartner dan weet men Etienne Vermeersch wel te vinden. De filosoof heeft over alles een eigen, dikwijls controversiële mening. Volgende maand 80 jaar jong en nog steeds met beide voeten volop in deze wereld.

 

We zijn benieuwd om kennis te maken met zoveel wijsheid en worden ten huize Vermeersch eigenaardig verwelkomd: “Zijn jullie goed verzekerd? ’t Is hier betreden op eigen risico. Pas op dat je geen benen breekt’. Het lijkt wel alsof we zijn terecht gekomen in een TV aflevering van Extreme Verzamelwoede. Honderden, duizenden boeken, dossiers, papier, documenten, tijdschriften liggen overal metershoog gestapeld. Er is bijna geen doorkomen aan. “Dit zal wel het wanordelijkste kantoor van het westelijk halfrond zijn”, merkt hij op. De chaos van een gestructureerd denker.

“Mijn vader was smid, nadien machinist bij de ijzeren weg. Ik zou in z’n voetsporen treden. Werken bij de spoorwegen, als instructeur of ingenieur. Ik had een exuberante belangstelling voor wetenschappen, vooral natuurkunde, wiskunde en fysica. Dat is altijd zo gebleven. Als kind las ik 4 boeken per week. Geen onnozele verhaaltjes maar zware kost, hoe moeilijker hoe liever”. We zijn nieuwsgierig naar het IQ van Vermeersch. Hij weet het niet, heeft het nooit laten berekenen. “Omdat mijn ouders aanspraak konden maken op een toelage van het ‘Fonds voor meerbegaafden’ moest ik testen afleggen. Nooit de uitslag geweten maar ’t zal niet slecht zijn geweest want pa en ma kregen het geld. Mijn belangstelling was universeel. Leren hoe de dingen in mekaar zitten, dat boeide me. Een kapotte radio repareren, experimenteren met waterstof, een systeem bedenken om treinen automatisch te doen stoppen bij het passeren van een rood licht, ik kon er niet genoeg van krijgen”.

‘Mijn kap over de haag gesmeten

Het leven neemt soms eigenaardige en onvoorziene wendingen. Etienne kwam in een geloofscrisis terecht. Hij trad in het klooster en koos voor de strengste orde: de Jezuïeten. “De intrede had niet het gewenste resultaat, ik kreeg geen antwoord op mijn vragen. Ik werd in het klooster ongelukkig en ongelovig. Koran of christendom of sektes, ik weet er alles over. Soms is het moeilijk om van je geloof los te komen, de emotionele band is dikwijls erg intens. In de bijbel wordt slavernij goedgekeurd, volgens de Koran mag een man 4 echtgenotes en veel slavinnen hebben. Kom zeg, geen enkele God zou dat goedkeuren. God is niet goed wijs, er bestaat geen God”. Etienne liet de kerk achter zich en werd atheïst. “Wie nadenkt over het geloof en godsdiensten bestudeerd krijgt een afkeer. Ik heb mijn kap over de haag gesmeten (lacht). Verstandige mensen die godsdienstig blijven, ik begrijp het niet”.

Vermeersch geniet rustig en vrij gelijkmatig van het leven. Niet extreem of uitbundig gelukkig maar blij omdat hij gespaard bleef van grote tegenslagen. “Ik heb geleefd om te doen wat ik graag doe. Ik kan fouten toegeven al heb ik meestal gelijk. Oud worden is niet vervelend, ik voel me geen bejaarde. Het geheugen verminderd maar er is Google. Ik heb geen angst om dood te gaan, ben voorstander van euthanasie. Ook bij kinderen! Er zijn hierover al veel stommiteiten vertelt en geschreven. Men moet niet rond de pot draaien. Niemand, maar dan ook niemand wordt onder druk gezet om euthanasie te vragen. Men spreekt over kinderen maar meestal gaat het om jongeren. Die moeten toch niet nodeloos en uitzichtloos afzien. Men moet lijden niet verheerlijken. De beslissing om euthanasie ook mogelijk te maken voor wilsbekwame minderjarigen kwam er niet holderdebolder, het was een goede en weldoordachte beslissing. België heeft de beste euthanasieregeling ter wereld”.

‘Ik heb altijd graag vrouwen gezien’

Na jaren van gebed en onthouding in het jezuïetenklooster kwam Vermeersch terug in de gewone wereld. Aanvankelijk verliep die overgang stroef. “Op het vlak van mijn studies waren er geen problemen. Ik studeerde klassieke filologie en doctoreerde later in filosofie. Vrouwen, dat lag moeilijker, het was wennen. Jaren had ik geen fysiek contact en ineens begon alles in mij te leven. Ik las in het Kinsey-rapport dat 92 % van de jongens masturbeerde. Ik ben abnormaal dacht ik en heb dus maar snel bijgeleerd. De jaren ‘60 waren in Gent de tijd van de seksuele avant-garde. Men experimenteerde met lesbisch vrijen of ging in een commune leven. Zelf had ik enkele relaties voor ik mijn vrouw leerde kennen. Op een dag werd ik passioneel verliefd. Ik kon aan niks anders denken. Dat nooit meer dacht ik nadien. De gedachte om mezelf niet onder controle te hebben vind ik ondraaglijk, maakt me onrustig”. Etienne kent geen jaloezie. Geven en nemen, elkaar de nodige vrijheid geven, gezamenlijke interesses en intelligentie zijn belangrijk. Erotiek hoeft niet noodzakelijk seksueel gebonden te zijn. “Een open huwelijk is nooit iets voor mij geweest. Ik ben wel eens naar de hoeren geweest maar mijn vrouw wist dat al lang. Daar kwam ook geen relatie aan te pas, ik moest gewoon weten wat dat was, een prostitué. Ik heb altijd graag vrouwen gezien, altijd een goede relatie gehad met vrouwelijk schoon. Nu nog trouwens. Alhoewel, pretentieuze vrouwen geven me een negatief gevoel. Ik ben sentimenteel romantisch maar laat het niet blijken”.
Heeft een mens van 80 jaar nog ambities. “Natuurlijk. Ik schrijf een nieuw boek. Of het ooit gepubliceerd zal worden weet ik niet. Ik heb gedroomd dat ik dit jaar zal sterven. Ik geloof het niet maar een mens weet het nooit. ‘k Zal toch voor alle zekerheid best wat vlugger schrijven”. Wees gerust Etienne, dromen zijn bedrog.

Voorstander van klare taal

De meningen van professor Vermeersch, Vlaams filosoof, ethicus, scepticus, opiniemaker en emeritus-hoogleraar aan de Gentse Universiteit, blijven vlijmscherp. Hij zit niet om quotes verlegen, lacht wijselijk en toont met zijn helderheid verdwaalde geesten de weg. “Alles wat echt overdreven is, heeft geen betekenis. Ik ben voorstander van klare taal. Sommigen gebruiken moeilijke woorden om hun eigen onkunde te verbergen of geleerd te doen. Bij mij zijn die aan het verkeerde adres”.
Vermeersch gelooft niet in oplichtende Mariabeeldjes, seances waarbij tafels naar omhoog gaan, waarzeggers, toekomstvoorspellers en wichelroedes. “Allemaal onzin van dikwijls goedgelovige, brave mensen. Paranormale gaven en kabouters hebben een hele eigenaardige eigenschap: zodra je ernaar kijkt, verdwijnen ze direct”. Vermeersch heeft geen dagboek. “Daarvoor heb ik niet genoeg discipline”.

Frans Van Damme

Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie Gent & rand - week 15/2014