zondag 6 juli 2014

Interview De Streekkrant: WALTER DE BUCK


Gentse Feesten peetvader Walter De Buck:

‘Als een Gentenaar niet reclameert is hij het vergeten’

GENT Voor Walter De Buck zou 2014 een ‘grand cru’ jaar worden maar donkere wolken kwamen aanwaaien. Er werd vorige week slokdarmkanker vastgesteld, met uitzaaiingen naar de lever. Geen domper op de feestvreugde, hij blijft er opvallend rustig bij. Op 13 juli mag Walter 80 kaarsjes uitblazen. Wij gingen hem alvast feliciteren met z’n verjaardag.
Walter De Buck, een betere reclame voor de Gentse Feesten bestaat niet. Ere wie ere toekomt, zonder De Buck zouden de Gentse Feesten nooit zijn geweest wat ze nu zijn. Het werd allemaal door de jaren heen booming business maar vroeger was het toch wel enigszins anders. De feesten waren bijna een stille dood gestorven. Muziek op de Kouter, Romain Deconinck in de Minard, hier en daar wat vuurwerk, een concert, veel was er niet. Mensen gingen liever op vakantie naar de goedkope Spaanse Costa’s. Er was enkel wat vertier voor werklozen, gepensioneerden en studenten. Om het totale doodbloeden te voorkomen zorgde De Buck voor een revival. De feesten werden heruitgevonden, net op tijd.
 
Als straatmuzikant weggejaagd
Het Gents dialect kreeg een andere, opgewaardeerde dimensie. “Ik werd als straatmuzikant overal weggejaagd. Ik heb toen gezegd: volgend jaar begin ik zelf een feestje, op mij pleintje aan ’t Jacobs. De officiële toelating werd vlot gegeven. Men dacht waarschijnlijk: er komt toch geen kat en elders in ‘t stad zijn we van dat gespuis af. Het begin was zeker niet spectaculair, 1 podium en 1 micro. Als het regende kwam het publiek schuilen op het podium want daar was het droog”. Het was allemaal spontaan, op het randje van de naïviteit. De Buck houdt er de beste herinneringen aan over. “Er werd volop geïmproviseerd. De coiffeur op het Sint-Jacobspleintje was dikwijls onze redding. We mochten daar elektriciteit aftappen als onze stroom werd afgesloten. Elke avond waren er jamsessions tot de vroege uurtjes. Op de Vlasmarkt, in cafe Ekkentu, was er zo’n ambiance dat de vloer begon te zakken en moest onderstut worden. We sloten ‘s avonds af met filmvertoningen. Er was van die films niet veel te zien, meestal was men dan al te zat”.

‘Ik ben niet bang van de dood’
De hippies van St. Jacobs, de betere burgers, het gewone  werkvolk, oud, jong, schoon, lelijk… iedereen verbroederde bij St. Jacobs, het pleintje liep elke avond vol. Men keek niet zo nauw, alles kon, alles mocht. “Onze tapinstallaties konden niet volgen, er kwam schuim uit in plaats van bier. Om aan de dorst van het publiek tijdig te voldoen lieten we emmers met bier vollopen waarmee glazen werden gevuld, gewoon een volle pint scheppen uit een emmer”. De Buck kan tientallen anekdotes vertellen. Nooit last gehad van klagers en zuurpruimen? “De pastoor vond dat zijn kerk werd gebruikte als piscine. Cinema Vooruit was niet content omdat we films draaiden, vonden ze concurrentie. Politiecommissaris Mortier schreef in een rapport dat die buitenlandse hippies het niet nauw namen met de moraal. Soms werd er een optreden afgelast wegens geluidshinder. In mijn eigen café Martiko mocht er geen muziek spelen na 22 u.30. Een Gentenaar wil altijd reclameren. Als hij niet klaagt is hij het vergeten. Ik ben niet beter dan een ander hoor”. De Buck wist van geen ophouden, hij schreef geschiedenis. Hij  wou, avond na avond, dat het feest bij St. Jacobs zonder einde zou zijn, een plein vol plezier en zorgeloosheid. Alles werd professioneler. Walter hield het voor bekeken. Guido De Leeuw nam over. “Het was te commercieel geworden, niets voor mij. Ik nam afscheid met een gerust hart, de feesten bij St. Jacobs zijn in goede handen van Trefpunt. Mijn lijf begint te protesteren, een mens heeft meer slaap nodig (lacht). Maar ik ben niet bang van de dood. Nie pleuje”.



Iedereen verdiende een dikke boterham, behalve ikzelf

De rebel De Buck kon altijd en overal iedereen charmeren met liedjes van Kareltje Waeri. Teksten die in straffe taal de sociale wantoestanden op de korrel nemen. In de tijd van Waeri werden liedjes mondeling overgedragen van generatie op generatie, bijna niemand noteerde teksten. Een deel van dit cultureel patrimonium ging hierdoor verloren.“Ik kende die liedjes van mijn vader. Het was Wannes Van de Velde die me op het idee bracht er iets mee te doen. Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Het waren simpele liedjes, het publiek kon direct meezingen”. De Buck heeft een rijk repertoire van songs maar als hij ergens gaat optreden begint het publiek meteen ’t Vliegerke te scanderen. “Dat moet zowat het Gents nationaal volkslied zijn. Ik zing het altijd met veel plezier. Maar luister ook eens naar liedjes van mij die veel beter zijn, dat zou ik liever hebben denk ik dan”. In de beginjaren van de vernieuwde Gentse feesten opende Walter café De Martiko. Geen gelukkige beslissing. Veel ambiance, behalve voor de cafébaas. “Iedereen zat in de kassa, er bleef zelfs geen geld over om de brouwer te betalen. Iedereen verdiende een dikke boterham, behalve ikzelf. Veel kameraden leefden op mijn kosten. Ik zag me verplicht om te gaan optreden om de rekeningen en schulden van ’t café te betalen. Maar ik heb van niets spijt. Ook nooit vies geweest van de vrouwtjes, met redelijk veel succes. In 1975 ben ik getrouwd met Mia, ze was toen 19 jaar. Zij is het mooiste wat me ooit is overkomen. Vriendschap en vertrouwen is het geheim van onze relatie. We passen goed bij elkaar: ik ben erg slordig en Mia ook. Op ieder potje past een dekseltje hé”. Nog enkele dagen en Walter is jarig. “Een schoon cadeau voor mijn verjaardag? Ik zou niet weten wat. Ik heb mijn Mia, dat is genoeg. Ze zorgt goed voor mij en daar ben ik dankbaar voor".
Leef hier en nu
De zotte jaren zijn voorbij. “Ik brak vroeger mijn heup op 7 plaatsen, daarna het uiteinde van het dijbeen. De mensen dachten subiet: Walter is gevallen, weeral teveel gedronken. Fout. Ik kan me niet herinneren wanneer ik nog eens zat ben geweest”. Na alzheimer werd nu kanker vastgesteld. “De dood maakt deel uit van het leven, daar kan niemand wat aan veranderen. Ik heb een schoon leven gehad, altijd geleefd zoals ik wou leven”. Een goede raad? “Maak geen ambras. Vergeet niet maar vergeef. Leef vooral nu, niet in het verleden. Oas we duut zijn, groeit er ges op oenzen buik, is ’t voorgoed gedaan, er is niets meer. Rijstpap met zilveren lepeltjes moeten we hier eten. Mijn stem mag dan wel erg zwak zijn, toch zal ik samen met enkele vrienden een uurtje optreden tijdens de openingsavond van de Gentse Feesten, op mijn pleintje. Dat zal niets of niemand mij afnemen!”.
Frans Van Damme

Dit interview verscheen in De Streekkrant, regio Gent-Deinze - week 28/2014
 
 
 
 

zondag 29 juni 2014

Interview De Streekkrant: modeontwerpster Yvette Lauwaert


‘Gans Vlaanderen heeft mijn blote borsten gezien’

GENT Modeontwerpster Yvette Lauwaert staat bekend als dé pionier van de Belgische mode. Een gedreven, boeiende en toonaangevende vrouw met temperament en gouden vingers. Het verhaal van een aparte persoonlijkheid.
Toen ze eind jaren 60 begon was er geen couture van eigen bodem. Haar werk sloeg internationaal aan. Ze drapeerde een lap stof en het werd een jurk, legde een knoop in een stuk synthetisch spul en het werd een hoed. Lauwaert heeft het bij haar kleine winkeltje GY-Store in de Koestraat gehouden. Een grootschalig modehuis oprichten was niks voor haar. “Ik droom in kleur, zie een ontwerp, wordt wakker en zet de schaar rechtstreeks in de stof, knip zonder tekening of patroon direct het model. Ik deed altijd al mijn eigen goesting, heb veel fantasie en een scherp gevoel voor vormen. Ik heb een sensueel contact met het onderwerp, een gevoel dat opbeurt”.

‘Vrouwen hebben grillen’
Iedereen wou een creatie van Lauwaert. Haar winkeltje werd een befaamde stopplaats voor mode- en kunstadepten. Ze was te gast in televisieprogramma’s, werkte voor theater en haalde meer dan regelmatig de internationale pers. In 2009, op haar 70e verjaardag, werd de boetiek overgelaten aan een Franse groep. “Mannen konden in mijn winkel niets komen doen, ik maakte enkel couture voor dames, bijzonder veel trouwjurken. Bruidjes kwamen langs voor een trouwkleed met een sleep die veel langer moest zijn dan de trouwjurk van de buurvrouw. Hoe duurder, hoe schoner is een foute redenering van domme mensen. Men moet iets kopen waar men zich goed in voelt, iets dat je iedere dagen kan dragen, wat gemakkelijk te combineren valt. Persoonlijkheid uitstralen, dat telt”. Er kwamen bij Yvette mensen van alle slag over de vloer. “Dikwijls heel chique internationaal bekende gezichten en BV’s. Ook om op de poef te kopen, het geld kwam nooit. Ik heb veel vrouwen bloot gezien, nogal goed dat ik niet lesbisch ben. Als man zou ik het liefst homo zijn. Vrouwen hebben grillen. Wat die hun man allemaal wijsmaken, niet te geloven. De grootste slang heeft de beste man. Er hebben nogal wat neuten en domme ganzen voor m’n neus gestaan. Men spreekt soms over domme blondjes. Wel, dat is niet waar! Ze bestaan in alle kleuren (lacht). Gelukkig heb ik ook ontelbare leuke en sympathieke mensen ontmoet waar ik de beste herinneringen aan overhoud”. Lauwaert kijkt ernaar uit om binnenkort terug deel uit te maken van de jury die de Gentse Feestenparade zal beoordelen.

‘Een kind is geen experiment’
Al 50 jaar liefdevol getrouwd met steun en toeverlaat Guido, haar chramante compagnon de route. Beiden met een passie voor kunst, beiden geopereerd aan het hart. Het geheim van een goede relatie? “Dezelfde interesses hebben! Hoe ouder we worden hoe liever we mekaar zien, hoe meer we kussen”. Het is duidelijk, de levenslust was nog nooit zo groot. “Omdat we een speciaal koppel zijn wou een jonge filmmaakster een documentaire over ons maken. We gingen akkoord en lieten ons anderhalf jaar volgen met de camera. Net in die periode moest ik een zware hartoperatie ondergaan. De regisseur  vroeg me of er een litteken was overgebleven. Zonder na te denken deed ik spontaan m’n T-shirt uit. Ik had geen bh aan, nooit gedragen trouwens. In mijn blote borsten stond ik te kijk voor gans Vlaanderen want de film werd uitgezonden op Canvas. Nadien zei de wijkagent: schone borsten Yvette, van mij krijgt ge nooit geen boete meer. Hij hield woord”. Veel hartverwarmende herinneringen, liefde en geluk. Maar hun leven heeft ook een keerzijde van onvervulde dromen en melancholie.“We hadden toch zo graag kinderen gehad maar het mocht niet zijn. We hebben alles geprobeerd, met uitzondering van in-vitrofertilisatie. Een proefbuisbaby, neen dank je. Een kind is geen experiment”.



Wie kan betalen heeft altijd gelijk
Yvette Lauwaert (75) heeft wereldwijd veel kansen gekregen maar bleef Gent trouw. “Ik voel me in feite overal thuis maar ben zot van Gent. Vraag me niet waarom, ‘k weet het niet. Waarschijnlijk die unieke sfeer van een stad op mensenmaat geeft me een fijn gevoel”. Yvette is een onrustig type, yoga houd het lijf onder controle. Met vreugde denkt ze terug aan haar kindertijd. “Vader was uitvinder. Hij was de bedenker van hydrocultuur bij de witloofkweek. Ook van vloerverwarming avant la lettre. Hadden m’n ouders het in eigen beheer goed aangepakt, dan waren ze schatrijk geworden. Thuis was het een kroostrijk gezin, goed gezien van pa en ma, we kregen overal afslag”. Nonnen en paters op school, dat lag nogal moeilijk voor Yvette. “Elke week te biechten gaan was verplicht. Ik was een braaf kind, niets misdaan, had nooit iets te vertellen in die biechtstoel. Nooit eens zondigen, op de duur zou men dat niet meer geloven. Als slim meisje had ik een plan en besloot om toch iets te bekennen. De biechtvader vroeg: ben je onkuis geweest? Ik wist niet eens wat hij bedoelde maar zei ja. Om hem een plezier te doen. Wist ik veel wat hij bedoelde”. Een leven lang was Yvette Lauwaert  met mode bezig. “Mode is geschiedenis, een ambacht, geen flauwe grap”. Het centrum voor studiebegeleiding was van oordeel dat ze goed zou gedijen als advocaat. “Niets voor mij, recht is onrecht. Wie kan betalen heeft altijd gelijk. Het liefst was ik muzikant geworden. Daar aan denken doet mij inwendig huilen. Op m’n 92e publiceer ik m’n memoires. Iedereen waarover ik slecht zal schrijven zal dan al dood zijn”. Tijden veranderen, ook de media. “Vroeger pakten journalisten mij wel eens goed vast tijdens een interview. Nu doen ze dat precies niet meer hé, zo gewenste intimiteiten”. Hoogste tijd om met spoed afscheid  te nemen van een oprechte, charismatische dame.


Mode en kunst

Yvette Lauwaert is tevens een bewonderenswaardige aquarellist en tekenaar. Zowel in de mode als in de kunst getuigt ze van een joie de vivre, een onvergelijkbare fantasie en een scherp gevoel voor vormen. Ze wijkt voortdurend af van alle bestaande, platgelopen academische kunstwegen. Uitgaande van haar vroegere mode-aquarellen maakt ze eigentijdse levensgrootte olieverfdoeken die aansluiten bij haar idee om mode en kunst te verenigen. Lauwaert heeft een eigen techniek om portretten op een persoonlijke karaktervolle manier weer te geven. “Ik werk het liefst ’s nachts. Als ik bezig ben met kunst bestaat de wereld rondom mij niet meer. De nacht heeft iets magisch”. Alles wat ze aanraakt tovert ze met een uitzonderlijk creatief talent om tot een kunstwerk.
Binnenkort kan met het werk van Yvette Lauwaert bekijken tijdens haar 1e grote tentoonstelling in de Gentse galerij ART TRACK.



Frans Van Damme

Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie Groot Gent-Deinze - week 27/2014


 
 


 

maandag 16 juni 2014

Interview De Streekkrant: ZIGEUNERBLOED


Belinda Aebi  schrijft 5e Gentse misdaadthriller

“Ik wil het hart van de Gentenaars veroveren”

GENT Met de regelmaat van een Zwitsers horloge schrijft Belinda Aebi zenuwslopende trillers, telkens met als hoofdpersonage Maud Gelderman, inspecteur van de Gentse recherche. Zopas verscheen haar nieuwste thriller: Zigeunerbloed.  Een verhaal gesitueerd tijdens de Gentse Feesten.
Belinda heeft  bewezen dat ze veel in haar mars heeft. Haar boeken zijn stuk voor stuk pareltjes van suspense, ze weet hoe ze lezers moet boeien. Verhalen waarvan de stukjes van de misdaadpuzzel netjes in elkaar vallen. Niets is wat het lijkt. Spannend, boeiend, realistisch, vlot leesbaar tot de laatste pagina en met een niet te voorspellen plot. Nochtans was haar 1e boek helemaal geen thriller, integendeel. In Swiss Made tekende ze het levensverhaal op van haar vader Manfred. “Hij was de oprichter en bezieler van Rodania. Hij startte in Brussel, bescheiden in een klein kantoor. Op z’n 75e ging hij met pensioen. Ik wilde hem eren met een biografie, vertellen hoe hij het luxemerk groot maakte.Tijdens het werken aan deze biografie sloeg de schrijfmicrobe hard toe. Ik had de smaak goed te pakken, wou niet meer stoppen met schrijven. Schrijven is een poging om te ontsnappen aan de echte wereld. We zijn allemaal niet goed bezig. Het leven is dikwijls lelijk en hard. Dankzij het schrijven leer ik mezelf beter kennen. Ik schrijf thrillers maar haat geweld en arrogantie. Wat doen mensen elkaar soms aan, het is verschrikkelijk”.

‘Mensen praten teveel’

Na het schrijven van specifieke fasen en momenten uit het leven van vader Aebi was het tijd voor de thrillers. Ondertussen verschenen reeds 5 bestsellers: ‘Dubbelspel’ (2010), ‘Het geluid van stilte’ (2011), ‘Het containermeisje’ (2012), ‘Darkroom’ (2013) en ‘Zigeunerbloed’ (2014). Boeken schrijven is een leerproces dat Belinda geheel onder de knie heeft. Ze laat zich inspireren door de actualiteit en reële feiten, zoekt items waar niet iedereen over schrijft, literair vermaak zonder toegevingen te doen aan kwaliteit. Het lukt haar perfect. “Ik wil boeken schrijven die toegankelijk zijn voor iedereen en mensen enkele uurtjes intens leesplezier bezorgen. Ik wil het hart van de Gentenaars veroveren. Verhalen vertellen vol psychologische spanning en zonder bloederige taferelen, met Gent als decor. Geweld, wilde autoraces en pistolen, dat laat ik graag over aan m’n mannelijke collega’s. Dikwijls lees ik van andere auteurs boeken met 50 bladzijden teveel. Niet mijn stijl. In 300 pagina’s, niet meer, wil ik op een boeiende manier mijn verhaal vertellen. Een cocktail afleveren van fictie en non fictie, af en toe met een vleugje goed gedoseerde humor”. De stijl van Belinda is herkenbaar. Ze kan als geen ander spanning opbouwen, lezers op het verkeerde been zetten. Moord, kinderlijken, orgaanhandel, mensenhandel, een snuifje erotiek, homobars… Belinda gaat geen enkel (gevoelig) onderwerp uit de weg. Onderzoeksrechter Maud en de speurders Max en Gijs vormen een complementair team. Enige gelijkenis tussen de auteur en het hoofdpersonage? “Maud is plichtsbewust, wil alles tot een goed einde brengen. Ze is moeder, emotioneel, romantisch, rationeel en to the point, een vrouw zonder dagboek, eigenlijk zoals ikzelf”. Haar boeken lezen vlot, verkopen goed. Haar uitgever gelooft rotsvast in haar talent. Een mens zou van minder kapsones krijgen. ‘Niets van, ik ben een nederige, eenvoudige vrouw. Luxe hoeft niet, thuis eten kan even gezellig en lekker zijn dan in sterrenrestaurants. In Vlaanderen zal men niet rijk worden van boeken schrijven en verkopen. Per verkocht exemplaar komt 1,75 euro mijn richting uit. Mij hoor je zeker niet klagen, ik ben mijn uitgever dankbaar. Mijn rijkdom zit in mijn hart”. Houden zo!



‘Wat uit het buitenland komt is niet altijd beter’

Alhoewel schrijven een solitaire bezigheid is voelt Belinda zich niet eenzaam. “Ik ben een gelukkige vrouw, gespaard gebleven van ellende en tegenslag. Ik heb een schat van een man, leuke kinderen en kleinkinderen die me met liefde omringen. Een mens is alleen geboren, velen moeten dikwijls alleen verder. Moederziel alleen doodgaan lijkt me wel heel triestig. Spaar me vooral van dementie want ik wil nog zoveel boeken schrijven. Sterven hoort bij het leven, een mens mag tot rust komen. Zijn we niet allemaal doodmoe op het einde van ons  leven?” Belinda zoekt de rust en de stilte op. “Mensen praten teveel. Ik kan niet faken, het is tijdrovend en vermoeiend, totaal energieverlies”. Boeken schrijven is haar lust en leven, Gent haar favoriete stad, fascinerend, wijs en tof. “Hier voel ik me thuis. Een stad zonder arrogantie met trotse en positief ingestelde inwoners, daar heb ik een boontje voor”. In haar boek ‘Zigeunerbloed’ wou ze 10 dagen feestvieren  beschrijven in combinatie met een serieus probleem. Herkenbare locaties zoals de Stadshal, het Europahotel, de restaurants ’t Lam Gods, Amadeus en Grade, ’t Voske, chocolatier Van Hoorebeke vormen de arena van het verhaal. Pierke Pierlala, schepen Christophe Peeters, burgemeester Termont en een handvol andere bekende Gentenaars krijgen in deze thriller een rol toebedeeld. Daniël Termont mocht vooraf het boek lezen. Zijn oordeel is een opsteker voor Belinda: ‘Een razende rollercoaster tegen de achtergrond van hét evenement van het jaar. Ideale zomerlectuur’. “Ik steek veel tijd in research. Wat ik schrijf moet juist zijn. Ik wil mijn lezers van hun sokken blazen. Ik verkies schrijven ver boven lezen. Bij ons wordt dikwijls neergekeken op talent. Wat uit het buitenland komt is niet per definitie beter, behalve de promotiemachine”. Belinda Aebi behoort duidelijk tot de schrijvende elite in ons land.

Zigeunerbloed, het nieuwste boek van Belinda Aebi, speelt zich integraal af tegen de achtergrond van de Gentse Feesten. Thema’s zijn o.a. Roma’s , Ivago, en de controverse rond de stadshal, alles overgoten met een smeuïg liefdesverhaal. Af en toe wordt er een zin of uitdrukking in het Gentse dialect neergezet om de authenticiteit te benadrukken. “Er wordt 10 dagen gedronken en gefeest. Daartussen gebeurt er iets verschrikkelijks. Op de openingsavond wordt een jong Roma meisje ontvoerd. Het wordt een zenuwslopende race door de Gentse binnenstad, met af en toe flarden feestgedruis. “Elk hoofdstuk begint met een officieel bulletin van de Feesten: het weer, het aantal bezoekers de vorige dag, het programma. Ik wil de lezer onderdompelen in de unieke sfeer van de Gentse Feesten. Het vervolg moet men zelf maar lezen hé.” Verkrijgbaar in elke boekhandel. Prijs: € 19,95.

Frans Van damme


Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie Groot Gent/Deinze, week 25/2014

 

 

dinsdag 10 juni 2014

Interview De Streekkrant: Jean Pierre VAN ROSSEM


‘Geld speelt geen rol meer in mijn leven’

GENT Jean Pierre van Rossem, de extraverte West Vlaming, heeft altijd een bijzondere band gehad met Gent. Hij weet als geen ander alles over magere en vetten jaren. Ambities, rode Ferrari’s geld, vrouwen, politiek, hij gooit het  allemaal voor ons welwillend met een grote mond op een hoopje.
Van Rossem wil afspreken om middernacht want slapen doet hij naar eigen zeggen nooit, verloren tijd. “Ik mediteer veel, daarbij worden alle zintuigen afgesloten. Dat is net hetzelfde als slapen. Geleerd in een klooster waar ik 17 jaar heb verbleven”. We spreken af in snackbar ’t Hoekje op de Kortrijksepoortstraat, blijkbaar zijn vaste stek. “Ja, ik kom hier ‘s nachts verschillende malen per week voor belegde broodjes. De sandwiches van Danny Mayonaise zijn de beste ter wereld. Daar kom ik speciaal voor naar Gent”. Van Rossem bedenkt plots dat de voordeur van zijn huis in Hoegaarden nog open staat. “Niet erg, daar gebeurt toch nooit wat”. Het idee van een inbraak bederft zijn eetlust niet. Met veel bravoure vertelt hij ondertussen zijn verhaal van vallen en opstaan.

‘Gezopen en gevochten’
“Ik ben jong van huis weggelopen, nooit een warm nest gekend, nooit een knuffel gekregen. Kwam aan de Gentse universiteit economie, later econometrie, studeren. Tussendoor gezopen en gevochten, ‘k was een echte straatvechter. Mijn 1e job was bij de Bank van Brussel. Ik plaatse internationale miljoenenleningen en kreeg als dank een Parker stylo. ‘k Heb die in een colère in 2 gebroken en naar de directeur zijn kop gesmeten. Mijn C4 lag direct klaar”. Hij begon nadien met een repetitorkantoor voor studenten. “Ik begeleide universiteitsstudenten onder het motto ’Drink rustig verder, ik sleur je er wel door’. Niet zonder fierheid mag ik stellen dat ik een slaagpercentage bereikte van meer dan 80%. Mijn anarchistisch betalingssysteem voor rijkeluiszoontjes was duur. Einde jaren ’60 vroeg ik per student 125.000 bfr. Was je arbeiderszoon dan betaalde je niets. Ik heb zelfs complete thesissen en 9 doctoraten geschreven voor serieus hoge pieten nu. Ik doe dat nog altijd. Het gangbare tarief voor een masterproef is zo’n 10.000 euro. Daarvoor krijgt men de garantie van minstens 14 op 20 of geld terug”.

‘Roken in het vliegtuig laat ik me niet verbieden
Toen kwam de tijd van het grote geld: Moneytron. “Soms verdubbelde het geld van m’n klanten. Maar elke belegger wou telkens meer, het was nooit genoeg”. Het systeem was even simpel als geniaal: iemand anders zijn geld vermeerderen en daar een percentage van claimen. Hij contacteerde de rijkste ter wereld om hun geld te investeren. Het liep fout. De beurs voorspellen bleek onmogelijk. Door manipulatie van het beurssysteem creëerde Jean Pierre een spaarpotje voor zichzelf van ruim  800 miljoen dollar. Het kon niet blijven duren, de beursmagiër viel van zijn sokkel, kreeg problemen met de fiscus en het gerecht en werd uiteindelijk veroordeeld. “Ik heb het allemaal wel gehad, het is genoeg geweest. Ik heb tijdens seksfeestjes coke gesnoven samen met de zoon van een bekende procureur. Woog als heroïneverslaafde amper 30 kilo, had elk uur het shot nodig. Ik heb geluk gehad, ben afgekickt, alle medespuiters van toen zijn dood”. Maakt geld gelukkig? “Geld speelt geen rol meer in mijn leven. Ik ben nu gelukkiger dan vroeger. Heb ik nog centen? Neen, maar dat geeft niet. Als ik morgen met mijn huurauto tegen een boom rij denk ik: ‘foert, ik heb toch goed geleefd. Maar roken, zo’n 3 pakjes per dag in plaats van 8 vroeger, laat ik me niet verbieden. Ik rook zelf in het vliegtuig, op ’t toilet. Al veel boetes gekregen maar geen enkele betaald. Als het derangeerd moeten ze maar een deur of venster open zetten”. Een gesprek met Van Rossem is precies balanceren tussen droom en werkelijkheid.



'Ik had liever kermiscoureur geworden'

Geld en liefde waren de rode draad doorheen het turbulente leven van Jean Pierre Van Rossem. “De vrouwen lagen aan mijn voeten. Niet voor m’n fysiek maar voor m’n geld en flamboyante leven. Ik hield destijds fiches bij van vrouwen waarmee ik had gerollebold, elk met hun capaciteiten. Zo kon ik kameraden helpen, zeggen wie goed was of wie het slecht deed in bed”. Van Rossem is naar eigen zeggen nochtans de meest trouwe echtgenoot, romanticus en attent in relaties. Zijn liefdesleven bestaat uit 3 eega’s. “Mijn 1e vrouw werd dood in bad gevonden met alcohol en slaappillen in haar lijf. Het werd geklasseerd als verdronken. Niets van, mijn vrouw werd vermoord. Ik weet door wie maar kan het niet bewijzen. Achter een schilderij  van Octaaf Landuyt bewaarde ik 10 miljoen Belgische franken ’t Geld was weg. Slechts 1 persoon, de zoon van een juwelier, wist ervan. Ik moet er geen tekening bij maken hé. Mijn 2e echtgenote is gaan lopen, ik heb haar verwaarloosd, werkte te hard”. Met nummer 3 zit er een haar in de boter. “De vrouw waarvan ik hield gaf vorige week een interview aan een roddelblaadje Over de inhoud van het artikel distantieer ik mij volledig. Je kan net zo goed het bestaan van de zon ontkennen”. Ooit bang geweest? “Ik ben eens ferm uit de bol gegaan en wat afgelebberd met een schoon madame. Gelukkig is dat nooit uitgekomen want ’t was het lief van bokseur Freddy De Kerpel”. Jean Pierre weet het zeker, hij zal niets meer doen wat illegaal is. “Ik ben gelouterd, heb leren relativeren. Ik heb 107 Ferrari’s gekocht, echt niet nodig om gelukkige te zijn. Allemaal schone schijn”. Hoe wil Van Rossem herinnerd worden? “Dood is dood, dan is ’t gedaan. Verassen en uitstrooien, maakt me niet uit waar. Hier en nu moeten we ons amuseren. Waar ik spijt van heb? Ik had graag kermiscoureur geworden, ‘k was zeker een goeie geweest”.

Revolutie op komst

Eeuwige rebel Van Rossem probeerde zijn oude partij R.O.S.S.E.M. nieuw leven in te blazen. In 1991 lukte het hem om verkozen te worden maar 25 mei 2014 was geen lucky day. Ontgoocheld? “. We behaalden een beschamend resultaat. Alle partijen werden gepamperd in de media maar wij werden geboycot. Je zou van minder kotsmisselijk worden. De naam ROSSEM is verbrand, heeft geen toekomst meer. Vanaf het begin was het een puinhoop. We hebben geleerd uit onze fouten”. Hij ontbindt de partij en zal in 2019 deelnemen met een nieuw initiatief: D’19. Jean Pierre maakt zich ongerust over de toekomst “Mensen zullen in opstand komen, kolossale stakingen alom. Het leger zal ingezet worden om stakers in de rug te schieten zoals destijds in Zwartberg. De revolutie is nabij, kiezers maakten foute keuzes. Met zijn allen staan klagen aan de toog, daar zijn Vlamingen goed in”.
Frans Van Damme
Dit interview werd gepubliceerd in De Streekkrant editie Groot Gent/Deinze - week 24/2014
 



zaterdag 24 mei 2014

Interview De Streekkrant: Ex. Justitieminister Tony Van Parys


‘Politici horen zichzelf veel te graag praten’

WONDELGEM Tony Van Parys (62) heeft geen heimwee naar de politiek. Het leven heeft zoveel meer te bieden. Een openhartig gesprek met een justitiedeskundige die ook nog over wat anders kan praten.
“Mijn 25 jaar in het parlement zijn boeiend geweest. Soms was de intensiteit zinderend. Af en toe waren er momenten van mateloze irritatie. Het is de zindering die blijft. Het inspireerde me tot ingrijpende politieke beslissingen vooral in de periode van de parlementaire onderzoekscommissies naar de Bende van Nijvel en over het dossier Dutroux”. Het waren de mooiste momenten uit zijn carrière. Kan een parlementslid überhaupt wel iets bereiken? “Het parlement kan meer dan men denkt. Jonge parlementsleden denken dat ze zich in een ondergeschikte positie bevinden, dat ze niet de echte macht hebben. Fout”. Onder impuls van vooral Van Parys stelde de Dutroux commissie voor alle politiediensten te fuseren tot 1 geïntegreerde politiestructuur. “De meest verafschuwde man van de wereld was ontsnapt. De witte mars was imposant. Het was hét moment om te hervormen onder zware druk van de publieke opinie. Het is de taak van de politie om ten dienste te staan van de burgers, niet van de politiek. We hebben goed werk verricht”. Als ondervoorzitter van de commissie Bende van Nijvel moet Tony toch weten wat er fout liep bij het onderzoek. “In het begin zijn veel kansen om het op te lossen verloren gegaan. De coördinatie werd verspreid over te veel arrondissementen, het ballistisch onderzoek werd onzorgvuldig uitgevoerd”. Bewust of onbewust? “Ik weet het niet. Wat ik wel zeker weet, bij die overvallen was de buit helemaal niet belangrijk, totaal niet in evenredigheid met het gebruikte geweld. Misschien wou men ons  land destabiliseren, was het een signaal naar het regime toe, een actie van bepaalde politiediensten. De verjaringstermijn van de zaak is nabij, men moet die termijn verlengen. Er zijn bij de overvallen 30 mensen om te leven gekomen, zinloos gestorven”.

Ik lees elke dag de overlijdensberichten     

Pluk de dag! “Zeker weten, elke dag, iedere minuut in het leven moet men profiteren want morgen kan het anders zijn. Sterven, daar ben ik mee bezig. Het risico wordt steeds groter. Elke dag lees ik de overlijdensberichten in de krant. Er zijn al zoveel jongere vrienden van mij gestorven, dat confronteert me met de dood. Ik wil de tijd die me nog rest goed bezig zijn. Wil een aangenaam mens blijven, geen oude zuurpruim worden”.
Hoe gaat een CD&V man om met euthanasie? “Moeilijke vraag. Is het wel nodig om actie te ondernemen om het leven te beëindigen? Er bestaan nu toch al heel wat mogelijkheden om het lijden te verzachten. Euthanasie in 1 globale wet kan niet. Hierdoor staat de deur op een kier voor misbruiken, erfeniskwestie bijvoorbeeld. Bij kinderen ligt het nog gevoeliger. Kunnen die beslissen over hun leven? Ik zeg neen maar soms kan ik er begrip voor opbrengen. We mogen niet lichtzinnig handelen, nooit zwart/wit denken”. De politieke interesse gaat bij de mensen in dalende lijn. Heeft Van Parys een remedie? “Sommigen hebben een negatief politiek beeld, staan afkerig tegen teveel macht. Men heeft de indruk dat de besluitvorming boven de hoofden van de kiezers wordt bedisseld. Politici horen zichzelf veel te graag praten. Nochtans is luisteren naar mensen een belangrijke opdracht”. Met wat kan men Van Parys een plezier doen? “Met een overwinning van AA Gent, waarvan ik al 50 jaar een hevig supporter ben. In goede en slechte tijden. Ga naar alle thuismatchen kijken, leef me helemaal uit in de ambiance die in het stadion heerst. Daarom zit ik nooit in de loges maar altijd tussen de supporters. Als de Buffalo’s verliezen ben ik echt kwaad en als ze winnen geraak ik niet naar huis. 
 
Liever een gezellig café dan een chique restaurant
Tony Van Parys heeft een vlekkeloos parcours achter de rug. “Integriteit is voor mij het hoogste goed. In een gevoelig dossier werd ik ooit benaderd met de dringende vraag niet te ver te gaan, kreeg regelrechte doodsbedreigingen en heb aangifte gedaan”. Hij heeft niet veel nodig om gelukkig te zijn. “Ik wrijf me in beide handjes met een vrouw zoals de mijne. We hebben een hechte band. Elkaar ruimte geven zonder vreemd te gaan is ons geheim. Tijdens mijn carrière was ik dikwijls het huis uit, heb mijn kinderen te weinig gezien. Dat wordt nu gecompenseerd door mijn 4 kleinkinderen te adoreren. Als vader was ik streng maar rechtvaardig. Familiale waarden zijn als zuurstof”. Wat zijn de geneugtes van het leven?  “Moeder was een brouwersdochter, van brouwerij Neyt. Vandaar mijn voorliefde voor een goed glas bier? Zo’n bitter hopbier gaat er altijd vlot in. Met een Orval ben ik te verleiden. Liever met vrienden een pintje drinken in een gezellig café dan naar een chique restaurant. Bourgondiër ja, maar de nieuwe gastronomie kan me niet bekoren. Ik ga voor de echte, (h)eerlijke en eenvoudige  keuken van bij ons, zoals het vroeger was”. Wondelgem, daar heeft Tony zijn hart verloren. Zijn paradijs: De Hoeve Lootens. De hoeve werd gepacht door de familie Lootens die het erf beschikbaar stelde als centrum van het sociaal en cultureel leven. De eigenares overleed en de erfgenamen besloten om de hoeve te verkopen. “We hebben een coöperatieve vennootschap opgericht en haalden in 3 maanden 450.000 euro op. Fantastisch toch, zoveel samenhorigheid. Het is mijn droom de hoeve uit te bouwen met een restaurant, klein theater en expositieruimtes”. Tony nodigt iedereen uit om op 14 juni vanaf 15 u. langs te komen in het staminee aldaar. “Als steun voor het initiatief. Want de Hoeve Lootens wil het verleden koesteren en de toekomst verzekeren”.

 
Tony Van Parys, jurist en criminoloog van opleiding, zetelde van 1985 tot 2007 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en was ruim een jaar minister van Justitie (1998-1999) nadat Stefaan De Clerck ontslag nam voor de ontsnapping van Marc Dutroux. Van Parys, lid van de Senaat van 2007 tot 2010 en voorzitter van het college van quaestoren in het bureau van de Senaat stelde zich bij de verkiezingen van 2010 geen kandidaat meer. “Ik wou plaats maken voor een jonge en nieuwe generatie. Wel verder actief blijven maar minder in de kijker lopen en meer werken vanuit inhoud is nu mijn prioriteit’. Omdat zijn benoeming tot lid van de Hoge Raad voor Justitie niet verenigbaar was met een politiek mandaat nam hij in 2012 ontslag als lid van de Gentse gemeenteraad waar hij sinds 1982 deel van uitmaakte. “Maar wees gerust, het vuur in mij is nog steeds niet geblust”.
Frans Van Damme
Dit interview verscheen in De Streekkrant, editie Gent/Deinze -week 22/2014
 

zondag 18 mei 2014

Interview De Streekkrant: FREDDY DE KERPEL

                             “Met geduld bereik je nooit een doel”

GENT Topsporter, mediafiguur en vrouwenkenner Freddy De Kerpel slaagde er in als Belgische profbokser  tot de top tien van de wereld door te dringen. Leven om te winnen is zijn slogan. Op de vooravond van zijn vertrek naar Brazilië nog vlug een verbale tweekamp met De Streekkrant .
Freddy  volgde trouw zijn vriendin naar het zonnige Rio maar hijzelf zo’n 6 maanden per jaar verblijft. “Fernande heeft in Sao Paulo een topbaan en fungeert er als tussenpersoon voor een Belgisch filiaal van een West-Vlaamse machinebouwer. Het is heel tof dat ze zelfstandig door het leven gaat”. Brazilië mag dan wel het meest fantastische land ter wereld zijn volgens De Kerpel, toch wil hij af en toe terugkomen naar Gent. “Ik hou van verandering en wil in Gent mijn vrienden regelmatig terugzien. Voel me overal thuis, zowel hier in het chique Sandton  Reylof Hotel als in de favelas van Brazilië. Zelfs helemaal alleen voel ik me nooit eenzaam. Mussen vliegen in groep, een arend vliegt alleen”. Freddy heeft echt niet veel nodig om gelukkig te zijn, altijd zo geweest. “Ik leef sober, tijdens mijn actieve bokscarrière zoals een pater. Nooit gerookt, geen drank, geen drugs, het zegt me allemaal niets. In het bokscircuit is doping niet aan de orde, er wordt weinig over gesproken. Het heeft trouwens weinig zin en de kans om betrapt te worden is groot. Er zijn meer nadelen dan voordelen”. Boksers hebben soms wel eens de kwalijke reputatie van vechtersbazen en poenpakkers te zijn. “Overwinningen, succes, publiek, geld: dat is de roes. Ik ben van nature lui maar de sport heeft mij discipline bijgebracht. Laat je niets wijsmaken, geen enkele bokser is agressief. Ja, op school was De Kerpel een echte straatvechter. In de boksring is dat anders, daar strijden bokseurs voor de overwinning. Als de laatste gongslag heeft geslagen vallen we in elkaars armen. Men noemt me zelfs de gentlemen bokser”.

 ‘Hoe meer homo’s hoe beter voor de boksers’
Goede en slechte eigenschappen heeft ieder mens, dat is net zo bij kampioenen. “Er is meer nodig dan enkel talent. Een gezonde portie geldingsdrang is even onontbeerlijk. Mocht Eddy Merckx destijds op zondag enkel gaan fietsen zijn met de kameraden was hij nooit de wielerkannibaal geworden. Ambitie is de sleutel tot het succes. Iedereen wil wat betekenen in het leven, dat is het belangrijkste instinct van een mens. Je moet realistisch zijn natuurlijk, beseffen dat je niet zomaar een goede topsporter kan worden. Dat vraagt tijd. Niets voor niets in het leven. Voortdurend moet je ongeduldig zijn, elke dag vloeken omdat het nog niet zover is, afzien van ’s morgens tot ’s avonds. Mensen met geduld bereiken nooit hun doel”.

‘Geen enkele man heeft ooit een vrouw veroverd’
Van Freddy, als notoir vrouwenkenner, daar kan een mens wat van leren. ''Ik neem aan dat slechte seks wel bestaat maar ‘k weet het niet zeker'. Men moet de natuur zijn gang laten gaan. Geen enkele man heeft ooit een vrouw veroverd. Het zijn de vrouwen die kiezen. Verlies geen tijd als een vrouw je niet wil. Zoek een andere. Gegarandeerd kom je nog veel meer vrouwen tegen die veel schoner zijn en die je wel kan krijgen. Ik zie graag homo’s. Hoe meer homo’s, hoe meer vrouwen er overblijven voor de boksers” (lacht).
Hier zit dus een gelukkig man. “Wees maar gerust. Mijn jeugd is voorbij, spijtig maar ‘k zou toch eigenlijk niet jonger willen zijn. Het leven is vallen en opstaan. Sport gaf me plezier en evenveel ontgoochelingen, net zoals de vrouwen. Altijd de schoonste meisjes gehad, mijn goesting gedaan en een schitterende bokscarrière, dat is subliem. Maar is heb niets voor niets gekregen, altijd hard voor gevochten, letterlijk en figuurlijk. Wie wil leven zoals ik heeft één kans op de duizend om te slagen. Het is me gelukt, voor mij is ’t alle dagen zondag”.

‘Iedereen verliest wel eens in het leven’

Is boksen wel gezond, levert het schade op aan lijf en leden? “Niet iedereen is gemaakt om bokser te worden. Ik kom boksers uit mijn tijd wel eens tegen maar niemand ziet er ongezond of slecht uit, niet afgetakeld of zot, hooguit praten ze met een dubbele tong. Maar het bestaat wel, zelfs in België, boksers die onnozel zijn geslagen in de ring. Vóór 1960 was boksen minder gereglementeerd. Dat betekent dat er toen meer ongevallen waren. Beter 1 kamp te weinig boksen dan 1 kamp teveel is mijn devies. Ik ben op m’n 29 jaar gestopt. Als je 40 jaar bent moet je geen comeback meer maken, dat is pas schadelijk. Je zou eens moeten weten hoeveel gasten zich laten halfdood slaan voor een broek en een vest als prijs”. Tussen winnen en verliezen is een groot verschil. “Om met boksen geld te verdienen moet je een lange carrière achter de rug hebben. Pas dan kan je in 1 match het grote geld verdienen. Elke bokser heeft schrik, wie zich kwaad maakt is een domme bokser. Kalm blijven is de halve overwinning. Verliezen behoort bij het winnen, iedereen verliest wel eens in het leven, dat is menselijk”’. Zelf is De Kerpel nooit naar de Olympische Spelen geweest: “In ’72 had ik naar de Spelen kunnen gaan maar ging toen bij het leger en ben daarna prof geworden”. De Kerpel heeft  aan die tijd niet zo’n goede herinneringen. “Het leger, de schoonste tijd van mijn leven, hoor ik soms. Wat voor dwaze kloten zijn me dat die zoiets durven zeggen. De rotste tijd ja. Wat voor een triestig leven moeten die gasten hebben die zo geromantiseerd aan het leger terugdenken”.  Na zijn profcarrière legde hij zich toe op het begeleiden van andere boksers. Maar dat is allemaal voorbij, hij wil vrij zijn, geen verplichtingen meer. Ooit politieke ambities gehad? “Nooit zou ik op een lijst willen staan. Dat is enkel goed voor diegenen die niet weten van welk hout pijlen maken”.

Boksen in ’t geniep

Geef toe, Freddy De Kerpel heeft ondanks zijn leeftijd (66) nog altijd een goddelijk figuur. “Ik heb me altijd gesoigneerd. De juiste combinatie van kracht- en conditietraining, slechte eetgewoontes aanpakken en jezelf een gezond eetpatroon aanmeten zonder je alles te ontzeggen is mijn geheim. Ik heb daar zelfs een boek over geschreven”. Maar Freddy heeft meer goede raad. “Nooit jaloers zijn in een relatie. Ik heb al mijn relaties zelf uitgemaakt, daar had ik nooit spijt van. In een perfecte verhouding moet men elkaar vertrouwen. Maar een vrouw die schoonheid uitstraalt, karakter heeft en slim is heeft bij mij een streepje voor”.  Wil je aan iemand iets opbiechten? “Ja, aan mijn overleden vader die stierf toen ik 17 jaar was. Ik mocht niet boksen van pa maar deed het toch. In ’t geniep, hij heeft het nooit geweten. Maar hij zal nu wel fier zijn op mij”.
Frans Van Damme
 
Dit interview werd gepubliceerd in De Streekkrant - editie Gent & rand - weel 21/2014
 
 
 


 

zondag 11 mei 2014

De Streekkrant: interview met Luk De Bruyker 'Pierke Pierlala'


 

“Het is knokken om op eigen benen te staan”
GENT Luc De Bruyker (60) is een veelzijdig talent. Naar zijn column in De Streekkrant wordt telkens door vriend en vijand uitgekeken. Als stille aanloop naar de Gentse Feesten, deze week alvast een overdosis Pierke Pierlala.

Luk is veel meer dan simpelweg poppenspeler. Figurentheater is zijn lust en leven, altijd geweest. “Ik kom uit een volksbuurt, de Brugse Poort. Mijn vader speelde poppentheater. Op mijn 8e was ik al bezig met stangpoppetjes in mijn eigen theatertje op zolder. Als ik goeie punten had op school kreeg ik er een poppetje bij”. In Gent had je toen heel wat poppentheaters met Pierke in de hoofdrol. Bij het meer artistieke marionettentheater Nele begon ik op mijn12e mee te spelen. ’t Is te zeggen, de gordijnen open en toe doen. Ook een verantwoordelijke functie hé. Een mens moet dikwijls onderaan de carrièreladder beginnen, niets gaat vanzelf”. Van het een kwam het ander. Vanaf zijn 17e liep hij stage in draadpoppentheaters in Londen, München en Salzburg. Niet veel later ging Luk met enkele gelijkgestemde zielen van start met Theater Taptoe. “Een van mijn eerste toeschouwers was Jan Hoet, toen leraar op Sint-Amandus. Hij probeerde mijn hoofd op hol te brengen. Hij vond mijn decors veel te naturalistisch en zei dat ik ze suggestiever moest schilderen. Op mijn zestiende speelde ik al zo'n 130 voorstellingen per jaar”.
‘Een politicus die ik niet op de korrel neem heeft een imagoprobleem’

Is Pierke Pierlala, de figuur waarmee Luk vereenzelvigd wordt, een nevenproject? “Mijn vader was een Pierkespeler, als amateur. Dus ik deed tot mijn 12e jaar als goede zoon hetzelfde . Op dat moment had je in Gent wel 9 Pierkes. Het was niet meteen mijn ding, trop te teveel, ’t was allemaal te braaf. In die eerste jaren van Taptoe was er van Pierke nog geen sprake. Het idee groeide om in de schoot van Theater Taptoe met politieke satire te beginnen en zo zag Pierke Pierlala het levenslicht. Het was onze bedoeling een onderscheid te maken. Bij ons geen Pierke die voor kinderen in een verhaal terechtkomt. Ons ventje zou voor grote mensen eerder de politieke, anarchistische toer opgaan”. Pierke Pierlala als de Uilenspiegel, de Don Quichot van Gent? “Wie als politicus nooit door Pierke Pierlala op de korrel wordt genomen heeft een serieus imagoprobleem”. De Bruykers geesteskind was Theater Taptoe. “Wij kozen heel bewust om ook naar het buitenland te trekken. Vlaanderen betekende niets op het gebied van figurentheater. We werden een vaste waarde in het circuit en maakten heel wat woordloos theater omdat het reizen te vereenvoudigden”. Taptoe werd 3 keer ambassadeur van Vlaanderen en was op een bepaald moment het best gesubsidieerde gezelschap. Ongelooflijk en toch waar, na 42 jaar moest Luk zijn levenswerk stopzetten, Taptoe deed noodgedwongen de deuren toe. De Vlaamse overheid  draaide de geldkraan dicht. De commotie was enorm. “Het was een verkeerde beslissing om onze subsidies af te pakken. Niemand begreep hoe zo iets kon gebeuren. Ik ben bijzonder blij dat ik hard gevochten heb voor het erfgoed van Taptoe en dat ik er nog een afscheidsvoorstelling mee maakte. Dankzij erfgoedsubsidie kon het sociaal passief afgelost worden en is de vzw schuldenvrij”. De Bruyker had plots geen inkomen meer. “Poppenspel zal altijd in mijn leven zijn, zonder poppen geen Luk. Het geeft me een enorme voldoening. Men kan me alles afpakken maar nooit mijn poppen. Maar het is hard knokken om op eigen benen nieuwe producties op te zetten. Nu schrijf ik meer dan vroeger, doe wat presentatiewerk, geef voorstellingen. Wees gerust, ik ben niet aan het verhongeren zoals je kan zien aan mijn ronde vormen” Soms eenzaam Luk? “Een leven is nooit eenzaam als je weet dat er iemand is waar je kan tegen leunen”.
Wie niet kan slapen moet maar oordopjes gebruiken

Luk De Bruyker was, althans naar eigen zeggen, op school en braaf ventje. “Nooit gerevolteerd maar had toch al vlug een groot rechtvaardigheidsgevoel”. Hij is een tedere anarchist. Met kromme sprongen is men bij hem aan het verkeerde adres. “Recht in het gezicht zeggen wat je denkt, niet achter de rug. Ik ben een man van de dialoog, zeker niet haatdragend”. Toen Theater Taptoe ophield te bestaan ging Luk psychisch door de hel. “We hadden het enigszins zien aankomen maar het was een onrechtvaardige beslissing die me erg kwaad maakte. Er kwamen donkere maanden vol slapeloze nachten. Ik ging door een rouwproces, had zwarte gedachten, maakte me zorgen. Niet zozeer om mezelf maar voor mijn 7 medewerkers die op straat stonden zonder inkomen. Van weemoed ben ik toen een tijdje naar Venetië vertrokken. Mijn favoriete bestemming, de bakermat van de Italiaanse commedia dell’arte. De stad van de Canal Grande en de gondeliers heb ik in mijn hart gesloten”. Tevreden met de Gentse Feesten? “Men moet meer inzetten op het volkse, Gentse karakter. Eddy Wally afficheren is geen verdienste, geen enkele grote naam biedt een meerwaarde. Een groter cultureel imago, daarvoor zijn niet meer centen nodig. Laat alle acteurs en gezelschappen nu eens niet in congé gaan tijdens de Gentse feesten. Laat iedereen spelen in eigen stad. Wie wel met vakantie mag vertrekken zijn alle mensen die klagen dat ze niet kunnen slapen. Dat ze oordopjes gebruiken!”. Over hoe de ideale wereld er moet uitzien hoeft Luk niet na te denken. “Een verdraagzame samenleving met veel liefde voor elkaar, zonder macht, zonder haat. Weg met de verzuring. Waar welvaart beter verdeeld zou worden en waar men zorg draagt voor onze aardbol”. Om te ontspannen gaat hij elke avond op café. “Sommigen noemen het een slechte gewoonte” lacht Luk. Geen Luk Debruyker zonder een gezonde portie humor.

Nen Turkenkaba

“Natuurlijk ben ik ijdel, alle artiesten zijn dat. Wie zegt dat het niet waar is liegt. Maar politici zijn het meest ijdele ras dat er rondloopt”. De Bruyker neemt geen blad voor de mond. Dat is ook zo in zijn nieuwste productie ‘Nen Turkenkaba’. Dankzij de verhalen die Tina De Gendt optekende in haar boek ‘Turkije aan de Leie’ ontstond een boeiend actueel muziektheaterstuk. Een productie vol verhalen, geschiedenis, humor en ontroering. Op een speelse manier komt het publiek te weten waarom Turken naar Vlaanderen kwamen, wat was en is de houding van de Belgische regering, hoe verliep de integratie, wie waren ‘de avonturiers uit Emirdag’. Een mooi gezelschap van Turkse en Vlaamse musici zorgen tijdens elke vertoning voor een klank- en sfeerdecor met traditionele en hedendaags composities.
Première in de Minardschouwburg op 28 mei (20 u.). Reservatie:  09/267.28.28 (di.-vr. 12-18u.).

(Frans Van Damme)


Dit artikel verscheen in De Streekkrant editie Gent & rand - week 2/2014