maandag 24 februari 2014

Interview met 'In Vlaamse Velden' componist JEF NEVE


‘Ik heb veel noten op mijn zang’

 

SINT MARTENS LATEM  De muziek van jazzpianist en componist Jef Neve ondersteunen de beelden van de 10-delige fictiereeks ‘In Vlaamse Velden’. Zelden klonk muziek zo helder en tegelijk verontrustend. Een gesprek met Neve voelt als een warm bad.

De muziek bij de televisiereeks beslaat een rijk palet van spannende filmmuziek tot heel ingetogen fragmenten. “Componeren vraagt structuur en planning. Ik wou muziek schrijven voor instrumenten waar mensen in die tijd vertrouwd mee waren" verduidelijkt Jef Neve. "Zoals fanfare instrumenten. Of een piano, rijke families hadden dat thuis”. Voor de oorlogsscènes deed hij beroep op een groot symfonisch orkest. “Ik heb een requiem van Mozart noot per noot bestudeerd om nadien voor het slotoffensief van de serie een eigen requiem te componeren”. Alhoewel hij kan terugblikken op een heel oeuvre, dat zowel jazz als klassiek bestrijkt, was ‘In Vlaamse Velden’ een huzarenstukje van vakmanschap. “Ik ben enorm geïnteresseerd in geschiedenis en heb me vooraf goed gedocumenteerd over de grote oorlog. Ik heb altijd de neiging om teveel noten te schrijven. Voor In Vlaamse Velden beperkte ik me tot de essentie. Niet eenvoudig voor iemand die veel noten op z’n zang heeft (lacht). Dit is het strafste wat ik ooit heb gedaan. Muziek maken is ook een vorm van topsport”
'Ik geef mezelf niet graag bloot’

Het is niet evident om als jazzmuzikant BV te worden. Het is Jef moeiteloos gelukt. “Jetset feestjes zijn nochtans niet aan mij besteed. Ik ga liever een avondje met vrienden op café. Ik ben een sociaal iemand wat niet wil zeggen dat ik met iedereen zomaar pinten ga pakken Ja, een hevige levensstijl ligt me wel, eens flink doorzakken mag best. Ik ben nu eenmaal niet het prototype van een mens met een gezonde levensstijl. Alhoewel, ik tennis, joggen en speel badminton, zo’n 4 tot 5 maal per week”. Een gezonde geest in een gezond lichaam. “Helaas, het lukt me niet om te stoppen met roken, ga elke dag te laat slapen en hou van Bourgondische geneugtes”. Ideaal moment om te polsen naar het liederlijke leven van Neve. “Ik geef mezelf niet graag bloot. Aan journalisten bedoel ik (lacht). Hou nogal van privacy. Een mens moet niet alles voor iedereen te grabbel gooien”. Enig aandringen helpt. “Op m’n 13e jaar was mijn liefde groot voor Wendy, kalverliefde. Mijn voorkeur ging uiteindelijk uit naar mannen. De ideale man bestaat niet!  Men zegt soms dat schoonheid van binnen belangrijker is dan schoonheid van buiten. Doe voor mij toch maar de 2. In een relatie moeten mensen elkaar leren kennen en appreciëren, dat is de uitdaging. Elk koppel moet z’n eigen verhaal schrijven”. Vroeger werd Jef nogal snel verliefd maar reeds 5 jaar deelt hij oprecht lief en leed met Stefaan. “Mocht m’n vriend ooit eens vreemd gaan dan zal dat wel niet de meest romantische avond van onze relatie zijn. Maar mensen mogen fouten maken, we zijn geen robots. Leugens of bedrog, beloftes niet nakomen of mij iets wijs maken, daar word ik pas echt kwaad van. Zo’n mensen laat ik vallen als een baksteen”. Neve begeleidde einde jaren ’90 de boysband Get Ready. Daarvoor moet een serieuze muzikant wel erg hopeloos zijn. Neve grijnst: “Mijn boysbandverleden, dat was pure fun, hoef ik me niet voor te schamen. Eén optreden leverde dubbel zoveel op dan wat ik maandelijks kon bijeenharken door muziekles te geven. Trouwens, ik ben een optimist, geen doemdenker, haat hokjesdenken, cynisme en sarcasme want daarvan wordt de wereld niet beter. Geluk zit niet altijd in wat we voorgeschoteld krijgen maar in het besef dat het er kan zijn. Mijn muziek straalt hoop uit. Hoop is het beste middel tegen cynisme”. Wat rondbellen in de muziekwereld leert ons dat iedereen dezelfde mening heeft: Jef Neve is synoniem voor wereldklasse.
De liefde bracht me naar Gent’
Als kind had Jef een zorgeloze jeugd, gefascineerd door muziek. “Toen ik 4 jaar was vroeg ik aan moeder of ze me wou leren piano spelen. Hup, de kleine Jef op haar schoot en m’n eerste pianolessen begonnen. Ik wou en mocht naar de muziekschool. Als klein manneke droomde ik de tweelingbroer van Mozart te zijn. Leuk toch. De piano is ondertussen het verlengstuk van mijn leven geworden”. Als Kempenzoon studeerde hij in Leuven, verkaste nadien naar Brussel, heeft nu z’n werkplek in Sint Martens Latem en woont in Gent. “Met volle goeste. De liefde bracht mij naar Gent, hier woont veel schoon volk. Een stad met karakter en een toffe mentaliteit. Gentenaars zijn een stukje eigenzinnig en sociaal geëngageerd  Als ik weken, soms maanden, de wereld heb rondgereisd, voelt het hier echt aan als thuiskomen”. Jef kan wegdromen als hij denkt aan de schoonheid van vroeger. Nostalgie schrijft hij met hoofdletters. “Ik ben bang van een mensenmassa. Hoe mijn ideale wereld er uitziet? Een planeet waar niemand honger heeft, waar men apprecieert  dat iedereen gelijk is. Een wereld zonder onheil. Heel wat van mijn nummers zijn geïnspireerd door rampzalige gebeurtenissen. Het klinkt misschien raar maar een ramp zoals het busongeval in Sierre, het Pukkelpopdrama, de Arabische Lente, de kernramp in Japan, een ramp brengt dikwijls mensen dichter bij elkaar”. Neve is geen handige Harry, als nieuwe man een ramp. “Ik breng huishoudelijke taken en klusjes nooit tot een goed einde. Gelukkig is mijn werkvrouw nooit veraf”. Muziek is als een taal, je moet het leren spreken. Dat weet Jef maar al te goed. “Het enige waar ik spijt van heb ? Ik kan niet zingen! Wat heb ik toch bewondering voor Elton John, hij kan het allemaal. Toch ben ik een gelukkige vent van Gent”. Tot slot nog een straffe quote Jef? “Graag! Seks wordt beter met de jaren, dat weet ik zeker”.
Jaguar ambassadeur
Jazz is één van de vele liefdes van Jef Neve. Hij is jazzpianist en componist maar ook ambassadeur van het prestigieuze automerk Jaguar. Een samenwerking die hijzelf spontaan en kleinschalig noemt. Hij kreeg een berline gedurende een half jaar in bruikleen. De auto beviel zo goed dat hij nadien besloot deze over te kopen. “Ik bol meer dan 50.000 km. per jaar dus een comfortabele wagen met enige sportiviteit is geen overbodige luxe. De passie voor auto’s, die eigenlijk beperkt is gebleven tot een hobby, begon als kind met een collectie autootjes van matchbox en wat posters aan de muur. In mijn studententijd kocht ik met evenveel plezier occasies. Als ambassadeur mag ik met een Jaguar oldtimer deelnemen aan rally’s. Mijn absolute droom is een Aston Martin, zo’n James Bond model. Bij voorkeur in een kostuum van Scabal, een sponsor”. Jef heeft blijkbaar een neus voor zaken doen.
(FRVD)
Dit artikel verscheen in De Streekkrant, editie Gent & rand - week 09/2014




maandag 17 februari 2014

Sterrenchef DANNY HORSEELE van restaurant Ghelamco Arena: "Amateurkoks koken dikwijls beter dan sommige koks in een restaurant" !


Danny Horseele:
                         ‘Het is een mirakel dat ik nog leef’

GENT Een restaurant met een Michelin ster in een voetbalstadion, het is een unieke combinatie van AA-Gent en Danny Horseele. Beiden kunnen rekenen op een schare trouwe supporters. We mochten niet proeven maar uitzonderlijk wel meekijken in de potten van de sterrenchef.

In een trendy open ruimte met zicht op de grasmat worden fijnproevers, voor wie het Bourgondische leven gerust een euro meer mag kosten, op hun wenken bediend om te genieten er van een culinair orgasme. Horseele is en blijft, ondanks de vele tegenslagen, een vaste waarde in gastronomisch Vlaanderen.

Danny roerde 30 jaar lang in de potten van restaurant ’t Molentje in Zeebrugge waarna hij restaurant Danny Horseele opende in Dudzele. Ondanks zijn superieure ambities in de keuken moest hij de culinaire tempels sluiten. “In beide restaurants stroomden lekkerbekken van heinde en verre toe. Ze kregen waar voor hun geld, betaalden met de glimlach een flinke rekening en gingen tevreden naar huis. Helaas, mijn zakelijk talent was niet zo bijzonder groot. Ik zag me genoodzaakt de boeken neer te leggen. Dat komt hard aan. Het was vooral erg voor mijn familie en medewerkers die zich jarenlang uit de naad werkten en het beste van zichzelf hadden gegeven. Ik was ontgoocheld maar lag er niet wakker van. Het leven gaat verder. Elke tegenslag maakt een mens sterker”. Een kunstenaar verliest wel eens het businessplan uit het oog. Alles wat blinkt is geen goud. Geluk en succes zijn soms erg breekbaar.

6 operaties in 3 jaar

Alsof dat nog niet voldoende was begon hij te sukkelen met de gezondheid. “Zakelijke miserie samen met gezondheidsproblemen, dat is wel heel dikke pech hebben. Een toprestaurant runnen ís roofbouw plegen op je lichaam. Ik had een chronische ontsteking aan de darm, was Crohn patiënt, kreeg een maag- en darmperforatie en werd geopereerd voor een niertumor. Zes operaties in negen jaar wens ik niemand toe. Hierboven ziet men me blijkbaar graag. Alles is nu gestabiliseerd  en onder controle. Ik heb nooit gedacht aan doodgaan maar het is een mirakel dat ik nog leef”.

Er kwam een kantelmoment. Drie maand na de opening van het restaurant in de Ghelamco Arena kon Horseele terug een Michelinster binnenhalen. “Mijn geheim? Gedrevenheid, positief denken, met veel plezier en graag werken! Met ouder worden ben ik vlugger fysiek moe maar niet mentaal. Ik kan nu meer dan vroeger. Er is werk genoeg, men moet het gewoon willen zien. Dat mensen iets doen tegen hun zin, niet aan de slag of lui zijn, het is onvoorstelbaar”. Fierheid en erkenning brengen soulaas in het leven van een topkok.

Men verklaarde me zot

Danny Horseele durft culinaire grenzen te verleggen. “In mijn wilde jaren verklaarde men mij zot. Aardbeien met vis, fois gras met chocolade waren toen extreme combinaties. Ik denk nu: Eddy, je was eigenlijk een voorloper maar de tijd was er niet rijp voor. Wat toen niet kon kan nu wel”.  De gerechten in het restaurant van de Ghelamco Arena zijn speels, licht, modern, met aandacht voor garnituren. De herkenbaarheid van wat op het bord komt primeert. Men staat open voor Oosterse en Mediterrane invloeden. “In de keuken begint alles met de kwaliteit en versheid van producten. Ik heb nu 1 Michelinster maar de naam Horseele staat voor 2 sterren! We werken eraan”. Loont het allemaal de moeite? “Ik heb het ooit eens uitgerekend. Alle kosten verrekend werkte ik me toen kapot voor 6 euro per uur. Koken, ’t is waarschijnlijk een roeping.

Bij Horseele, altijd een flamboyante en impressionante verschijning geweest. is de signatuur van de meester duidelijk merkbaar. Hij gaat voor goud, zijn naam wordt in de culinaire wereld met hoofdletters geschreven. De strijdvaardig chef staat nu meer dan ooit op scherp. Kon hetzelfde maar gezegd worden van AA-Gent.

Ik ben supporter van Club Brugge
Danny Horseele is een kind van de zee. “Waarschijnlijk gemaakt in de duinen en geboren op het strand. (lacht). Als jonge gast kon ik aan boord van de Holland America lijn. Het mocht niet van thuis. Mijn hart bloed als ik er aan denk”. Hij pendelt dagelijks tussen Knokke en Gent. “Ik mag dan wel aangespoeld zijn in Gent, elke dag moet ik toch de zee zien. Kijken naar water is rustgevend. Maar als stad heb ik Gent lief. Elke week zijn hier nieuwe, fijne, leuke dingen te ontdekken. Wat een verschil met Brugge. Vooral de laatste jaren heeft Gent de grandeur van een echt grote stad. Geloof me vrij, al wat ik zeg komt recht uit het hart. Mijn vrouw is nog begeesterd van Gent. Ik denk dat ze verliefder is op Gent dan op mij”. (lacht). Er komt een bekentenis die menig AAGent supportershart zal pijn doen: “Ik ben een fervent supporter van Club Brugge, heb er sinds mensenheugenis een abonnement. Maar Gantoise kan wel ten volle op mijn sympathie rekenen”.
Kookboeken van televisiekoks verkopen als zoete broodjes. Zijn kookprogramma’s een zegen of een vloek? Horseele wil niet meedoen aan deze hype. “Een vergiftigd geschenk. Televisie maakt of kraakt iemand”. Kan geen enkele TV-kok dan op enig begrip van de sterrenchef rekenen? “Jeroen Meus is een uitzondering. Hij heeft een low profile, staat met beide voetjes op de grond. Praat voor iedereen verstaanbaar, kookt lekkere en eenvoudige gerechten die zelfs mij kunnen bekoren. Hij is de enige die zich op termijn zal handhaven. Ik mag dan wel ijdel zijn, overexposure is nergens goed voor. Ik zal mijn naam nooit lenen aan potten en pannen, keukens en boter. Dat heeft op termijn enkel een negatief effect”.
Met kookworkshops en pop-up restaurant van sterrenchefs heeft Horseele het nogal moeilijk: “Amateurkoks koken dikwijls beter dan sommige koks in een restaurant”!

Een woord is een woord
Danny Horseele kreeg diverse voorstellen om terug aan de slag te gaan na z’n miserie. “Men vroeg me om elke dag voor 12 passagiers te koken aan boord van een Belgisch privé yacht in de Caraïben. Maar ik had mijn woord gegeven aan AAGent voorzitter De Witte. Een woord is voor mij heilig. Een goede beslissing, ik voel me hier goed in m’n vel”.
Danny Horseele heeft de leiding van het Ghelamco Arena restaurant. Het financiële management is in handen van Michel Louwagie. De tijden dat voetbal enkel en alleen een volkse aangelegenheid was zijn duidelijk al lang voorbij. Zakelijke dimensies van sport spelen een belangrijke rol in het ganse gebeuren.
De uitbating van restaurant Horseele betekent voor AA Gent een jaarlijks kostenplaatje van 1 miljoen euro. Na 3 jaar wil men er break-even draaien.
Bovendien komt er een viersterrenhotel in de directe omgeving van het stadion.
(FRVD)
Dit interview verscheen in De Streekkrant - editie Gent & Rand - week  08/2013





 

woensdag 5 februari 2014

Interview acteur JURGEN DELNAET


‘Van mijn blote kont ligt niemand wakker’

 

De naam Jurgen Delnaet (42) klinkt niet zo bekend in de oren. Nochtans is hij als acteur en theatermaker niet de eerste de beste. Johnny, de vurige truckchauffeur in de film Aanrijding in Moscou doet waarschijnlijk wél een belletje rinkelen. Zowat 6 jaar na de film tijd voor een pittige babbel.

 

Twijfelen aan de kwaliteit en het succes van Vlaamse films doen we al lang niet meer. Jurgen heeft daar ongetwijfeld een niet onaardige bijdrage toe geleverd.

Hij plaatste zich definitief als filmacteur op de kaart met zijn vertolking in de veelgelauwerde langspeelfilm Aanrijding in Moscou. “Mijn 1e echt grote filmrol. De producent wou acteurs die het Gents machtig waren. Ik werd gecast en goed bevonden. Weet je, als kind was de Minardschouwburg één van mijn favoriete plekjes. Met m’n grootouders, later met pa en ma naar Romain Deconinck gaan kijken, dat was een onvergetelijke belevenis. De foyer waar een bordje hing waarop stond dat iets warm drinken tijdens de pauze niet mogelijk was, zoiets vergeet men toch nooit. Ik ging volledig op in het stuk, begreep niet alles maar kon er wel ferm mee lachen. Het voelde aan alsof de zaal helemaal leeg was en men alleen voor mij toneel speelde”. Taal is voor Jurgen belangrijk. “Ik ben erg taalgevoelig maar kijk niet neer op dialect. Taal is alles, daaruit ontstaan banden, misverstanden, discussies en nog veel meer. Gepast spreken, hoe verwoord men exact wat wordt bedoeld of hoe zwijgt men op de juiste manier. Je wordt wat je zegt. Woorden kunnen iemand doen moorden”.

 

Hij kreeg les van Dora van der groen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Delnaet als theatermaker een getalenteerde perfectionist is. “Mensen raken, dat is de grootste genoegdoening. Volle bak of 10 mensen in de zaal, het maakt niets uit. Als ik op een podium sta moet het goed zijn, daarvoor heeft het publiek betaald. Na de voorstelling van een toeschouwer een merci krijgen, dat doet me oprecht deugd”. Het moeilijkste moment in z’n leven? Jurgen denkt lang na maar kan niets bedenken. Maakt hij zich ergens zorgen over? “Ja, over het milieu, de wereld waarin mijn kinderen zullen leven. Dat heeft misschien te maken met mijn donker kantje: een duiveltje in mij zegt dat alles slecht is. De ongevoeligheid, onverschilligheid van mensen raakt me. Iedereen gooit alles op het internet zonder rekening te houden met anderen. Mensen nemen toch zoveel plaats in, er wordt te veel en te vlug gereageerd”. Delnaet is naar eigen zeggen emotioneel, kan best relativeren, romantisch, kritisch, nooit vlug tevreden en altijd op zoek. “En altijd gestresseerd voor een première, dan moet men mij gerust laten. Alhoewel het fijn aanvoelt op straat herkend te worden. Enige gezonde jaloezie is nodig maar met wrok en frustraties komt men geen stap verder. Het loont nooit de moeite boel te maken”.

 

Alert blijven, fysiek meekunnen, gespaard blijven van dementie zijn geen fait divers die Delnaet zomaar onder de mat wil vegen. “Op m’n 23ste had ik al een midlifecrisis: moto’s en liefjes!  Nu zit ik aan de helft van m’n leven, dat laat me niet onberoerd. Vanaf de geboorte is geweten dat men later zal dood gaan. Het leven is niet voor eeuwig, je kan er dus maar beter mee lachen. Tragische humor is de beste”.

Hij spreekt met zachte stem, geeft de gemoedelijke indruk van een wijze man. “Als ik geen contract of afspraken heb moet ik toch altijd ergens mee bezig zijn. Lezen, schrijven, teksten bewerken, films kijken, eigenlijk kan ik me niet gewoon eens totaal ontspannen”. Mocht het prototype van de ideale schoonzoon bestaan dan komt hij dicht in de buurt. “Al kunnen automobilisten die mij, als fervent fietser, van de weg rijden, niet op enige sympathie rekenen”.

 
Na de middelbare school aan het Don Boscocollege van Zwijnaarde trok Jurgen Delnaet naar de toneelafdeling van het Antwerpse conservatorium. Hij bleef in Antwerpen plakken. Niet zozeer aan de stad maar aan een lief, later z’n vrouw. “Antwerpen is zeker niet het middelpunt van de wereld. Maar het ligt wel centraal en is bijgevolg handig voor mijn jobs. Ik hou nog ontzettend veel van mijn geboortestad. Door de afstand is de liefde voor Gent alleen maar groter geworden, een grote stad met de geborgenheid van een dorp”.

‘Domino’ was voor Jurgen zijn 1e musicalervaring. Het smaakt naar meer. “Ik kom uit het gesubsidieerd theater met kleine groepjes en producties met bescheiden middelen. En dan plots zo’n groots project. Ik heb me flink geamuseerd. Ik hoop de anderen ook, er kwamen toch geen klachten” (lacht).

Krijgt een acteur blozende oortjes van een seksscène? “Seks suggereren is belangrijk dan het werkelijk open en bloot laten zien. Als het een noodzakelijk deel uitmaakt van een goed verhaal heb ik geen bezwaar. Bij dergelijke opnames maak ik me niet druk of men nu wel of niet mijn blote poep zou zien. Daar zal wel niemand van waker liggen zeker”.

Raakt Denaet soms in paniek als hij denkt aan het onzekere bestaan van een acteur? “Ik wordt correct betaald al staan er voor mij geen 3 masseuses klaar na een opname, zoals in Amerika de gewoonte is (lacht). Ik zit nooit zonder werk. Hopelijk hoef ik nooit om den brode reclame maken voor yoghurt of hamburgers. We zijn tweeverdieners en hebben niet veel nodig, leven sober, genieten van wat er is. Eigenlijk geven we liever dan krijgen. Als er eens wat geld op overschot is gaan we het niet oppotten maar geven het liever uit aan leuke dingen. Maar niet aan prullaria met Valentijn, daar doen we niet aan mee”.

 

Het zijn drukke tijden voor de Vlaamse film. Het wordt alvast uitkijken naar 26 februari want dan komt de langspeelfilm HALFWEG in de zalen. De prent werd in slechts 23 dagen en met een beperkt budget gedraaid op 1 locatie. Jurgen Delnaet, ooit nog Johnny camione l'amoroso, speelt een mysterieuze rol als spook. De film vertelt het verhaal van Stef. Hij zit  in een scheiding en betrekt een villa die hij onder de prijs kon kopen. Daar wil hij in alle rust de dingen op een rij zetten. Al op de 1e avond staat de vreemde Theo in zijn living die beweert de rechtmatige bewoner te zijn. Stef wil niet wijken en de pesterijen tussen de 2 mannen lopen uit de hand. Stef ontdekt dat Theo de vorige eigenaar is en al 2 jaar dood is!. De film zoekt het komische in tragische situaties. Voor de liefhebbers: de Horta villa waar de opnames plaatsvonden staat te koop. Prijs: 1,7 miljoen euro.

(FRVD)

Dit interview verscheen in De Streekkrant - editie Gent & rand - week 06/2014 

 

dinsdag 21 januari 2014

Interview NIC BALTHAZAR


“Van een autovrij centrum worden we alvast niet armer”

GENT Na een gesprek van 2 uur met Nic Balthazar weten we zo goed als alles over het milieu en de klimaatopwarming. Deze week geen ‘goed nieuws show’ want als we onze attitudes niet drastisch wijzigen ziet de toekomst er vrij somber uit.

Nic Balthazar denkt na, wikt en weegt zijn woorden, weet waarover hij praat. Hij is meer dan enkel televisiemaker en filmregisseur. Zijn betrokkenheid met het milieu kreeg internationale weerklank en waardering. Ecologisch denken, een beter milieu en bezorgt zijn om de toekomst zijn meer dan ooit hot topics in het maatschappelijke debat. “Het is 5 na 12” aldus Nic. “Het is erger dan we ons kunnen of willen voorstellen.Maar ales je volgt wat ongeveer alle klimaatwetenschappers zeggen, op een schamele 3 % optimisten na, dan kan met zich enkel gigantische zorgen over de toekomst van deze wereld. Als goede ouders moeten we kinderen beschermen tegen verder onheil. We wonen in het meest vervuilde gebied ter wereld. De grote ‘spelers’ zoals oliemaatschappijen proberen uit eigenbelang ons van het probleem weg te houden. Dit zijn de rijkste mensen ter wereld en ze hebben er voordeel bij om gewoon te kunnen voortdoen zonder rekening te houden met ecologie”. Nic staat open voor elk debat, wil graag compromissen sluiten maar het opgestoken vingertje zal uiteindelijk toch noodzakelijk blijken.

Zotten en economen

“Het is geen populaire boodschap. Dik tegen m’n goesting maak ik mensen even bang als ik zelf ben. Bosbranden, overstromingen, tsunamis, stormen…zouden die echt zomaar toevallig langs komen sinds we de warmste decennia en de hoogste CO2 waarden hebben ooit. De Noodpool is aan het smelten, de zeespiegel aan het stijgen. Door de fenomenen worden er de komende decennia 300 miljoen klimaatvluchtelingen voorspeld”. Maggie De Block zal haar werk hebben! “Ja, ik vrees het. Eerst lacht men, dan trekt men alles in het belachelijke. Mensen reageren als het orkest op de Titanic. Ze spelen lustig verder terwijl het schip ten onder gaat”. Nic noemt zich een positieve optimist. “ We boeken winst als we geen absurde dingen najagen. Door te denken dat we met z’n allen moeten groeien en almaar nieuwe brol moeten kopen blijven we ongelukkig. Men probeert ons te doen geloven dat elke economie ter wereld ieder kwartaal kan blijven groeien tot het eind der tijden, dat meer consumeren zal resulteren in economische groei en meer jobs. Zo’n sprookjes geloven alleen zotten en economen. We zijn binnenkort met 8 miljard. Als die allemaal zouden consumeren als wij hier, dan hadden we 4 planeten nodig”.

Eet minder vlees

“Het kot staat in brand en we doen alsof onze neus bloed. Niet echt iets om vrolijk van te worden. Het Gentse stadcentrum werd autovrij. Zijn we daar armer van geworden, neen toch. We moeten anders denken, totaal herbeginnen. Ons leven zou zoveel zorgelozer, zoveel kwaliteitsvoller”.

Hoe kunnen we zelf een steentje bijdragen om onze toekomst niet naar de Filistijnen te helpen? “Minder vlees eten kan meer uitmaken dan je zou denken. Je bespaart niet enkel veel dierenleed maar de industriële massale productie legt een gigantische druk op de rijkdommen van deze planeet. Ons vleesverbruik heeft voor bijna 1/5 schuld aan de opwarming van de aarde. Om 1 kilo rundvlees te produceren is 15.000 liter water nodig. Van 's werelds graanproductie wordt 40 % besteed aan het voederen van dieren terwijl elke dag 25.000 mensen sterven van honger”.

Nic Balthazar wil niet de nieuwe Ghandi worden, niet de man van het grote gelijk zijn. “Ik zal het zelf nog eens zeggen: ook ik heb gezondigd en heb destijds gevlogen. Ik wil gewoon de vinger op de wonde leggen, mensen wakker schudden voor een betere toekomst die ons allemaal gelukkiger zal maken”.
Nieuwe film op komst
Nic Balthazar maakt gevoelige items bespreekbaar. Zonder sensatiezucht, nooit plat sentimenteel. Bij het kijken naar BEN X,  zijn speelfilm over autisme, bleef geen oog droog. Met ‘Tot Altijd’, z’n film over euthanasie, raakte hij een gevoelige snaar. Hij regisseerde maar schreef ook het ijzersterk, diepmenselijke verhaal over leven en doodgaan, over vriendschap in goede maar vooral kwade tijden. “Het geeft me levensrust te weten dat ik leef in een land waar euthanasie kan. België, Nederland en Luxemburg zijn de enige landen met een euthanasiewet. Als we beter met onze sterfelijkheid leren omgaan gaan we beter met ons leven om. Laat ons alvast vandaag niet verknallen. Zonder taboes praten over euthanasie moet men doen bij leven en welzijn, terwijl men nog springlevend is. Het zou eigenlijk net zo gewoon moeten zijn als praten over: ‘waar plaatsen we thuis de brandblussers’ op het moment dat van brand nog helemaal geen sprake is”.
Als auteur slaat Nic een niet onaardig figuur. Zijn laatste boek ‘Neeland’ is het aangrijpend verhaal, gebaseerd op getuigenissen, over 2 asielzoekers. Het boek, sterk, actueel en herkenbaar, zou verplichte lectuur moeten zijn. De theatervoorstelling die hij ervan maakte gaat vanaf september op tournee door het ganse land.
Nic heeft zowat alle sporten geprobeerd die bestaan. “Als uitlaatklep voor m’n enthousiasme dat telkens groter was dan mijn kunde. Rugby had mijn voorkeur. Een ruwe sport waarbij moed, wederzijds respect en teamgeest de sleutelwoorden zijn”. Op de vraag of hij destijds in een midlife crisis terecht kwam komt een verrassend antwoord: “Ik werk momenteel aan een nieuwe film. Veel kan, mag en wil ik er niet over vertellen want daarvoor is het te vroeg. Voila, in primeur dan maar: het wordt een story over een man die zichzelf tegenkomt”. Er volgt een veelzeggende glimlach waardoor de link leggen eenvoudig wordt.
Nic Balthazar heeft muzikaal talent. Samen met  enkele kompanen speelt hij met de rockband The Humble Ego’s de pannen van het dak. “Blij om te mogen spelen, altijd met de goesting. We noemen onszelf de 3e slechtste band ter wereld, we zijn wreed goed in het slechte. Een optreden is duur voor organisaties die het kunnen betalen. Dan vragen we veel geld voor gasten die niet kunnen spelen. Maar met het nobele idee van Robin Hood in gedachte treden we dikwijls gratis op voor goede doelen. Het ene compenseert het andere”. De coverband amuseert zich bij elke performance. Doet het publiek dat ook? The Humble Ego’s (de bescheiden engeltjes) traden onlangs op in de Kopergieterij. Kwestie van nog volk in de zaal te hebben tegen het einde van het concert betaalde het publiek bij het naar buiten gaan! Hoe vroeger men de zaal verliet, hoe hoger de prijs. Zowat iedereen bleef tot het einde.
(FRVD)
Dit interview verscheen in De Streekkrant - editie Gent & rand - week 04/2014


 


 

donderdag 16 januari 2014

Interview EDDY WALLY


 “Ik wens iedereen een fantastisch en gewèèèèldig 2014”

 

The voice of Europe heeft de duimen moeten leggen. Eddy Wally zal niet meer optreden, de spots zijn voorgoed gedoofd. Hij werd jarenlang door sommigen vergruisd, door anderen op handen gedragen. Het is allemaal voorbij. Is er nog leven na een showcarrière?

 

Eddy Wally ontvangt ons in stijl. Niet in het zorgcentrum waar hij dagdagelijks verblijft maar in de villa waar hij destijds woonde. Eddy werd een fenomeen, een commerciële waarde. Het noodlot sloeg plots toe. Hij kreeg een appelflauwte tijdens een optreden. Op de Gentse Feesten dan nog wel. Enige tijd later volgt een herseninfarct. Showbeest Wally moest noodgedwongen het podium ruilen voor een rolstoel. Dochter Marina waakt nu over haar vader als een leeuwin over haar welpen. Dit is waarschijnlijk het allerlaatste interview. “Het is genoeg geweest. Vader moet in alle rust kunnen genieten van een welverdiende rust. We willen hem, zoals hij is, nog zo lang mogelijk bij ons hebben”. Eddy is helder van geest. Lichamelijk lukt het niet zo goed meer. Vlug vermoeid en een schim van wat hij ooit was. Vroeger was een gesprek met Eddy een monoloog maar nu neemt Marina het gesprek regelmatig over en zegt wat pa denkt. Ondanks alles blijft Eddy opmerkelijk charmant, goedgezind en optimistisch. “Wauw, ik ben zeer vereerd met jullie bezoek. Voor iedereen mijn beste wensen voor een super gewèèèldig nieuwe jaar. Vooral een goede gezondheid is belangrijk, ik kan het weten”.

 

‘Ik wou in de politiek’

 

Hoe het begon? “Ik wou politicus worden maar het mocht niet van mijn moeder. In rekenen en taal was ik geen hoogvlieger. Zingen en musiceren was belangrijker voor mij. We waren doodgewone volksmensen. Dat ben ik als wereldstar altijd gebleven: simpel en eenvoudig. Toen m’n vader overleed werd ik kostwinner. Er moest brood op de plank komen, ik ging in een textielarbeider werken”. Na het huwelijk zegt Eddy de fabriek vaarwel. Zijn schoonouders verkopen lederwaren op markten. Hij trekt samen met hun de baan op. “Nadat ik de markten had veroverd met m’n sacochen was het tijd om door te breken met m’n liedjes”. Wally maakte zijn ultieme droom waar en opent in 1967 het legendarische feestpaleis Paris-Las Vegas. Algauw zorgen busladingen vol fans elke dag voor ambiance en een bomvolle zaal. De kassa rinkelde als nooit tevoren. “Mijn 1e grote hit Chérie veroverde Vlaanderen en Nederland. Maar we hadden grotere ambities: Onvoorstelbaar, Eddy Wally goes international”. Met als gevolg een cultstatus die hij zich een leven lang liet welgevallen.

 

 'Sterven op het podium, neen merci'

 

Laat ze maar lachen. Amerika, Rusland en China lagen aan z’n voeten alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ook in India, Egypte, Cuba en vele andere landen zullen ze Eddy niet gauw vergeten. “Ongelooflijk, overal zag men mij graag komen, ik werd op handen gedragen. Shanghai, amai, amai. Dat waren nog eens tijden. Ik leefde van het applaus, kon er nooit genoeg van krijgen”.

Eddy mocht met alle grote stars op de foto. Vooral Sharon Stone deed z’n hart sneller slaan. “Ik heb occasie genoeg gehad. De vrouwtjes probeerden me te verleiden maar nooit ging ik op de avances in. Mariette, mijn grote liefde, heb ik nooit bedrogen. Liefde op het 1e zicht. Eddy maakt een obsceen gebaar. “En ‘t was direct boem-boem. Fantastisch!”. Eddy wil absoluut geen zielig figuur zijn. “Ik heb meer dan 500 liedjes opgenomen, een enorm repertoire. Geweldig! Van ups en downs in mijn carrière was nooit sprake. Wees gerust, ik ben een gelukkige man.Blij met wat ik heb gehad. Sterven op scene is voor een artiest het mooiste zegt men. Maar ik ben toch content dat ik nog leef. Dankbaar voor de warmte, steun en goede zorgen die ik mag ontvangen. Bedankt iedereen. En nu moogt ge vertrekken want ‘k ben moe”.

 

De opvolging is verzekerd

 

Men is de paus van het levenslied nog niet vergeten. Huize Chérie lijkt een bedevaartoord. Tijdens ons bezoek komt BRT coryfee Ro Burms op bezoek, de postbode belt aan met postzak vol nieuwjaarskaartjes, fans uit Antwerpen komen langs met een fles champagne. Eddy leefde voortdurend als in een droomwereld maar toch werden niet alle wensen werkelijkheid. “Mijn grootste wens: optreden voor onze koning en koningin.’t Is er nooit van gekomen, ge komt daar niet zo gemakkelijk binnen. Fabiola had al mijn platen. Door mijn successen heb ik ons vaderland gediend. Eddy Wally heeft België op de kaart gezet”. Wat voorbij is komt nooit meer terug. Eddy (81) is fier op zijn dochter Marina (56). "Ikzelf nam definitief afscheid van het podium. Het is gedaan voor mij als zanger. Mijn dochter Marina moet de fakkel van mij overnemen. Ze is een formidabele danseuse en zangeres, een groot natuurtalent”. Er waren nochtans al andere schlagerzangers die zonder scrupules zichzelf hadden uitgeroepen als de reïncarnatie van Eddy Wally. Marina weet er van mee te spreken. “De kritiek dat we papa verplicht hadden om terug het podium op te gaan heeft me diep geraakt. Schandalig, papa was nog niet eens dood en er stonden al opvolgers klaar aan zijn bed. Ik zal papa opvolgen en niemand anders”. Daarom het goede nieuws. Binnenkort overal te koop: de nieuwe cd van Marina Wally. Nederlandstalig, 12 liedjes met een lach en een traan waarvan 2 nummers met haar vader. “In elke familie is ‘t is al eens iets nietwaar maar nu gaat het goed met ons. Kleindochter Vanessa heeft na een trieste periode van druggebruik het geluk gevonden en gaat trouwen met haar Litouwse vriend. En in mijn agenda 2014 staan al 50 optredens genoteerd. Ik werd zelfs gevraagd voor 2 schlagerfestivals. Tijdens de Gentse Feesten zal ik ook weeral schitteren op het St. Baafsplein. Overal gaat mijn pa mee, hij is m’n coach”.

 

 Eddy Wally Museum

 

Er bestaat geen blauwdruk van een succesvolle artiestencarrière maar Eddy komt dicht in de buurt: “Dankzij m’n liedjes beleefden zoveel mensen onvergetelijke momenten. Eventjes de zorgen aan kant en volop genieten”. Hij kreeg het teken van Ridder in de Leopoldsorde opgespeld. Ontelbare dozen vol medailles, erkenningen, oorkonden en awards zijn stille getuigen van een glansrijke carrière.

Als erkentelijkheid komt er een groot museum. Op Valentijnsdag opent het enige echte Eddy Wally museum in het voormalige kloosterpand van Zelzate. Marina geeft toelichting: “Open op dinsdagnamiddag en op afspraak voor de autocars. Gratis inkom. M’n pa zal altijd aanwezig zijn en ik ga er optreden. Een museum vol herinneringen, attributen, pluimen en schone  toiletten. Mijn vader heeft een leven lang hard gewerkt, dag en nacht. Dat is nu een ode aan hem”. Het is hem van harte gegund.

 

(FRVD)

Dit interview verscheen in De Streekkrant Gent & rand  -  week 03/2014

 

maandag 30 december 2013

Interview met de Gentse Schepen Christophe Peeters

‘Ik wil burgemeester worden’

GENT Schepen Christophe Peeters wil met iedereen van de pers praten maar enkel over onderwerpen gerelateerd aan zijn schepenambt. Om in deze feestmaand de stemming niet te bederven maakt hij voor ons een uitzondering. Een gesprek over het leven zoals het is, niet over centen en procenten.

De crisis en de bezuinigingen hebben overal toegeslagen, ook op het stadhuis. De ontvangst is hartelijk maar de schepen zet de tering naar de nering. Er wordt koffie aangeboden. Het blijkt een half kopje zo goed als koude koffie te zijn, een vergeten overschotje van de schepen. Hij weet wat delen is.
Als charmeoffensief feliciteren we Christophe met zijn gepland huwelijk in 2014. Het is geen schot in de roos alhoewel hij toch flink begint te blozen als een verliefde puber. “Om te beginnen komt dan nu een officiële mededeling: ik ga zeker niet trouwen dit jaar! Dat gerucht steekt de kop op maar ‘t is pertinent onwaar”. Verder wil hij over z’n Antwerpse fiancé weinig kwijt, dat is privé. “Wendy heeft voor mij gekozen, niet om in de belangstelling te staan”. Peeters is ondertussen gestopt met roken. “Het was een voorwaarde van m’n vriendin”. In Gent maakt Christophe mee de wetten, thuis is het blijkbaar Wendy.

Het leven is te kort om ongelukkig te zijn

“Mijn persoonlijk geluk quoteren komt overeen met 9 op 10. Het leven is veel te kort om ongelukkig te zijn. Bestaat eeuwige liefde? Het is niet evident maar best mogelijk. We gaan er alvast aan werken. Of ik alleen m’n plan kan trekken? Strijken, spaar me daar van. Koken lukt me vrij aardig maar Wendy kookt als de beste. Resultaat: ik ben op 1 jaar 6 kg. bijgekomen. Ik werk elke dag zo’n 14 uur maar de zondagavond is heilig. Gereserveerd voor vrienden, dan spelen we leuke spelletjes”. De schepen hecht veel belang aan zijn privacy. Likkebaardend durven we bijna niet te vragen welke spelletjes we ons hierbij mogen voorstellen. “Gewone gezelschapspelletjes. Kolonisten van Catan behoort daarbij tot de favorieten. In mijn schaarse vrije tijd verslind ik boeken en neem deel aan quizzen”. Christophe is de politiek ingerold maar wou als kind F16 piloot worden. “Helaas, hiervoor waren m’n ogen niet goed genoeg. Gelukkig heb ik op de politiek een klare kijk”.

Zwartgallige en verbitterde politici bestaan

Hij doet zijn werk ontzettend graag, het departement financiën heeft zijn voorkeur. Met niet gefundeerde uitlatingen krijg je hem op z’n paard. “Bij financiën heb je een zicht op alles. Voor wie houdt van cijfertjes blijft het boeiend, elke dag opnieuw. Enige ijdelheid en overtuigd zijn van jezelf is noodzakelijk”. Zijn er dan echt geen minpuntjes? “Jazeker, zwartgallige politici die verbitterd zijn. Sommigen maken eerst zelf rook om nadien te kunnen zeggen ‘waar rook is moet vuur zijn’. Die kunnen best een andere job zoeken. Ik kan niet door dezelfde deur met oneerlijke mensen die moedwillig te waarheid verdraaien. Gemeenteraadsleden die manipuleren kunnen niet rekenen op enig begrip van mijnentwege, daardoor komt het bloed in m’n keel. Ik ben niet rancuneus maar vertrouwen mag nooit geschonden worden”. Gelukkig zijn er nog de lollekes van Termont. “Tja, maar hij is dringend toe aan een nieuw repertoire. Als hij er eentje begint te vertellen weten we meestal het einde al”.
In een tijd dat het woord crisis in de media overheerst blijft Peeters naar eigen zeggen optimist en vooral realist. Pessimisme is kijken naar de werkelijkheid op korte termijn. Dat laat hij waarschijnlijk liever aan anderen over. “We zijn goed bezig. Onze welvaart is nog nooit zo groot geweest”.
Goede voornemens voor 2014? “Niet echt. k zie wel wat er op mij afkomt, wie er m’n pad kruist. Ik sta open voor alles. Misschien wel burgemeester worden! Maar daarvoor is het nog wat te vroeg zeker?” (lacht).

Handenvrij winkelen

Als 20-jarige kwam Christophe Peeters in de gemeenteraad, toen het jongste raadslid ooit. Sommigen durven zelfs te spreken van de mooiste ooit. Zijn politieke loopbaan schoot als een flipperbal vooruit. Schepen van Financiën, Feestelijkheden, Middenstand en Innovatie is meer dan een voltijdse job. “Verantwoordelijkheid nemen, open staan, luisteren, uitleggen waarom iets niet kan, zo werkt de nieuwe politieke cultuur”. De Gentse feesten vallen onder zijn bevoegdheid. “Het is een evenwichtsoefening tussen leven, wonen, werken en plezier maken. Ik gun iedereen z’n boterham maar zonder miserie voor anderen. De feesten zijn meer dan drinken alleen”. Al gedacht aan een alcoholverbod ‘s morgens? “Dat is niet realistisch. Dan mag het champagnebuffet in een hotel ook niet meer. Elke cafébaas heeft een eigen verantwoordelijkheid, hij moeten z’n klanten onder controle houden”. Aan het hertekenen van de Gentse Feesten wordt ondertussen hard gewerkt. “In de namiddag gebeurt te weinig. Mensen lopen doelloos door de stad. Daar moeten we meer op focussen. Een vrij podium lijkt me een goed idee”.
Antwerpen wil de winkels op zondag open. Gent ook! “Het is onjuist dat wij in de voetsporen van Antwerpen treden. Onze aanvraag is al lang ingediend, wij waren de eerste. We willen zelfs verder gaan en bestuderen het idee van ‘handenvrij winkelen’. Stadsdistributie is de toekomst”. Christophe verduidelijkt: “Koop bij de Gentse middenstand en laat je pakjes in de winkel achter. Neem op het einde van je dagje shoppen het openbaar vervoer naar een park & ride parking. Daar wachten niet enkel je auto maar ook al je boodschappen. Of we leveren alles netjes aan huis binnen de 2 dagen. We denken niet grootstedelijk genoeg. We mogen gerust meer ambitie hebben. Ook frequent en vlot openbaar vervoer is noodzakelijk. Ik geef het grif toe, dat kan veel beter”.
Zelfs voor een schepen van feestelijkheden is elke dag niet altijd een feest. Ook Christophe weet dat er een tijd komt om noodgedwongen het hedendaagse met het eeuwige te ruilen. “Het leven is nu eenmaal eindig”. Hij is erg vooruitziend. “Mijn medewerkers, vrienden en familie weten hoe ik m’n begrafenis wil geregisseerd zien, dat is min of meer geregeld. Schrik van de dood heb ik niet, wel van sterven en afzien. Vechten tegen ziektes lijkt vreselijk”. Gelukkig is het leven als zeilen. Ook met tegenwind kan men vooruit gaan. “Na ons is het definitief gedaan. Dat is spijtig want ik zou willen weten hoe het leven na mij verder gaat, wat ik niet heb mogen meemaken”. Maar voor alle zekerheid kunnen we toch maar beter hier en nu plezier maken. Op 12 januari staan op het St. Baafsplein 30.000 gratis drankjes (of zowat 6000 liter) klaar tijdens de  jaarlijkse nieuwjaarsreceptie. Allen daarheen.

Frans Van Damme


 
Dit interview verscheen in De Streekkrant stadseditie Gent & Rand - week 01/2014


 
 


 

vrijdag 20 december 2013

Interview met WALTER BAELE


De 1001 gezichten van Walter Baele

‘Ik wil geen Lesley Ann Poppe zijn’

GENT Het zijn topjaren voor Walter Baele. Dankzij het VTM-programma ‘Tegen de Sterren op’ staat hij volop in de belangstelling. Alsof we leven in een fantasiewereld parodieert hij met veel bravoure bekende personages en creëert nieuwe typetjes. Een gesprek met de man die z’n volk leerde lachen.

Het publiek kan er blijkbaar nooit genoeg van krijgen. Walter Baele staat precies een kwarteeuw op de planken. “Ik ben een gelukkig man” glundert Walter. “Heb professioneel meer gekregen dan ik ooit had durven dromen. Bij de VRT was het personage Rosa een topper, gevolgd door het programma Brussel Nieuwstraat”. Een boost kreeg de carrière met ‘Tegen de sterren op’ waarvan net de opnames voor het 4e seizoen werden afgerond. Veel wil hij er niet over kwijt maar enige aandringen  helpt. We mogen ons verwachten aan een nieuwe imitatie: Kristien Hemmerechts.    Baele als Koning Filip werd ondertussen een hype. “Ik had aanvankelijk aan de VRT voorgesteld om Filip, toen nog als prins, te parodiëren. Het voorstel werd toen afgewezen”. VTM hapte toe.

Burgemeester Termont is te dik

Veel heeft Walter niet nodig om zich te transformeren, al lukt het niet altijd. “Niet elk typetjes is gemakkelijk” verduidelijkt hij. “Ik slaag er niet in de stem van Frank Deboosere te imiteren. Want van die stem is geen hoek af. Er is niks speciaals aan. Kardinaal Danneels staat op m’n verlanglijstje. Burgemeester Termont lijkt me een dankbare prooi maar beiden zijn te dik. Of ik te mager, ’t is maar hoe je het bekijkt”. Premier Elio Di Rupo is very hot en dus een dankbaar personage om te spelen. Succes verzekerd, zoals tijdens de Gentse 6-daagse. “Ik mocht het publiek toespreken als Elio Di Rupo. Een uniek spektakel in mijn analen”. Smaken verschillen, niet elke woordspelling is voor iedereen geslaagd. “Politiek en een zesdaagse hebben veel gemeen” volgens Baele. “Politiek is ook een afvallingskoers, behalve dan voor Maggie De Block”. Z’n performance werd gesmaakt in het Gentse Kuipje. Baele kreeg de metier met de paplepel ingegeven. Grootvader trok van café naar café om te entertainen. Walter reist van zaal tot zaal met ‘Het leven zoals het zeker niet is’. Z’n 11e avondvullende show situeert zich in Mariakerke, met dank aan beelden afkomstig van Google Street View. Als geen ander zet hij nieuwe typetjes neer maar natuurlijk voert hij ook imitaties op uit ‘Tegen de sterren’.

Optreden voor een lege zaal

Overal volle zalen maar het is ooit anders geweest. “Echt waar, ooit heb ik opgetreden voor een lege zaal. Niemand kwam opdagen. De organisator was een aimabel man. Hij en z’n caissière gingen als enigen in de zaal zitten. Gelukkig werd m’n volle gage nadien correct uitbetaald. Ik ben altijd in mezelf blijven geloven, liet me nooit ontgoochelen, was zeker dat het ooit zou lukken”. Kunnen we binnenkort Baele als Koning Filip verwachten op allerhande pensenkermissen? “Onmogelijk! De grime duurt ruim 4 uur en is peperduur. Er zijn afspraken met VTM en de cast. We willen met onze typetjes zuinig omspringen, zeker niet uitmelken. Dus geen reclame voor bakboter, keukens of electro”.
In het echte leven is Walter eigenlijk een vrij onopvallende figuur, een grijze muis. Maar zelfs zonder ziekenfondsbrilletje, pruik, plaksnor of schmink wordt hij op straat herkend. “Als mensen me aanspreken is dat als teken van erkenning. Ik voel me geen bekende Vlaming, ik wil geen Lesley Ann Poppe of een Sam Gooris zijn. Ik ben op privacy gesteld, ben serieus en graag alleen. Een beetje een eenzaat, geen tafelspringer en niet materialistisch ingesteld”.  

Succes is geen toevalstreffer

Walter Baele (49) zal je nooit zien opduiken in de boekskes met een of ander ranzig verhaal. Journalisten stellen hem altijd dezelfde vragen. “Ben blij dat jij eens uit een ander vaatje tapt” vertrouwt hij me toe. “Een interview voorbereiden is blijkbaar niet meer van deze tijd. Weet je wat de 1e vraag meestal is? ‘En Walter, vertel eens iets over je show’. Dan heb ik altijd zo zin om te antwoorden: ‘Stel jij nu maar eens een zinnige vraag’.
Hij deed een vakantiejob als aanvuller in de GB maar werd al na een week bedankt voor bewezen diensten. Aan werken in een tapijtfabriek hield hij syatiek over. Hij werd, net als vader, onderwijzer in een lagere school. Echt boeiend was dat niet en hij trok de deur van de klas vrij vlug definitief achter zich dicht. Moeder stond niet te springen van blijdschap maar zijn besluit stond vast om verder door het leven gaan als komiek. “Waarschijnlijk bleef ik daardoor gespaard van een midlifecrisis. Helemaal alleen op scène staan, dat was mijn keuze. Het zit in de familie, wij houden niet van kuddegeest, dat opgefokte Jupilergevoel is niet aan ons besteed”.
Walter is ernstig met zijn vak bezig. Succes is geen toevalstreffer. Hij weet wat humor is en schreef er zelfs een boek over dat nu in de boekhandel ligt: ‘Humor volgens Walter Baele’. “Hierin staat te lezen wat men zou moeten weten over humor. Ook wat ik niet grappig vindt. De lezers kunnen het er mee eens zijn of oneens. Dat is het leuke aan humor. Les goût et les couleurs, wat de ene grappig vindt is voor een ander tenenkrullend”. Humor is subjectief. Een succesformule of kant-en-klaar tips bestaat hiervoor niet. “Een eenvoudig, simpel en doeltreffend adagio: werk hard en gedisciplineerd. Niemand zit op jou te wachten, neem zelf initiatief. Kom af met goede ideeën in plaats van met vlotte praatjes. De showbizz heeft al genoeg gefrustreerden”.
“Mijn heimat is Vlaanderen maar Gent heb ik echt in het hart gesloten. Mijn favoriete typetje is Martin Rigolle uit Mariakerke. Gentenaars zijn plezante mensen met een goed gevoel voor enig sarcasme. Iemand omschreef mijn humor als typisch Gents. Als ik met Gentenaars samen ben moet ik altijd lachen”. Wellicht zijn z’n roots hiervan de oorzaak, vader was een Gentenaar. “Het is niet moeilijk, ’t is gemakkelijk” volgens Walter. “Humor waarmee men niet lacht is slechte humor. Probeer vernieuwend te zijn en stop tijdig. Pijnlijk zijn de talrijke humorgepensioneerden die na een succesvolle loopbaan nog wat shoppen in televisiepanels”.
Walter leerde op 2 augustus 1988 zijn vrouw kennen. Op 29 oktober 1988 traden ze in het huwelijk. “Ik ben altijd ne rappe geweest. Het ging zo snel dat iedereen dacht dat het een grap was. Gevolg: een  huwelijksfeest met erg weinig mensen. Zalig!”.

(FRVD)


Dit interview werd gepubliceerd in De Streekkrant regio groot Gent - week 52/2013